31 839
Jeugdzorg

nr. 21
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR JEUGD EN GEZIN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 november 2009

Hierbij informeer ik u over de stand van de wachtlijsten in de jeugdzorg per 1 oktober 2009 van zowel het zorgaanbod als het AMK. Tevens informeer ik u, zoals door mij toegezegd tijdens overleg met uw Kamer, over de stand van zaken bij de stadsregio’s Amsterdam en Rotterdam.

1. Wachtlijstcijfers provinciale jeugdzorg per 1 oktober 2009

Tabel 1 geeft een overzicht van het totaal aantal jeugdigen die langer dan negen weken op zorg wachten, inclusief de jeugdigen die overbruggingszorg ontvangen. In de bijlage vindt u een tabel met het aantal wachtenden uitgesplitst naar provincie (Tabel A).1 Vanaf 1 januari 2008 monitor ik elk kwartaal de stand van de wachtlijstcijfers. Ten opzichte van de stand van 1 januari 2008 zijn de wachtlijsten nu met 41% afgenomen. Dit kwartaal vindt de scherpste daling plaats ten opzichte van een vorig kwartaal, namelijk een daling van 25%. Bij op twee na alle provincies en grootstedelijke regio’s (hierna: provincies) is sprake van een – overwegend forse – daling van de wachtlijst op 1 oktober 2009 ten opzichte van 1 juli 2009.

Tabel 1: wachtlijsten zorgaanbod jeugdzorg

 Aantal wachtenden langer dan 9 weken 
 1 jan 20081 jan 20091 april 20091 juli 20091 okt 2009
Totaal6 3105 5104 8934 9463 693

Tabel 2 geeft een overzicht van het aantal ontvangers van overbruggingshulp. Op 1 oktober 2009 ontvangt 45% van het totaal aantal jeugdigen die wachten overbruggingshulp.

Tabel 2: aantal ontvangers van overbruggingszorg

 Aantal ontvangers van overbruggingszorg 
 1 jan 20081 jan 20091 april 20091 juli 20091 okt 2009
Totaal2 459*2 104202619721 680

* Dit is exclusief de cijfers van Zuid-Holland en LWI Hoenderloo en Harreveld waarvoor de provincie Zuid-Holland penvoerder is. Op dat moment leverde Zuid-Holland deze cijfers niet.

2. Wachtlijstcijfers Advies- en Meldpunt Kindermishandeling per 1 oktober 2009

Tabel 3 geeft voor het AMK een overzicht van het aantal jeugdigen die langer dan vijf dagen wachten voordat het onderzoek begint.

Er zijn dertien provincies waar (nagenoeg) geen sprake meer is van een wachtlijst. Ten opzichte van het vorige kwartaal is het totaal aantal wachtenden gehalveerd.

In de bijlage vindt u een tabel met het aantal wachtenden uitgesplitst naar provincie (Tabel B).1

Tabel 3: wachtlijsten AMK

 Aantal wachtenden langer dan 5 dagen voor start onderzoek 
 1 jan 20081 jan 20091 april 20091 juli 20091 okt 2009
Totaal39527934414777

In tabel 4 wordt de «doorlooptijd van binnenkomst melding» tot «einde onderzoek» weergegeven. De huidige norm voor de doorlooptijd van dertien weken, waaraan nu bijna alle provincies voldoen, moet volgens afspraak ultimo 2009 zijn teruggebracht tot tien weken. Samen met de vijf dagen die staan voor het traject van binnenkomst van de melding tot het besluit tot onderzoek komt de nieuwe maximale doorlooptijd dan uit op 75 dagen. Op 1 januari 2010 moeten alle AMK’s aan deze norm voldoen. De gemiddelde doorlooptijd neemt af. Op 1 oktober 2009 voldoen acht van de vijftien AMK’s aan de nieuwe norm. Het landelijk gemiddelde bevindt zich op de peildatum op de norm, namelijk op 75 dagen.

In de bijlage vindt u een tabel met het aantal wachtenden uitgesplitst naar provincie (Tabel C).1

Tabel 4: stand van zaken doorlooptijd AMK

 Gemiddelde doorlooptijd in dagen van melding tot beëindiging onderzoek 
 1 jan 20081 jan 20091 april 20091 juli 20091 okt 2009
Totaal7880838275

3. Stand van zaken Rotterdam en Amsterdam

In mijn brief van 15 september jl. heb ik u laten weten dat de bestuurders van de stadsregio’s Amsterdam en Rotterdam mij tijdens de gesprekken die ik voerde in augustus niet konden bevestigen dat zij hun prestatieafspraken zouden halen. Zoals aangegeven was het voor mij niet acceptabel dat de prestatieafspraken niet zouden worden nagekomen. Ik heb Amsterdam en Rotterdam dan ook verzocht alsnog de prestatieafspraken te bevestigen en toe te zeggen dat dat zij zich houden aan de afspraken dat er aan het einde van het jaar geen kind langer dan negen weken wacht op zorg, gegeven de verwachte groei.

Ik heb beide bestuurders laten weten dat wanneer zij niet ondubbelzinnig binnen drie weken zouden bevestigen dat zij de gemaakte afspraken zullen nakomen, ik mij genoodzaakt zou zien de aanwijzingsprocedure te starten.

De prestatieafspraken zijn voor elke provincie vastgelegd in een subsidiebeschikking. In deze beschikking is op basis van een veronderstelde groei van 7,8% in 2008 en 8,4% in 2009 en op basis van de wachtlijst die er op 1 januari 2008 was, het aantal extra zorgtrajecten in 2008 en 2009 opgenomen.

Van de bestuurders van Rotterdam en Amsterdam heb ik inmiddels de bevestiging ontvangen dat zij de prestatieafspraken zoals in de beschikking vermeld zullen realiseren. Dit betekent niet één op één dat hiermee ook de wachtlijsten in deze stadsregio’s zullen zijn weggewerkt, omdat zij op dit moment een hogere groei verwachten dan is geraamd. Ik heb de bestuurders van Amsterdam en Rotterdam aangegeven dat ik hun reactie als bevredigend beschouw en dat ik thans geen aanleiding zie tot het starten van een aanwijzingsprocedure.

4. Ten slotte

Op basis van de de gegevens over het derde kwartaal constateer ik dat zich nu een aanzienlijke daling van de wachtlijsten aftekent. Gezien de huidige cijfers van zowel het zorgaanbod als het AMK, mag verwacht worden dat het de meeste provincies zal lukken om op 1 januari 2010 de wachtlijst te hebben weggewerkt. In een aantal provincies is de groei hoger dan verwacht. Zoals ik heb gemeld in het Algemeen Overleg dat ik op 29 september jongstleden met uw Kamer heb gevoerd, is het niet redelijk om van de provincies garanties te verlangen ten aanzien van de zorgvraag die de afgesproken groei te boven gaat. Tegelijk zijn alle inspanningen van die provincies er op gericht om ook die extra vraag op te vangen en van een zorgaanbod te voorzien.

Wanneer de cijfers over het vierde kwartaal bekend zijn, zal ik u definitief informeren over de resultaten van de prestatieafspraken met de provincies over 2008 en 2009.

De minister voor Jeugd en Gezin,

A. Rouvoet


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven