Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231753 nr. 52

31 753 Rechtsbijstand

Nr. 52 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 juli 2012

1. Inleiding

Bij brieven van 31 oktober 2011 en 4 mei 2012 (Kamerstuk 31 753, nrs. 39 en 51) heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn voornemen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand te vernieuwen en de denkrichtingen die in dat verband nader zouden worden bekeken. In deze brief beschrijf ik welke veranderingen in het stelsel ik beoog, alsmede de stappen die ik zal zetten ter voorbereiding van deze veranderingen.

In de periode van november 2011 tot maart 2012 heeft een brede consultatie plaatsgevonden van partijen die werkzaam zijn binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand of daarbij nauwe betrokkenheid hebben. Deze consultatie had tot doel denkrichtingen voor vernieuwing te inventariseren en bediscussiëren. Door de brede opzet is een goed beeld ontstaan van de effectiviteit en de praktische haalbaarheid van de diverse denkrichtingen. Aan de consultatie is, naast de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en de raad voor rechtsbijstand, deelgenomen door het Juridisch Loket, de sociale advocatuur, het Verbond van Verzekeraars, het Landelijk Overleg Sociaal Raadslieden, de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders en de Raad voor de Rechtspraak.

Uit de consultatie is gebleken dat er breed draagvlak bestaat voor verdieping en verbreding van de eerstelijns rechtsbijstand. Ten aanzien van de denkrichtingen leenstelsel en aanbesteding van gesubsidieerde rechtsbijstand toonden de geconsulteerde partijen zich overwegend kritisch. Ik licht dit toe.

2. Uitkomsten van de consultatie ten aanzien van de eerste lijn

In eerstelijns rechtsbijstand wordt thans voorzien door het Juridisch Loket. Het Juridisch Loket heeft tot taak minder draagkrachtige rechtzoekenden kosteloos van juridisch advies te voorzien. De juristen van het Juridisch Loket staan rechtzoekenden te woord met vragen op een groot aantal rechtsterreinen, waarvan het merendeel betrekking heeft op arbeidsrecht, verbintenissenrecht en personen- en familierecht. Het Juridisch Loket mag niet namens rechtzoekenden optreden. Indien vertegenwoordigende handelingen noodzakelijk zijn voor oplossing van een geschil verwijst het Juridisch Loket door naar de zogenaamde tweedelijns rechtsbijstand. De rechtzoekende krijgt in dat geval het advies zich te wenden tot bijvoorbeeld een advocaat of mediator die voor hem als vertegenwoordiger een aanvraag voor gesubsidieerde rechtsbijstand (toevoeging) kan indienen bij de raad voor rechtsbijstand.

Uit de consultatie is gebleken dat het ontbreken bij het Juridisch Loket van ervaring met (buiten)gerechtelijke geschiloplossing door veel betrokkenen als een gemis wordt gezien. Met deze ervaring zou het Juridisch Loket vaker in staat zijn burgers een realistisch beeld te schetsen van de mogelijke uitkomst van hun geschil, al dan niet in de tweede lijn. Ook zou hiermee de filterende functie van het Juridisch Loket aan diepgang winnen, doordat zaken zonder kansrijk perspectief of reëel belang minder vaak naar de tweede lijn worden doorverwezen. Daarnaast is tijdens de consultatie opgemerkt dat thans nog veel geschillen de tweede lijn bereiken die met een korte interventie in de eerste lijn zouden kunnen worden opgelost. Als de meer eenvoudige zaken eenvoudig en snel in de eerste lijn kunnen worden afgedaan, is de burger beter geholpen, wordt de kwaliteit binnen het stelsel vergroot en kan op de kosten van de (duurdere) tweede lijn worden bespaard.

3. Uitgangspunten voor vernieuwing van eerstelijns rechtsbijstand

Verbreding en verdieping van de eerste lijn dragen bij aan een voor de burger toegankelijker stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand, aan vergroting van de kwaliteit en dus vergroting van het probleemoplossend vermogen binnen de eerste lijn en aan vergroting van de financiële beheersbaarheid van het stelsel. Zij vormen daarmee belangrijke uitgangspunten voor vernieuwing van het stelsel. Mijn streven is om hier, in samenspraak met de verantwoordelijke ketenpartijen, vorm aan te geven.

Ten eerste wil ik professionele juridische dienstverleners betrekken bij de uitvoering van de eerste lijn om de ervaring binnen de eerste lijn met (buiten)gerechtelijke geschiloplossing te vergroten. Daarbij denk ik in eerste instantie aan de advocatuur. Maar ook mediators, gerechtsdeurwaarders en notarissen kunnen in voorkomende gevallen voorzien in een adequate en passende oplossing van een juridisch geschil. Door deze partijen bij de uitvoering te betrekken zullen de kwaliteit en het gezag van de eerste lijn toenemen. Doorverwijzing naar een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand ligt niet in de rede als de betrokken professional hiertoe vanuit zijn deskundigheid geen noodzaak ziet. Verder biedt de inzet van andere professionele juridische dienstverleners dan advocaten de mogelijkheid om differentiatie in juridische dienstverlening binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand te ontwikkelen.

Ten tweede wil ik onderzoeken langs welke weg de samenwerking kan worden geïntensiveerd tussen het Juridisch Loket en andere loketten die burgers van advies voorzien, zoals de Bureaus Slachtofferhulp en de Sociaal Raadslieden. Een betere samenwerking kan er toe leiden dat burgers minder vaak verschillende loketten hoeven raadplegen voor hulpvragen die nauw met elkaar samenhangen. Ook de rechtspraak is gebaat met een goede afhandeling in de voorfase van geschillen, hetzij doordat een vroegtijdige oplossing wordt bereikt waardoor interventie door een rechter niet langer nodig is, hetzij doordat de zaak is verduidelijkt zodat deze sneller door de rechter kan worden afgedaan.

4. Overige denkrichtingen voor stelselvernieuwing

In het consultatietraject zijn, naast de versterking van de eerstelijns rechtsbijstand, ook de denkrichtingen leenstelsel en aanbesteding van gesubsidieerde rechtsbijstand verkend. Hiertoe zijn de geconsulteerde partijen uitgenodigd hun zienswijze te delen over de mate waarin deze denkrichtingen kunnen bijdragen aan een grotere financiële beheersbaarheid van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Uit de consultatie is gebleken dat voor de denkrichting leenstelsel geen draagvlak bestaat. Door alle geconsulteerde partijen is de verwachting uitgesproken dat een leenstelsel zal leiden tot hoge administratieve lasten en incassokosten. Zij trekken daaruit in meerderheid de conclusie dat niet aannemelijk is dat de baten van een leenstelsel de kosten daarvan zullen overtreffen. Ik deel deze verwachting en zal de denkrichting leenstelsel daarom niet nader uitwerken.

Ook constateer ik dat de geconsulteerde partijen overwegend bezwaren hebben tegen grootschalige inkoop van gesubsidieerde rechtsbijstand door middel van aanbesteding. Het is onzeker of door middel van periodieke aanbesteding een kostenbesparing met behoud van kwaliteit kan worden gerealiseerd, die opweegt tegen de benodigde inspanningen van zowel de aanbestedende dienst als de inschrijvende rechtsbijstandverleners. Daarom zie ik nu onvoldoende reden inkoop van rechtsbijstand door middel van aanbesteding na te streven. Wel zou de raad voor rechtsbijstand zijn wettelijke contracteerruimte kunnen benutten om op deelterreinen zo efficiënt mogelijk in de vraag naar rechtsbijstand te voorzien. Ik ga hierover met de raad voor rechtsbijstand en de NOvA in gesprek.

5. Vervolg

De NOvA heeft aangegeven te kunnen instemmen met de hierboven genoemde uitgangspunten en hoofdlijnen voor vernieuwing van de eerste lijn. Tevens heeft de NOvA haar medewerking bij de nadere uitwerking toegezegd. Ook de raad voor rechtsbijstand heeft positief op de hoofdlijn voor vernieuwing van de eerste lijn gereageerd. Ik vertrouw erop dat vanuit dit gezamenlijke vertrekpunt effectieve voorstellen kunnen worden ontwikkeld die een reële bijdrage leveren aan de vernieuwing van het stelsel. Vanzelfsprekend vindt deze nadere uitwerking plaats in nauw overleg met de NOvA, de raad voor rechtsbijstand en andere essentiële ketenpartners.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten