nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN
EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2009
Op 31 oktober 2008 hebben wij u per brief1
op de hoogte gesteld van onze voornemens rond de installatie van de Regieraad
Kwaliteit van Zorg. Hiermee willen wij het benoemen en naleven van kwaliteitscriteria
in de zorg stimuleren door een impuls te geven aan de ontwikkeling en de naleving
van goede richtlijnen2. Vervolgens hebben wij
u op 20 februari jl. laten weten dat we prof. dr. P. A. M.
Vierhout bereid heb gevonden het voorzitterschap van de Regieraad te bekleden3.
Inmiddels zijn in overleg met dhr. Vierhout de taken voor de Regieraad
nader uitgewerkt en is de verdere bemensing van de Regieraad vorm gegeven.
Het instellingsbesluit van de Regieraad en het benoemingsbesluit van de
leden van de Regieraad, beide gepubliceerd in de Staatscourant, treft u bijgaand
aan.4 De Regieraad zal worden ondersteund door
ZonMw. Wij hebben hierbij voor ZonMw gekozen omdat de ondersteunende taak
inhoudelijk zeer nauw aansluit bij de bestaande, uit de wettelijke taak voortvloeiende,
werkzaamheden van ZonMw, waardoor ZonMw over een grote hoeveelheid relevante
kennis beschikt, een goed overzicht heeft over het relevante werkveld en derhalve
ook over een uitgebreid relevant netwerk beschikt. Ter ondersteuning van de
werkzaamheden zoals vastgelegd in de door de minister goed te keuren werkplannen
van de Regieraad, stellen wij middelen ter beschikking voor ondersteunend
onderzoek. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan het inventariseren van knelpunten
en aan onderzoek naar mogelijkheden om deze knelpunten op te lossen. Deze
middelen zijn niet bedoeld voor het ontwikkelen van richtlijnen zelf, dat
is en blijft een verantwoordelijkheid van het veld. Opdrachten voor ondersteunend
onderzoek worden via ZonMw verleend.
Tevens willen wij in deze brief ingaan op uw verzoek om een reactie op
de brief die de KNMG op 20 maart jl. heeft gestuurd aan de Vaste Commissie
voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de voornemens rond de Regieraad.
De minister heeft overigens op 22 april jl. over dit onderwerp gesproken
met de voorzitter van de KNMG en hem onze overwegingen toegelicht.
De KNMG geeft in de genoemde brief aan de taken van de Regieraad nog onduidelijk
te vinden en maakt zich zorgen over de samenwerking met het beroepsveld. Daarnaast
betwijfelt de KNMG of de Regieraad wel voldoende «doorzettingsmacht»
heeft om verbeteringen tot stand brengen.
De voornaamste taken van de Regieraad betreffen het inventariseren van
knelpunten bij het formuleren en het naleven van criteria voor goede en veilige
zorg, het aanreiken van procedures en kennis aan veldpartijen om deze knelpunten
weg te nemen en vervolgens het stimuleren van partijen om daar ook daadwerkelijk
mee aan de slag te gaan. Daarbij is de samenwerking van de Regieraad met het
beroepsveld ook naar onze mening van groot belang. Eén en ander hebben
we expliciet benoemd in het instellingsbesluit en in de evaluatiecriteria
die daarin voor de Regieraad zijn opgenomen.
De verantwoordelijkheid voor het definiëren wat verantwoorde zorg
is, en voor het vervolgens ook daarnaar handelen, ligt primair bij het beroepsveld.
Dat moet ook zo blijven. Tegelijkertijd kan worden geconstateerd dat er grote
(regionale) verschillen bestaan tussen zorgaanbieders in de wijze van zorgverlening
die niet zijn toe te rekenen aan demografische of epidemiologische factoren.
Dit wijst op gebrek aan overeenstemming over wat kwalitatief goede zorg nu
precies is.
Alleen al het inzichtelijk maken van dergelijke verschillen biedt handvatten
voor zorgaanbieders om de zorgverlening te verbeteren. Het dwingt tot nadenken
over waarom de zorg wordt verleend zoals die wordt verleend en hoe zich dat
verhoudt tot de door de beroepsgroepen geformuleerde standaarden. Dat is van
belang voor de professionals zelf, maar ook voor de toezichthouder op de kwaliteit
van die zorg die behoefte heeft aan zo concreet mogelijke kwaliteitscriteria.
Zoals gezegd is het aan de beroepsgroepen zelf om het formuleren en het
naleven van kwaliteitscriteria voortvarend op te (blijven) pakken. Maar wanneer
dit proces onvoldoende voortgang laat zien, wordt het risico groter dat anderen
dan de beroepsgroepen (verzekeraars, politiek) standaarden gaan formuleren
en afdwingen. In dit perspectief zien wij de Regieraad Kwaliteit van Zorg
als een helpende hand richting de partijen in het zorgveld.
Daarbij is van belang om vast te stellen dat kwalitatief goede zorg niet
alleen een zaak van artsen is. Ook zaken als de samenwerking tussen de verschillende
disciplines, de samenwerking tussen artsen en het verpleegkundig personeel
of de organisatie van de zorgverlening binnen de zorginstelling moeten goed
geregeld zijn om veilige en doelmatige zorg te kunnen leveren. Al deze aspecten
stellen eisen aan de formulering van kwaliteitscriteria. Deze brede invalshoek
rechtvaardigt een partij die de verschillende veldpartijen overstijgt, die
etaleert waar verbeteringen mogelijk zijn en die instrumenten aanreikt om
verbeteringen vorm te geven. Vervolgens is het aan het beroepsveld om deze
verbeteringen in eigen kring op te pakken. Wij gaan ervan uit dat men dat
ook serieus doet.
Overigens is hier een parallel te trekken met de ontwikkelingen in de
jaren ’90 van de vorige eeuw binnen de rechterlijke macht, die destijds
hebben geleid tot de oprichting van de Raad voor de Rechtsspraak. Stimulering
van transparantie over prestatieverschillen tussen rechtbanken op bijvoorbeeld
doorlooptijden, kwaliteit van de motivering van vonnissen en verschillen in
strafmaten bij soortgelijke delicten heeft geleid tot een grotere uniformering
en standaardisatie van de prestaties in die sector. En dat alles vanuit de
overtuiging dat zonder eigen actie de rechtsspraak zich in een afhankelijke
positie van derden zou plaatsen.
Over de door de KNMG gewenste inspraak van het beroepsveld bij de benoeming
van de leden van de Raad merken wij op dat we er zeer aan hechten dat de leden
van de Regieraad onafhankelijk en deskundig zijn en vanuit die competenties
een bijdrage kunnen leveren aan veilige en doelmatige zorg. De Regieraad moet
geen overlegorgaan zijn van belangenvertegenwoordigers. Wij zijn ervan overtuigd
dat met de huidige bezetting van de Regieraad die onafhankelijkheid en deskundigheid
goed is geborgd.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink
De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Bussemaker