Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 februari 2026
Bij brief van 18 november 2025 heeft de voorzitter van de vaste commissie voor Justitie
en Veiligheid nadere vragen en opmerkingen aan mij voorgelegd over de Staat van de
wetgevingskwaliteit en de kabinetsbrede agenda met initiatieven voor het versterken
van de kwaliteit van wetgeving.2 Gelet op de raakvlakken met onderwerpen waaraan wij gezamenlijk werken, antwoord
ik u mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK).
In de achterliggende periode is het onderwerp algoritmische besluitvorming al dan
niet in combinatie met de inzet van Artificiële Intelligentie (AI) een belangrijk
punt van aandacht geweest in debatten van uw Kamer. Hierin werd de nodige aandacht
gegeven aan wetgevingskwaliteit, de rol van het parlement en mogelijke risico’s. In
dat kader heeft de Eerste Kamer onder meer de motie-Veldhoen c.s. aangenomen waarin
de regering wordt verzocht een nieuwe werkwijze van het wetgevingsproces te onderzoeken
waarbij in geval van wetgeving die door of met behulp van algoritmen wordt uitgevoerd,
de kaders voor de daaraan ten grondslag liggende codes door de wetgever zelf worden
uitgeschreven en zo onderdeel zijn van de parlementaire behandeling.3
Bij brief van 11 juli 2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris van BZK, mede namens
de Minister van BZK en mijn ambtsvoorganger, aangegeven uitvoering te zullen geven
aan dit verzoek.4 Daarnaast is op dezelfde dag aan uw Kamer een afschrift van een brief gezonden over
de analyse van de opbrengst van de internetconsultatie over algoritmische besluitvorming.5
Ten vervolge hierop heeft de Staatssecretaris van BZK u bij brief van 18 december
2025 laten weten dat er nog geen opdracht voor het onderzoek kon worden gegeven vanwege
het ontbreken van capaciteit bij daarvoor in aanmerking komende partijen.6
Inmiddels heeft nader overleg tussen de Staatssecretaris van BZK en mij geleid tot
het voornemen om een gezamenlijke onderzoeksuitvraag via het Wetenschappelijk Onderzoek-
en Datacentrum (WODC) te doen die zal zijn gericht op de kernvraag hoe en op welke
wijze parlementaire controle kan plaatsvinden op het gebruik van algoritmen in en
ter uitvoering van wetgeving.
De in uw brief gestelde vragen raken aan de vraag waarop dit onderzoek gericht zal
zijn. De beantwoording daarvan zal plaatsvinden in de kabinetsreactie die zal volgen
op dit onderzoek. De voorbereiding van de onderzoeksuitvraag is in gang; uw Kamer
zal – anders dan eerder toegezegd7 – rond de zomer over de voortgang van het onderzoek worden geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A.C.L. Rutte