Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031710 nr. 75

31 710 Deltaprogramma

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 januari 2020

Hierbij bied ik u de rapporten zorgplicht primaire waterkeringen beheerd door de waterschappen en door Rijkswaterstaat aan1. De rapporten van de waterkeringbeheerders geven een overkoepelend overzicht en oordeel van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over hoe deze waterkeringbeheerders de zorgplicht op de peildatum 1 januari 2019 hebben ingericht.

De zorgplicht gaat over de wijze waarop de keringbeheerders het beheer en onderhoud van de dijken, duinen en stormvloedkeringen (de zogenaamde primaire waterkeringen) uitvoeren. Zonder goed beheer en onderhoud neemt het risico op het bezwijken van onze bescherming tegen overstromingen vanuit de zee en de grote rivieren toe.

De ILT concludeert dat het merendeel van de waterschappen en regio’s van Rijkswaterstaat de (werk)processen en organisatie voor het uitvoeren van de zorgplicht heeft geborgd. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het goed kunnen uitvoeren van beheer en onderhoud. Van de 19 waterschappen met primaire keringen zijn bij 5 waterschappen verbeteringen nodig voor een volledige borging. Hetzelfde geldt voor 3 van de 7 regio’s van Rijkswaterstaat.

De besturen van de waterschappen en Rijkswaterstaat hebben gereageerd op de inspectierapporten van de ILT en zijn geconsulteerd over het conceptrapport over de zorgplicht. Zij herkennen zich in de door de ILT vastgestelde bevindingen en conclusies.

Op basis van inspectiebevindingen en de bestuurlijke reacties daarop stelt de ILT vast dat de waterkeringbeheerders in 2020 de inrichting van de zorgplicht kunnen hebben geborgd.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl