31 831 Voorstel van wet van het lid Arib tot wijziging van de Wet Nationale ombudsman in verband met de instelling van de Kinderombudsman (Wet Kinderombudsman)

Nr. 15 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID AASTED MADSEN-VAN STIPHOUT TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 12

Ontvangen 21 april 2010

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel E, wordt in artikel 11d, na het tweede lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. In afwijking van artikel 9:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is de Kinderombudsman niet verplicht een onderzoek in te stellen, indien de klacht een orgaan als bedoeld in artikel 11c, eerste lid, onder b, betreft.

Toelichting

In het wetsvoorstel wordt de mogelijkheid geschapen om niet alleen klachten in te dienen ten aanzien van bestuursorganen, doch ook ten aanzien van alle andere organen, niet zijnde bestuursorganen, die zich bezig houden met een bij of krachtens de wet geregelde taak ten aanzien van jeugdigen of anderszins een taak uitoefenen op het terrein van onderwijs, jeugdzorg, kinderopvang of gezondheidszorg. De Kinderombudsman zal hierdoor een grote toevloed van klachten op allerlei verschillende terreinen krijgen. Nu in het wetsvoorstel titel 9.2. van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing is verklaard op de afhandeling van klachten, betekent dit dat de Kinderombudsman al deze klachten, zowel van bestuursorganen als privaatrechtelijke organen, afgezien van een aantal procedurele afwijsgronden, ook verplicht zal moeten afhandelen. De Kinderombudsman zal daardoor niet toekomen aan de overige aan haar toebedeelde taken zoals onder andere het voorlichten en informatie geven over de rechten van jeugdigen en het gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regering en de Tweede Kamer over wetgeving of beleid dat de rechten van jeugdigen raakt. Dit is niet wenselijk, nu deze taken juist tot de primaire taken van de Kinderombudsman behoren. Met deze wijziging wordt de verplichting tot afhandeling van klachten, beperkt tot klachten omtrent bestuursorganen. Hierdoor zal de Kinderombudsman meer capaciteit overhouden voor haar primaire taken.

De verwijdering van de verplichting om klachten van privaatrechterlijke organisaties als «last-resort» af te handelen betekent overigens niet dat de Kinderombudsman ze niet kan afdoen. Hij is niet verplicht maar blijft bevoegd.

Aasted Madsen-van Stiphout

Naar boven