Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931702 nr. 21

31 702
Staat van de Europese Unie 2008–2009

nr. 21
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2009

Hierbij bieden wij U mede namens de minister-president een verslag aan van de Top betreffende het Oostelijk Partnerschap van de Europese Unie, die op 7 mei jl. te Praag plaatsvond.

De Top diende ter lancering van het Oostelijk Partnerschap met Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië, Oekraïne en Wit-Rusland. Deelgenomen werd door vele regeringsleiders van de betrokken landen, de EU-lidstaten en vertegenwoordigers van Europese instellingen. Namens Nederland nam de minister-president deel, hiermee het belang onderstrepend dat Nederland hecht aan het Partnerschap en de betrekkingen met de oostelijke buurlanden. Het Oostelijk Partnerschap vormt een geopolitiek imperatief, dat de belangen van de Unie en Nederland op het gebied van veilgheid, economie en energie kan dienen en Europese waarden in de regio verder wortel kan helpen doen schieten. De modernisering van de betrokken landen, zowel op economisch gebied als uitdrukkelijk ook op terreinen van democratie, rechtsstaat, mensenrechten en de samenleving in bredere zin, blijft doel. Deze Top heeft in dit kader een extra impuls willen geven. De visie van de Regering ter zake is breder uiteengezet in onze brief van op 13 maart jl.

Politiek

Het strategische karakter en de doelstellingen van het Oostelijk Partnerschap met betrekking tot het bevorderen van veiligheid, politieke en economische ontwikkeling en welvaart in het oostelijk buurgebied van de EU werden in de interventies van deelnemers veelvuldig genoemd. EU-regeringsleiders en de voorzitters van Europese Commissie en Europees Parlement benadrukten de betekenis van gedeelde waarden als basis voor diepergaande samenwerking. Het belang van het bevorderen van democratische ontwikkeling, mensen-rechten en goed bestuur werd door velen van hen als essentieel geduid. Diverse regeringsleiders wezen er expliciet op dat de kernwaarden van de Europese Unie medebepalend zullen zijn voor de mate van verdieping van de relaties met de betrokken landen.

Minister-president Balkenende wees er specifiek op dat zolang Wit-Rusland geen concrete vooruitgang boekt bij democratisering en het respect voor mensenrechten, er geen sprake zal zijn van intensivering van de betrekkingen met Minsk. De minister-president riep de Wit-Russische regering op de zorgpunten inzake vrijheid voor media, vrijheid voor de oppositie en vrijheid voor de NGO’s te adresseren. Ook de voorzitter van het Europees Parlement riep de Wit-Russische regering op tot meer vrijheid en democratie. Zonder vrijheid en democratie kende stabiliteit zijns inziens geen waarde. De minister-president sprak tevens Nederlandse bezorgdheid uit over het geweld en berichten van mensenrechtenschendingen na de verkiezingen in Moldavië. Hij verwelkomde dat de Moldavische regering aankondigde te zullen meewerken aan een onderzoek.

Vertegenwoordigers van de zes betrokken landen markeerden waardering voor het initiatief tot het Partnerschap. Diverse presidenten en regeringsleiders vroegen aandacht voor (bevroren) conflicten in de regio. De president van Georgië sprak in dit kader o.m. de hoop uit dat de EU Monitor Missie in zijn land wordt verlengd na afloop van het huidige mandaat eind september a.s. In de marge van de Top hadden de presidenten van Armenië en Azerbeidzjan een bilaterale ontmoeting. Het valt toe te juichen dat beide landen de contacten hebben hersteld.

Deelnemende landen hebben het belang onderstreept van de relaties met derde landen die niet direct onderdeel zijn van het Oostelijk Partnerschap, door mogelijk te maken dat deze landen op deelgebieden en bij projecten worden betrokken.

Economie en energie

Juist tegen de achtergrond van de financieel-economische crisis, die de oostelijke buren sterk raakt, werd het Oostelijk Partnerschap door EU-leiders en oostelijke deelnemers nuttig geacht. Vertegenwoordigers van de oostelijke partners zeiden het Partnerschap als kans te zien om, via economische hervorming, sterker op de EU aan te sluiten en marktmogelijkheden voor beide zijden te vergroten. O.a. vrijhandelsonderhandelingen met Oekraïne werden in dit kader genoemd. Minister-president Balkenende wees op gedeelde belangen op het gebied van veiligheid, energie en economie en op vraagstukken van milieubescherming en bestrijding van internationale criminaliteit. Het Oostelijk Partnerschap kon behulpzaam zijn transitie in de regio te bevorderen en vergemakkelijken onze economieën aan elkaar te koppelen. Diverse deelnemers wezen op het belang van samenwerking inzake grensbewaking en personenverkeer. Energie en energievoorzieningszekerheid werden door vele deelnemers eveneens genoemd als terrein van gezamenlijk belang. Ook het nut van bevorderen van energy efficiency in de regio kreeg in deze context aandacht.

De EU voelt zich betrokken bij de effecten van de financieel-economische crisis op de regio, aldus diverse EU-regeringsleiders. De minister-president wees op de rol van IMF en Wereldbank in deze context, waarbij Nederland een bijzondere verantwoordelijkheid voelt, daar een aantal Partnerschaplanden deel uitmaakt van de Nederlandse kiesgroepen bij deze instellingen (t.w. Armenië, Georgië, Moldavië en Oekraïne). De aanwezige presidenten van de Oost-Europabank EBRD en Europese Investeringsbank EIB gaven aan het Oostelijk Partnerschap in de context van de financieel-economische crisis van belang te achten en schetsten hoe hun instellingen via steun aan projecten konden bijdragen aan het slagen ervan, o.a. op gebieden van energie en energie-efficiëntie, handel, milieu, infrastructuur en steun aan de financiële sector. Zij herhaalden tevens het belang van versterking van de rechtsstaat, onafhankelijke rechtspraak en corporate governance. Diverse deelnemers gaven aan dat het Partnerschap via concrete projecten, bijvoorbeeld op milieugebied, zichtbaar zou moeten worden gemaakt.

Institutioneel

Meerdere EU-regeringsleiders gaven aan dat het Oostelijk Partnerschap complementair is aan de Unie voor de Mediterrane Regio, maar wel een eigen waarde heeft en eigenstandig kansen bood. Enkele EU-lidstaten onderstreepten dat er voldoende financiële middelen ten behoeve van het Partnerschap aanwezig zijn. Het kwam er nu op aan de mogelijkheden van het Partnerschap in praktijk te brengen. De door de Top aangenomen Verklaring, die als bijlage is bijgevoegd, werd zonder nader commentaar aangenomen.1

Met de Top werd een proces van verdere samenwerking met de oostelijke buurlanden van de EU gelanceerd. Voorzien is dat het Oostelijk Partnerschap in beginsel om de twee jaar op het niveau van staatshoofden/regeringsleiders bij elkaar komt, alsmede jaarlijks op het niveau van ministers van Buitenlandse Zaken.

De minister van Buitenlandse Zaken,

M. J. M. Verhagen

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

F. C. G. M. Timmermans


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.