Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931700-XIV nr. 190

31 700 XIV
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2009

nr. 190
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 18 augustus 2009

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1, de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu2 en de vaste commissie voor Economische Zaken3 hebben op 1 juli 2009 overleg gevoerd met minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over:

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 11 mei 2009 over voornemens uit troonrede in relatie tot verduurzaming glastuinbouw (31 700-XIV, nr. 150);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 20 april 2009 over aanbieding beantwoording vragen inzake toepassing van aardwarmte in de glastuinbouw en de MEI-regeling (31 700-XIV, nr. 147);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 16 december 2008 inzake onderzoeksrapport m.b.t. de optredende bijensterfte (31 700-XIV, nr. 119);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 26 juni 2009 inzake antwoorden op vragen van de commissies van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over verspreid liggend glas (31 700-XIV, nr. 177);

– de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport d.d. 29 juni 2009 inzake antwoorden op vragen van de commissie voor van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit inzake de koeling van groenten (31 700-XIV, nr. 178);

– de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 30 juni 2009 inzake Artikelen over MEI-regeling en aardwarmte (31 700-XIV, nr.179).

Van het overleg brengen de commissies bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit,

Atsma

De voorzitter van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Koopmans

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,

Timmer

De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit,

Dortmans

Voorzitter: Schreijer-Pierik

Griffier: Dortmans

Aanwezig zijn 9 leden der Kamer, te weten: Thieme, Mastwijk, Cramer, Sterk, Jacobi, Snijder-Hazelhoff, Polderman, Van der Vlies en Schreijer-Pierik,

en minister Verburg, die vergezeld is van enkele ambtenaren van haar ministerie.

De voorzitter: Ik heet u allemaal welkom in deze kleine, warme zaal: het publiek, de pers, de minister, die vanmorgen nog in de plenaire zaal aanwezig was, de verschillende ambtenaren en Kamerleden. Wij spreken twee uur lang over verduurzaming van de glastuinbouw. De commissieleden hebben laten weten dat zij graag voldoende spreektijd willen hebben.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik was maandag op bezoek bij twee tomatentuinders. Een heeft een kas met een WKK-systeem en de ander heeft een geslotenkassysteem. Ik werd daar erg blij van. Er is blijkbaar heel wat mogelijk aan energieneutrale landbouw in Nederland. Het is erg dat de sector zo in financiële problemen zit, temeer nu ik begrijp dat het grootwinkelbedrijf vanuit een machtspositie de rekeningen tot wel drie maanden na dato niet betaalt. Ik vind dat een schande en ik wil weten of de minister bereid is om een appel te doen op het grootwinkelbedrijf om de rekeningen van tuinders te betalen.

Op zichzelf begrijp ik de vraag vanuit de glastuinbouw om steun en om het stellen van nieuwe normen en eisen aan hun productiewijze uit te stellen, maar ik benadruk dat wij er nog niet zijn in de glastuinbouw. Er wordt nog steeds zwaar geleund op aardgas in deze sector en er wordt nog steeds gebruikgemaakt van zeer giftige gewasbeschermingsmiddelen. Ik kom hier straks op terug. Wij willen dat de glastuinbouw over vijftien jaar volledig inputonafhankelijk is. Glastuinbouw en woningen zijn zodanig aan elkaar gekoppeld dat waternutriënten en koolstof voortdurend worden hergebruikt. Overtollige warmte wordt ’s zomers geoogst en opgeslagen in aardlagen, waardoor je ’s winters niet meer hoeft te stoken en voor de kas alleen nog maar zon nodig is. Deze visie kan werkelijkheid worden. De plannen, concepten en technieken liggen er, onder de naam «Zonneterp». Is de minister bereid om ervoor te zorgen dat dit binnen vijftien jaar werkelijkheid wordt?

Dan ga ik in op de massale sterfte van bijen. De bij heeft het moeilijk. Volgens het onderzoek van de universiteit in Utrecht is de sterfte de afgelopen zes jaar verdubbeld en het einde lijkt nog niet in zicht. In de glastuinbouwgebieden van Zuid-Holland overleefde de helft van de bijenvolken in 2008 de winter niet. De minister wil hier eigenlijk niets substantieels aan doen, heb ik het gevoel. Zij miskent namelijk het decimerende effect van veel insecticiden op de bijen. Volgens de minister hebben die middelen dat effect alleen in andere landen. De stoffen zouden niet in ons milieu komen. Zij concludeert dat de bijensterfte ligt aan de varroamijt. Dat is niet verbazingwekkend, want de schuld ligt volgens de minister nooit bij de homo economicus c.q. het bedrijfsleven, maar altijd bij de natuur.

Het rapport over bijensterfte van PRI geeft echter duidelijk aan dat pesticiden zeker van invloed kunnen zijn op de foerageercapaciteit van bijen en hommels en dat er zeker sterfte is onder bijen die daardoor kan worden veroorzaakt. De nieuwe middelen, zoals de neonicotinoiden, zijn duizend keer giftiger dan de oude middelen. De minister gaat volledig voorbij aan de alarmerende constatering dat deze middelen bij toelating niet worden getoetst op de subletale effecten op bijen en dat nieuwe manieren gevonden moeten worden om deze effecten te evalueren. Is de minister bereid, snel te laten onderzoeken wat het effect van de neonicotinoiden op bijen is, hoe dit getoetst kan worden door het Ctgb en om de effecten van deze middelen op de menselijke gezondheid in dat onderzoek mee te nemen?

Volgens de minister worden neonicotinoiden alleen via zaadcoatings toegepast. Dat is klinkklare onzin, volgens hoogleraar toxicologie Van der Sluijs. Neonicotinoiden worden ook toegediend bij het mee druppelen in de watergift in de kassen, door traybehandeling van koolplantjes en door grondbehandeling bij pootaardappelen. Volgens de minister mogen die middelen niet worden gebruikt wanneer een plant in bloei staat, zodat dit geen probleem is voor de bijen. Hier zit weer een fout. De neonicotinoiden werken systematisch en langdurig. Het middel wordt in de hele plant opgenomen en maakt deze het hele jaar door giftig. Aangezien mais ook werkelijk bloeit, in tegenstelling tot wat de minister denkt, komen bijen wel degelijk met deze stoffen in aanraking. Belangrijker nog zijn appel- en perenbomen die bloeien en die door bijen worden bestoven. Ook daar is het middel ruim toegelaten.

De tweede manier waarop erg veel imidacloprid in het milieu komt, is via de glastuinbouw. Ik heb hier een aantal kaartjes waarop dat glashelder te zien is. Zij zijn afkomstig van de emissieregistratie van 2006 van het Planbureau voor de Leefomgeving en uit de Bestrijdingsmiddelenatlas. Zij laten zien dat de concentraties van imidacloprid in het oppervlaktewater in het glastuinbouwgebied alle normen fors overschrijden, soms tot wel dertig keer. In 2006 lekte er maar liefst 47 kg imidacloprid uit de kassen in het oppervlaktewater en dat wordt elk jaar meer. Let wel, 0,1 nanogram is al dodelijk voor een bij. Bijen fourageren op het oppervlaktewater dat besmet is met het gif en ook op planten die deze middelen ondertussen hebben opgenomen.

Nieuw Italiaans onderzoek van professor Vincenzo Girolami van de universiteit in Padua wijst uit dat neonicotinoide via waterdruppels uitgescheiden wordt door mais. Bijen die van een dauwdruppeltje drinken, sterven binnen tien minuten. Daarvan is een zeer overtuigend filmpje beschikbaar. Onderzoek toont aan dat er al bij een kleine dosis neonicotinoiden sprake kan zijn van een subletaal effect. De bij gaat niet dood, maar het zenuwstelsel raakt aangetast. Het verstoort het navigatieen leervermogen. De bij kan de weg naar het voedsel en zijn volk niet goed meer vinden en raakt de weg kwijt. Ook in andere opzichten raken de bijen verzwakt, waardoor het volk vatbaar wordt voor ziekten en plagen. Zo is het kringetje weer rond. De neonicotinoide verzwakt de bijen, waardoor zij minder weerbaar zijn tegen de varroamijt en schimmelziekten, waarna het volk sterft.

Is de minister bereid om deze pesticide te verbieden totdat duidelijk is welke schadelijke effecten deze heeft voor mens en dier? Ik vraag de minister om niet te wachten tot alle bijenvolken in Nederland zijn verdwenen en de laatste twijfelende wetenschapper is overtuigd, voordat zij neonicotinoide verbiedt. Is de minister bereid te eisen dat het Ctgb de subletale effecten van gewasbeschermingsmiddelen op bijenvolken en mogelijke synergie-effecten in de toetsing van bestrijdingsmiddelen meeneemt?

De voorzitter: Als er punten zijn genoemd waarbij u zich kunt aansluiten, is dat mogelijk.

De heer Mastwijk (CDA): Dank u wel voor dit advies, voorzitter. Om te beginnen constateer ik dat de glastuinbouw in Nederland in de zwaarste storm zit sinds tientallen jaren: economische crisis, stagnerende export, tegenvallende prijzen, hoge energielasten. Na veel investeren in duurzaamheid is er weinig vlees op de botten. Er vallen al bedrijven om en er dreigen meer faillissementen. Dat zijn drama’s voor ondernemers en hun gezinnen. Vallen en opstaan is van alle tijden, dat hoef je de tuinders niet uit te leggen, maar er is nu meer aan de hand. De glastuinbouw in Nederland beslaat 10 500 ha en ruim 350 000 arbeidsplaatsen en een exportwaarde van 16 mld. Het economisch belang is het dubbele van de Rotterdamse haven. Geen sector in Nederland is zo belangrijk voor de economie en werkt tegelijkertijd zo hard aan verduurzaming. Minder lichthinder, minder fossiele brandstoffen, meer biologische gewasbescherming en nog steeds de beste producten. De sector loopt voorop met innovaties zoals ledverlichting, aardwarmte, geslotenkassystemen en WKK. Vergeleken met andere sectoren is er relatief weinig subsidie.

Volgens de CDA-fractie is de belangrijkste vraag die vandaag voorligt of het kabinet van mening is dat de glastuinbouw voor Nederland behouden moet blijven. De sector heeft een aantal ideeën op tafel gelegd. Het belangrijkste is het overleven op korte termijn. Veel ondernemers zitten in liquiditeitsproblemen. Zij hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd. De banken willen wel, maar aarzelen. Als er niets gebeurt, gaat straks bij veel bedrijven de stekker eruit. Mijn vraag is welke mogelijkheden de minister ziet om de mogelijkheden van het borgstellingsfonds te verruimen, zoals in de EZ-regeling garantie ondernemingsfinanciering? Wil de minister ook zo’n regeling voor de glastuinbouw maken of ziet zij kans om de glastuinbouw onder te brengen bij die EZ-regeling?

De Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) moet terugkomen voor de WKK. Dat is van groot belang voor de glastuinbouw, maar ook voor het realiseren van de klimaatdoelstellingen van het kabinet. Dit kan kolencentrales overbodig maken. Wat kan de minister doen om ervoor te zorgen dat bestaande en nieuwe WKK weer onder de SDE gaat vallen?

De glastuinbouw wil overleven en regelgeving is wel het laatste waar men nu op zit te wachten. Ik vraag de minister en haar collega’s om de werking of handhaving van regelgeving waar mogelijk op te schorten. Ik denk bijvoorbeeld aan het besluit emissie-eisen stookinstallaties en het besluit glastuinbouw. Eerst overleven en dan de duurzaamheid verder oppakken.

Het opruimen van verspreid glas is goed voor het landschap en stimuleert duurzaam glas, maar het moet wel een instrument zijn dat goed werkt. Hulde voor de plannen van het kabinet, maar er moet wel aandacht zijn voor de kosten. De beschikbare miljoenen lijken toch aan de krappe kant, gezien de kostprijs van tussen € 200 en € 400 per vierkante meter duurzaam glas.

Verder vraag ik aandacht voor de exportkredietverzekering. Het kabinetsbesluit van eind vorige week lijkt niet of niet voldoende te werken voor de sierteelt. Ik vraag de minister om hier in overleg met de sector nog eens goed naar te kijken.

Voor de sierteelt is een regeling getroffen voor kwartaalafdracht btw, waar de CDA-fractie blij mee is. Exporteurs in de sierteelt krijgen doorgaans btw terug. Zij moeten daar twee maanden op wachten. Er staat veel geld uit. Het gaat om een liquiditeitsbeslag van 100 mln. Kan de minister bij staatssecretaris De Jager pleiten voor een soort voorschotregeling bij de teruggave van btw?

Ons bereiken signalen dat de regels voor toepassing van aardwarmte nog te belemmerend werken. De eigenrisicodrempel en de verzekeringspremie zijn te hoog. Het komt onvoldoende van de grond, of liever gezegd uit de grond. Hier zou nog eens goed naar gekeken moeten worden, samen met de provinciebesturen, die ook een belang hebben bij een goede toepassing van aardwarmte.

Later op de middag is er een debat met staatssecretaris De Jager over fiscale vergroening. Hij wil twee keer 30 mln. inzetten voor investeringen in natuur en landschap. De CDA-fractie is daar op zichzelf niet op tegen, maar nu even niet. De heer Omtzigt zal straks zeggen dat de CDA-fractie dat bedrag van twee keer 30 mln. liever inzet om de glastuinbouw te helpen. Bij economisch beter tij zijn wij de eerste om weer in natuur en landschap te investeren.

Dan de prijsvorming, die ook is genoemd door collega Thieme. Supermarkten zijn volgens ons te dominant bij het bepalen van de prijs die een teler voor zijn tomaat of paprika krijgt. Ik roep de sector op om de krachten te bundelen en gewoon te zeggen dat zij niet leveren voor minder dan zoveel per kilo. Ik weet wel wat er dan gebeurt. Dan wordt er met de NMa gedreigd. Het lijkt mij beter als de minister samen met haar collega van EZ op heel korte termijn via de NMa nagaat of wat de supermarkten doen, allemaal wel zo koosjer is, want dat riekt toch ook naar kartelvorming. Ik heb plannen om een motie in te dienen, waar al deze elementen in zitten, om de minister steun in de rug te geven om tegen de rest van het kabinet te zeggen dat de positie van de glastuinbouw de Kamer ernst is.

De CDA-fractie is blij met de erkenning van de bijenproblematiek en de visie op de bijenhouderij en de insectenbestuiving en met het besluit van de minister om extra geld beschikbaar te stellen. Het probleem is nog niet opgelost. Kennisontwikkeling en monitoring zijn cruciaal. Wij zijn ook ingenomen met de maatregelen ter verbetering van de drachtmogelijkheden. Is de minister bereid bij de beheerders aan te dringen op het plaatsen van schutstallen? De bijenhouders en imkers moeten natuurlijk nauw worden betrokken bij dit alles, want zij hebben de kennis en de kunde. Er is de laatste tijd nogal wat naar buiten gekomen over neonicotinoide, een stof in bestrijdingsmiddelen, waarvan men zegt dat deze in delen van Europa niet zou zijn toegelaten en in Nederland wel. Ik kan dat niet controleren. Dat zou op zichzelf vreemd zijn, want doorgaans lopen wij voorop. Ziet de minister kans om de Kamer op korte termijn in te lichten over neonicotinoide?

De collega’s Jacobi en Snijder zijn bij de sector op bezoek geweest en zullen nog wat zeggen over de NAK-tarieven voor de tuinbouw. Ik denk dat ik mij daarbij ga aansluiten.

Minister Verburg: De heer Mastwijk sprak over schutstallen in relatie tot bijen. Kan hij daar iets duidelijker over zijn?

De heer Mastwijk (CDA): Ik heb begrepen dat bij de beheerders van bermen en andere terreinen waar bijen graag komen, het verzoek kan worden neergelegd voor een onderkomen voor bijen. Dat zijn de signalen die ik doorkrijg en daar doel ik op.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Gisteren was er een goede actie op het Plein om aandacht te vragen voor de problemen in de glastuinbouw. Er werken ruim 350 000 mensen in deze sector, de exportwaarde is ruim 16 mld. en uit onderzoek blijkt dat maar liefst 75% van die bedrijven in de problemen zit. Een gemiddeld snijbloemenbedrijf heeft € 54 000 ingeteerd op de reserves. Als buitenstaander vraag je je af hoe het kan dat die bedrijven, nadat zij heel goede jaren hebben gehad, na een redelijk korte slechte periode meteen in de problemen komen. Daarvoor zijn heel veel redenen, die cumulatief slecht werken. Er is sprake van een lage marktprijs en hoge kosten. Men heeft dure energiecontracten moeten sluiten. Dat alles heeft ertoe geleid dat deze bedrijven zich bijna sectorbreed moeilijk of bijna niet meer staande kunnen houden, terwijl wij in Nederland juist heel trots zijn op deze sector. Wij zijn in principe trots op alle sectoren, maar ik denk dat het gerechtvaardigd is om hier overheidssteun aan te geven.

We willen eigenlijk dat de glastuinbouw zo veel mogelijk gebruikmaakt van aardwarmte en stoken vrij van fossiele brandstoffen. Dat scheelt zowel in de kosten als in de CO2-uitstoot, dus dat zijn twee vliegen in één klap. De SDE is niet geschikt voor dit soort investeringen, omdat deze betrekking heeft op de onrendabele top. Bovendien krijgen bedrijven geen krediet meer om te investeren, of zij durven dat niet aan. Is er een soort vangnetconstructie mogelijk om te stimuleren dat er wordt geïnvesteerd in aardwarmte? Is er een alternatief voor de SDE waarbij het niet om de onrendabele top gaat en waardoor die energiedoelstelling kan worden gehaald?

De tuinders zitten in zwaar weer. Dat geldt vooral voor de jonge ondernemers, zo heeft men ons verteld. Is het mogelijk om ervoor te zorgen dat deze ondernemers, die aantoonbaar perspectief hebben, de problemen te lijf kunnen die zijn ontstaan door de hoge kosten in 2008 en de lage opbrengsten in 2009? De sierteelt is heel erg te vergelijken met het mkb. Er zitten agrarische aspecten, maar ook handelsaspecten aan. Onze woordvoerder voor Economische Zaken heeft mij verteld dat er nog wel ruimte zit in de mkb-ondersteuningsregeling, terwijl de ondersteuning door agrarische fondsen juist heel erg in de knel zit. Kan de minister bevorderen dat er een regeling komt die daarop lijkt of dat de mkb-regeling gewoon van toepassing wordt verklaard voor de glastuinbouwbedrijven? Dat zou een verruiming bieden waardoor een overbrugging van liquiditeitsproblemen beter kan worden geregeld.

Over verspreid glas kan ik kort zijn. De minister heeft hiervoor extra geld beschikbaar gesteld. Prioriteit geven aan verspreid glas kan een bijdrage leveren aan de oplossing van de problemen in de komende tijd. Ik sluit mij aan bij het voorstel van de heer Mastwijk over de btw. Ik ben het niet eens met zijn voorstel om willekeurig het bedrag van twee keer 30 mln. weg te halen bij natuur en landschap. Daarvoor is toch wel een diepgaandere afweging vereist, want ook dat staat op instorten.

De bijen verkeren ook in zwaar weer. Ik spreek mijn waardering uit voor de vier activiteiten die de minister heeft ingezet: monitoring en verdiepend onderzoek, waar wij ook om hadden gevraagd, versterken van de samenwerking binnen de EU en mondiaal, het verbeteren van de drachtmogelijkheden en in de toekomst zullen meer mensen kennis krijgen van de imkerij, niet in de laatste plaats onze jeugd, in het bijzonder in het agrarisch onderwijs. Wij zijn inmiddels een jaar verder na het laatste debat over de bijensterfte. De PvdA-fractie heeft een aantal vragen over de uitwerking van die vier maatregelen. In de brief stelt de minister dat voldoende gegevens ontbreken over hoe frequent de verdwijnziekte voorkomt. In publicaties van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek, waarvoor meer dan duizend imkers zijn geïnterviewd, wordt duidelijk dat de sterfte onder de volkeren 21% beliep. Die cijfers van het Nederlands centrum voor bijenonderzoek worden vaak bij maatregelen gebruikt. Wij begrijpen niet waarom de informatie over de bijensterfte wel voorhanden is, maar niet wordt gepubliceerd. Er wordt alleen geciteerd uit Plant Research International. Hoe kan het dat een van die neonicotinoiden, te weten imidacloprid, in de Europese Unie niet meer is toegelaten, maar dat in Nederland vanaf 2003 juist een verruiming is toegepast?

Ik ben met collega Snijder op bezoek geweest bij de kleine telers. Ik wil graag weten wat de mogelijkheden zijn om de kleine telers wat meer recht te doen, omdat zij veel geld kwijt zijn aan NAK en NAK AGRO, maar zij hebben geen inspraak. Hun positie is totaal anders dan die van de grote telers. Zou differentiatie mogelijk zijn? Zij hebben een eigen certificaatsysteem en ontzettend veel eigen onderzoek, omdat niemand gebaat is bij het verkopen van producten die niet vrij zijn van virussen. In mijn beleving vindt er heel veel dubbel onderzoek plaats, wat dubbel werk oplevert. Mijn laatste vraag, gezien de tijd, is waarom private organisaties niet ook laboratoriumonderzoek zouden kunnen doen, maar daarover hebben wij het al vaker gehad met de minister.

De voorzitter: U bent ruim over de spreektijd van zeven minuten heengegaan, maar het scheelt dat mevrouw Snijder dit niet hoeft te herhalen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Wat betreft het laatste stukje kan ik mij voor een deel bij mevrouw Jacobi aansluiten. Op de agenda van dit algemeen overleg, dat wij allang hadden gepland, staat de verduurzaming van de glastuinbouw, maar naar mijn gevoel gaat het vanmiddag over een heel ander item. Voordat je toekomt aan investeringen in verduurzaming, moet je wel de bedrijven in stand houden. Zoals wij ook van de andere woordvoerders hebben gehoord, is dat in deze tijd allereerst aan de orde. De geluiden uit de sector zijn schrikbarend. Ondanks de maatregelen die de sector zelf probeert te nemen, staat de liquiditeit voor veel bedrijven op het spel. Alle woordvoerders hebben een beeld geschetst van waar deze sector allemaal goed voor is, dus dat zal ik niet meer opnoemen.

De ruis is dat degenen die gebruik willen maken van het borgstellingsfonds, een lang traject te gaan hebben en dat dit via Brussel zou moeten lopen. Ik vraag de minister om hierover duidelijkheid te geven en dat borgstellingsfonds snel en adequaat in te zetten, zodat bedrijven er gebruik van kunnen maken. Belangrijker is dat het ministerie van Economische Zaken in maart al het garantiefonds ondernemingsfinancieringen in het leven heeft geroepen. Het beeld is dat dit alleen voor het mkb zou zijn. Dat kan naar de mening van de VVD-fractie absoluut niet het geval zijn. Ook de bedrijven in de agrarische sector, zoals glastuinbouwbedrijven, moeten een beroep kunnen doen op deze garantie voor ondernemingsfinanciering, waarvoor 1,5 mld. beschikbaar is gesteld. Ik roep de minister op om ervoor te zorgen dat dit beeld wordt weggenomen. Het kan niet zo zijn dat in deze regeling van Economische Zaken een knip wordt gemaakt tussen het mkb en agrarische bedrijven.

Natuurlijk willen wij graag dat bedrijven die dat nog kunnen, die verduurzamingsslag maken en dat bedrijven doorgaan als zij hiermee bezig zijn. De SDE moet daarbij een heel belangrijke rol spelen, zeg ik de heer Mastwijk en mevrouw Jacobi na. Het is belangrijk dat wij die slag maken. Wij willen vooral dat men doorgaat met innoveren in de WKK-sector. Aardwarmte zou een echte innovatie kunnen zijn. Ik heb gehoord dat er toch nog risico’s zijn, omdat men de eerste keer mis kan boren. Het zou helder moeten zijn dat wij ervoor zorgen dat die eerste boring goed is geregeld en dat er geen risico’s voor de ondernemer in zitten, want die kunnen wij in deze tijd niet hebben.

Ik heb de brief van minister Cramer over verspreid glas gelezen en ben een beetje teleurgesteld omdat er niet zoveel nieuws onder de zon is. Wij vinden dat ook in deze tijd juist daar een slag kan worden gemaakt. Naar ons gevoel moet de inzet effectiever zijn, met meer regie van overheidswege, meer overleg tussen de diverse provincies en meer sturing.

Ik dank de minister voor het oplossen van het probleem met de VAMIL-compensatie, naar aanleiding van de vragen die mijn collega Remkes en ik hierover hebben gesteld. Laat helder zijn dat bedrijven die in 2007 en 2008 hebben geïnvesteerd, niet worden achtergesteld bij bedrijven die in 2009 hebben geïnvesteerd. Daar zijn wij zeer content mee. De MIA/VAMIL-regeling was naar ons gevoel bedoeld voor milieu-investeringen. Het kan niet zo zijn dat dit budget voor een groot deel wegloopt naar natuurinvesteringen. Ik dacht dat de heer Mastwijk daar ook op wees. Laten wij de budgetten vooral beschikbaar laten zijn voor de sectoren waarvoor zij oorspronkelijk bedoeld waren.

In een eerder overleg heeft de minister gezegd dat er geen teelt weg mag uit Nederland door een verbod op gewasbeschermingsmiddelen. Omwille van de tijd zal ik de minister straks een e-mail geven waarin een aantal tuinders aangeven dat dit toch het geval is bij een aantal middelen.

Minister Verburg: Voor de openbaarheid van dit debat hecht ik er wel aan dat mevrouw Snijder ook wat noemt, als zij tenminste een reactie wil hebben. Dan is het gezegd en dan is duidelijk over welke middelen wij het hebben.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Het gaat om het middel formaline en om minerale oliën die vooral bij de bloembollenteelt nodig zijn. Ik denk dat u weet waar ik het over heb, want in het vorige overleg hebben wij het ook over de bloembollen gehad. Toen hebben wij met elkaar geconstateerd dat dit niet het gevolg daarvan kan zijn.

Mevrouw Jacobi heeft er terecht op gewezen dat kleinere onderdelen van de sector nadeel hebben van de manier waarop de financiële structuur van de Naktuinbouw is opgebouwd. Het is heel raar dat NAK en NAK AGRO nog steeds niet volledig gescheiden zijn. We hadden daarover een afspraak gemaakt, maar de beloofde Chinese muur is er niet. Ik hoor dat NAK heel veel moeite moet doen om de controles uit te voeren, en dan heb ik het nog niet over herbemonstering. Bij ons trekken tuinders en gewone boeren nu echt aan de bel. Ik breng toch maar bij de minister over dat er grote zorgen zijn dat het een chaos zal worden als straks de echte hausse loskomt en bij de aardappelsector alles moet worden bemonsterd. Dit pleidooi is een vervolg op de pleidooien die ik hierover in het verleden heb gehouden. Het is aan de minister om hierover met hen te spreken, maar die muur is er niet en de werkzaamheden dreigen straks ten onder te gaan.

De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Dit is naar mijn overtuiging een belangrijk overleg. Wij hebben in deze Kamer gesproken over heel veel sectoren waar het slecht gaat, maar de glastuinbouw vormt met de geweldige exportwaarde en het aantal mensen dat daarin werkt, een buitengewoon belangrijk aandeel in onze economie. Daarom is het jammer dat deze sector nu in de problemen zit, maar it’s all in the game, zoals de sector zelf zegt. De sector is nagenoeg onafhankelijk van overheidssteun en realiseert een heleboel zelf. Met smalle marges maken zij een geweldig product, maar het is wel een sector waar de productie niet een, twee, drie kan worden stilgezet met deeltijd-WW of een paar weken niet produceren. Dat gaat in de glastuinbouw niet. Daarmee geef ik het spanningsveld aan waar wij in zitten. Ik denk dat wij serieus moeten bekijken of wij een beeld kunnen schetsen zodat er een toekomst blijft voor deze sector en de dramatische situatie wordt teruggedrongen dat 75% van de bedrijven nu in betalingsproblemen zit. Helemaal oplossen kunnen we dat waarschijnlijk nooit, maar dit is wel een buitengewoon somber perspectief.

Allereerst merk ik op dat wij al anderhalf jaar geleden een geweldig plan Glaskracht hebben gekregen van de sector over het omschakelen op duurzame energievormen, zoals warmtekrachtcentrales, aardwarmte en ledverlichting, die een buitengewoon belangrijke bijdrage leveren aan het terugdringen van de energiebehoefte. Dat biedt kansen. Zoals de heer Mastwijk zei, het is een buitengewoon innovatieve sector die er heel veel energie in steekt om dat goed te doen, maar dat stuit op veel bezwaren. Mijn wat minder vleiende woorden over de manier waarop EZ zich op dat dossier beweegt, zijn bekend. Naar mijn overtuiging wordt er veel te weinig ondersteuning gegeven om dat van de grond te krijgen. Als wij de sector anderhalf jaar geleden echt massief zouden hebben geholpen, zouden een heleboel bedrijven er beter voorstaan wat betreft energiegebruik. Ze kunnen nu gewoon niet snel genoeg omschakelen, omdat procedures lang duren en omdat de combinatie met woonwijken ingewikkeld is. Er had veel meer gekund.

Mijn dringende oproep is om er serieus werk van te maken, en snel. Als er belemmeringen zijn, moeten er mensen in een hok worden gezet om daar oplossingen voor te vinden. Daarna kan de minister komen vertellen hoe het wordt opgelost, en niet dat het een ingewikkeld dossier is. Dat is mijn hartenkreet vandaag. Het plan Glaskracht zou ruim anderhalve kolencentrale schelen door het gebruik van fossiele energie terug te dringen. Daarnaast kan men massaal overschakelen op warmtekracht en ledverlichting. Er wordt gesproken over een kolencentrale in Delfzijl, die buitengewoon belangrijk is voor de werkgelegenheid in de bouw, maar als wij deze niet nodig hebben, is dat nog veel belangrijker voor het terugdringen van de CO2-uitstoot. Dat zijn van die kansen waarvan ik zeg: waarom horen wij daar eigenlijk zo weinig van? Naar mijn overtuiging wordt deze sector te weinig de hand toegestoken.

Ik sluit mij aan bij de opmerking van mevrouw Snijder over de risico’s bij een eerste boring naar aardwarmte. Als wij daar serieus op willen inzetten, moeten wij er rekening mee houden dat dit mis kan gaan. Kan de minister op korte termijn met een garantiefaciliteit komen om die risico’s af te dekken? Deze was al noodzakelijk, maar bedrijven vinden het in deze tijd erg moeilijk om die investeringsbeslissing te nemen, dus nu is het nog noodzakelijker om daarvoor ruimte te bieden. Al deze maatregelen zijn nodig om de sector klaar te stomen, zodat hij met een soort turboversnelling vooruit kan als de economie weer aantrekt.

De sector heeft ook een aantal voorstellen gedaan over een borgstellingsfonds. Kan de minister snel met de sector om de tafel gaan zitten om te bekijken of daarvoor oplossingen te bedenken zijn? Ik noem de liquiditeitsoverbrugging, waartoe volgens de ministeries alleen in bijzondere gevallen toegang verleend kan worden. Mijns inziens zijn die bijzondere gevallen nu echt wel aan de orde. Verder verdienen jonge bedrijven die met hoge financieringskosten zitten, extra aandacht. Mijn vraag is om het borgstellingsfonds om te vormen tot een subsidieregeling, analoog aan de regeling voor jonge agrariërs, zodat deze sneller kan worden toegepast. Kortheidshalve sluit ik mij aan bij de vragen die door collega’s zijn gesteld over de bijen.

De heer Graus (PVV): Voorzitter. Ik heb veel bezoeken gedaan, mede doordat de heer Mastwijk van de CDA-fractie deze heeft georganiseerd met bekenden van hem. Ik ben ook zelf een paar keer op werkbezoek gegaan. Ik weet dus waar mevrouw Jacobi over praat, want ik heb dezelfde contacten. Wij vragen ook om hulp en niet om nieuwe wet- en regelgeving. In deze crisis gelden heel andere wetten. Het is te gek voor woorden dat er nu nog restricties worden opgelegd. De energienota is onbetaalbaar. Ik wilde onlangs naar aanleiding van een artikel in het Limburgs Dagblad een mondeling debat aanvragen met de minister over de positie van de glastuinbouw in Limburg, maar dat verzoek werd helaas niet gehonoreerd door de commissie, want dat moest schriftelijk, maar daar doe ik niet aan mee. Ik wil geen schriftelijk overleg voeren, maar alleen mondeling. Het is allemaal al bureaucratisch en schriftelijk genoeg hier.

Het is al gemeld dat het nationaal economisch belang van de glastuinbouw 6 mld. is. Dat is het overschot op de handelsbalans. De exportwaarde is 14 mld. en niemand heeft ooit last gehad van de glastuinbouw. Het zijn hardwerkende mensen waar je nooit last van hebt, die nooit eerder de hand hebben opgehouden en die zich altijd uit de naad hebben gewerkt. Zij worden nu extra genekt door de economische crisis. Mijn vraag aan de minister is: wat gaan wij doen en hoe? Welke maatregelen kunnen er genomen worden in samenwerking met de minister van Economische Zaken? Ik heb bij die collega al meerdere keren gevraagd om iets te doen aan die belachelijk hoge energierekening, niet alleen voor de glastuinbouw, maar ook voor de burgers. Ondanks stond in de krant dat wij de hoogste energierekening betalen van Europa, terwijl wij een gasleverend land zijn. Wij hebben dat in onze grond zitten. We zitten dicht bij de bron, dus we zouden het goedkoop moeten kunnen krijgen, maar niets is minder waar. Dat komt door al die heffingen om de linkse hobby’s te betalen. Ik snap wel waar het naartoe gaat, maar ik vraag de minister om daarmee te stoppen en ervoor te zorgen dat energie betaalbaar wordt. In deze crisistijden zou de energie tegen kostprijs geleverd moeten worden. Dat is hulp waar de glastuinbouw wat aan heeft, want zij hebben energierekeningen van heb ik jou daar. 75% kan niet meer aan de betalingsverplichtingen voldoen, dus dadelijk hoeven wij geen actie meer te ondernemen, want dan zijn zij weg. Dit is iets wat wij in ere moeten houden. Dit zijn mensen waar wij trots op moeten zijn en die wij moeten helpen als het kan.

We kunnen ook iets doen aan de verplichte productschappen, want daar betalen zij zich ook blauw aan. Samen met de andere leden van het kabinet moet de minister ervoor zorgen dat er een einde komt aan de dictatuur van die verplichte productschappen. Hef deze op en zorg ervoor dat er vrijwillige bedrijfsclusters komen. Er is al een rebellenclub ontstaan, waarvan ik de naam niet zal noemen, maar die doet het heel goed. Zij pakken met elkaar samen, dat is allemaal vrijwillig en dat gaat perfect. Er zijn voorbeelden van dat het werkt, ook in andere landen. Ik hoop dat de minister hierop een reactie zal geven.

Ik heb gevraagd wat de minister gaat doen om onze glastuinbouwers, als voorbeeldige burgers die nooit in opspraak komen, te helpen. Als ik hier in het westen vertoef, kan ik bijvoorbeeld bij het licht van de kassen ’s avonds in bed mijn stripboeken lezen, dus er zijn niets dan voordelen, zelfs van de lichtopbrengst waar iedereen over valt. Dit was even om onze linkse collega’s te stangen. De belangrijkste vraag is of de minister er iets aan kan doen zodat gas tegen kostprijs wordt geleverd aan de glastuinbouw.

Ik heb ook in de procedurevergadering gevraagd om een mondeling overleg over Naktuinbouw. Dat moest toen schriftelijk, maar ik ga hier nu toch vragen over stellen, want er is wel een link. De PVV-fractie is erop tegen dat Naktuinbouw de enige keuringsinstantie is. Dat is een monopoliepositie of een dictatuur en wij zijn tegen dictaturen. Het moet gewoon niet kunnen dat Naktuinbouw de enige keuringsinstantie is. Bovendien zijn de kwekers verplicht om lid te worden en er zijn hoge uurtarieven. Het is te gek voor woorden dat de keuringen van € 64 naar € 75 zijn gegaan ten tijde van een crisis, terwijl zelfs woningcorporaties de huren bevriezen. Die € 64 was al te duur. Ik wil graag een reactie wat de minister gaat doen aan die tariefsverhoging, die sowieso ongedaan gemaakt moet worden. Ik vind dat de hele Naktuinbouw op een andere basis moet worden opgezet. Welke oplossingen heeft de minister daar zelf voor? Dan hoef ik die niet aan te dragen. Ik noem de areaalbijdrage. Wat heeft een areaalheffing over de oppervlakte van een kwekerij ermee te maken? De PVV-fractie ziet dat verband niet. Kan de minister daar antwoord op geven? Wat betreft de monopoliepositie blijkt dat er geen inspraak is bij Naktuinbouw, die totaal ondemocratisch is. Dat past niet bij onze parlementaire democratie.

Ik krijg al diarree als ik de woorden klimaatneutraal en CO2-reductie hoor. Ik vraag de minister om dat achterwege te laten in tijden van crisis. Laten wij in deze tijd stoppen met die onzin van die klimaatklaplopers en milieuactivisten zoals Al Gore over klimaatneutraal en CO2-reductie, maar laten wij de mensen helpen en ervoor zorgen dat daar iets aan gedaan wordt. Ik heb daarvoor een paar dingen aangedragen.

De bijen zijn mijn laatste onderwerp. Mevrouw Jacobi en ik zijn al een paar keer eerder over bijen begonnen. Ik ben niet alleen een bijenliefhebber, ook privé, maar ik ben er ook emotioneel bij betrokken, omdat ik uit een imkerfamilie kom. De minister van LNV maakt zich op verschillende punten zorgen om de bijen. In de brief worden verschillende actiepunten genoemd, maar ik wil ook dat zij de minister van Volksgezondheid bij de oren gaat pakken, zoals ik al eerder heb gevraagd. Bijen zijn niet alleen van belang voor de landbouw en voor de glastuinbouw, maar het speeksel van de bijen wordt ook gebruikt in de medische wetenschap, bij wonden en brandwonden, als pre- of probioticum of zelfs antibioticum, tegen vrije radicalen, zelfs in de oncologie. Ik heb er een boek over thuis. Ik heb mij daar ontzettend in gespecialiseerd. Niet alleen VWS maar ook het geld van VWS moet hierbij betrokken raken.

De insecticiden die hierbij een kwalijke rol spelen, moeten inderdaad geweerd worden. Laten wij eerlijk zijn, ik ben in principe voor zo veel mogelijk vrije toelating van insecticiden, vooral als het om een gelijk speelveld gaat, maar als een antibioticum in een menselijk lichaam meer goede dan slechte bacteriën doodt, is het een slecht antibioticum en moet het er ook uit worden gehaald. Als bijen als ambassadeurs van die planten, want dat zijn ze, gedood raken door insecticiden, zijn het geen goede insecticiden en moeten ze geweerd worden.

De heer Van der Vlies (SGP): Mevrouw de voorzitter. Ik ga mij niet uitputten in het beschrijven van de ernst van de situatie. Enkele collega’s hebben dat gedaan en ik sluit mij daarbij aan. Het is een onderkoelde uitdrukking als ik zeg dat de economische crisis de glastuinbouw niet voorbij is gegaan. Alle hens moeten dus aan dek, want er is echt wat aan de hand. Dat beseft de sector ook. De sector was en is sterk, loopt op eigen benen, is innovatief en slaat nu ook de handen ineen, gelet op de bundeling die zich aftekent in de sfeer van de glasgroenteafzet. Dat vind ik positief. Dat moet gewaardeerd worden. De overheid moet waar mogelijk bijspringen.

Het zijn typische bedrijven in de zin dat je de productie niet kunt stilleggen, matigen of onderbreken, zoals enkele collega’s al zeiden. Maatregelen als deeltijd-WW komen hierbij niet in aanmerking. Deze bedrijven komen ook niet in aanmerking voor de verruimde garantstellingsregeling van EZ die er voor het mkb is. Je vraagt je af hoe lang dit nog is te rechtvaardigen, gezien de situatie en de kenmerken van deze bedrijven, in onderling vergelijk, uiteraard. De inzet van het borgstellingsfonds is geïntensiveerd. Ik dank de minister daarvoor. Dit moet snel operationeel, effectief en ook creatief zijn. Op dit laatste punt is er volgens mij nog wel wat te doen.

De sector gaat gebukt onder hoge kosten en extreem lage prijzen. Dat houdt men niet lang vol. Jonge ondernemers zitten in de risicosfeer. Zij hebben geen vet meer op de botten. Dat zijn toch bijzondere omstandigheden. In het verleden is het borgstellingsfonds al eerder opengesteld voor tijdelijke liquiditeitsfinanciering, alleen voor bijzondere omstandigheden, zoals toen ook is beklemtoond, dat herinner ik mij nog heel goed. Is de minister met mij en andere woordvoerders van mening dat hiervan nu sprake is in de glastuinbouw? Is de minister bereid om het borgstellingsfonds tijdelijk uit te breiden met een faciliteit voor overbruggingskredieten en om de aanvraagprocedure te verkorten door toetsing van de aanvraag achteraf te doen, zoals bij de garantieregeling voor het mkb gebeurt?

De glastuinbouw leunt voor een belangrijk deel op de export. De sector heeft ook te maken met het wegvallen van exportkredietverzekeringen. Mijn fractie kreeg al eerder de indruk dat de glastuinbouw met veel kleine transacties niet echt kan profiteren van de uitbreiding van de kredietverzekeringsfaciliteit van het Rijk die nu voorligt. Ik heb staatssecretaris Heemskerk hier indertijd al op aangesproken. Hij heeft de Kamer toegezegd op een aanpassing aan te sturen om die regeling geschikt te maken voor de glastuinbouw, gezien de kenmerken die ik net noemde, maar ik heb daarna niets meer vernomen. Deze minister zou daarbij betrokken zijn of worden, dus aan haar de vraag hoe het daarmee staat.

Kortheidshalve sluit ik mij aan bij wat enkele woordvoerders hebben gezegd over de voortgang die wij graag zouden zien bij de WKK-installaties en de aanhechting bij de subsidieregeling voor duurzame energie. Wat mij betreft moet er een tandje bij. Ik weet dat dit vooral bij EZ zit, maar misschien kan de minister haar invloed aanwenden om het zo ver te krijgen. Als we dat niet doen, missen we een kans en vallen we terug op de conventionele ketelstook. Het is oké als die er nog is, maar het zou echt jammer zijn als wij daarop zouden terugvallen, want dan gaan wij achteruit in plaats van vooruit.

Ik heb bij gelegenheid van de discussie over de Voorjaarsnota, gistermiddag en -avond, uitvoerig gesproken over de aardwarmte, maar ik neem het de collega’s niet kwalijk dat zij dat niet weten. Minister Bos heeft daar toegezegd de problematiek van de garantieregeling bij boringen en misboringen, waarbij het criterium is een kans van 90% dat er 80 m3 water of meer uit de grond wordt gehaald, door te geleiden naar de minister van EZ, die binnenkort met een brief aan de Kamer zal komen. Ik leg dat hier maar neer, in de hoop dat deze minister, alert en creatief als zij vaak kan zijn, haar mogelijkheden aanwendt om daarin een beetje te sturen, want dat zou best eens nodig kunnen zijn. Dit is natuurlijk een heel goede kans voor de glastuinbouw en die moeten we niet laten lopen. Er is ook gesproken over de win-winsituatie inzake verspreid glas. Er zijn momenteel lage prijzen voor degenen die uit- of weggekocht moeten worden. Dat zou ook lucht geven voor andere bedrijven. Die activiteit zouden wij zo veel als maar mogelijk is naar voren gehaald willen zien worden.

Ik denk dat uitstel van lastenverzwarende maatregelen in het kader van onder meer het besluit glastuinbouw te overwegen valt, gelet op de conjuncturele omgevingsfactoren, om het maar even deftig te zeggen. Het gaat niet om het opgeven van de doelen, maar wel om het temporiseren ervan, gelet op de pijnlijke situatie. Onder deze economische kenmerken kun je moeilijk van mensen vragen er nog een schepje bovenop te doen in de sfeer van verduurzaming, hoe nuttig en nodig deze ook blijft. Kortheidshalve sluit ik mij aan bij wat mevrouw Jacobi zei over de kleine telers en de activiteiten van het NAK. Wat betreft de bijensterfte sluit ik mij aan bij de heer Mastwijk. Van mevrouw Thieme heb ik alleen de laatste zinnen gehoord, dus dan is het een beetje lastig om mij daarbij aan te sluiten, hoe zeer ik haar op dat punt ook kan vertrouwen. Veiligheidshalve doe ik dat dan maar bij de heer Mastwijk.

De heer Polderman (SP): Voorzitter. Het valt mij alleszins mee dat u mij nog het woord geeft, want ik ben bijna in de ambtelijke ondersteuning geschoten. Ik zie dat zij druk schrijven om alle vragen te beantwoorden, ook als ze niet gesteld worden.

Minister Verburg: Ik denk dat u en ik er beiden scherp genoeg op zijn om die vermenging te voorkomen.

De heer Polderman (SP): Wie weet waar het toe leidt. We moeten dat positief zien. Officieel was dit een overleg over de verduurzaming van de glastuinbouw, maar we hebben er van alles bij gezet. We hebben gisteren een petitie aangeboden gekregen. Deze sector lijkt bij uitstek getroffen te zijn door de financieel-economische crisis, omdat de export voor een groot deel is weggevallen, heb ik mij laten vertellen. Dan zit je met producten die niet meer weg kunnen. Daarmee wordt de vinger op de zere plek gelegd dat de economie alleen maar op export is gebouwd. Er is vaak gediscussieerd over de prijsvorming. Er wordt Europees onderzoek gedaan naar hoe het kan dat de tuinders en de kwekers een prijs vragen die lager is dan de kostprijs, terwijl de prijzen in de supermarkt daar absoluut geen aanleiding voor zijn. Er zit dus een enorm gat in die prijsvorming. Daar kan maar één sector van profiteren en dat is de tussenhandel. Ik vraag de minister of zij wat spoed achter die onderzoeken kan zetten, want wij moeten er toch de vinger op kunnen leggen hoe dat komt. De heer Mastwijk heeft gezegd dat zij marktmacht moeten vormen en gewoon niet moeten leveren, maar dat gaat moeilijk als een product op een gegeven moment staat te rotten. Daar zit toch een kronkel in waar wij nader naar moeten kijken. Ik ben benieuwd hoe de minister daarop reageert.

Door de andere woordvoerders is ook gesproken over de noodzaak van een borgstelling. Het is toch een scheve verhouding als wij banken met miljarden steunen en kleine ondernemers maar failliet laten gaan, dus ik pleit met de collega’s voor een garantiefonds, zodat de Staat garant staat als mensen leningen hebben gesloten en te kampen hebben met afzet- en liquiditeitsproblemen. Ik begrijp dat dit bij Economische Zaken zit, maar het kabinet spreekt met één mond, heb ik mij laten vertellen. Ik ben benieuwd hoe dat wordt opgepakt en ik sluit mij aan bij de vragen die collega’s daarover hebben gesteld.

De oorspronkelijke agendapunten waren innovatie en verduurzaming. Allereerst merk ik op dat door de sector in de afgelopen jaren enorme inspanningen zijn gepleegd op dit terrein. Er zijn forse slagen gemaakt wat betreft energie en arbeidsomstandigheden. Wat dat betreft moeten wij de sector zeker een compliment geven. Ik vind het moeilijk om te spreken over de glastuinbouwsector, want er zijn verschillende soorten bedrijven. In de commissie hebben wij al vaker besproken dat wij bij de biobased economy onderscheid moeten maken tussen productie voor de motor en voor de mond, dus de food- en de non-foodsector. Naar mijn idee maakt het verschil of je spreekt over de teelt van groente of van een luxeartikel als bloemen, maar ik kom er niet goed uit hoe wij daarmee om moeten gaan. Ik ben benieuwd hoe de minister daarover denkt. We hebben vorige week een uitermate interessant rondetafelgesprek gehad over de sierteeltsector, die zelf een keurmerk heeft ontwikkeld voor duurzaamheid. Naar mijn idee moet het oordeel over wat duurzaam is, toch breder worden ingezet. We zien dat die bloemen over de hele wereld worden ingevlogen. Aalsmeer is een draaischijf waar bloemen worden verhandeld die de hele wereld over gaan. De vraag is of je überhaupt over duurzaamheid kunt spreken als je de kosten van het transport er niet bij betrekt. Kort samengevat is mijn vraag: hoe duurzaam is Aalsmeer? Ik hoor graag of de minister hier het begin van een visie op heeft. Het lijkt mij interessant om daarover van gedachten te wisselen.

Door de collega’s zijn verschillende vragen gesteld over de investeringen in diepteboringen naar aardwarmte als energiebron. Ik wacht de antwoorden daarop af. Ik heb de bijdrage van de heer Van der Vlies bij de Voorjaarsnota niet kunnen volgen, maar ik neem aan dat daar een degelijk antwoord op komt en dat lijkt mij interessant.

Wij hebben ook de bijen op de agenda gezet, die niet alleen van belang zijn voor de tuinbouw, maar ook voor andere sectoren en voor de biodiversiteit. Er is al enige tijd sprake van een zorgwekkende teruggang van bijenvolken die wij niet onbesproken kunnen laten. De minister zet in op nader onderzoek. Ik ben altijd voor onderzoek, maar niet als dat een soort excuus wordt om maatregelen uit te sluiten. Langzamerhand wordt steeds duidelijker dat het negatieve effect van een aantal bestrijdingsmiddelen, in het bijzonder de neonicotinoiden, onweersproken is. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan in Europa. In Frans onderzoek is aangetoond dat er wel degelijk effect is. Er zijn Duitse onderzoeken die dat bestrijden, of andersom. In ieder geval is er meer over bekend dan de minister suggereert door te zeggen dat dit allemaal nog onderzocht moet worden. Ik denk dat het tijd is om maatregelen te nemen. Mijn vraag is heel simpel: waarom gaan wij deze insecticiden niet verbieden als zij zulke schadelijke gevolgen hebben dat het middel erger is dan de kwaal?

Afrondend heb ik nog een opmerking over verspreid liggend glas. Volgens de sector ligt er een unieke kans om een verbeterslag te maken bij deze problemen. Ik weet dat het een moeizaam traject is om verspreid liggend glas op te ruimen en te concentreren, maar misschien is het nu tijd om hierin een stap verder te zetten. Gezien de tijd moet ik afsluiten. Alle vragen die niet gesteld zijn en toch interessant waren, worden door de staf doorgegeven.

De voorzitter: Dit was de eerste ronde van de kant van de Kamer. U hebt er precies een uur over gedaan. De minister heeft een paar minuten nodig om de zaak te ordenen, dus ik schors de vergadering voor enkele minuten. Voor deze belangrijke sector had eigenlijk een grotere zaal beschikbaar moeten zijn. Die boodschap zullen wij doorgeven aan het Presidium. De minister gaat in één blok antwoorden. Daarna is er de gelegenheid om in de tweede ronde vragen te stellen.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de inbreng in eerste termijn. Alle woordvoerders hebben onderstreept hoe moeilijk de tuinbouwsector het heeft. Ik kan dat alleen maar beamen. De tuinbouwsector heeft het buitengewoon moeilijk, net zo goed als een aantal andere economische sectoren in Nederland het heel erg moeilijk hebben, zoals de agrarische sector en de visserij, en niet alleen in Nederland. Ik kan alleen maar hopen dat wij goed uit de crisis komen en dat heel veel ondernemers het hoofd boven water kunnen houden, kunnen overleven en er uiteindelijk sterker uit kunnen komen.

Wij staan vanmiddag stil bij de tuinbouwsector, maar ik geloof dat wij de andere sectoren hierbij niet mogen vergeten. Ik zal hierover straks bij een aantal maatregelen spreken. Wij moeten proberen om als overheid daar te steunen en te stimuleren waar dat mogelijk is. Ik heb een aantal vragen gehoord om met oplossingen te komen, maar dat zijn geen eenvoudige vragen. De heer Graus vraagt of ik oplossingen heb, want dan hoeft hij ze zelf niet te verzinnen. Daar kan ik mij iets bij voorstellen, maar het moet wel tot de mogelijkheden behoren. Alles wat we doen, zullen we ook zorgvuldig moeten afwegen.

Dat gezegd hebbend realiseer ik mij natuurlijk terdege dat de Nederlandse glastuinbouw het water aan de lippen staat. De heer Mastwijk heeft terecht gezegd dat een gezonde toekomst voor de glastuinbouw is weggelegd, als er een kans is op een adequaat pakket gerichte maatregelen om te investeren. Daarmee heb ik ook zijn vraag beantwoord of ik als minister een toekomst zie voor de tuinbouw. Dat antwoord is ronduit ja. Ik denk dat de heer Mastwijk en de Kamer geen ander antwoord van mij hadden verwacht. Er is toekomst voor de tuinbouw, en die moet er ook zeker zijn, maar dan moeten wij wel eerst goed door die crisis komen. Een gezonde sector is een sector met een gunstig en duurzaam toekomstperspectief, want in tegenstelling tot de heer Graus vind ik wel dat die zaken hand in hand gaan. Gunstig betekent innovatief en duurzaam. Ik denk dat dit cruciale elementen zijn.

Ik denk dan ook dat wij er het beste aan doen om de sector in deze moeilijke tijd met een gericht en adequaat stimuleringspakket te ondersteunen. Ik was vorig jaar al met de sector bezig met dit pakket, dat in het voorjaar verder is aangevuld. Op dat beleidsakkoord hebben wij het motto geplakt: Werken aan toekomst, en dat is precies wat we doen. Ik noem dat om de aandacht te vestigen op dat aanvullende beleidspakket waarop tuinders ook een beroep kunnen doen. In het aanvullende beleidsakkoord Werken aan toekomst zit een enveloppe van 50 mln. voor een duurzame agrarische sector, dus ook de tuinbouwsector. In de komende twee jaar is 60 mln. extra beschikbaar voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige Afschrijving Milieu-investeringen (VAMIL). De groenlabelkassen kunnen hiervan profiteren. Vandaag is het 1 juli en dat betekent dat wij vandaag de tweede helft van dit jaar aansnijden en dat de regeling in werking is getreden dat de gewone garantstelling is verhoogd van € 450 000 naar € 600 000. Met ingang van vandaag is de garantstelling-plus opgehoogd van 1,2 mln. naar 2,5 mln. Me dunkt dat dit heel forse stappen zijn. Deze stappen zijn ook noodzakelijk, maar wij moeten deze wel zien en weten te waarderen.

Samen met de minister van VROM heb ik de Kamer een brief gestuurd over de aanpak en de verwijdering van verspreid liggend glas. Wij doen daar een inzet. Ik wijs erop dat het verspreid glas een verantwoordelijkheid is van de provincies, zoals een van de woordvoerders ook heeft opgemerkt. Die verantwoordelijkheid hebben wij gedecentraliseerd naar de provincies, inclusief de bijbehorende budgetten, ervan uitgaande dat de provincies het beste in staat zouden zijn om te zien in welke regio’s een regeling voor verspreid glas noodzakelijk zou zijn en dat zij in die regio maatwerk kunnen leveren. Als wij die verantwoordelijkheid overdragen, inclusief het bijbehorende budget, vind ik dat wij als rijksoverheid en u als volksvertegenwoordiging, maar ook de ondernemers in die regio’s een beroep moeten kunnen doen op de provincie om over de brug te komen en oplossingen te bieden op basis van maatwerk. Dat is wat mevrouw Cramer en ik nog extra willen benadrukken. Wij doen een extra inzet die een stimulans zou kunnen betekenen, maar tegelijkertijd wijzen wij de provincies op hun verantwoordelijkheid ter zake.

Er is gevraagd of er een budget is voor de energietransitie naar een klimaatneutrale glastuinbouw in het kader van de kas als energiebron. Mevrouw Thieme sprak over het programma Zonneterp. Dat is een mogelijkheid, maar ik zou zeggen: kijk eens naar wat wij hier doen bij de kas als energiebron. Daarvoor is tot 2012 een bedrag van 147 mln. beschikbaar. Dat is niet gering. Ik heb hiervoor een paar maanden geleden in het Westland een kenniscentrum geopend waar tuinders met hun ideeën naartoe kunnen, om ze te laten testen. De mogelijkheden die daar nu al worden geëtaleerd en die kunnen worden uitgeprobeerd, zijn fantastisch en om van te watertanden. Zonne-energie is daar ook een onderdeel van. Tegen mensen die een concreet voorstel hebben, kan worden gezegd dat zij gebruik kunnen maken van deze faciliteiten, zodat wij niet de ene maand dit promoten en stimuleren en de andere maand weer met een ander labeltje aan de gang gaan. Daar is uiteindelijk niemand mee gediend.

Ik ben het zeer eens met alle Kamerleden die hebben gezegd dat de tuinbouwsector nu al een koploperspositie heeft, ondanks die heel moeilijke situatie. Deze heeft het ook in zich om de koploperspositie van nettoleverancier waar te maken en verder uit te bouwen. De regering wil dat stimuleren. Daarom is er nog eens 147 mln. extra voor het programma kas als energiebron. Dit bedrag van 147 mln. is natuurlijk wel werk in uitvoering en dus ook budget in uitvoering. Vorige week hebben wij uit het onderdeel overige energie-innovaties de regeling MEI verhoogd van 4 mln. naar 14,5 mln., vooral ten behoeve van de aardwarmte en de biobrandstofprojecten, waarover ik nog zal spreken bij de specifieke vragen. De onlangs geopende Investeringsrekening Energiebesparing (IRE), die nagenoeg geheel met aanvragen is gevuld, wordt ook gefinancierd uit die 147 mln. Van het totaal beschikbare budget van 5,1 mln. is nu 4,7 mln. gevuld. Ondanks de economisch moeilijke periode zien wij dat door de glastuinbouw gelukkig nog steeds gebruik wordt gemaakt van dit soort innovatieve investeringsregelingen voor duurzaamheid. Ik verwacht dat er voor de verdere openstellingen ook voldoende aanvragen zijn en voldoende middelen beschikbaar zijn.

Door veel woordvoerders is gevraagd naar de garantieregeling voor aardwarmte. Daar wordt hard aan gewerkt, maar dat is geen eenvoudig traject. Ik realiseer mij erg goed dat dit teleurstellend is, omdat wij hadden gehoopt deze op 1 april open te kunnen stellen. We streven er nu naar om dat dit najaar te doen, maar het valt niet te onderschatten. Dat moet allemaal ook in Brussel worden afgedekt. Het spijt mij dat dit vertraagd is, maar we kunnen niet met een ongedekte regeling gaan werken. De formele goedkeuringsaanvraag in Brussel loopt nog en dat zal nog even duren.

Ik onderstreep de oproep van de heer Van der Vlies aan de tuinders om de krachten te bundelen en waar mogelijk schouder aan schouder te staan. Ik plaats hier een uitroepteken achter, want ik vind dat de tuinbouwsector zelf ook de rug kan rechten binnen de randvoorwaarden die de NMa stelt, dus zonder dat er sprake is van concurrentievervalsing. Ik geloof dat het belangrijk is dat de sector op een optimale wijze samenwerkt, zodat de prijsvorming goed is en ook de rekeningen worden betaald. Mevrouw Thieme vraagt mij of ik supermarktketens wil oproepen om de rekening te betalen. Ik vind het heel fatsoenlijk dat rekeningen worden betaald, want je kunt van leveranciers niet vragen om voortdurend op de pof te blijven leven. Ik vind dat een kwestie van fatsoen, maar ik vind dat de sector daar zelf een punt van kan maken door collega te zijn en elkaar te steunen in moeilijke tijden. Daarnaast zijn zij natuurlijk ook ondernemer, maar zij moeten zich niet uit elkaar laten spelen. Dit zeg ik overigens niet voor de eerste keer, maar ik heb daar ook in mijn gesprekken met de sector zelf al een aantal keren toe opgeroepen. Ik wijs erop dat ik het LEI heb gevraagd onderzoek te doen naar verdelingsideeën in de keten. Rond Nieuwjaar is dat onderzoek naar de verdeling van marges in de keten naar buiten gekomen. Op grond daarvan valt er ook nog wel het een en ander te doen in de keten zelf, dus bij de productie, de verwerking en uiteindelijk ook de retail.

Mevrouw Snijder is van mening dat er niet zo gek veel verschil is tussen een ondernemer in de tuinbouwsector en een mkb’er, en daarover is door de andere woordvoerders ook gesproken. Ik waarschuw dat men op moet passen met dat te snel en te eenvoudig te zeggen of te vinden. Ik vind dat een groot risico, maar ik zie het punt dat door velen is gemaakt. De heer Mastwijk heeft voor het eerst in dit overleg de vraag geformuleerd of een liquiditeitsoverbrugging mogelijk is in het borgstellingsfonds, waarbij hij een vergelijking maakt met de regeling die collega-minister Van der Hoeven heeft vormgegeven voor het mkb. De vraag is of dat ook mogelijk is voor de tuinbouwsector. Ik begrijp dit verzoek, dat ook al tot mij was gekomen, want de media in ons land zijn soms zo vriendelijk om al te vragen naar de inbreng en dat biedt ons de gelegenheid om een idee te hebben waar de Kamer mee komt, zonder dat mijn mensen naast de heer Polderman hoeven te zitten. Je moet daar soms een vroege vogel voor zijn, maar sommige Kamerleden zijn dat ook. Ik hoorde de heer Mastwijk gisterochtend al uitvoerig op de radio en dat was luid en duidelijk.

Ik heb al gezegd dat ik vandaag de garantstellingsregeling-plus open heb gesteld die is verhoogd van 1,2 mln. naar 2,5 mln. Daarmee kunnen voor ongeveer 60 mln. extra garanties voor duurzame glastuinbouw worden afgegeven. De bedrijfsvoering binnen de glastuinbouw is wezenlijk anders dan die van het mkb. Liquiditeitsoverbrugging is noodzakelijk om de periode tot de oogst te overbruggen. Die situatie komt in het mkb minder voor. Voor bedrijven in de land- en tuinbouw gelden in WTO-verband en in Europa andere spelregels dan voor het mkb. Die regels zijn niet van de ene op de andere dag gewijzigd, en dat moeten wij ook niet willen.

Ik heb LTO Nederland op 29 maart van dit jaar gemeld dat ik een faciliteit voor liquiditeitsoverbrugging wil overwegen en ik heb gevraagd om hierover nadere informatie te verstrekken en voorstellen te doen. Het is wel jammer dat die periode niet is benut en dat ik er tot nu toe niets over heb gehoord. Dat is een gemiste kans. Samen met de sector en de banken wil ik een dergelijke faciliteit serieus overwegen. Ik ga dat doen en ik hoop dat er zo snel mogelijk een voorstel komt.

Tegelijkertijd moeten wij ons daarbij een paar dingen realiseren. De overheid is geen bank en kan en wil ook niet als bank optreden. Dat gebeurt ook niet in de mkb-regeling. Dat betekent dat de banken nadrukkelijk mee moeten werken bij een dergelijke overbruggingsfaciliteit. Verder vraagt deze faciliteit toetsing door Brussel. Dat betekent dat wij snel zullen moeten schakelen en ook het Brusselse traject in moeten. Ik zal u zeggen waarom dit moet in de land- en tuinbouwsector en waarom dat minder direct hoeft bij het mkb. Dat heeft te maken met de vrijstelling op grond van de zogenaamde de-minimisregeling. Bij het midden- en kleinbedrijf ligt het plafond waaronder in Brussel geen toets op staatssteun doorlopen hoeft te worden op € 200 000. Voor de land- en tuinbouwsector ligt deze vele malen lager, namelijk op € 7500. Dat betekent dat je al heel snel naar Brussel moet. Als we een regeling voor liquiditeitsoverbrugging maken, zullen we daarlangs moeten, omdat je al heel snel boven € 7500 uitkomt.

Het is van belang om dat hier te zeggen, maar ik ben gemotiveerd om met de tuinbouwsector en de banken aan tafel te gaan zitten en te bekijken wat wij kunnen doen, hoe wij dat vormgeven en hoe wij dat langs Brussel kunnen krijgen. Mijn laatste opmerking is dat deze regeling ook geld gaat kosten. Iemand moet hiervoor de rekening betalen. Dat betekent dat ik in kabinetsverband moet bekijken of het mogelijk is om dit toe te zeggen en hoe wij dat financieren. Onder die voorwaarden ben ik graag bereid om op aanreiken van een concreet voorstel van de sector met de sector en de banken aan tafel te gaan zitten. Dat wil ik deze zomer nog doen, zodat wij, als er een regeling komt, zo snel mogelijk het Brusselse traject kunnen doorlopen.

De heer Cramer heeft gevraagd of er aanleiding is voor een aparte regeling in het borgstellingsfonds voor jonge tuinbouwers, net als de regeling voor jonge boeren. Die faciliteit voor agrariërs is bedoeld voor ondernemers die een bedrijf willen starten of overnemen. Die fase brengt extra kosten mee. Ik zal hier in tweede termijn nader op ingaan.

De heer Van der Vlies heeft gevraagd of wij de aanvraagprocedure voor het borgstellingsfonds willen versnellen dan wel achteraf willen toetsen. Toetsing achteraf vind ik riskant. We praten over grote bedragen. Ik hecht aan een zorgvuldige procedure. Ik ben wel bereid om te bekijken hoe wij de zaak zo zorgvuldig en voortvarend als mogelijk kunnen afhandelen, maar toetsing achteraf vind ik riskant. Zaken achteraf corrigeren is altijd moeilijker en het leidt ook tot heel hoge frustraties en teleurstellingen, als je dat moet doen. Ik kies voor het voortvarende, maar wel zorgvuldige spoor vooraf. Als wij daarbij tijd kunnen winnen, zullen wij dat moeten doen, dat ben ik met de heer Van der Vlies eens. Ik ben er gemotiveerd voor om dat te gaan doen.

De heer Mastwijk en de heer Van der Vlies hebben gezegd dat met de verruiming van de kredietverzekering die afgelopen vrijdag door het kabinet is aangekondigd, onvoldoende tegemoet wordt gekomen aan de wensen van de tuinbouwsector en van een aantal andere agrosectoren. Het kabinet springt zo ver als de polsstok lang is. Kosten en risico’s moeten in een zekere balans met elkaar worden beoordeeld. De heer Van der Vlies heeft gezegd dat hij staatssecretaris Heemskerk van Economische Zaken heeft gevraagd om daarnaar te kijken. Ik zeg de Kamer graag toe dat ik hierover zal spreken met staatssecretaris Heemskerk om te bezien welke stappen hij al heeft gezet, of nieuwe stappen mogelijk zijn, en zo ja, welke stappen dat kunnen zijn binnen het kader van wat verantwoord is. Ik denk dat de heer Heemskerk het initiatief moet nemen om dit te doen, maar ik sluit mij hierbij aan en ik zal de Kamer te zijner tijd laten weten wat de uitkomst daarvan is.

Er is ook gevraagd naar de risico’s die ondernemers lopen bij aardwarmteboringen. Er wordt hard gewerkt aan een garantiefaciliteit aardwarmte die het geologische risico op misboring afdekt. Deze ligt nu voor in Brussel. In die garantieregeling proberen wij het risico zo klein mogelijk te maken of vrijwel geheel af te dekken. De heer Mastwijk zegt dat de risicopremie nogal hoog is in de MEI-regeling met betrekking tot aardwarmte. Die premie van 7% dient ertoe om de uitgaven en de inkomsten ongeveer met elkaar in evenwicht te brengen en te houden. De regeling voor een garantiefaciliteit is zo nieuw dat het Brusselse goedkeuringstraject nog moet worden doorlopen. Het steunelement zit nu juist in de subsidie op deze premie. Als je hier een marktpremie op zou zetten, kom je naar schatting uit op 12%. Die subsidiëring zit dan in die 5%. Dit percentage is tevens gekozen met het oog op het later overnemen door de markt, en dan denken we aan verzekeraars.

De heer Cramer heeft gevraagd naar de warmtekrachtkoppeling en de aardwarmte. Mijn collega van EZ is bezig met de aansluiting van de warmtekrachtkoppeling op het net. Ik zeg toe dat ik bij haar zal informeren hoe het daarmee staat. Ik doe vanmiddag een oproep die ik al eerder aan de sector heb gedaan, dus het is een beetje frappez, frappez toujours. Die oproep aan de sector is om de regio en de energiemaatschappij met naam en rugnummers te melden, want er zijn geen 200 000 bedrijven die WKK hebben. Wij weten wel dat TenneT ook in dit hele verhaal zit. Laten we nu eens in kaart brengen om welke regio’s het gaat, want in sommige regio’s is het echt goed geregeld en in andere regio’s is het niet geregeld. We moeten elkaar niet blijven napraten dat het overal een probleem zou zijn. Laten wij de regio’s benoemen waar het wel een probleem is, zodat wij het daar kunnen aanpakken. Wanneer de sector komt met die melding, zeg ik toe dat ik dit gericht zal oppakken met de collega van Economische Zaken. De volgorde is dat de sector meldt en dat wij bereikbaar zijn. Ik bespreek dit met de collega van EZ en laat de Kamer weten wat wij vervolgens doen, in die volgorde. Dat is opnieuw een toezegging, maar niet te veel telramen erbij ...

De voorzitter: Ik leg even uit aan de mensen op de publieke tribune dat de toezeggingen voor de commissie aan het eind van de vergadering worden genoemd. Daarom vraag ik aan de minister wat de toezegging is voor de commissie.

Minister Verburg: De voorzitter rekent nu dus uit hoeveel tijd zij moet overhouden om alle toezeggingen aan het eind te kunnen herhalen.

Er zijn ook vragen gesteld over de onrendabele top. Als er een onrendabele top is bij de warmtekrachtkoppeling, kan die in de SDE, maar er is niet altijd sprake van een onrendabele top en dan is er geen sprake van een SDE. Dit vraagt echt om het nog eens nader doordenken en doorspreken met de minister van Economische Zaken. De Kamer spreekt van tijd tot tijd met de minister van EZ over die stimuleringsregeling duurzame energie en kan dit daarbij betrekken. Dan zit zij bij de bron. Anders blijft het toch een beetje over zaken heen springen. Ik denk dat de urgentie groot genoeg is en ik zal dat langs de binnenlijn steunen.

Ik pleit ervoor om de voorschotregeling bij belastingteruggave in het debat met de staatssecretaris en de minister van Financiën in het debat over de Voorjaarsnota aan de orde te laten zijn, want zij zijn hiervoor verantwoordelijk, en dit geldt niet alleen voor tuinbouwondernemers. Er is al aangegeven dat men parallel daaraan in dat debat een andere regeling aan de orde wil stellen. Dat is prima. Dat is de kortste en de meest directe weg.

De heer Van der Vlies heeft gevraagd naar de marges en of ik bereid ben om te bemiddelen tussen producenten en handel. Ik ben best bereid om daartussen te bemiddelen, maar desgevraagd, dus ik vind dat de sector zelf aan zet is. Ik constateer dat er in de keten veel over deze problematiek wordt nagedacht, en daar heb ik waardering voor. Daar heeft het onderzoek van het Landbouweconomisch Instituut wel aan bijgedragen. Ik hoop dat het als gevolg van dat nadenken komt tot een zorgvuldige verdeling van de marges in de keten.

De heer Polderman heeft gevraagd naar de Europese onderzoeken naar de prijsvorming. Die onderzoeken in Europees verband worden aanbesteed en dan kunnen zij van start gaan. De landen zullen daarvan op de hoogte worden gesteld. Ik doe wat aan verwachtingsmanagement, want ik denk dat ik de lijn van de heer Polderman in deze kwestie ken. Als hij denkt dat dit kan leiden tot overheidsingrijpen in de prijsvorming, zeg ik hem nu vast dat dit er zeer waarschijnlijk niet aan zit te komen. Hier is echt een rol weggelegd voor de partners in de keten. Waar ik die partners desgevraagd zou kunnen ondersteunen, ben ik daar graag toe bereid.

De heer Mastwijk en mevrouw Snijder-Hazelhoff hebben nog gesproken over de inzet van de VAMIL voor natuur en landschap. Er ligt een kabinetsvoornemen op dit punt, dus ik zou zeggen dat zij dit bij de staatssecretaris aan de orde moeten stellen.

Dan kom ik op de reductie van administratieve lasten. De regels worden uitgebreid getoetst door Actal wat betreft administratieve lasten. Ik heb geen aanwijzingen dat er sprake is van maatregelen die de administratieve lastendruk verhogen.

De heer Polderman heeft nog gevraagd hoe duurzaam Aalsmeer is. Dat is wat mij betreft het betere gooi- en smijtwerk. Dat gaan wij hier vanmiddag niet doen. Ik ga niet zeggen of Aalsmeer nu wel of niet duurzaam is. Ik zet in op een innovatieve en duurzame tuinbouwsector. Dat er een internationale positie is opgebouwd en dat men aan waardetoevoeging en aan werkgelegenheid doet en daarmee ook weer bijdraagt aan de Nederlandse economie is natuurlijk zeer toe te juichen.

Er is ook gevraagd of de positie van de kleine telers bij de keuringsdienst niet anders moet. Ik zie hiervoor graag een voorstel van de tuinbouwsector zelf. Als de sector zegt dat het beter is om een ander tarief te hebben voor de kleinere tuinders dan voor de grotere en als er intern sprake zou zijn van een vorm van verevening, zou dat betekenen dat de grotere telers datgene moeten betalen wat de kleine telers niet zouden kunnen betalen, want we werken met kostendekkende prijzen en tarieven, en daar ben ik zeer voor. Ik zie de voorstellen uit de sector over deze mogelijkheden met veel vreugde tegemoet.

Er is ook gevraagd of private laboratoria ook onderzoek kunnen doen. Ja, we hebben al eerder geregeld dat dit kan. Mevrouw Snijder constateert dat er geen Chinese muur is bij NAK en Naktuinbouw en dat er straks grote problemen komen bij de bemensing. Wij hebben hier vaker over gesproken. Toen heb ik gezegd dat ik hiervoor geen aanwijzingen heb. Mevrouw Snijder heeft gezegd bewijzen te hebben. Zij heeft die bewijzen inderdaad overlegd. Wij hebben op dat punt ingegrepen en aangestuurd. Ik heb zelf de indruk dat het op orde is. Mocht zij kunnen aantonen dat het nog niet op orde is, dan verzoek ik haar om die zaken aan te reiken. Dan zal ik opnieuw toetsen en sturen, want ik vind het buitengewoon belangrijk dat NAK, NAK AGRO en Naktuinbouw een Chinese muur hebben tussen de door de overheid opgedragen taken en eventueel private initiatieven. Ik vraag haar om mij scherp te houden, maar het moeten wel reële zaken zijn. Ik zeg toe dat ik dan die organisaties scherp houd, omdat dat cruciaal is voor het gezag waarmee NAK en Naktuinbouw kunnen opereren.

De heer Graus is er helemaal op tegen dat Naktuinbouw de enige keuringsinstantie is. Hij vindt ook nog dat de productschappen moeten worden opgeheven. Daar neem ik kennis van, maar ik zeg wel dat het voor de hele Nederlandse tuinbouwsector van geweldig groot belang is om een keuringsinstituut te hebben dat certificaten en verklaringen kan afgeven op grond waarvan we kunnen exporteren, want Nederland is geen klein exporterend land. We zitten in heel veel landen, overal ter wereld. Er hoeft maar één knoeier tussen te zitten om het voor de hele sector te verprutsen, want dan gaat de grens dicht en zie zo’n grens maar weer eens open te krijgen, met Rusland, China of een derde land. Kwaliteit moet onze reclame zijn, dus die moet goed zijn. Dat betekent dat wij geen enkele concessie moeten willen doen wat betreft keuring en certificering.

Het laatste punt dat door velen aan de orde is gesteld, is de bijensterfte. Ik geloof dat wij vorig jaar om deze tijd ook hebben gesproken over dit grote probleem, dat nog niet is opgelost, en toch zijn wij een stapje verder. Ik wijs er allereerst op dat dit probleem zich niet alleen in Nederland voordoet, maar wereldwijd. Dit probleem doet zich dus ook voor in andere landen. De heer Graus heeft toen concrete voorstellen gedaan voor internationale samenwerking, waarbij hij een aantal universiteiten noemde. Ik heb toen toegezegd dat wij daarmee contacten zouden leggen, want het is mysterieus. Het is te gemakkelijk om vanmiddag te zeggen: dat is de oorzaak, die wij zo gaan aanpakken en dan hebben wij straks een oplossing gerealiseerd voor het probleem van de bijensterfte.

Laat ik eerst zeggen dat het sterven van bijenvolken van alle tijden is. Ik zal zo nog op de cijfers ingaan, want er is sprake van een toename, maar het is van alle tijden. Ik dank mevrouw Jacobi en de heer Graus ervoor dat zij waardering hebben uitgesproken voor de initiatieven en de activiteiten die al zijn ontplooid op dit gebied. Er zijn drie aspecten bij de maatregelen die de overheid kan nemen, te weten de rol van bijen als bestuiver van bloemen, de inzet bij andere activiteiten en de achteruitgang van het agro-ecologische systeem. De factoren die honingbijen en andere bestuivers negatief beïnvloeden, moeten worden geïdentificeerd en aangepakt. Dat vraagt om onderzoek, omdat wij dat niet zomaar kunnen doen. Mevrouw Thieme en de heer Polderman hebben opvattingen over welke stoffen dat zouden kunnen veroorzaken. Ik heb die wijsheid nog niet in pacht, maar ik zal straks nog ingaan op hun specifieke vragen hierover. Ik heb een onderzoek voor de komende drie jaar uitgezet, waar ik een miljoen extra geld voor inzet. Dat geld zal worden gebruikt voor monitoring van de feitelijke situatie en voor onderzoek naar de oorzaken. Ik heb de universiteit van Wageningen en het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek gevraagd om voor dit geld gezamenlijk met een plan te komen. Deze organisaties zijn ook nauw betrokken bij een inmiddels wereldwijd samenwerkingsverband van onderzoekers, het netwerk Coloss. Zo wordt internationaal samengewerkt om te bekijken of wij echt alle beschikbare informatie kunnen meenemen. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijke schadelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen. Het derde punt waar ik op inzet, is kennis van het imkersvak. Ik zeg toe dat ik zal bekijken of ik het vak bijenhouden in het lespakket van het agrarisch onderwijs kan laten opnemen. Ik ga ervan uit dat hier veel belangstelling voor zal bestaan en dat als gevolg daarvan de kennis en het onderzoek zullen worden uitgebreid.

Mevrouw Thieme, de heer Mastwijk en de heer Polderman hebben gevraagd naar de gevaren van neonicotinoiden voor bijen. Deze worden als een mogelijke oorzaak meegenomen in het onderzoek. Mevrouw Jacobi vraagt waarom de informatie over bijen niet wordt gepubliceerd, maar alleen wordt geciteerd uit Plant Research International. De reden hiervoor is dat wij gezaghebbende cijfers moeten hebben. PRI-cijfers zijn gezaghebbend, omdat deze zijn gebaseerd op de bestaande cijfers. Bij het onderzoek dat ik de komende tijd laat uitvoeren, wil ik dat de monitoringscijfers goed onderbouwd zijn, anders vormen de maatregelen een slag in de lucht. Dat is zonde van het geld en helpt de bijen ook niet.

Mevrouw Thieme vraagt of ik neonicotinoiden zou willen verbieden tot duidelijk is welke schade zij aanbrengen. Dat ben ik niet van plan. Zij zijn goedgekeurd in Europa. Ik zal wel vragen aan het Ctgb wel vragen om de subletale effecten te beoordelen. Het Ctgb doet zelf ook onderzoek. Ik zal dit punt onder de aandacht brengen van het Ctgb en vragen of zij dit in hun toetsing kunnen meenemen.

De heer Mastwijk heeft gevraagd naar schutstallen voor bijen. Ik vroeg al om een toelichting, omdat ik de schutstallen associeer met een motie van de heer Waalkens over de opvang van dieren. Dit is nieuw voor mij. Ik hoor dat het ook een beetje nieuw is voor de heer Mastwijk. Ik nodig hem uit om zich daarover nader te laten informeren en die informatie schriftelijk aan mij te doen toekomen, zodat ik kan bekijken waar dit over gaat.

Dan de vraag van mevrouw Snijder-Hazelhoff over formaline voor bloembollen. Dat middel is niet toegelaten in Europa als gewasbeschermingsmiddel. Formaline wordt gebruikt voor ontsmetting in dompelbaden. Als biocide mag formaline nog wel. De sector heeft voor het komende seizoen een vrijstelling aangevraagd op grond van artikel 38 en moet zoeken naar een alternatief. Toelating ervan is op dit moment niet mogelijk. Ik denk dat ik hiermee alle vragen van de zijde van de Kamer in eerste termijn heb beantwoord.

De voorzitter: Ik dank de minister voor de beantwoording. We hebben nog maar een kwartier voor de tweede ronde en de beantwoording door de minister. Dat is vrij kort. Met uw goedvinden wil ik het een beetje laten uitlopen tot uiterlijk kwart voor vier.

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik moet constateren dat de minister geheel volgens de CDA-traditie 80% van haar tijd heeft gebruikt voor de financiële problemen en belangen op korte termijn. Aan de crisis in de biodiversiteit en de bijensterfte waar wij mee te maken hebben en waardoor de toekomst van onze landbouw wordt bedreigd, heeft zij vijf minuten besteed en dat stelt mij zeer teleur, maar ik had eigenlijk ook niet anders verwacht. Ik hoor graag een visie van de minister op hoe de glastuinbouw er volgens haar over vijftien jaar uitziet, want die heeft zij onlangs ook gegeven over duurzaam voedsel. Zou de glastuinbouw gezien de specifieke mogelijkheden ervan, over vijftien jaar klimaatneutraal moeten zijn? Veel ideeën zijn namelijk toch nog gebaseerd op fossiele brandstoffen.

Ik heb in eerste termijn kritiek geuit op de beantwoording van mijn Kamervragen door de minister. Zij stelt dat neonicotinoiden niet worden gebruikt op bloeiende gewassen, maar dat is wel het geval. Wat moet de Kamer met een minister die niet wil weten dat dit wordt gebruikt op bloeiende peren- en appelbomen en mais? Mais bloeit, in tegenstelling tot wat de minister denkt. In de alarmerende onderzoeksresultaten over de subletale effecten van deze bestrijdingsmiddelen ziet zij geen aanleiding om een pas op de plaats te maken. Ik ben wel blij dat zij het Ctgb gaat vragen om de subletale effecten mee te nemen, maar ik heb ook gevraagd om de mogelijke synergie-effecten bij de Ctgb-toetsing mee te laten nemen. Kan de minister toezeggen dat deze ook zullen worden getoetst? Dat is niet alleen voor de bijenpopulatie, maar ook voor een duurzame toekomst van de landbouw noodzakelijk.

De heer Mastwijk (CDA): Voorzitter. Ik ben om te beginnen blij dat de minister 80% van haar tijd besteedt aan het onderschrijven van het belang van de glastuinbouw en de werkgelegenheid die daarmee annex is. Zij heeft de woorden «werk in uitvoering» gebruikt. Er ligt inderdaad een heel aardig pakket maatregelen waarover de glastuinbouw kan beschikken. De minister heeft deze genoemd, maar het staat of valt natuurlijk met de liquiditeit. Werk in uitvoering betekent op korte termijn overleven. Ik ben blij met de toezegging dat de minister samen met de sector dat borgstellingsfonds in relatie tot de liquiditeit zo spoedig mogelijk gaat vormgeven. Het woord Brussel valt daarbij. Wij hebben Brussel nodig, maar ik vraag mij soms af of wij niet te angstig zijn voor Brussel in verband met het verlenen van staatssteun. Ik begrijp het probleem van de minister. Ik weet ook dat dit tijd kost, maar soms zou je graag willen dat dingen sneller gingen. Bij de Voorjaarsnota zullen we op een aantal punten terugkomen. Een aantal collega’s en ik hebben vragen gesteld en opmerkingen gemaakt over zaken die eigenlijk op het bordje van andere bewindspersonen liggen. Om die reden heb ik aangekondigd een motie in te dienen. Dat is niet omdat ik denk dat deze minister haar werk niet goed doet, maar om de minister wat instrumenten te geven om het kabinet duidelijk te maken dat het ernst is en dat de glastuinbouw moet worden ondersteund om 350 000 arbeidsplaatsen voor Nederland te behouden. De minister heeft duidelijk geantwoord over de tarieven van de NAK. Zij heeft de sector uitgedaagd om op een aantal punten zelf met voorstellen of initiatieven te komen. Ik ben blij dat de minister zegt dat neonicotinoiden in Europa zijn toegelaten, want mij bereikten signalen dat deze hier wel mogen worden gebruikt en elders in Europa niet. Dat zou raar zijn, zeg ik dan maar. Ik wacht de ontwikkelingen verder af.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Voorzitter. Over de mkb-regelingen zegt de minister dat zij te maken heeft met de agrosector en niet met het mkb. Zij zegt dat de sector zelf met voorstellen moet komen. Mijn vraag is welke knelpunten er zijn, waardoor de sector niet met spoed dezelfde faciliteiten kan krijgen als bij de regeling voor het mkb. Wij moeten goed zicht hebben op de drempels die dit tegenhouden, waar het plafond er een van is.

Ik ben wel heel erg getriggerd door de opmerking van de minister dat de cijfers van het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek niet wetenschappelijk verantwoord zijn en dat zij daarom alleen die van Plant Research International gebruikt. Dat lijkt mij wel een klap in het gezicht voor het Nederlands Centrum voor Bijenonderzoek. Waarom zijn deze cijfers niet wetenschappelijk verantwoord en worden zij niet gebruikt?

Wat betreft het bijenonderzoek heb ik ook een vraag hoe het zit met andere verstuivers. Is de minister van mening dat het verstandig is om daarnaar vergelijkend onderzoek te doen? Zou zij daarvoor specifiek middelen beschikbaar kunnen stellen?

Minister Verburg: Deze vraag heb ik niet. Ik weet niet wat de vraag is.

Mevrouw Jacobi (PvdA): De vraag is of bekend is of andere relevante bestuivers van planten dan de bijen ook te maken hebben met die specifieke sterfte.

Verder vraag ik aandacht voor de macht die speelt bij Naktuinbouw. De minister zegt dat de sector zelf met voorstellen kan komen. Wie bepaalt wie het onderzoek gaat doen, Naktuinbouw of private laboratoria? Zitten de tuinders in een soort machtsvacuüm? Wat is de inspraak van de kleine telers bij Naktuinbouw? Kan de minister zich inspannen voor een zodanige verdeling van de macht dat er sectorbreed goede voorstellen kunnen worden binnengehaald?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Voorzitter. Laat ik beginnen met die maatregel van Economische Zaken. Natuurlijk weet ik ook dat glastuinbouwbedrijven en andere agrarische bedrijven anders zijn dan het mkb, maar het kan toch niet zo zijn dat wij in de economische malaise waar wij nu in zitten, onderscheid maken tussen diverse bedrijven? Hiervoor ligt 1,5 mld. op de plank bij EZ, maar dat zou dan alleen beschikbaar zijn voor het mkb en niet voor de agrarische sector. Voor de VVD-fractie kan dat niet, laat dat helder zijn. Ik vind dat het kabinet daarin een slag moet maken en niet kan zeggen dat er een ander systeem moet worden bedacht, waarvoor wij opnieuw naar Brussel moeten voor de staatssteuntoets et cetera, terwijl men in deze sector zit te springen om hulp.

De minister zegt dat de sector zelf maar moet aangeven waar de knelpunten zitten als het gaat om de WKK-aansluiting. Dat kan ik niet serieus nemen, omdat hierover al in een aantal debatten is gesproken, ook met minister Van der Hoeven erbij. Daarbij zijn die knelpunten aangegeven. Ik denk dat wij elkaar niet goed hebben begrepen. Het gaat om die onrendabele top. Dat betekent dat er nu alleen maar contracten voor acht jaar kunnen zijn in plaats van bijvoorbeeld voor twintig jaar. Dat is de crux. Ik heb begrepen dat dit nu wordt onderzocht, want de minister van Economische Zaken denkt er anders over dan de sector. Ik denk dat er snel duidelijkheid dient te komen over die onrendabele top.

De minister zei dat wij de VAMIL maar bij de staatssecretaris aan de orde moeten stellen, maar ik ga ervan uit dat wij haar daar ook op aan mogen spreken, want het kabinet spreekt toch met één mond? Ik herhaal dat wij graag willen dat deze vooral bedoeld blijft voor milieu-investeringen.

De minister zei dat zij de voorstellen van de sector over de kleine telers en de Naktuinbouw tegemoet ziet. Daar kan ik mij iets bij voorstellen, maar wij moeten wel zo realistisch zijn dat wij weten dat er maar één Naktuinbouw is, die een monopoliepositie heeft. Er is maar één keuringsdienst.

Wat betreft de bijensterfte sluit ik mij aan bij de woorden die net gesproken zijn. Ik ben in ieder geval content dat het onderzoek fors wordt ingezet en dat de minister zich rekenschap geeft van wat er in de rest van Europa gebeurt.

De heer Cramer (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de minister voor de vrij uitgebreide beantwoording en ik zal er kort op reageren. Het is buitengewoon goed dat zij kijkt naar de liquiditeitsoverbrugging en dit snel wil oppakken. Wij hadden begrepen dat de sector hierover al informatie had aangeleverd, maar daarover zullen wij niet kissebissen. Ik ben er erkentelijk voor dat de minister dit gaat doen. Zij zegt dat zij de zomerperiode daarvoor gaat gebruiken, maar de nood is zo hoog dat ik bereid ben om te zeggen: doe wat nodig is om de sector de helpende hand toe te steken en wacht niet tot wij terug zijn van het reces. Om dit te regelen komt de minister bij Brussel uit en dat kost tijd, maar in Brussel moet men zich toch ook realiseren dat er een crisis is in deze wereld en dat zij misschien een tandje harder moeten schakelen. Dat lijkt mij buitengewoon nodig. Bij de banken kon onze grote commissaris dat ook snel doen, dus zij zou hiervoor ook maar eens haar best moeten doen.

Ook dank voor de toezegging dat de minister nogmaals met EZ gaat praten. Er is net gezegd dat het kabinet met één mond spreekt. Dat is wel zo, maar de toonhoogte verschilt wel eens. Zij zeggen allemaal wel hetzelfde, maar het klinkt soms anders. Als wij dit bij de minister van EZ aankaarten, volgt een buitengewoon taaie discussie over de vraag of wij dit echt gaan doen. Daar staan vooral de grote energiebedrijven op de agenda en de buitengewoon grote kans op een fijnmazig netwerk in de tuinbouw komt bijna niet aan bod. Over de onrendabele top zegt EZ dat deze wel rendabel is. Ja, als men van 20 jaar afschrijving kan uitgaan, maar dat kan niet, want die contracten krijgt men niet. Dan zitten diezelfde grote bedrijven ertussen, die zeggen dat zij met 8 jaar garantie geven eigenlijk al te ver gaan. De druk op de sector is groot. Ik hoop op nog meer toezeggingen, maar ik moet helaas om half vier weg voor een ander overleg. Dat is geen desinteresse, maar gewoon de agenda.

De heer Graus (PVV): De verdediging van de minister dat Naktuinbouw ook heel goede dingen doet, heeft niets te maken wat mevrouw Snijder-Hazelhoff en ik naar voren hebben gebracht over de monopoliepositie en de tariefsverhogingen. Ik vind dat niets en niemand een monopoliepositie mag hebben in ons Nederland, met een parlementaire democratie. Dat is het punt. Ik heb gevraagd wat de areaalheffing te maken heeft met het oppervlak van de kweker. De minister is de dochter van een melkveehouder, dus ik had misschien een vergelijking moeten maken met een melkveehouderij die kaas maakt. Dan was misschien wel duidelijk geweest wat mijn vraag was over het verband met de areaalheffing.

Ik begrijp dat ik geen steun hoef te verwachten van de minister of van andere ministers wat betreft de afschaffing van de productschappen. We zullen moeten wachten op betere tijden voor de PVV, maar die zullen zeker komen en dan zullen we zelf de productschappen op de schop nemen. Ik zou zeggen tegen iedereen die bij de productschappen werkt: maak je borst maar nat en ga alvast naar iets anders solliciteren, want het gaat er toch een keer van komen dat zij op de schop gaan.

Ik bedank de minister voor de inzet voor de bijen. Ik neem aan dat zij contact heeft opgenomen met de universiteiten en de denktank die ik had aangedragen. Mijn vraag is om dit niet alleen bij LNV te houden, maar ook VWS erbij te betrekken, vanwege de medicinale werking van bijensputum, zoals ik al zei.

De heer Polderman (SP): Voorzitter. Ik dank de minister voor de antwoorden. De minister heeft gezegd dat verspreid glas de verantwoordelijkheid is van de provincies. Dat is mij bekend, maar zij leggen hun klachten nadrukkelijk bij ons neer. Misschien helpt het om bij het aanspreken van de provincies een stevige aanbevelingsbrief erbij te doen om ze de goede richting op te sturen, zodat wij er een win-winsituatie van kunnen maken.

De minister heeft ook gesproken over de kas als energiebron. Daar zit 147 mln. in. Ik ben het ermee eens dat dit een fantastisch mooi project is waar wij een slag in moeten maken om tot verduurzaming te komen. Het probleem is dat de sector nu voor een aantal essentiële bestaansvragen zit. Hoe gaat de minister daarmee om, gesteld dat ondernemers de wens hebben om via het project De kas als energiebron een investering te doen om hun bedrijf te moderniseren, maar de bank niet garant staat, omdat dat te ingewikkeld wordt? Kan de minister dan een soort garantstelling als achtervang bieden, omdat zij erop vertrouwt dat die bedrijven de slag naar duurzaamheid op deze manier kunnen maken? Dat is de vraag waar het om gaat. De minister zegt dat het geen mkb-sector is. Ik vraag haar om dat met EZ kort te sluiten en van de nood een deugd te maken voor deze sector door de verduurzamingsslag juist in deze tijd forser in te zetten.

Ik ben wat teleurgesteld door de reactie van de minister op mijn vraag om eens te discussiëren over hoe dat zit met food en non-food in de glastuinbouw. We hebben al vaker een discussie gehad over produceren voor de mond, de motor of de luxe. De minister zegt dat dit het betere gooi- en smijtwerk is en dat zij daar nu even niet aan doet. Dat vind ik toch teleurstellend, omdat dit volgens mij een wezenlijke vraag is, want anders zou ik deze niet gesteld hebben. Zij doet deze toch wat te gemakkelijk af. Ik vraag haar om er in ieder geval over na te denken hoe wij daarmee om moeten gaan.

Bij de bijen gaat zij volgens mij voorbij aan het probleem. Ik ben het absoluut met haar eens dat alle andere doelen, zoals betere dracht, betere imkerij en betere kennisoverdracht, allemaal meewerken, maar het probleem van de neonicotinoiden is toch wel helder. Het onderzoek van de heer Van der Sluijs van de universiteit van Utrecht, die hier vandaag aanwezig is, maakt duidelijk dat dit zeker een punt is. Het probleem is dat nooit, of misschien pas als het te laat is, voor 100% te bewijzen is dat dit een belangrijke rol speelt, dus ik blijf pleiten voor een moratorium op dit gebied. De minister zegt dat het college van toelating het heeft toegelaten en dat het in Europa is toegelaten. Ik weet dat andere landen hebben gezegd dat zij dat een tijdje niet gaan doen, dus die keuze is er wel. Ik vraag of de minister in Europa pleit voor een moratorium en of zij er in ieder geval in Nederland wat aan doet.

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik was vergeten om te stellen dat de minister conform de Europese richtlijn vanaf 1 augustus 2009 verplicht is om al die middelen opnieuw een toelatingstest te laten doen, dus al die toelatingen moeten worden herzien. Zij kan wel toezeggen dat het Ctgb ook gaat kijken naar die subletale effecten, maar dat moet zij ook doen op grond van de Europese richtlijn.

Minister Verburg: Voorzitter. Dank voor de inbreng in tweede termijn van de zijde van de Kamer. Op de vraag of ik vind dat de tuinbouw over vijftien jaar klimaatneutraal moet zijn, kan ik zeggen dat ik dat wat lang vind duren. Ik mik op 2020 en op energieleverend in de jaren daarop, dus een plus in de energie. Bovendien zal hij volstrekt duurzaam moeten zijn. Alle regelingen die ik in de markt zet, zijn daarop gericht. Innovatie voor verduurzaming, dat zijn de sleutelwoorden in dit hele traject. Het is goed dat de Kamerleden daar recentelijk zijn geweest, want dan hebben zij ook gezien hoeveel kansen er zijn en hoeveel innovatieve en creatieve ondernemersgeest er in die tuinbouwgebieden is, ondanks de moeilijke situatie.

Ik ben bestraffend toegesproken omdat ik niet zou weten dat mais bloeit. Mais bloeit inderdaad. Ik geloof dat wij daarover niet van mening verschillen, maar dan moet ik toch wel even terugspreken. Als mevrouw Thieme dit met zoveel stelligheid poneert, zou zij moeten weten dat bijen niet op bloeiende mais vliegen. Daarom is het wel toegelaten voor mais en niet voor zonnebloemen of koolzaad.

De voorzitter: Ik merk even op dat de tribune niet mag reageren.

Minister Verburg: Mevrouw Thieme heeft aangegeven dat het Ctgb een aantal zaken per 1 augustus opnieuw moet implementeren. Het Ctgb is er voluit mee bezig om alles wat daarin meegewogen en gemeten moet worden, mee te wegen en te meten.

De heer Mastwijk heeft een aantal opmerkingen gemaakt, ook over een motie. Ik heb daarover gezegd wat ik heb gezegd.

Mevrouw Jacobi vraagt naar de liquiditeitsoverbrugging en mevrouw Snijder-Hazelhoff eigenlijk ook. Daarop zeg ik: zie wat ik hier vanmiddag voorstel als een uitgestoken hand, waarmee wij maatwerk kunnen leveren, en sta daar iets langer bij stil dan u nu doet. Ik begrijp deze oplossingsgerichtheid, maar mijn oplossingsgerichtheid is ten minste net zo groot en uiteindelijk ook haalbaarder en houdbaarder. Onderschat niet dat er een wezenlijk onderscheid zit in de mogelijkheden voor stimulering van een aantal nationale en internationale regelingen. Als we op deze woensdagmiddag zeggen dat het beter uitkomt om de tuinbouwsector onder de mkb-regeling te schuiven, moeten we ons wel realiseren dat we dan ook een aantal andere faciliteiten en stimuleringsregelingen kwijt zijn, als dat al zou lukken. Mijn advies is om die handschoen op te pakken. Ik reik de hand ook naar de sector. Als de sector zelf niet met een voorstel komt, zal ik hen uitnodigen om met een voorstel te komen. Ik zie de oproep van de heer Cramer als een aanmoediging om er geen zomer overheen te laten gaan, maar aan de slag te gaan en het traject naar Brussel in te zetten en niet af te wachten tot de Kamer terug is van reces, want dan verliezen wij wellicht belangrijke en kostbare tijd. Ik ben graag bereid om na de zomer in de Kamer verantwoording af te leggen over wat wij hebben gedaan.

Bij het bijenonderzoek ga ik uit van de cijfers die ik heb. Laat mij dat in de praktijk maar uitzoeken, maar laat mij alsjeblieft sturen op betrouwbaarheid in dit hele verhaal. Daar is iedereen mee gediend, inclusief de bijensector. Mevrouw Jacobi heeft ook gevraagd of er onderzoek wordt gedaan naar andere bestuivers. Het antwoord daarop is ja, dat zit in dat onderzoek.

De heer Graus heeft ook een opmerking gemaakt over de grote en de kleine telers. Ik wijs erop dat er door de vormgeving van NAK en Naktuinbouw sprake is van een organisatie die publieke taken uitvoert en waarvan ik de tarieven vaststel. In het bestuur is de tuinbouwsector vertegenwoordigd, dus deze kan zelf via dat bestuur aangeven wat en hoe men dat graag heeft, even afgezien van het feit dat er wettelijke taken moeten worden uitgevoerd. Die mogelijkheid is er dus.

Ik zie het punt van de onrendabele top bij de WKK. De Kamer zegt dat er sprake is van een onrendabele top, omdat de contracten niet langer doorlopen dan 8 jaar. Om de onrendabele top terug te verdienen is ten minste een contract nodig van 20 jaar. De heer Cramer heeft gezegd dat het kabinet met één mond spreekt, maar dat de toonhoogte bij de een anders is dan bij de ander. Ik zal dit nagaan en hierover zo nodig contact opnemen met mijn collega van EZ, want als je de theoretische rekensom maakt dat dit over 20 jaar niet onrendabel zou moeten zijn, terwijl contracten in de praktijk voor niet langer dan 8 jaar worden afgesloten, dan moet je daarop inspelen. Dat zeg ik toe. Als er sprake is van een onrendabele top, kan een beroep worden gedaan op de Stimuleringsregeling Duurzame Energie.

Natuur en landschap moeten ook gebruik kunnen maken van de VAMIL-regeling. Ik vind dat een verantwoorde keuze. Wij vinden niet alleen de land- en tuinbouwsector van groot belang, maar ook een mooi landschap en aantrekkelijke natuur. Investeringen daarin zijn ook van groot belang. Ik geloof dat wij hier vorige week om deze tijd een uitvoerig debat over hebben gehad. De Kamer vindt het ook van groot belang om de ecologische hoofdstructuur en een aantal andere trajecten te realiseren. Ik vind dat er inmiddels een buitengewoon verantwoord voorstel voorligt bij de Tweede Kamer.

Het bijenonderzoek wordt niet alleen verbreed naar de Europese Unie, maar het wordt wereldwijd. De heer Graus heeft vorig jaar al een aantal internationale universiteiten genoemd. Hij heeft gevraagd naar de areaalheffing en het plantmateriaal. In een brief van 26 mei over de kosten van de veldkeuring van Naktuinbouw heb ik geschreven dat de verdelingssystematiek van keuringskosten waarvoor is gekozen, door alle geregistreerde bedrijven wordt gezien als rechtvaardig. Ik begrijp dat de heer Graus geluiden hoort dat dit niet zo zou zijn. Mijn advies zou zijn om die tuinders te verwijzen naar het bestuur, zodat dit op de bestuursagenda aan de orde kan komen. Ik denk dat dit de beste en de kortste weg is. De heer Graus heeft ook gevraagd om bij het bijenonderzoek het contact te verbreden naar VWS. Ik zal de mensen die daarmee bezig zijn, op dat spoor zetten.

Wij doen al het nodige aan verspreid glas. Het Rijk heeft 10 mln. beschikbaar gesteld en hiervoor is 40 mln. opgenomen op de begrotingen van de provincies, dus die verbreding is er wel degelijk.

De food- en de non-foodtoepassing van plantaardige productie zijn twee zijden van de tuinbouw en voor beide geldt dat ik wil dat zij innovatief en verduurzamend zijn. Het is buitengewoon moeilijk om de voedingstuinbouw wel te stimuleren en de sierteelt niet meer. Het lijkt mij niet verstandig om een scheiding te maken in die regelingen.

De heer Polderman verwijst naar het onderzoek van de heer Van der Sluijs. Ik begrijp dat hij op de tribune zit. Ik zal iemand vragen om straks naar hem toe te lopen en om dat onderzoek te vragen. Ik ken het niet, maar ik zal het met veel belangstelling tot mij nemen.

De heer Graus (PVV): Ik had nog gevraagd of de minister met de minister Van der Hoeven wil gaan praten over de energieprijzen. De tuinders zijn wel vertegenwoordigd in het bestuur, maar de minister weet zelf ook dat dit heel incestueuze besturen zijn, ook al vindt zij dat geen leuk woord. Vaak worden de kleine tuinders helemaal niet vertegenwoordigd.

Mevrouw Thieme (PvdD): De minister heeft gezegd dat zij het Ctgb gaat vragen om de neonicotinoiden te testen op subletale effecten. Ik had nog gevraagd of zij dat ook gaan doen voor de mogelijke synergie-effecten en of zij de Kamer wil informeren over de resultaten daarvan.

Minister Verburg: Ik weet niet wat u bedoelt met de synergie-effecten.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dan denk ik dat het goed is als u het onderzoek van de heer Van der Sluijs erbij betrekt, want daarin wordt daarop ingegaan.

Minister Verburg: Ik heb al gezegd dat ik het onderzoek van de heer Van der Sluijs niet ken en dat ik het tot mij zal nemen, maar ik laat het wel even op mij inwerken. Ik heb ontzettend veel respect voor wetenschappers, maar ik moet toch even nadenken over de toepasselijkheid en de waarde daarvan voor de praktijk van mijn beleid. Ik vraag u om dat dan toch wel te respecteren.

Mevrouw Thieme (PvdD): Dat respecteer ik ook, maar gaat u de Kamer wel informeren over het toetsen van de subletale aspecten door het Ctgb?

Minister Verburg: Ik heb hierover een toezegging gedaan, dus dat gaat gewoon gebeuren.

De voorzitter: De laatste toezegging is al door de minister genoemd. De eerste toezegging was dat de minister overleg zal voeren met de staatssecretaris van EZ.

Minister Verburg: Ik heb nog een toevoeging. De Kamer kan zich zelf overtuigen van de resultaten van de toetsing van het Ctgb, want die zijn openbaar en beschikbaar voor iedereen die daarin geïnteresseerd is.

De voorzitter: Ik dank de minister voor haar beantwoording in derde termijn. Ik zie dat de heer Mastwijk nog een vraag heeft.

De heer Mastwijk (CDA): Ik heb een VAO aangekondigd. Ik heb aangegeven welke motie er van mijn kant komt. Ik sluit niet uit dat er nog andere moties komen. Dat VAO is aangevraagd, dus die mogelijkheid is er.

De voorzitter: Dat VAO zal dan aangevraagd worden door de voorzitter van de vaste commissie. Ik noem twee toezeggingen.

De minister zal overleg voeren met de staatssecretaris van EZ over kredietverzekeringen en de Kamer op de hoogte stellen van eventueel nieuwe mogelijkheden.

De minister zal over de problemen met warmtekrachtkoppeling en de aansluiting op het energienet overleg voeren met de minister van EZ en de Kamer hierover informeren.

Mevrouw Verburg: Ik zal deze toezegging nog specificeren. Ik ga met de minister van EZ spreken over de vraag hoe wij effectief kunnen sturen wat betreft de aansluitingsproblematiek tussen warmtekrachtkoppeling en het net, want dat is een probleem. Ik heb ook gezegd dat ik de WKK en de onrendabele top met de minister van EZ zal bespreken. Als wordt uitgegaan van een berekening over 20 jaar die in de praktijk niet opgaat, omdat contracten voor niet langer dan 8 jaar kunnen worden gesloten, kan zich daar ook een probleem voordoen dat aan de orde moet zijn.

De voorzitter: Ik dank de minister voor deze aanvulling. Ik denk dat alle vragen goed zijn beantwoord. Het is nu kwart voor vier. Ik sluit dit overleg met de minister van LNV, nadat ik eenieder hartelijk dank heb gezegd voor het bijwonen ervan, en over een kwartier beginnen wij weer in een andere zaal.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), voorzitter, Poppe (SP), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Jager (CDA), Ormel (CDA), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Neppérus (VVD), Jansen (SP), Jacobi (PvdA), Cramer (ChristenUnie), Koppejan (CDA), Graus (PVV), Zijlstra (VVD), Thieme (PvdD), Dibi (GroenLinks), Polderman (SP), Elias (VVD) en Linhard (PvdA).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Mastwijk (CDA), Ten Hoopen (CDA), Luijben (SP), Tang (PvdA), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Biskop (CDA), Pieper (CDA), Koşer Kaya (D66), Van Leeuwen (SP), Eijsink (PvdA), Depla (PvdA), Kant (SP), Blom (PvdA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Van Heugten (CDA), Brinkman (PVV), Ten Broeke (VVD), Ouwehand (PvdD), Vendrik (GroenLinks), Lempens (SP), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD) en Van Dam (PvdA).

XNoot
2

Samenstelling:

Leden: Van Gent (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Poppe (SP), Snijder-Hazelhoff (VVD), ondervoorzitter, Depla (PvdA), Van Bochove (CDA), Koopmans (CDA), voorzitter, Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Vietsch (CDA), Aptroot (VVD), Samsom (PvdA), Boelhouwer (PvdA), Roefs (PvdA), Neppérus (VVD), Van Leeuwen (SP), Jansen (SP), Van der Burg (VVD), Van Heugten (CDA), Ouwehand (PvdD), Bilder (CDA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie) en Linhard (PvdA).

Plv. leden: Vendrik (GroenLinks), Van der Vlies (SGP), Polderman (SP), Remkes (VVD), Jacobi (PvdA), Pieper (CDA), Koppejan (CDA), Ormel (CDA), Koşer Kaya (D66), Leijten (SP), Schreijer-Pierik (CDA), De Krom (VVD), Vermeij (PvdA), Waalkens (PvdA), Vos (PvdA), Zijlstra (VVD), Langkamp (SP), Gerkens (SP), Van Beek (VVD), Schermers (CDA), Agema (PVV), Thieme (PvdD), Sterk (CDA), Ortega-Martijn (ChristenUnie) en Besselink (PvdA).

XNoot
3

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), Schreijer-Pierik (CDA), Vendrik (GroenLinks), Ten Hoopen (CDA), Spies (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), Aptroot (VVD), Smeets (PvdA), Samsom (PvdA), Timmer (PvdA), voorzitter, Irrgang (SP), Jansen (SP), Biskop (CDA), ondervoorzitter, Ortega-Martijn (ChristenUnie), Blanksma-van den Heuvel (CDA), Van der Burg (VVD), Graus (PVV), Zijlstra (VVD), Besselink (PvdA), Gesthuizen (SP), Ouwehand (PvdD), Vos (PvdA), De Rouwe (CDA) en Elias (VVD).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Jan Jacob van Dijk (CDA), Sap (GroenLinks), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA), Koşer Kaya (D66), Ulenbelt (SP), Blok (VVD), Boelhouwer (PvdA), Kalma (PvdA), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Karabulut (SP), Luijben (SP), De Nerée tot Babberich (CDA), Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie), Atsma (CDA), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Nicolaï (VVD), Van Dam (PvdA), Gerkens (SP), Thieme (PvdD), Heerts (PvdA), Uitslag (CDA) en Weekers (VVD).