Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juli 2010
Op 11 juni jl. heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Den Haag in het kort geding fijnstofdifferentiatie BPM vernietigd
en het geding naar het Gerechtshof Amsterdam verwezen ter verdere behandeling en beslissing. Dit betekent dat de Staat in
het gelijk is gesteld. Hierbij wil ik u informeren over de uitkomst van dit arrest.
Voorgeschiedenis
Bij Belastingplan 2008 is in het kader van de fiscale vergroening een fijnstofdifferentiatie voor dieselpersonenauto’s in
de BPM ingevoerd. Vanwege de invoering van de fijnstofdifferentiatie op 1 april 2008 hebben RAI en Bovag de Staat gedagvaard
in een kort geding bij de rechtbank Den Haag op 19 maart 2008. Bij vonnis van 31 maart 2008 is de vordering van RAI en Bovag
door de rechtbank afgewezen en de regeling niet in strijd met het EG-recht geacht. Tegen de uitspraak zijn RAI en Bovag in
hoger beroep gegaan bij het Gerechtshof Den Haag. Op 14 oktober 2008 heeft het Gerechtshof Den Haag uitspraak gedaan in dit
hoger beroep in kort geding. Het Hof heeft de fijnstofdifferentiatie onmiskenbaar onverbindend verklaard. Het Hof heeft de
Staat met ingang van vier weken na betekening van dit arrest verboden uitvoering te geven aan de fijnstofdifferentiatie. Het
Hof concludeerde dat de fijnstofdifferentiatie in strijd is met de Euro 5/6 verordening1 voor nieuwe personenauto’s. Het Hof achtte namelijk aannemelijk dat de import van dieselauto’s zonder roetfilter door de
fijnstofdifferentiatie ernstig wordt belemmerd.
Met mijn brieven van 30 oktober, 6 en 19 november 2008 (Kamerstukken II, 2008/09, 31 704, nr. 15, 26 en 67) heb ik u geïnformeerd over de Hofuitspraak en de wijze waarop ik daarmee wilde omgaan.
Zo heb ik aangegeven het wenselijk te achten cassatie bij de Hoge Raad (HR) in te stellen. Het Hof is eraan voorbij gegaan
dat de fijnstofdifferentiatie geen verbod op dieselauto’s zonder affabriek roetfilter betekent; deze auto’s worden duurder
maar niet per definitie onverkoopbaar. De overwegingen bij Verordening 715/2007 waarin de Euro 5 norm is geregeld, geven de
ruimte om belastingen te heffen op basis van emissies en biedt derhalve de mogelijkheid om een belasting te differentiëren
op basis van i.c. fijn stof2.
De cassatie had echter geen opschortende werking. Dit betekende dat al wel uitvoering moest worden gegeven aan de uitspraak
van het Gerechtshof Den Haag. Dit is als volgt gebeurd. Voor de in 2008 verkochte dieselauto’s is niet teruggekomen op de kortingen die als
gevolg van de fijnstofdifferentiatie op de BPM zijn verleend. Indien de toepassing van de fijnstofdifferentiatie in 2008 heeft
geleid tot een verhoging van de BPM, is deze verhoging terugbetaald aan de houder van de dieselauto3. De fijnstofdifferentiatie is per 1 januari 2009 vervallen. Ter vervanging van de fijnstofdifferentiatie is voor 2009 een
korting in de BPM ingevoerd van € 600 voor dieselauto’s met een fijnstofuitstoot van niet meer dan 5 mg/km. Deze uitstoot
is in de praktijk alleen te bereiken met een affabriek roetfilter. Voor 2010 is deze korting vastgesteld op € 300.
Uitspraak Hoge Raad
Op 11 juni 2010 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in het beroep in cassatie dat de Staat heeft ingesteld. De HR heeft het
arrest van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling
en beslissing.
In de redenering van de HR speelt overweging 19 van de preambule van de Verordening een grote rol. Op grond van preambule
19 is het – aldus de HR – de uitdrukkelijke bedoeling van de gemeenschapswetgever dat de Verordening geen afbreuk mag doen
aan het recht van de lidstaten om emissies op te nemen in de grondslag van voertuigbelastingen. Het oordeel van het Hof dat
de onderhavige fijnstofdifferentiatie op ontoelaatbare wijze afbreuk doet aan het nuttig effect van de Verordening geeft blijk
van ofwel een onjuiste rechtsopvatting ofwel is onbegrijpelijk.
Consequenties uitspraak Hoge Raad
Ik heb cassatie ingesteld vanuit de gedachte dat de fijnstofdifferentiatie niet in strijd is met het Europese recht. Ik ben
dan ook gelukkig met de uitspraak van de Hoge Raad, waarin tot de conclusie wordt gekomen dat de wetgeving houdende de fijnstofdifferentiatie
niet onmiskenbaar onverenigbaar is met de Verordening. De Hoge Raad heeft het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin
het de Staat verboden werd de fijnstofdifferentiatie toe te passen, vernietigd.
Het arrest van de Hoge Raad zal geen consequenties hebben voor de wijze waarop in 2008 is omgegaan met de fijnstofdifferentiatie.
Voor 2010 geldt een BPM-korting voor een affabriekroetfilter op dieselauto’s van € 300. Vanaf 2011 verdwijnt de BPM-korting
aangezien vanaf dat moment het affabriek roetfilter op dieselauto’s verplicht is op grond van de eerdergenoemde Europese verordening.
Onder invloed van de fijnstofdifferentiatie beschikken inmiddels nagenoeg alle nieuw verkochte dieselpersonenauto’s over een
affabriekroetfilter.
De minister van Financiën,
J. C. de Jager