Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201631765 nr. 210

31 765 Kwaliteit van zorg

Nr. 210 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2016

Hierbij stuur ik u het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg «Het operatieve proces in de cardiothoracale chirurgie: veel aandacht voor de patiënt, elkaar aanspreken verbetert de uitvoering»1. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: de IGZ) rapporteert hierin over haar toezicht op het operatieve proces. De IGZ voert sinds 2006 toezicht uit op de kwaliteit van het operatief proces in algemene en academische ziekenhuizen. De IGZ doet dit door jaarlijks een aantal ziekenhuizen onaangekondigd te bezoeken. De kwaliteit van de operatieve zorg was door de IGZ nog niet eerder getoetst in de cardiothoracale centra. Daarom is deze sector thans bezocht.

Korte samenvatting

De IGZ heeft in 2015 twaalf van de zestien centra voor cardiothoracale chirurgie (onaangekondigd) bezocht. In deze centra worden hart- en longoperaties uitgevoerd. Het operatieve proces is één van de risicovolle processen met percentueel gezien de hoogste kans op schade in de Nederlandse ziekenhuizen.

De IGZ heeft getoetst op de geldende richtlijnen en protocollen, dossieronderzoek gedaan, observaties tijdens operaties verricht en patiënten gesproken. In het rapport stelt de IGZ dat de meeste bezochte cardiothoracale centra de operatieve zorg op orde hadden. De medicatieveiligheid was vrijwel overal voldoende. In alle bezochte ziekenhuizen werden patiënten voor- en na de operatie goed geïnformeerd. De IGZ blijft aandacht vragen voor belangrijke aspecten in het gedrag van professionals, waardoor het ontstaan van infecties voorkomen kan worden. Er blijft ruimte voor verbetering. De IGZ dringt er bij alle professionals op aan aandacht te houden voor het aanspreken van elkaar bij onvoldoende naleving van de richtlijnen.

Onderzoek en bevindingen van de IGZ

Getoetst is op verschillende normen uit het operatieve proces zoals de richtlijnen van het operatieve traject, de Werkgroep Infectiepreventie (WIP) en het Convenant medische technologie. De richtlijnen voor operatieve zorg omvatten zowel de richtlijnen van de NVT (Nederlandse Vereniging voor Thoraxchirurgie) als die van de NVA/NVvH (Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie/Nederlandse Vereniging voor Heelkunde). Per 6 februari 2016 heeft de NeSECC (de Nederlandse Sociëteit voor Extra-Corporale Circulatie) een richtlijn gepubliceerd over toepassing van extracorporale circulatie ondersteuningen. Deze richtlijn zal onderdeel zijn van het toekomstig toezicht door de IGZ. Wel is al op enkele aspecten hiervan getoetst.

In de richtlijnen wordt het proces beschreven dat de patiënt moet doorlopen in het ziekenhuis, waarbij aan de hand van beslismomenten of stopmomenten een (veiligheids)check wordt uitgevoerd op de uitgevoerde activiteiten. Voor het onderzoek heeft een dossierscreening plaatsgevonden, waarbij 72 patiëntendossiers zijn geanalyseerd. De aanwezige protocollen zijn getoetst en de informatieoverdracht aan patiënten is bij de patiënten uitgevraagd. De IGZ heeft in alle twaalf cardiothoracale centra observaties uitgevoerd van het traject dat patiënten doorlopen vanaf de holding en operatiekamer tot en met de overdracht op de intensive care. Ook is gekeken naar infectiepreventie in de techniek en via de lucht, het onderhoud van medische apparatuur en de medicatieveiligheid.

Wat gaat er goed:

  • In zes ziekenhuizen werden de richtlijnen voldoende nageleefd en was nader onderzoek niet nodig.

  • De informatieverstrekking aan patiënten voorafgaand aan de operatie over indicatie, alternatieven en na de operatie over nazorg en leefstijlbeperkingen was in alle bezochte ziekenhuizen voldoende. Patiënten waren hier zonder uitzondering erg tevreden over.

  • Dubbelcheck bij medicatietoediening en het juist gebruiken van propofol was in de bezochte ziekenhuizen duidelijk verbeterd ten opzichte van bevindingen uit de inspectieonderzoeken in voorgaande jaren.

Wat kan er beter:

  • In drie bezochte centra was verbetering nodig in de structuur en uitvoering van overdrachtsmomenten en de time-outprocedure. Zij werden opgedragen om deze binnen twee maanden te verbeteren, in de derde maand na het bezoek een audit uit te voeren en het rapport daarvan naar de inspectie te sturen. De inspectie heeft deze auditrapportages ontvangen, in alle gevallen als voldoende beoordeeld en daarmee het onderzoek afgesloten.

  • In drie ziekenhuizen werden de richtlijnen op enkele belangrijke punten onvoldoende nageleefd:

    • Het tellen van instrumenten, gazen en disposables aan het eind van de operatie moet beter, dit werd niet altijd consequent door twee personen uitgevoerd.

    • Het aantal deurbewegingen tijdens operaties kan minder en haren moeten beter bedekt worden door de muts.

Deze ziekenhuizen kregen een herstelperiode van twee maanden waarna een onaangekondigd herhaalbezoek plaatsvond. Uiteindelijk voldeden ook deze ziekenhuizen aan de richtlijnen.

Reactie

In het rapport geeft de IGZ aan dat zij gedurende de afgelopen jaren veel aandacht heeft gegeven aan het operatief proces en alle partijen nadrukkelijk heeft gestimuleerd tot kwaliteitsverbetering. Daarbij heeft zij de lat steeds hoger gelegd. De IGZ constateert een duidelijke verbetering in de naleving van die richtlijnen. Tegelijkertijd moet echter geconstateerd worden dat in zes van de twaalf bezochte centra de protocollen niet dan wel onvoldoende werden nageleefd. Na de gegeven herstelperiode bleken alle bezochte cardiothoracale centra te voldoen aan de eisen gesteld in de protocollen en richtlijnen.

Gezien de bevindingen van de IGZ in deze centra onderschrijf ik de conclusie van de IGZ dat ook de komende jaren aanhoudend toezicht vanuit de IGZ noodzakelijk blijft. Het is belangrijk dat ziekenhuizen blijvend aandacht houden voor de structuur en uitvoering van de overdrachtsmomenten en de time-outprocedure, omdat juist op deze momenten belangrijke informatie gemist kan worden. Alle professionals binnen het operatieve proces moeten aandacht blijven houden voor het aanspreken van elkaar bij onvoldoende naleving van richtlijnen, met name met betrekking tot hygiëne en infectiepreventie.

Gezien de bevindingen en omdat de IGZ de afgelopen jaren veel aandacht heeft besteed aan de naleving van de richtlijnen en een duidelijke verbetering in de naleving constateert, ziet zij grootschalige toezichtactiviteiten in ziekenhuizen op dit onderwerp momenteel niet als zinvol. Wel zal de IGZ de komende jaren onaangekondigde bezoeken afleggen aan operatieafdelingen wanneer zij signalen krijgt dat de kwaliteit van zorg niet voldoet. In dat geval zal de IGZ zo nodig handhavend optreden conform het toetsings- en handhavingskader. Ik kan mij vinden in deze acties, die de IGZ in haar rapport voorstelt.

Ik spreek met de IGZ de verwachting uit dat alle bezochte ziekenhuizen het niveau weten vast te houden zoals zij hebben bereikt na het doorvoeren van de noodzakelijke verbeteringen en dat de niet bezochte ziekenhuizen zich spiegelen aan dit rapport.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl