Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 augustus 2013
Hierbij bied ik u, mede namens de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de
rapportage «Praktijkonderzoek netwerkpleegzorg» van de Inspectie Jeugdzorg (hierna:
inspectie) aan1. In deze rapportage heeft de inspectie getoetst in hoeverre afspraken uit het «Schematisch
Protocol Netwerkpleegzorg» in de praktijk worden toegepast. De inspectie heeft zich
bij de toets gericht op de veiligheidscheck die de bureaus jeugdzorg en landelijk
werkende instellingen (hierna: bureau jeugdzorg) moeten uitvoeren in de eerste week
nadat een kind, dat in een ander gezin (opvanggezin) dan in het eigen gezin verblijft,
wordt aangemeld bij bureau jeugdzorg.
Aanleiding
Het Schematisch Protocol Netwerkpleegzorg is door Jeugdzorg Nederland ontwikkeld naar
aanleiding van een onderzoek van de Nationale Ombudsman naar de knelpunten in de betaling
van pleegvergoeding aan netwerkpleegouders2. De Ombudsman gaf in zijn rapport aan dat er een oplossing moest komen voor het probleem
dat netwerkpleegouders te lang moeten wachten op de begeleiding en de pleegvergoeding
waar zij (mogelijk) recht op hebben. In het protocol zijn afspraken opgenomen ter
verkorting van de procedure van het traject netwerkpleegzorg. Het IPO heeft eind 2010
ingestemd met het protocol met de kanttekening dat er altijd sprake moet zijn van
een probleemsituatie waarbij bureau jeugdzorg vaststelt dat deze situatie een aanspraak
op jeugdzorg rechtvaardigt. Het protocol geldt voor situaties waarin jeugdige en/of
de ouders zelf kiezen voor verblijf binnen het sociale netwerk en dit ook zelf realiseren
voordat met Bureau Jeugdzorg is overlegd.
Toezicht van de inspectie
Uit het rapportage «Zicht veiligheid kind bij start netwerkpleegzorg» 3 van de inspectie, waar uw Kamer per brief van 4 mei 2012 over is geïnformeerd, bleek
dat een aantal instellingen het protocol op 1 juni 2011 niet of deels geïmplementeerd
hadden. De inspectie heeft vervolgens de betreffende provincies en stadsregio’s gevraagd
toe te zien op implementatie van het protocol door de bureaus jeugdzorg. Alle provincies
en stadsregio’s hebben toen aangeven er op toe te zien dat de afspraken uit het protocol
tijdig geïmplementeerd zullen worden.
Begin 2013 heeft de inspectie vervolgtoezicht uitgevoerd. Uit onderhavige rapportage
van de inspectie blijkt dat de bureaus jeugdzorg nog steeds niet tijdig werken volgens
de afspraken uit het protocol. Uit het onderzoek van de inspectie blijkt dat zes van
de dertien onderzochte bureaus jeugdzorg de veiligheidscheck uitvoeren in de eerste
week na melding bij het bureau jeugdzorg. Twee van deze bureaus nemen, conform de
afspraken uit het protocol, de kernbeslissing tot voorlopig akkoord van de plaatsing
en regelen de overdracht van de begeleiding van pleegouders aan de voorziening voor
pleegzorg binnen één week. Zeven andere bureaus jeugdzorg voeren de veiligheidscheck
wel uit, maar doen dat niet binnen één week.
De inspectie geeft in haar rapportage aan dat een mogelijke verklaringen voor de niet
tijdige toepassing van het protocol is dat het protocol de bureaus jeugdzorg ruimte
laat voor interpretatieverschillen. Daarnaast geven enkele bureaus jeugdzorg aan het
toepassen van het protocol in de praktijk lastig te vinden,onder andere vanwege de
snelheid van handelen die vereist is volgens het protocol.
Beleidsreactie
Ik vind het van groot belang dat de betrokken overheden (provincies en stadsregio’s)
en de bureaus jeugdzorg zich houden aan de werkwijze uit de door hen opgestelde protocollen.
Daarom omarm ik de maatregelen van de inspectie die in het rapport worden genoemd.
Conform de verantwoordelijkheid zoals die volgt uit de Wet op de jeugdzorg verwacht
ik dat de maatregelen zo snel mogelijk door de betrokken overheden en de bureaus jeugdzorg
worden uitgevoerd. Ik heb het IPO en Jeugdzorg Nederland gevraagd om met urgentie
de door de inspectie genoemde maatregelen uit te voeren. Het IPO heeft aangegeven
dat het in de praktijk niet altijd mogelijk is voor de bureaus jeugdzorg om de relevante
informatie die nodig is om de situatie te beoordelen binnen de in het protocol gestelde
termijnen te verzamelen. Zowel het IPO als Jeugdzorg Nederland hebben mij laten weten
bij de aankondiging van het Inspectieonderzoek reeds afgesproken te hebben de resultaten
van het onderhavige inspectieonderzoek te betrekken bij de herijking van het protocol.
Zij ondersteunen verder het belang om zich te houden aan de door hen opgestelde protocollen.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn