Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 april 2018
Het is belangrijk dat mensen de juiste zorg krijgen op de juiste plek. Dit vraagt
om goede zorg voor de individuele persoon en om goede organisatie en coördinatie van
zorg. Dit geldt ook voor het eerstelijnsverblijf en andere niet-medisch-specialistische
zorgvormen met tijdelijk verblijf (zoals geriatrische revalidatiezorg en respijtzorg).
Mijn ambtsvoorganger heeft daarom zorgverzekeraars gevraagd, in overleg met de zorgaanbieders,
zorg te dragen voor het regionaal beschikbaar komen van één «loket» waar huisartsen
en ziekenhuizen 24/7 terecht kunnen wanneer zij een plek zoeken, zowel voor (vervolg)zorg
na ontslag uit het ziekenhuis als voor instroom direct vanuit de eerste lijn1. U ontvangt hierbij de brief van Zorgverzekeraars Nederland over de stand van zaken
regionale coördinatiepunten eerstelijnsverblijf en het daarbij behorende overzicht
van deze coördinatiepunten2. Ik informeer u daarnaast over mijn toezegging aan Uw Kamer over de gesprekken van
de NZa met betrokken partijen over de financiële (en mogelijk juridische) belemmeringen
voor regionale coördinatie met betrekking tot het eerstelijnsverblijf (ELV).
Landelijke netwerk regionale coördinatiepunten
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) heeft in november 2017 laten weten dat 1 april 2018
er een landelijk dekkend netwerk van regionale coördinatiepunten ELV zou zijn. Het
doel van deze regionale coördinatiepunten is het geven van inzicht in de beschikbare
capaciteit van eerstelijnsverblijf.
ZN geeft in haar brief aan dat in alle regio’s de coördinatiepunten voor eerstelijnsverblijf
functioneren per 1 april, alleen dat voor Amstelveen in de regio Amstelland en Goes/Vlissingen
in de regio Zeeland nog een centraal telefoonnummer ontbreekt. De telefoonnummers
zullen per 1 mei actief zijn.
Ik ben verheugd dat het per 1 mei overal gelukt is een landelijk netwerk van regionale
coördinatiepunten ELV gereed te hebben. Dat is een belangrijke randvoorwaarde voor
goede zorg aan veelal oudere patiënten en ter vermindering van de druk op de SEH.
Mocht ik signalen ontvangen dat het in een regio toch nog niet goed loopt, neem ik
contact op met de regio om te onderzoeken wat er aan de hand is. Op basis van de bevindingen
zal ik vervolgens de partijen aanspreken op hun verantwoordelijkheden en bevorderen
dat iedereen vanuit hun rol de juiste stappen zet om te komen tot een goed functionerend
coördinatiepunt.
Zoals ik al eerder heb aangegeven, vind ik dat de regionale coördinatiepunten eind
dit jaar inzicht moeten bieden in de beschikbare capaciteit van alle vormen van vervolgzorg
en snel de juiste zorgplek moeten regelen. Om deze verbreding voor elkaar te krijgen,
moeten zorgaanbieders en zorgverzekeraars met elkaar om tafel, evenals andere financiers
en partijen zoals de zorgkantoren en gemeenten. Dit vraagt een regierol van zorgverzekeraars.
Zorgverzekeraars Nederland heeft mij verzekerd dat zorgverzekeraars actief werken
aan de verbreding.
Actiz heeft laten weten dat veel coördinatiepunten al meer soorten zorg coördineren
dan alleen eerstelijnsverblijf. Ik laat de komende maanden goede voorbeelden in beeld
brengen, zodat deze ter inspiratie gebruikt kunnen worden in andere regio’s.
Mogelijke belemmeringen regionale coördinatie
In het AO Acute Zorg van 29 november 2017 (Kamerstuk 29 247, nr. 250) heeft Uw Kamer mij gevraagd of er financiële en/of juridische belemmeringen zijn
voor de regionale coördinatie van eerstelijnsverblijf. De NZa heeft de afgelopen maanden
met betrokken partijen gesproken om helder te krijgen welk probleem er speelt met
de huidige bekostiging van de coördinatiefunctie en welke oplossingsrichtingen mogelijk
zijn die beantwoorden aan de ervaren problemen. Daarbij is ook de verbreding van de
coördinatiefunctie meegenomen.
Zowel Actiz als ZN zijn van oordeel dat er nu geen inzicht is bij de partijen in de
kosten en de inhoud van de coördinatiefunctie. Dit wordt mede ingegeven door de regionale
verschillen in samenwerking, organisatie en financiering van de coördinatiefunctie.
Navraag door Actiz bij regionale coördinatiepunten laat zien dat voor de financiering
nu niet de prestatie ELV wordt ingezet3, maar wordt geput uit andere bronnen. Zorgverzekeraars hebben wel ruimte hiervoor
in de bekostiging van de ELV-prestaties en ik vraag hen deze ruimte ook te benutten.
Voor de korte termijn is afgesproken dat NZa in overleg met de partijen gaat verkennen
waar de beschrijving van de ELV-prestatie kan worden aangescherpt of verduidelijkt.
Daarnaast vraag ik de NZa een analyse te maken van mogelijke bekostigingsopties voor
regionale coördinatiepunten die breder ingezet worden dan voor ELV. Ik heb de NZa
gevraagd de analyse voor de zomer gereed te hebben, zodat de NZa tijd heeft om voorbereidingen
te treffen voor een mogelijke aanpassing die per 2020 van kracht kan worden.
De Minister voor Medische Zorg,
B.J. Bruins