Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631787 nr. 14

31 787 Veiligheid en ontwikkeling in fragiele staten

Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BUITENLANDSE ZAKEN EN VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 februari 2016

Graag bieden wij u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 22 januari 2016 over de brief van het parlement van Afghanistan betreffende wederopbouw.

Het kabinet heeft kennis genomen van de brief van de heer Sayed Ekramuddin, de secretaris van het Afghaanse parlement, waarin hij pleit voor meer Nederlandse steun aan Afghanistan.

Als onderdeel van de internationale gemeenschap heeft Nederland zich sinds 2002 ingezet voor het bevorderen van veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling van Afghanistan. Daarbij heeft Nederland niet alleen een bijdrage geleverd aan de wederopbouw van het land, bijvoorbeeld op het gebied van de rechtsstaat, maar ook aan de versterking van het Afghaanse veiligheidsapparaat. Mede door die inspanningen zijn de afgelopen tien jaar aanzienlijke resultaten geboekt, bijvoorbeeld op het gebied van infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en landbouw. Dit resultaat is mede te danken aan de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties die actief zijn in Afghanistan.

Van meet af aan was echter duidelijk dat de ontwikkeling van Afghanistan een proces van lange adem is en dat de resultaten alleen kunnen beklijven in een veilige en stabiele omgeving. De situatie in Afghanistan is nog steeds broos en de resultaten van de ontwikkelingsinspanningen van de internationale gemeenschap zijn niet onomkeerbaar. Daarom heeft Nederland tijdens de Afghanistan-conferentie in Londen (december 2014) toegezegd dat Afghanistan kan blijven rekenen op Nederlandse steun.

Tijdens de NAVO-top in Warschau (6-7 juli 2016) en de Afghanistan-conferentie in Brussel (4-5 oktober 2016) zal de internationale gemeenschap bespreken hoe Afghanistan tussen 2017 en 2020 verder kan worden ondersteund. Bij de NAVO-top gaat het daarbij om de financiering aan het veiligheidsapparaat en bij de Afghanistan-conferentie om financiële steun voor de ontwikkeling van Afghanistan. Over de Nederlandse inzet zal uw Kamer worden geïnformeerd.

Ondanks inspanningen van de internationale gemeenschap, is het uiteindelijk aan Afghanistan zelf te zorgen voor een omgeving waarin een democratische rechtsstaat kan gedijen, waarin de rechten van burgers worden gewaarborgd en ondernemerschap kan floreren.

Afghanistan moet weer op eigen benen kunnen staan. Daarom is het, juist nu de economische groei afvlakt en de veiligheidssituatie broos is, belangrijk dat Afghanistan zelf verantwoordelijkheid neemt voor zijn toekomst. De Afghaanse regering heeft terecht ambitieuze doelstellingen geformuleerd om de economie te versterken, de veiligheid te bevorderen en publieke dienstverlening te verbeteren. Het is daarvoor ook essentieel dat Afghanistan voortvarend te werk gaat bij het bestrijden van corruptie, het bevorderen van respect voor mensenrechten en het versterken van de positie van vrouwen. De Afghaanse regering heeft stappen in de goede richting gezet, bijvoorbeeld door corrupte bestuurders te ontslaan, een aanbestedingscommissie in het leven te roepen en een nationaal actieplan op te stellen voor de uitvoering van VN-veiligheidsraadresolutie 1325 (over vrouwen, vrede en veiligheid). Niettemin blijkt in de praktijk dat corruptie nog steeds wijdverbreid is en dat de rechtsstaat nog te wensen overlaat. Dit ondergraaft het vertrouwen van de Afghaanse bevolking in haar overheid en belemmert economische ontwikkeling.

Nederland heeft reeds ruimschoots aangetoond bereid te zijn Afghanistan te steunen bij de wederopbouw. Nederland verwacht tegelijkertijd dat Afghanistan zelf, ook in de toekomst, voortvarend aan het werk gaat om de structurele randvoorwaarden voor ontwikkeling te versterken.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen