31 839 Jeugdzorg

Nr. 308 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 juli 2013

Hierbij bieden wij u het rapport aan van de Inspectie Jeugdzorg over het meten van uitkomsten van behandelingen in de jeugdzorg1. Middels deze brief willen wij u informeren over de uitkomsten van het onderzoek.

Onderzoek

De Inspectie Jeugdzorg heeft in 2012 geïnventariseerd of en hoe zorgaanbieders de uitkomsten van de geboden behandelingen meten, hoe ver zij daarmee zijn en welke bevorderende en belemmerende factoren zorgaanbieders ervaren bij het meten van uitkomsten.

Uitkomsten

Uit het rapport blijkt dat alle zorgaanbieders – op één na – bezig zijn met het meten van uitkomsten van de behandeling. De wijze waarop de zorgaanbieders meten is bij een deel van de instellingen gestandaardiseerd. Dit betreft de zorgaanbieders van JeugdzorgPlus en de justitiële jeugdinrichtingen. Er zijn grote verschillen in hoe ver zorgaanbieders zeggen te zijn met het meten van uitkomsten. Enkele zorgaanbieders zijn net begonnen met meten, andere zijn hier al veel verder mee. In de praktijk melden de zorgaanbieders meerdere factoren die het meten van uitkomsten bevorderen of juist belemmeren. Zo is een duidelijke instructie van medewerkers om vragenlijsten te laten invullen in de praktijk een sterke bevorderende factor. Tegelijkertijd blijkt het ontbreken van een helpdesk een grote belemmerende factor. Het is belangrijk dat zowel het bestuur als de werkvloer betrokkenheid en commitment ervaren bij het meten van uitkomsten en dat men intern met elkaar in gesprek gaat over visie, werkwijze en inhoud.

Oordeel en advies inspectie

De inspectie beoordeelt het feit dat de zorgaanbieders bezig zijn met het meten van uitkomsten van behandelingen en hiermee in principe in staat zijn de resultaten te benutten om de kwaliteit van de zorg te verbeteren als positief. Wel kunnen volgens de inspectie veel zorgaanbieders de uitkomsten nog uniformer en vollediger meten. Binnen de JeugdzorgPlus en de justitiële jeugdinrichtingen is het meten van uitkomsten wel gestandaardiseerd.

De inspectie adviseert Jeugdzorg Nederland om aanbieders van jeugdzorg te stimuleren de uitkomsten van behandeling op een goed georganiseerde wijze te meten. Dit bevordert de eenduidigheid en geeft het gebruik van uitkomsten voor kwaliteitsverbetering een belangrijke impuls. Het onderzoek laat zien dat de uitgangssituatie hiervoor gunstig is: alle bevraagde zorgaanbieders hebben de wens om uitkomsten te meten en de uitkomsten te benutten om de kwaliteit te verbeteren. Jeugdzorg Nederland heeft aangegeven kennis te hebben genomen van de aanbeveling en deze na de zomervakantie met haar leden te bespreken.

Beleid

Het meten van uitkomsten van behandelingen en methoden door instellingen wordt door VWS nadrukkelijk gestimuleerd. In dit kader is het ZonMw-programma Effectief werken in de jeugdsector gestart, waarbij ook onderzoek zal worden gedaan naar de effecten van methodieken, instrumenten en interventies die gebruikt worden in het brede veld van de zorg voor jeugd.

Daarnaast wordt door een aantal partners in het jeugdveld (waaronder het Nederlands Jeugdinstituut) intensief samengewerkt met een groot aantal jeugdzorginstellingen aan de invoering en consolidatie van effectmonitoring in de praktijk. Dit Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN) richt zich op de volgende thema’s:

  • Het werken met prestatie-indicatoren;

  • Het gebruik van resultaatgegevens door hulpverleners, managers en beleidsmakers en wetenschappers;

  • Implementatie en doorontwikkeling van effectieve methoden van hulpverlening.

Voorts heeft VWS, mede op verzoek van vragen van de Tweede Kamer, aan bureau Secondant de opdracht gegeven om een quickscan uit te voeren naar de mogelijkheden en naar draagvlak voor de invoering van een uniforme set van prestatie-indicatoren in het brede veld van de zorg voor jeugd. Voor gemeenten kan zo’n set van indicatoren behulpzaam zijn om te beoordelen of de in te kopen hulp of zorg bijdraagt aan de gewenste doelen van de hulpverlening en dus bijdraagt aan een kwalitatief goed aanbod van de zorg voor jeugd. De uitkomsten van deze quickscan verwacht ik in september. Ik zal u hierover zo spoedig mogelijk informeren.

Tenslotte is gestart met het komen tot een zogenoemde effectmonitor JeugdzorgPlus. Het is van groot belang voor professionals en zorgaanbieders dat zij de nieuwe financiers van het jeugdstelsel ervan kunnen overtuigen dat hun aanbod een toegevoegde waarde heeft voor de jeugdige en dat zij hiervoor gebruik maken van de vruchten die eerder genoemde programma’s afwerpen.

In 2013 wordt het systeem voor routine outcome monitoring (ROM) gefaseerd geïmplementeerd in alle JJI’s. Het ROM-systeem voor de JJI's sluit direct aan bij de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer om een methode te ontwikkelen om de (maatschappelijke) effecten van (de verbetermaatregelen inzake) verblijf, behandeling en nazorg van criminele jeugdigen aannemelijk te maken (Kamerstuk 31 215, nr. 8). De gegevens die met de opeenvolgende metingen worden verzameld kunnen worden gebruikt om (individuele) behandelingen te evalueren, zo nodig bij te sturen en te bepalen hoe een eventueel nazorgtraject eruit zou moeten zien. Herhaald meten biedt daarnaast voortdurend leerervaringen en groeimogelijkheden voor zowel individuele behandelaar als organisatie. Tevens kan een ROM-systeem voor de JJI's waardevolle informatie opleveren over de effectiviteit van de in JJI’s toegepaste interventies.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven