Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 februari 2026
Op 4 februari jl. heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS),
in samenwerking met ZonMw voor een groot aantal professionals uit o.a. de medische
sector, sociaal domein, bedrijven, kennisinstellingen, bedrijfsartsen en ervaringsdeskundigen
een werkconferentie Vrouwengezondheid georganiseerd. Voorafgaand aan het aankomende
commissiedebat Vrouwengezondheid op 10 februari a.s. informeer ik u over de uitkomsten
van deze werkconferentie.
Doel van de bijeenkomst
De werkconferentie Vrouwengezondheid is een belangrijke stap in de uitwerking van
de Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–20301. Met de Nationale Werkagenda Vrouwengezondheid zet ik in op duidelijke ambities en
concrete acties die bijdragen aan een langer leven in goede gezondheid voor alle meisjes
en vrouwen in Nederland.
Terugblik en resultaten van de bijeenkomst
De conferentie kenmerkte zich door een sterke betrokkenheid en duidelijke bereidheid
tot samenwerking op het terrein van de vrouwengezondheid. Ook was er aandacht voor
de ervaringskennis en de verhalen van vrouwen en is stilgestaan bij de ervaringen
in andere landen en wat we daar in Nederland van leren. De inzichten uit de conferentie
leveren waardevolle input op voor het vervolg. Met de ondertekening van het convenant
«Samen in actie voor betere vrouwengezondheid»2 hebben twaalf partijen het belang van een gezamenlijke inzet op dit terrein benadrukt.
Met het convenant spreken partijen verder af om ook zelf vrouwengezondheid blijvend
op de agenda te zetten, eigen initiatieven te versterken, kennis en data te delen
en samen nieuwe acties te starten. Ik verwacht dat meerdere organisaties de komende
maanden dit voorbeeld volgen. Op de site van ZonMw staat beschreven hoe organisaties
ook zelf bij kunnen dragen aan de beweging naar een betere vrouwgezondheid.
Toekomst
Ik kijk ernaar uit om samen verder te werken aan een Nationale Werkagenda Vrouwengezondheid
in samenhang met bestaande beleidslijnen, zoals die rondom passende zorg en de doorontwikkeling
van richtlijnen voor onderzoek en zorg. Ook ben ik positief over de manier waarop
verschillende initiatiefnemers elkaars initiatieven verder willen brengen, bijvoorbeeld
op het gebied van het verminderen van ziekteverzuim.
Voor de zomer streef ik ernaar uw Kamer te kunnen informeren over de uitwerking van
de werkagenda, de monitoring en de overige ontwikkelingen op het gebied van vrouwengezondheid.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.Z.C.M. Tielen