nr. 17
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 november 2008
Halverwege dit jaar heeft de glastuinbouwsector mij benaderd voor ondersteuning
van de sector vanwege de hoge energieprijzen. Samen met de sector en de Rabobank
heb ik gekeken welke mogelijkheden hiervoor waren.
Ondertussen zijn de energieprijzen gedaald maar nog steeds hoog in vergelijking
met afgelopen jaren. Verder kampt de sector al het gehele jaar met lage productprijzen;
de hoge energiekosten aan de ene kant worden allerminst goedgemaakt door opbrengsten
aan de andere kant. En vervolgens ondervindt de sector ook de nadelige gevolgen
van de kredietcrisis wat zich uit in moeilijk verkrijgbare kredieten en ook
hogere prijzen om aan geld te komen.
De drie problemen waarmee de glastuinbouwsector wordt geconfronteerd,
de hoge energieprijzen, de lage productprijzen en de kredietcrisis zijn voor
mij aanleiding om, bovenop datgene wat ik al doe, een aanvullend pakket aan
maatregelen te treffen. Onderstaand ga ik eerst kort in op het stimulerend
pakket dat klaarligt voor de sector. Vervolgens ga ik in op het aanvullend
pakket aan maatregelen. Hierbij zal ik ook de inzet betrekken die de Rabobank
van plan is te nemen.
Huidige situatie
Momenteel verkeert de glastuinbouwsector in economisch zwaar weer, net
als vele andere sectoren in de Nederlandse economie. De kosten nemen toe en
de opbrengsten vallen tegen. De export van groenten en fruit was in de maand
september minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Het perspectief voor
kwetsbare bedrijven was al niet positief en dat beeld wordt nog negatiever
ingekleurd door de huidige hoge energieprijzen. Toch zijn de hoge energieprijzen
voor het overgrote deel van de bedrijven geen acuut probleem. Wel is het nodig
dat de sector sneller dan voorzien zal moeten inspelen op een nieuwe situatie.
Een aanpassing die overigens de afgelopen jaren ook al volop plaatsvond
via schaalvergroting enerzijds en stoppende bedrijven anderzijds.
Het is de sector de afgelopen jaren goed gegaan en er is in vele gevallen
een reserve aanwezig. De uitgangssituatie is dus in het algemeen niet slecht.
Bovendien zijn er fiscaal mogelijkheden om winst en verlies over meerdere
jaren te verrekenen.
Dit brengt mij tot de overtuiging dat ondanks de huidige moeilijkheden
de glastuinbouwsector een in de kern gezonde sector is met een gunstig toekomstperspectief.
Dit rechtvaardigt de steun bij de verdere verduurzaming van de sector. Evident
daarbij is dat de Nederlandse glastuinbouw kwetsbaar is door de afhankelijkheid
van fossiele energie, energie die in de meeste kassen nog nodig is voor de
voorziening van warmte en belichting. Het is dan ook zaak dat de sector met
volle kracht verder werkt aan haar ambitie om onafhankelijk te worden van
de inzet van fossiele energie. Voor de opwekking van warmte zijn hiervoor
al technieken beschikbaar, namelijk de semigesloten kas en aardwarmte. Voor
elektriciteitsopwekking is het nog niet zo ver maar op dit punt vindt momenteel
onderzoek plaats.
In de ambitie om onafhankelijk te worden van fossiele energie ben ik met
de sector een omvangrijk innovatie- en investeringsprogramma overeengekomen.
We zitten nog middenin dit programma en er zijn veel middelen beschikbaar
om de transitie de komende jaren voort te zetten. Tot en met 2011 is nog € 147
mln. beschikbaar voor de energietransitie. Daarnaast wil ik niet onvermeld
laten dat de verlaagde energiebelasting is verlengd tot en met 2010. Dit levert
de sector een besparing op van circa € 150 mln. op jaarbasis.
Daar bovenop is het afgelopen jaar € 33 mln. beschikbaar gekomen
voor de herstructurering van de Greenports en € 22 mln. voor de
inrichting en herstructurering van Klavertje 4 in Venlo.
Aanvullend pakket
Om een innovatieve en duurzame tuinbouwsector te stimuleren stel ik bovenop
de voornoemde inzet het volgende pakket aan maatregelen beschikbaar:
• Evenals het ministerie van EZ draag ik € 5 mln. bij aan
de garantieregeling aardwarmte. De regeling voor deze garantie zal hoogstwaarschijnlijk
in april 2009 open gaan. Hoewel de regeling niet alleen de glastuinbouwsector
betreft is de belangstelling vanuit deze sector groot.
• Overigens is de Rabobank ook bereid bij te dragen aan dit fonds
en naar verwachting in dezelfde orde van grootte als mijn departement (€ 5
mln.).
• Ik ben voornemens de borgstelling «plus» te verhogen
van € 1,2 mln. naar € 2,5 mln. per aanvraag. Hiervoor
moet echter eerst goedkeuring worden verleend door de Europese Commissie.
Hiermee geef ik een impuls aan duurzame investeringen.
• De aangescherpte eisen voor het groenlabelkascertificaat worden
enigszins versoepeld, zodat enerzijds voldoende duurzame ambitie in dit certificaat
is gewaarborgd en anderzijds de sector ook effectief gebruik kan maken van
de betreffende regelingen. Met deze versoepeling kunnen ook intensieve bedrijven
in aanmerking komen voor de hierna nader genoemde fiscale regelingen, namelijk:
• Per januari 2009 gaat de Milieu-investeringsaftrek (MIA) voor groenlabelkassen
omhoog van 30 naar 40%.
• Eveneens per januari 2009 wordt de aftopping van de Willekeurig Afschrijving Milieu-investeringen (VAMIL) van 50% ongedaan gemaakt.
• Ik wil samen met mijn collega van VROM in de Agenda Landschap het
Ruimte-voor-Ruimte instrumentarium verder optimaliseren en zal bij de provincies
aandringen op een effectieve inzet hiervan. Met een zorgvuldige toepassing
van de Ruimte-voor-Ruimte regeling kunnen verouderde en verspreid liggende
glastuinbouwbedrijven worden gesaneerd. Het mes snijdt aan twee kanten, enerzijds
worden verouderde en minder duurzame bedrijven opgeruimd waarmee de energieprestatie
van de sector verbetert, anderzijds draagt dit bij aan de landschappelijke
kwaliteit.
• Verder ben ik bereid om in goed overleg met EZ gesprekken tussen
de sector en netbeheerders te faciliteren over de aansluitproblematiek van
Warmtekrachtkoppelingen (WKK’s) op het elektriciteitsnet.
En als laatste, maar beslist niet minst belangrijke, laat ik samen met
de Rabobank onderzoek doen naar de lage afzetprijzen. Hoe wordt in de keten
van producent tot consument de marge verdeeld? Zoals ik u in het begin van
deze brief al aangaf, kampt de sector met lage opbrengsten. En zoals de sector
mij aanspreekt op de kostenkant, spreek ik op mijn beurt de sector aan op
de opbrengstenkant. De overtuiging groeit, zowel binnen als buiten de sector,
dat tuinders weinig afzetkracht hebben en dat bundeling van die kracht de
enige optie is om te kunnen overleven.
Begin 2009 zal ik, met het onderzoek in de hand, met de glastuinbouwketen
in gesprek gaan en kijken of er oplossingen gevonden kunnen worden voor deze
problematiek.
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
G. Verburg