Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201131839 nr. 122

31 839 Jeugdzorg

Nr. 122 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2011

Bijgaand bied ik u 5 rapporten aan die de Inspectie Jeugdzorg heeft opgesteld naar aanleiding van stap 2 van het stapsgewijze toezicht in de jeugdzorgplus.1) Het betreft het toezicht bij De Koppeling, Rentray (locatie Eefde), Wilster, de Otto Gerard Heldringstichting (OGH) en Horizon 13+.

Tevens treft u aan een rapport van de korte toezichtsvariant in jeugdzorg plus. Het betreft het toezicht bij Avenier, locatie Anker.1

Stap 2 stapsgewijs toezicht

De Inspectie Jeugdzorg doet stapsgewijs toezicht naar de kwaliteit van jeugdzorgplus . In 2009 en 2010 heeft de Inspectie het toezicht naar de rechtspositie van de jongeren in jeugdzorgplus uitgevoerd (stap 1). De laatste hertoets van dit toezicht is inmiddels uitgevoerd. Met als resultaat dat de Inspectie vastgesteld heeft dat alle instellingen de rechtspositie voldoende geregeld hebben.

Vanaf 2010 wordt de tweede stap in het toezicht, het leefklimaat in de instelling, uitgevoerd. De Inspectie voert dit toezicht samen met de Inspectie van het Onderwijs.

Het onderzoek naar het leefklimaat is nog niet afgerond. Na afronding maakt de Inspectie een samenvattend beeld over stap 2. Hierin geeft de Inspectie aan wat er goed is aan het leefklimaat en welke verbeterpunten er zijn. In het samenvattende beeld formuleert de Inspectie good practices als stimulans voor verdere verbetering.

Net als in stap 1 van het toezicht is ook bij stap 2 het Kwaliteitskader Gesloten Jeugdzorg het uitgangspunt voor het toezicht. De Inspectie heeft voor stap 2 een toetsingskader opgesteld waarin de thema’s uit het Kwaliteitskader zijn uitgewerkt. De Inspectie toetst in stap 2 op de volgende thema’s:

  • het dagprogramma (routine leefgroep en vrije tijd);

  • passende en aandachtsvolle omgeving;

  • aandacht voor samenstelling groep;

  • voldoende toegerust personeel leefgroep.

De Inspectie oordeelt in twee van de vijf bijgevoegde rapporten dat de kwaliteit van het leefklimaat in instellingen onvoldoende is. Met deze instellingen heeft de Inspectie afgesproken dat de instelling binnen zes weken na ontvangst van het definitieve rapport aan de instelling, een plan van aanpak aan de Inspectie stuurt. In het plan van aanpak beschrijft de instelling hoe zij het leefklimaat van de jongeren gaat verbeteren. Inmiddels zijn de plannen van aanpak opgesteld en aan de Inspectie gestuurd.

In de tweede stap van het toezicht kijken de Inspectie Jeugdzorg en de Inspectie van het Onderwijs naar de samenwerking tussen de school, die binnen de instelling gevestigd is en de instelling.

De beide inspecties oordelen bij twee instellingen dat de samenwerking tussen de school en de instelling onvoldoende is. De instellingen moeten binnen zes weken na ontvangst van het definitieve rapport een plan van aanpak sturen waarin zij beschrijven hoe de samenwerking verbeterd wordt. De indicatoren waarop nu onvoldoende wordt gescoord dienen binnen zes maanden operationeel te zijn.

Bevindingen Inspectie bij Avenier, locatie Anker (stap 1 verkort toezicht)

De Inspectie Jeugdzorg voert haar toezicht uit bij alle instellingen voor jeugdzorgplus maar niet bij alle locaties. De Inspectie wil echter wel zicht krijgen of houden op deze locaties en weten hoe het is gesteld met de rechtspositie van de jongeren en de veiligheid binnen de locatie. Daarom voert de inspectie de korte toezichtsvariant uit op de locaties die zij nog niet heeft bezocht.

In rapport oordeelt de Inspectie dat Avenier, locatie Anker, de rechtspositie en de veiligheid van de jongeren voldoende heeft geregeld.

Vervolg

Het stapsgewijze toezicht door de Inspectie geeft mij niet alleen een beeld van de kwaliteit van de zorg in de jeugdzorgplus maar leidt ook tot verbetering van de kwaliteit. Het toezicht, en eventuele verbeterpunten die daarin worden benoemd, helpt de instellingen om de kwaliteit van zorg nog verder te verbeteren. De eerste stap van het toezicht heeft er mede toe geleid dat de rechtspositie van jongeren in jeugdzorgplus nu voldoende is geregeld.

De bijgevoegde rapporten zijn de eerste rapporten van de tweede stap van het stapsgewijze toezicht. Zodra ik alle rapporten en het samenvattende beeld van de Inspectie jeugdzorg heb ontvangen heb ik een compleet beeld van het leefklimaat in jeugdzorgplus. Op basis van dit beeld informeer ik uw Kamer over eventuele acties die naar aanleiding van deze stap van het toezicht in jeugdzorgplus worden ondernomen.

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. L. L. E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.