Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 juni 2013
Donderdag 25 april jl. (Handelingen II, 2012/13, nr. 80, item 7, blz. 40–51) heb ik met uw Kamer gesproken over de strategiewijziging van Deutsche
Bank in Nederland en de gevolgen daarvan voor klanten. In dat debat gaf uw Kamer aan
veel belang te hechten aan een snelle en passende oplossing voor de individuele ondernemers
die door de strategische keuze van Deutsche Bank in een moeilijke situatie zijn gebracht.
In dat kader heb ik met uw Kamer afgesproken om, mede op basis van informatie van
ingestelde meldpunten en brancheorganisaties als LTO Nederland en MKB-VNO/NCW Nederland,
dit proces nauwgezet te monitoren. Daarbij gaf ik aan dat ik uw Kamer in juni de stand
van zaken zou rapporteren, zodat we vervolgens met elkaar kunnen vaststellen of de
problemen voor klanten zijn weggenomen en of Deutsche Bank op zorgvuldige wijze omgaat
met haar klanten. Middels deze brief wil ik uw Kamer over de stand van zaken informeren.
In de periode vanaf het debat tot aan dit moment hebben mij enkele klachten bereikt
van individuele ondernemers die aangeven dat de problemen waarmee zij te maken hebben
gekregen door de strategische heroriëntatie van Deutsche Bank nog niet door Deutsche
Bank zijn weggenomen. Deze klachten heb ik, conform mijn toezegging in het debat,
direct onder de aandacht van Deutsche Bank gebracht. Daarnaast heb ik ook geregeld
contact gehad met brancheorganisaties LTO Nederland en MKB/VNO-NCW Nederland en heb
ik gesproken met de onlangs opgerichte Stichting Meldpunt Klachten Deutsche Bank.1 Zij geven in die gesprekken aan dat Deutsche Bank met klanten in gesprek is om samen
met hen tot een passende oplossing te komen. Daarbij merken ze op dat er tegelijk
ook nog enkele klanten blijven bestaan die van mening zijn dat het aanbod van Deutsche
Bank voor hen niet redelijk is en waarbij derhalve geen oplossing tussen beide partijen
wordt gevonden. Daarnaast is het wat de brancheorganisaties betreft vooral van belang
dat Deutsche Bank in de gesprekken met individuele klanten helder toelicht en inzichtelijk
maakt waarom ze in specifieke gevallen bepaalde keuzes maakt. De algemene beleidslijnen
om te komen tot een passende oplossing die Deutsche Bank naar aanleiding van het debat
op haar website heeft gepubliceerd achten LTO Nederland en MKB/VNO-NCW Nederland daarbij
behulpzaam. Daarbij vind ik het positief dat deze organisaties bevestigen dat Deutsche
Bank klachten van individuele ondernemers actief oppakt en met hen daarover in contact
treedt.
De verschillende signalen die mij de afgelopen tijd hebben bereikt – via uw Kamer,
ingestelde meldpunten en de brancheorganisaties LTO Nederland en MKB-VNO/NCW Nederland
– laten een gemengd beeld zien. Enerzijds constateer ik dat Deutsche Bank inspanningen
heeft verricht om haar klanten goed te informeren, adequaat omgaat met binnengekomen
klachten en met de klant in gesprek is om tot een passende oplossing te komen. Tegelijk
moet ik concluderen dat Deutsche Bank er nog niet in is geslaagd om de problemen voor
al haar klanten weg te nemen.
Voorafgaand aan deze tussenrapportage heb ik daarom contact gehad met de CEO van Deutsche
Bank NL, de heer Hoving, om ook van hem inzicht te krijgen in de voortgang van het
proces. De heer Hoving heeft mij aangegeven dat Deutsche Bank met haar klanten in
gesprek is met de intentie om in alle redelijkheid tot een voor beide partijen passende
oplossing te komen. In meerdere gevallen hebben deze gesprekken inmiddels tot een
oplossing geleid, zo gaf de heer Hoving aan. Ten aanzien van de gevallen waarin partijen
er tot op heden niet in zijn geslaagd om tot een redelijke oplossing te komen, doet
de heer Hoving een oproep deze direct onder de aandacht van de Raad van Bestuur van
Deutsche Bank NL te brengen. Tot slot merkte de heer Hoving op dat het in dit proces
om een grote groep klanten gaat, waarbij de individuele omstandigheden steeds per
geval kunnen verschillen en waarvan de afwikkeling nog enige tijd kan vergen. Ik heb
de heer Hoving in het gesprek aangegeven dat ik daarom ook vinger aan de pols zal
blijven houden bij dit proces en ik heb er bij hem op aangedrongen dat ik verwacht
dat Deutsche Bank op redelijke en zorgvuldige wijze omgaat met al haar klanten.
Tot slot wil ik van de gelegenheid gebruik maken om nog terug te komen op een
vraag die het lid Nijboer stelde in het debat van 25 april jl. De heer Nijboer sprak
tijdens het debat zijn zorgen uit over het gebruik van boeteclausules als verkapt
verdienmodel en vroeg mij of hier sprake van is. In het debat heb ik geantwoord dat
Deutsche Bank mij verzekerde dat de boeteclausules niet door haar misbruikt worden
om geld te verdienen. Ik heb verder overigens geen signalen ontvangen dat er door
Deutsche Bank of andere banken misbruik van boeteclausules wordt gemaakt. Daarnaast
houdt De Nederlandsche Bank in haar rol als prudentieel toezichthouder doorlopend toezicht op (mogelijk verkapte) verdienmodellen van banken. Ik hoop op deze
manier de vraag van de heer Nijboer naar tevredenheid te hebben beantwoord.
De Minister van Financiën,
J.R.V.A. Dijsselbloem