31 804
Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met onder meer de erkenning en de financiering van de publieke omroep

nr. 65
AMENDEMENT VAN HET LID REMKES

Ontvangen 26 maart 2009

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel I wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL Ia

In de Mediawet 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht:

A

Artikel 2.34c komt te luiden:

Artikel 2.34c

1. De raad van toezicht van de NOS bestaat uit vijf of zeven leden die op voordracht van de raad van toezicht door Onze Minister worden benoemd en die door Onze Minister kunnen worden geschorst en ontslagen.

2. De raad van toezicht wijst uit zijn midden de voorzitter aan.

3. Benoeming geschiedt voor een periode van vier jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.

4. De raad van toezicht wordt zodanig samengesteld dat bestuurlijke ervaring en deskundigheid op de terreinen die relevant zijn voor het media-aanbod dat de NOS verzorgt, aanwezig zijn.

B

Onder vernummering van de artikelen 2.34d tot en met 2.34i tot de artikelen 2.34e tot en met 2.34j wordt na artikel 2.34c een nieuw artikel 2.34d ingevoegd, luidende:

Artikel 2.34d

1. Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de NOS is onverenigbaar met:

a. de functie van lid van de directie van de NOS;

b. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij de NPO of een landelijke publieke media-instelling;

c. het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;

d. het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;

e. een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf direct vallende onder de verantwoordelijkheid van een minister; en

f. het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.

2. Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:

a. ongeschiktheid;

b. disfunctioneren; en

c. onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.

3. Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.

4. De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de evaluatie bedoeld, in artikel 2.184, derde lid, is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in artikel 2.34a. In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.

5. De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NOS een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.

C

In artikel 2.34f (nieuw) komt het tweede lid te luiden:

2. Artikel 2.34d, eerste lid, onderdelen b tot en met f, is van overeenkomstige toepassing op de leden van de directie.

D

Aan artikel 2.184 wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Als in de rapportage, bedoeld in artikel 2.186, eerste lid, betreffende de vorige evaluatie is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan haar publieke taak, bedoeld in artikel 2.34a, vindt in afwijking van het tweede lid in elk geval binnen twee jaar na het tijdstip waarop deze rapportage is uitgebracht, een nieuwe evaluatie plaats.

E

In artikel 7.11, eerste lid, onderdeel a, wordt de zinsnede «2.34a tot en met 2.34i,» vervangen door: 2.34a tot en met 2.34j,.

II

Artikel VI komt te luiden:

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld met dien verstande dat artikel Ia in werking treedt twee jaar na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

Toelichting

Met dit amendement wordt voorkomen dat de leden van de raad van toezicht van de NOS na een slechte evaluatie nog eens vijf jaar de kans krijgen om het beter te doen. Deze tijdsbepaling is volgens de indiener te lang. Tevens is de indiener van mening dat de minister ook de raad van toezicht van de NOS, net als de raad van toezicht van de NPS, na twee slechte evaluaties moet kunnen ontslaan.

Dit amendement regelt derhalve dat de raad van toezicht van de NOS op dezelfde wijze wordt ingericht als de raad van toezicht van de NPS. Tevens regelt dit amendement dat de NOS na een slechte evaluatie binnen twee jaar nogmaals wordt geëvalueerd. Tot slot regelt het amendement dat de leden van de raad van toezicht van de NOS gezamenlijk door de minister kunnen worden ontslagen als in twee achtereenvolgende evaluatierapporten is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan haar publieke taak.

Remkes

Naar boven