Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331753 nr. 62

31 753 Rechtsbijstand

Nr. 62 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 april 2013

Tijdens het VAO van 2 april jl. naar aanleiding van het AO over de quick scan volume-effecten gesubsidieerde rechtsbijstand, hebben de leden Van der Steur en Recourt een motie ingediend waarin de regering wordt opgeroepen in overleg te treden met de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) om op een verantwoorde manier ervaring op te doen met no cure, no pay in enige vorm en de Kamer over de resultaten van dit proefproject te informeren.1 Ik heb in antwoord daarop toegezegd dat ik met de NOvA hierover in overleg zal treden. Tijdens het AO op 14 maart jl. heb ik toegezegd aan dit onderwerp aandacht te besteden in de brief die ik aan Uw Kamer zal sturen over de stelselvernieuwing rechtsbijstand.

Op 9 april jl. heeft het lid De Wit verzocht de stemming over de motie aan te houden en gevraagd over dit onderwerp een brief aan uw Kamer te zenden. Graag voldoe ik met deze brief nu aan dat verzoek in plaats van bij de brief over de stelselvernieuwing rechtsbijstand.

Voorgeschiedenis

Ter inleiding wijs ik er op dat het onderwerp een voorgeschiedenis heeft. Ik breng in herinnering dat de toenmalige minister van Justitie in 2005 een eerdere verordening van de NOvA die no cure no pay toestond voor vernietiging bij de Kroon heeft voorgedragen. Thans staat het de advocaat niet vrij overeen te komen, dat slechts bij het behalen van een bepaald gevolg een honorarium in rekening wordt gebracht. Ook mag een advocaat niet overeenkomen, dat het honorarium een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand bereikte resultaat.

Binnen de balie leeft al langere tijd de wens met resultaatgerelateerde vorm van beloning te experimenten. De idee bestaat dat op het gebied van letsel- en overlijdenschade voor een deel van de rechtzoekenden de toegang tot het recht met deze honoreringsmethode kan worden vergroot door dat hiermee soms hoge financiële drempels kunnen worden weggenomen. Te denken valt hierbij niet alleen aan de kosten van de advocaat, maar ook aan de kosten van onder meer medische deskundigen en arbeidsdeskundigen, de mogelijke veroordeling in de proceskosten en dergelijke.

Mede naar aanleiding van overleggen met uw Kamer over slachtoffers van letsel- en overlijdensschade, heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie op 2 december 2009 en 12 april 2010 aan uw Kamer gemeld, dat het wenselijk is te komen tot ontwikkeling van vormen van resultaatgerelateerde beloning.2

Ook ik meen dat de toegang tot het recht ermee gebaat is als de advocatuur nieuwe, voor de rechtzoekende aantrekkelijke, betalingsarrangementen ontwikkelt en aanbiedt. Voorwaarde is echter, dat de onafhankelijkheid van de advocaat niet in gedrang komt. Met het oog daarop heb ik eerder de NOvA gevraagd na te denken over een experiment met resultaatgerelateerde beloning.

Zorgvuldige afweging

Zowel de NOvA als de regering is het er om te doen dat voor rechtzoekenden met een reële schadeclaim een effectieve toegang tot het recht voldoende gewaarborgd is. Daarin is het doel van deze bekostigingsmethodiek gelegen. Ook binnen de advocatuur ziet men het belang van een zorgvuldige afweging ten aanzien van de vorm waarin op verantwoorde wijze het toestaan van resultaatgerelateerde beloning kan worden beproefd.

Mijn voorzichtigheid – en dat geldt ook voor de NOvA – op dit punt is ingegeven door de onmiskenbare kwetsbaarheden die aan de resultaatgerelateerde beloning kunnen kleven. Zo kan bij resultaatgerelateerde beloning, afhankelijk van de vorm daarvan, de advocaat een substantieel eigen financieel belang krijgen bij de uitkomst van de zaak. Daarmee zou de noodzakelijke onafhankelijke positie van de advocaat, een van de kernwaarden van de advocatuur, in het gedrang kunnen komen. Verder is van belang dat resultaatgerelateerde beloning alleen in schadevergoedingszaken waarbij de aansprakelijkheid nog niet vast staat een verbreding van de toegang tot het recht kunnen betekenen. Ook kan de advocaat niet verplicht worden op basis van deze wijze van honorering een zaak aan te nemen. Daarbij dient verder in het oog gehouden te worden dat deze vorm van honorering voor een advocaat een risico inhoudt, dat hij mogelijk inhoudelijk wel zou willen nemen, maar dat hij gelet op zijn praktijk niet verantwoord acht om te nemen. Tevens kan het nemen van dergelijke risico’s leiden tot prijsverhogingen om dit risico af te dekken. Kortom, toetssteen voor een experiment is de of kernwaarden van de advocatuur en de belangen van rechtzoekenden, niet in het gedrang komen.

Geen «Amerikaanse toestanden»

In de discussie over resultaatgerelateerde beloningsvormen wordt dikwijls gewezen op het gevaar van «Amerikaanse toestanden». Vooral de combinatie van no cure no pay, excessieve vorderingen en het agressief werven van aantrekkelijke claims (ambulance casting). Dat ligt niet voor de hand. Een aantal belangrijke verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten maken dat de Amerikaanse wijze van declareren niet eenvoudigweg valt door te trekken naar Nederland. Inkomstenderving wordt bij schade in Nederland grotendeels opgevangen door de sociale zekerheid. In de Verenigde Staten is een groot deel van de bevolking voor dekking van inkomstenderving en medische kosten aangewezen op particuliere verzekering, die vaak kostbaar is. Hierdoor komt het vaker voor dat gedupeerde werknemers bij schade rechtstreeks hun werkgever aanspreken, die op zijn beurt weer de verzekeraar aanspreekt. Bovendien is het in veel staten mogelijk dat schadevergoedingen uit verschillende bronnen verkregen worden (the collateral source rule). Er wordt bij de bepaling van de schade-uitkering geen rekening gehouden met uitkeringen die de benadeelde uit andere bronnen kan opeisen, zoals sociale zekerheid. In de Verenigde Staten kent men ook nauwelijks publieke voorzieningen voor rechtsbijstand. Ook het systeem van juryrechtspraak leidt tot hogere schadevergoedingen. De emotionele betrokkenheid van de jury zorgt ervoor dat uitspraken vaker in het voordeel van het slachtoffer zijn.3 De jury houdt bij de vaststelling van het te vergoeden bedrag veelal rekening met het gegeven, dat de benadeelde een deel daarvan als honorarium aan zijn advocaat moet afstaan. De mogelijkheid tot toekenning van punitive damages (opgelegde civiel rechtelijke boete als straf voor de producent) bovenop de vergoeding voor geleden schade maakt procederen zowel voor de advocaat, die immers een gedeelte van de claim als vergoeding ontvangt, als voor de benadeelde winstgevend.

In Nederland kennen wij geen punitive damages. Veel geschillen worden buiten rechte beslist en de gang naar de rechter geldt als ultimum remedium. De rechter voert een gematigd beleid ten aanzien van het toekennen van schadevergoedingen. Hierdoor acht ik de risico’s op een excessieve claimcultuur bij ons relatief gering. Verder hebben wij een gedifferentieerd stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Ook bestaan er veel vormen van privaat gefinancierde rechtsbijstand (vakbonden, ANWB, Consumentenbond e.d.) en er is een sterk groeiende sector rechtsbijstandverzekering.

Experiment

De NOvA heeft mij gemeld dat een experiment met resultaatgerelateerde beloning naar het zich laat aanzien zijn neerslag zal krijgen in een wijziging van de Verordening op de praktijkuitoefening (onderdeel Resultaatgerelateerde Beloning). Afgelopen maand is een concept van de wijzigingsverordening besproken in het College van Afgevaardigden van de Orde. Deze bespreking heeft nog niet tot vaststelling van de wijzigingsverordening geleid. In de College vergadering van juni aanstaande zal een aangepaste versie van de wijzigingsverordening worden besproken. De Orde koerst op inwerkingtreding van de verordening en dus het experiment per januari 2014. Verordeningen van de Orde kunnen door de Minister van Veiligheid en Justitie voor vernietiging worden voorgedragen bij de Kroon. Via die weg ben ik ook betrokken bij de besluitvorming hierover.

Met de leden Van der Steur en Recourt ben ik het graag eens dat het van belang is dat door een experiment ervaring kan worden opgedaan. Ervaring is de beste leermeester. Op basis daarvan kan worden bezien of deze, of een vergelijkbare, wijze van honorering breder ingevoegd kan worden. Hoewel ik op deelgebieden mogelijkheden zie, moet met dit onderwerp pas na zorgvuldige overweging op basis van opgedane ervaringen worden besloten.

Al met al illustreren de grote voor- en nadelen die verbonden zijn aan de resultaatgerelateerde beloning het belang van een zorgvuldig afgewogen proef op dit terrein. Ik kijk daarom met belangstelling uit naar de verordening die de NOvA tot stand zal brengen. Met de NOvA zal ik nader overleg voeren over het experiment en over de inrichting van de evaluatie.

Over de definitieve verordening en de inrichting van de evaluatie zal ik uw Kamer te zijner tijd informeren.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven


X Noot
1

Kamerstuk 31 753, nr. 61

X Noot
2

Kamerstuk 32 123 VI, nr. 72 en Kamerstuk 32 123 VI, nr. 93.

X Noot
3

Cooter R., – Law and economics, New York, 2000.