31 804
Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met onder meer de erkenning en de financiering van de publieke omroep

nr. 58
AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER HAM C.S.

Ontvangen 24 maart 2009

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel I wordt na onderdeel IIIa een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

IIIaa

In het opschrift van afdeling 2.6.5 wordt na «regionale» ingevoegd: en lokale.

II

In artikel I wordt na onderdeel IIIb een onderdeel ingevoegd, luidende:

IIIba

Na artikel 2.170 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.170a

1. Het College van Burgemeester en Wethouders zorgt voor de bekostiging van het functioneren van de lokale publieke media-instelling als de gemeenteraad een advies als bedoeld in artikel 2.62, eerste lid, heeft uitgebracht en daarbij positief heeft geadviseerd over de vraag of de instelling voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c.

2. De bekostiging betreft vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de lokale publieke omroepdienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat op lokaal niveau in een toereikend media-aanbod kan worden voorzien en continuïteit van bekostiging is gewaarborgd.

3. Als twee of meer gemeenteraden gezamenlijk een advies als bedoeld in artikel 2.62, eerste lid, hebben uitgebracht, en daarbij positief hebben geadviseerd over de vraag of de instelling voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, zorgen de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de desbetreffende gemeenten gezamenlijk voor de bekostiging, bedoeld in het eerste lid.

4. Artikel 2.170, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Dit amendement strekt ertoe de financiering van de lokale publieke omroepen nadrukkelijker terecht te laten komen bij deze omroepen. De voorgestelde regeling is als volgt. Het huidige artikel 2.61, eerste lid, van de Mediawet 2008 bepaalt dat het Commissariaat voor de Media een lokale instelling als publieke media-instelling (lees: een lokale publieke omroep) kan aanwijzen voor de verzorging van de publieke mediadiensten op lokaal niveau. Voor die aanwijzing komen volgens het tweede lid van dat artikel enkel instellingen in aanmerking die aan een aantal eisen voldoen. Eén van die eisen is dat die instelling volgens de statuten een orgaan heeft dat het beleid voor het media-aanbod bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste in de desbetreffende gemeente voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. Er vindt dus een koppeling plaats tussen de financiering van de lokale omroep en het programmabeleidsbepalend orgaan (dat is het orgaan dat het beleid voor het media-aanbod van de lokale omroep bepaalt en dat representatief is voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen in een gemeente). De financiering van de lokale omroep wordt direct gekoppeld aan een positief advies van de gemeenteraad over de representativiteit van het programmabeleidsbepalend orgaan (pbo). Als een gemeenteraad ten onrechte een pbo nietrepresentatief verklaart, staat daartegen beroep en bezwaar open.

Nieuw is dat het onderhavige voorstel toevoegt dat, indien een gemeenteraad positief adviseert over de representativiteit van dat orgaan, de desbetreffende gemeente ook gehouden is die lokale publieke omroep te bekostigen.

Als de groei van het gemeentefonds sinds 2000 wordt meegenomen komt de compensatie via het Gemeentefonds voor 2009 neer op circa € 9,9 miljoen, ofwel € 1,30 per woonruimte. Indexering volgt het Gemeentefonds.

Via dit amendement is voorzien in een evaluatie om de drie jaar. Deze monitoring is een extra middel om de gemeenten hun verplichtingen na te laten komen zonder dat de systematiek van het Gemeentefonds wordt aangetast.

Van der Ham

Van Dam

Atsma

Naar boven