Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201731765 nr. 251

31 765 Kwaliteit van zorg

Nr. 251 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 november 2016

Op verzoek van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport duid ik in deze brief wat de wettelijke instrumenten zijn om het kwaliteitskader verpleeghuiszorg af te dwingen.

Zoals ik u eerder heb geschreven, heeft het Zorginstituut de ambitie uitgesproken om per 1 januari 2017 een eerste kwaliteitskader op te leveren. Daarin zullen in ieder geval de basisveiligheid en bijbehorende indicatoren en de leidraad verantwoorde personeelssamenstelling een plek krijgen. Vervolgens zal worden gewerkt aan een verdere vulling van het kwaliteitskader. Het uiteindelijke kwaliteitskader zal, naast een eventuele overkoepelende beschouwing over de ontwikkeling van de verpleeghuiszorg, de volgende elementen bevatten:

  • een kwaliteitsstandaard waarin goede zorg vanuit het perspectief van de cliënt is beschreven,

  • één of meerdere informatiestandaarden, die beschrijven welke gegevens zorgaanbieders in hun primaire proces vastleggen en welke informatie zij uitwisselen, bijvoorbeeld ten behoeve van doorverwijzing of multidisciplinair overleg, en

  • één of meerdere meetinstrumenten; de verzamelnaam voor kwaliteitsindicatoren en cliëntvragenlijsten, die beschrijven wat gemeten moet worden en hoe de gegevensverzameling moet worden uitgevoerd.

Dit kwaliteitskader wordt ingeschreven in het openbaar register dat het Zorginstituut bijhoudt. Eenmaal opgenomen in dit register maakt het kader onderdeel uit van het begrip goede zorg uit de Wet kwaliteit klachten geschillen zorg (Wkkgz). Voor de verpleeghuiszorg normeert het kwaliteitskader dus wat goede zorg is.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) ziet op de toepassing van deze normen toe. Vooruitlopend op de ontwikkeling van het kwaliteitskader is de IGZ in 2015 gestart met de vormgeving van haar nieuwe toezichtkader en toezichtinstrument. De thema’s in het toezichtkader van de IGZ zijn (op hoofdlijnen) dezelfde als de thema’s in het concept kwaliteitskader. Vanaf 15 november 2016 start de IGZ een pilot met het nieuwe toezichtinstrument. De IGZ zal de ontwikkelingen van het kwaliteitskader nauwgezet volgen en daarop aansluiten. Daarmee kan de IGZ het kwaliteitskader gefaseerd integreren in het toezicht. Met een dergelijke gefaseerde invoering heeft de IGZ goede ervaringen opgedaan bij het toezicht op het omgaan met onbegrepen gedrag. Dat laat overigens onverlet dat de IGZ ook nu al toezicht houdt op de aanwezigheid van voldoende en voldoende deskundig personeel en daarop handhaaft wanneer de zorg als gevolg van tekorten op dat gebied door de bodem dreigt te zakken. Dit geldt ook voor andere reeds bekende thema’s.

Zoals eerder gezegd in deze brief zal het kwaliteitskader één of meerdere meetinstrumenten bevatten. Op 1 januari 2017 zullen de indicatoren voor basisveiligheid gereed zijn. Ook daarmee kan beoordeeld worden of zorgaanbieders voldoen aan het kwaliteitskader. Zorgaanbieders zijn namelijk verplicht om binnen de in het meetinstrument gestelde termijn kwaliteitsgegevens aan het Zorginstituut aan te leveren. Voor zorgaanbieders die nalaten om kwaliteitsgegevens aan te leveren is via de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) geregeld dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) een zorgaanbieder een aanwijzing kan geven gericht op naleving van deze verplichting, inclusief de mogelijkheid een last onder dwangsom of boete op te leggen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn