Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 februari 2026
U heeft per brief (kenmerk 2026Z00628) verzocht te reageren op een brief die uw vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn
en Sport (VWS) heeft ontvangen. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.
Allereerst dank ik u voor het delen van dit bericht. Ik vind het belangrijk om deze
signalen te ontvangen. De briefschrijver J.B. vertelt in zijn brief over zijn overleden
vader en de problemen die hij ervaart met de betrokken zorgaanbieder en curator. Ik
wil de briefschrijver via deze weg condoleren met het verlies van zijn vader. Het
is erg verdrietig om te lezen dat meneer niet toe komt aan rouw door de problemen
die meneer ervaart.
Meneer J.B. heeft verscheidene klachten over de inhoud van de zorg en de gang van
zaken bij de zorgaanbieder, zoals het onthouden van bezoek en het vermoeden van medische
fouten. Ik kan niet uitgebreid ingaan op individuele situaties. Ik kan wel aangeven
dat er in de zomer van afgelopen jaar vanuit mijn ministerie contact is geweest met
meneer J.B. Destijds meldde meneer J.B. zich bij het ministerie omdat hij klachten
had over de zorg die zijn vader ontving. Hij is toen gewezen op het Landelijk Meldpunt
Zorg (LMZ) en het Tuchtcollege. In de brief lees ik dat meneer het LMZ betrokken heeft.
Het LMZ is de juiste partij om klachten van dien aard te melden. Het LMZ lost de klacht
niet op, maar geeft informatie en advies over wat meneer J.B. kan doen met zijn klacht.
Het Ministerie van VWS heeft geen rol in het behandelen van individuele klachten in
de zorg.
Daarnaast is meneer ontevreden over de curator. Ik realiseer me dat dit wellicht als
mosterd na de maaltijd komt, maar een klacht over een curator kan met een brief worden
ingediend bij de rechtbank die toezicht houdt op de curator. De rechter onderzoekt
de klacht en kan eventueel maatregelen nemen.
Ik vind het belangrijk dat mensen die problemen ervaren in de zorg gehoord worden.
Het ministerie kan individuele problemen niet oplossen maar wel leren van signalen
over knelpunten in de praktijk. In bredere zin zie ik dat mensen met klachten over
de zorg regelmatig vastlopen in het complexe landschap van procedures en betrokken
instanties. Daarbij worden zij soms van het ene loket naar het andere verwezen. Deze
signalen neem ik mee in de verdere ontwikkeling van beleid rond klachten over de zorg.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
N.J.F. Pouw-Verweij