nr. 67
VERSLAG OVER HET VERZOEKSCHRIFT1 VAN J.
R. TE A.2 BETREFFENDE VERBLIJFSVERGUNNING
Vastgesteld 10 september 2009
Klacht
Verzoekster klaagt dat haar partner geen verblijfsvergunning in het kader
van de generaal pardonregeling is verleend. Ook heeft zij een klacht ingediend
over de lange duur van de behandeling van het bezwaarschrift tegen de intrekking
van het aanvankelijke aanbod voor een verblijfsvergunning.
Feiten
De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) heeft de partner van verzoekster
een aanbod gedaan voor een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling
Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet (de generaal pardonregeling).
Dit aanbod is ingetrokken wegens het voeren van meer identiteiten door en
criminele antecedenten van betrokkene. In de pardonregeling is opgenomen dat
geen verblijfsvergunning wordt verleend als betrokkene een gevaar vormt voor
de openbare orde bijvoorbeeld door een veroordeling tot tenminste een maand
onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De partner van verzoekster is zes maal
veroordeeld tot tenminste een maand onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verzoekster
is in beroep gegaan bij de rechtbank tegen de ongegrondverklaring van het
bezwaar; deze procedure is nog aanhangig.
Verzoekster heeft een klacht ingediend bij de IND over het uitblijven
van de beslissing op haar bezwaar; de klacht is gegrond verklaard.
Overwegingen
Verzoekster voert aan dat de verblijfsvergunning ten onrechte is geweigerd
omdat er niet veel verschil zit in de opgegeven personalia en omdat de strafrechtelijke
veroordelingen dateren van meer dan 9 jaar geleden. Zij heeft een klacht ingediend
bij de IND wegens het overschrijden van de beslistermijn op haar bezwaarschrift
door het dossier op een voorraad van zaken te leggen.
Oordeel van de commissie1
Verzoekster is onzorgvuldig behandeld door het niet binnen de wettelijke
termijn behandelen van haar bezwaarschrift. Hiervoor zijn haar excuses aangeboden.
De vraag of terecht geen verblijfsvergunning is verleend, kan in het kader
van de aanhangige beroepsprocedure worden beantwoord.
Voorstel aan de Kamer
Er is geen aanleiding om de Kamer een voorstel te doen.
De voorzitter van de commissie,
Remkes
De griffier van de commissie,
De Gier
XNoot
1Dit adres en de stukken welke de commissie bij haar onderzoek ten dienste
hebben gestaan, liggen op het commissiesecretariaat Verzoekschriften, Lange
Poten 4, Den Haag, ter inzage van de leden.
XNoot
2Naam en adres van verzoeker zijn de commissie bekend.
XNoot
1De commissie bestaat uit de leden: Remkes (VVD), voorzitter, Van Gent
(GL), Depla (PvdA), Jager (CDA), ondervoorzitter, Dezentjé Hamming
(VVD), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Luijben (SP) en Anker (CU) en de plaatsvervangende
leden Azough (GL), Blok (VVD), Çörüz (CDA), Van Miltenburg
(VVD) en Blanksma-van den Heuvel (CDA).