31 700 XIV
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2009

nr. 120
VERSLAG VAN EEN WETGEVINGSOVERLEG

Vastgesteld 26 november 2008

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft op 24 november 2008 overleg gevoerd met minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de LNV-begroting 2009, onderdeel visserij.

Van het overleg brengt de commissie bijgaand stenografisch verslag uit.

De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Atsma

De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Peen

Stenografisch verslag van een wetgevingsoverleg van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Maandag 24 november 2008

14.00 uur

De voorzitter: Koopmans

Aanwezig zijn 10 leden der Kamer, te weten:

Cramer, Van Gent, Graus, Jacobi, Koopmans, Koppejan, Ouwehand, Polderman, Snijder-Hazelhoff en Van der Vlies,

en mevrouw Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Aan de orde is de behandeling van:

het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2009 (31700-XIV);

de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 21 oktober 2008 met de antwoorden op vragen inzake Habitattype 1110a (29675, nr. 49);

de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 20 oktober 2008 over het experiment rapen Japanse oesters (29675, nr. 51);

de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 21 oktober 2008 over het advies Heldoorn mosselzaadvisserij (29675, nr. 50);

de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 21 november 2008 met een reactie op het boek "Wat is er mis met vis?" (2008Z07473);

de brief van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 19 november 2008 over de Vernieuwing en verduurzaming Noordzeevisserij (29675, nr. 61);

de brief van de president van de Algemene Rekenkamer d.d. 30 oktober 2008 met het rapport Duurzame visserij (31748).

De voorzitter:

Ik heet de minister en haar medewerkers en het publiek van harte welkom. In de procedurevergadering van de commissie is afgesproken dat wij werken volgens de begrotingsvolgorde en dat de leden negen minuten spreektijd krijgen.

De heerPolderman(SP)

Voorzitter. Ik wil het vandaag in ieder geval over een drietal onderwerpen hebben, de buitenvisserij en dan vooral de problematiek van de boomkor en iets over de mosselsector, de binnenvisserij, toegespitst op het aalgebeuren, en de kweek.

Het wordt nu door vrijwel iedereen erkend dat het niet goed gaat met onze zeeën en oceanen. Overbevissing en milieudruk leiden al jaren tot een teruggang van de visbestanden. Een van de opmerkelijkste zaken in het rapport van de Rekenkamer vond ik de constatering dat er twee beleidsterreinen naast elkaar lijken te bestaan, namelijk die van visserij en die van natuur. Dat is opmerkelijk, omdat die beleidsterreinen bij ons in één minister en één ministerie zijn verenigd. Hoe kan het dat de Rekenkamer toch tot die waarneming is gekomen? Kan de minister daarvoor een verklaring geven? Ik begrijp dat namelijk niet.

De minister zet in de begroting in op verduurzaming van de visserij. Een andere weg is er niet, maar de vraag is of wij het op tijd gaan redden. Zullen er nog vissers overblijven en zal er nog vis overblijven? Ten aanzien van de kottervisserij gaat deze transitie veel te langzaam. De enorme stijging van de brandstofprijzen is, als je heel cynisch bent, op te vatten als een geluk bij een ongeluk, want de schepen blijven aan de kant. Maar zo cynisch wil de SP niet zijn, want ook de vissers hebben perspectief nodig. Naar mijn mening zou zowel economisch als ecologisch winst te behalen zijn door de waanzinnige verspilling van de bijvangsten nu eens echt aan te pakken. Deze visserijmethode, waarbij driekwart van de vangsten weer overboord worden gegooid, is volkomen achterhaald. Zelfs in een situatie van overvloed zou je niet op die manier moeten willen omgaan met je levende have, maar zeker in de huidige situatie waarin de bestanden instorten, is dat ronduit misdadig. Dat vissers deze methode ooit is opgedrongen – ook hier zien wij weer de blinde marktwerking – is iets waarvoor de mensheid zich, als wij over enkele decennia terugkijken, zeer zal schamen. Deze vorm van visserij moet zo snel mogelijk totaal om. De omschakeling naar andere methodes moet met de grootst mogelijke prioriteit worden ingezet. Nu staat echter in de begroting dat in 2013 40% van de boomkor zal zijn omgeschakeld naar betere methoden. Dat is gezien de ernst van de situatie toch geen tempo? Is de minister bereid dit tempo op te schroeven? Mocht dat niet zo zijn, wil zij uitleggen waarom niet?

In de brief van 19 november schrijft de minister dat zij de noodzakelijke omslag niet vanuit Den Haag kan opleggen. Er wordt een project opgezet om de vissers een bedrijfsplan te laten maken, omdat dit noodzakelijk is voor de toekomstvisie van de individuele visser. Wat is de toekomstvisie van onze minister? Is zij het met mij eens dat er geen toekomst meer is voor de traditionele boomkor? Overigens is dat traditionele misleidend, want hoe lang bestaan deze stofzuigers met veel te veel vermogen eigenlijk? Zo traditioneel is dat helemaal niet. Integendeel, het is een modernisme dat een doodlopende weg blijkt te zijn. Stop ermee. Zo snel mogelijk.

Dan de mosselsector. Het lijkt wat op te klaren op dat front. Het lijkt ons het beste om nu maar af te wachten waarmee de heer Meijer komt. Wel pleit ik voor meer innovatie van de kweek van schelpdieren op land. Ik denk dat daar meer toekomst in zit dan in het oneindig opschalen van MZI-technieken. Ik hoor graag van de minister of zij het met mij eens is dat hieraan, ook in verband met de discussie over het zicht op het perspectief van de eiwittransitie, meer aandacht moet worden geschonken.

Dat brengt mij meer in het algemeen op het project over kweek. Helaas is onlangs gebleken dat een tilapiaproject in Brabant is mislukt. Ik heb hierover vragen gesteld. De minister wijt het mislukken aan marktmechanismen en niet aan milieu en techniek. In de eiwittransitiediscussie is het van cruciaal belang dat wij vis kunnen kweken waarbij niet drie kilo vismeel nodig is voor één kilo gekweekte vis, zoals nu het geval is. Dit leek de goede kant op te gaan met tilapia, maar het project is spaak gelopen. Is de minister het met mij eens dat wij ten aanzien van innovatie vooral hierop moeten aansturen en, zo ja, hoe wil zij dat gaan doen? Hoe denkt de minister bovendien grip te krijgen op de falende marktmechanismen? Eigenlijk is het simpel. De tilapia van eigen bodem – nog wel met een hoop subsidie, iets van 3 mln. – is uit de markt gedrukt omdat er een import is van goedkope kweek onder slechte milieunormen. Deze komt diepgevroren als zogenaamd verse kweekvis op de markt. Wat gaat de minister eraan doen om dit marktfalen aan te pakken?

Dan de situatie van de binnenvisserij en vervolgens het aalherstelplan. De contouren van een nationaal herstelplan worden in de brief van 19 november geschetst. Dat de situatie zeer ernstig is, daarover is iedereen het inmiddels wel eens. Echter, de voorstellen die nu gedaan worden, hebben wat mij betreft vooral het karakter van het kind dat met het badwater wordt weggegooid. Laat ik om te beginnen Sportvisserij Nederland prijzen voor haar opstelling. Een oproep aan de eigen achterban om de paling maar te laten zwemmen is een dapper besluit; dat geeft vertrouwen. Voor je plezier op deze vissoort vissen zou je maar beter niet meer kunnen doen. Tegelijkertijd luiden de beroepsvissers de noodklok en dat is zeer begrijpelijk. Er is om te beginnen geen duidelijkheid over de wetenschappelijke aannames van IMARES waarop de maatregelen zijn gebaseerd. De minister erkent dit en stelt dat er een brede, technische consultatie over dit onderwerp in voorbereiding is. Ondertussen worden echter al wel verstrekkende voorstellen gedaan. Dat lijkt niet logisch. De vraag is dan ook of deze brede maatschappelijke consultatie niet een voorwaarde is voor verdere stappen. De Combinatie van Beroepsvissers stelt voor, een second opinion te doen. Dat kan snel en lijkt mij ook noodzakelijk, juist vanwege het verkrijgen van draagvlak. Kan de minister deze volgorde toezeggen: eerst een consultatie, ofwel een second opinion, en daarna een definitief besluit over de te nemen maatregelen?

Over de stillegperiode in de maanden september en oktober is veel onrust bij de betrokken bedrijven. Logisch, want dit is de piekperiode waarin de helft of meer van de jaaromzet wordt gerealiseerd. Deze maatregel is dus een regelrechte bedreigen voor het voortbestaan van deze bedrijven. Praktijkmensen vertellen mij bovendien dat het voorbereidende werk voor deze stilleg ertoe zal leiden dat zij niet twee, maar zeker drie maanden zonder inkomsten zullen komen te zitten. Het bedrag dat de minister als compensatie uittrekt, € 400.000 vanuit het Europees Visserijfonds – naar ik begrepen heb, is dit dus geen Nederlands geld – is waarschijnlijk niet toereikend. Ik mis ook een onderbouwing van dit bedrag. Kan de minister deze geven en de consequenties van de maatregel beter in beeld brengen?

Wat is nu de oorzaak van het instorten van het palingbestand? Ik wil de minister in dit kader graag een sinterklaascadeautje geven en vraag de voorzitter of hij de klok even wil stilzetten.

De voorzitter:

Dat kunt u vragen, maar dat doe ik niet; de tijd loopt door. Ik ben benieuwd wat er in de verpakking zit. Ondertussen kunt u rustig doorvertellen.

De heerPolderman(SP)

Het cadeautje komt uit Spanje en dat is in deze tijd toepasselijk. Het is glasaal en tevens een illustratie van de noodzaak tot Europese aanpak. Hoe gek is het dat wij hier constateren dat er geen glasaal meer intrekt, zolang deze in Spanje als delicatesse in de supermarkt te koop is? De glasaal wordt voortijdig weggevangen en geëxporteerd naar onder andere China en in dit soort potjes als delicatesse verkocht. Dat wat betreft de intrek van de glasaal.

Een volgend probleem betreft de terugval in de uittrek en bovenal de kwaliteit van de schieraal. Is deze door de dioxinevervuiling nog tot voortplanting in staat? Hiernaar is onderzoek gedaan. Ik heb er eerder voor gepleit om hierop beleid te maken, opdat alleen schone schieraal kan uittrekken en de zwaar vervuilde wordt weggevangen. Dat is nog knap ingewikkeld en daarbij kunnen en moeten wij de medewerking van de beroepsvissers goed gebruiken. In plaats van ze nu de nek om te draaien, moeten wij nu inzetten op het garanderen dat voldoende schone schieraal kan uittrekken. Deze moet dus voor de gemalen worden weggevangen in de schone gebieden. Door de beroepsvissers hiervoor en voor ander beheerwerk in te zetten, kan de sector in leven blijven. Het gaat om een relatief gering aantal bedrijven, maar daar zit wel de noodzakelijke praktijkkennis. De maatregelen die nu worden voorgesteld, zullen ertoe leiden dat deze bedrijven het loodje moeten leggen en daarmee gaat hun kennis voorgoed verloren. Dat bedoel ik met "het kind met het badwater weggooien". Naar mijn idee moeten wij dat zien te voorkomen. Vaak gaat het om bedrijven die al van generatie op generatie met dit vak bezig zijn. Het gaat dus om een relatief klein aantal bedrijven en dus een relatief gering bedrag. Dit aantal zou in de benen gehouden moeten worden met de opdracht het palingbestand uit deze neerwaartse spiraal te halen.

De voorzitter:

U hebt nog één minuut.

De heerPolderman(SP)

Dan ga ik afronden. Op het punt van de beroepsvisserij en de bestandcommissies kom ik later nog terug.

Ik snap ook wel dat er een belangrijk conflict ligt tussen de beroepssector en de sportvisserij, maar als wij het in stand houden van de visstand en een duurzaam beheer als uitgangspunt nemen, moet er uit te komen zijn. Leuker kunnen wij het niet maken, maar een andere weg is er niet, of je moet keihard een streep zetten door het bestaansrecht van de beroepsvisserij. Ik zou dat graag willen voorkomen en vraag na het succes van het bijeenbrengen van de ogenschijnlijk tegengestelde en onverzoenlijk lijkende belangen van de mosselsector en de vogel- en milieubeschermers, deze uitdaging voortvarend aan te pakken.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Uit het betoog van de heer Polderman begrijp ik dat hij vragen heeft bij de compensatie van vier ton en over de aanpak als geheel, dus het totaalbeleid op dit dossier. Het werd echter niet duidelijk of hij de paling wel of niet wil gaan beschermen. De heer Polderman heeft vraagtekens geplaatst bij de periode, terwijl in de adviezen van natuurorganisaties staat dat de periode waarin niet gevangen mag worden, moet worden verlengd. De heer Polderman was in dat opzicht niet zo duidelijk.

De heerPolderman(SP)

Ik ben blij dat mevrouw Ouwehand die vraag stelt. Ik ben begonnen met te zeggen dat de zaak niet mag worden gebagatelliseerd. Daarover is iedereen het wel eens. Het gaat er inderdaad om dat de aalstand omhoog wordt gebracht. Ik ben niet voor de huidige voorstellen. Er moet niet worden afgewacht. Wij moeten de beroepsvisserij gebruiken; die mag niet in deze periode met de armen over elkaar gaan zitten. Ik pleit ervoor om een onderscheid te maken tussen paling die zodanig is vervuild dat hij niet meer geschikt is voor de voortplanting en schone paling. Het is zinloos de vervuilde aal uit te laten zwemmen; zolang de vis nog aan de consumptienorm voldoet, moet hij op de markt gebracht worden. Als men die aal naar de Saragossazee zal laten zwemmen, komt hij toch niet tot reproductie. Dat helpt dus niet. Je moet wat doen, maar dat moet wel verstandig zijn. Met de huidige door de minister voorgestelde maatregelen wordt het kind met het badwater weggegooid.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Bent u dan wel voor het verbieden van de vangst in de genoemde periode? Vindt u de periode lang genoeg?

De heerPolderman(SP)

Ik ben sec tegen het verbieden over de hele sector. Wij moeten een onderscheid maken tussen gebieden waar het schoon genoeg is en het dus de moeite waard is om de paling weg te laten zwemmen en andere gebieden waar de paling te sterk vervuild is. In de schone gebieden moet je de paling eventueel over de gemalen heen zetten. Dat lijkt mij een goede beheertechnische maatregel, want als de paling door de gemalen wordt fijngemalen, heeft niemand er wat aan.

De heerKoppejan(CDA)

Voorzitter. Wat is er mis met vis? Als je de berichtgeving van de afgelopen tijd op je in laat werken, kan je je niet aan de indruk onttrekken dat één van de oudste beroepen van de mens, de visserij, op dit moment zware tijden doormaakt. De CDA-fractie vindt dat de overheid daarbij niet onverschillig langs de kant kan blijven staan. De visserij is namelijk belangrijk voor ons land. Niet alleen als economische factor en vanwege de duizenden arbeidsplaatsen die ermee zijn gemoeid, maar ook omdat visserij deel uitmaakt van ons Nederlands sociaal-culturele erfgoed. Zolang er Nederlanders zijn, zijn er ook vissers. Die twee horen onlosmakelijk bij elkaar. Daarom kunnen vissers, ook bij zwaar weer, op de volledige steun en inzet van het CDA rekenen. In 2008 was ook een aantal positieve ontwikkelingen zichtbaar op het gebied van visserij. Wij zien een duidelijk herstel van het scholbestand. Ook met de tong en de kabeljauw lijkt het weer de goede kant uit te gaan. Hebben het Nederlandse en Europese visserijbeleid dan toch effect gehad? Hoezo, Rekenkamerrapport?

Ondanks de moeilijke economische omstandigheden zien wij dat de Nederlandse visserijsector druk bezig is met het maken van een innovatieslag naar duurzamer visserij. Een andere positieve ontwikkeling is dat vissers en de natuur- en milieubeweging na jaren strijd eindelijk hun loopgraven verlaten en met elkaar het gesprek zijn aangegaan. Het resultaat daarvan zijn twee convenanten: één voor de mosselzaadvisserij en één voor de Noordzeevisserij. Het is nog een broos proces waarbij nog veel moet worden gewerkt aan herstel van het vertrouwen, maar het CDA prijst beide initiatieven. Het wil van deze gelegenheid gebruikmaken om waardering uit te spreken naar alle daarbij betrokken partijen, zowel de natuurbeschermingsorganisaties als de vissersorganisaties. Niet in de laatste plaats wil ik de positieve rol noemen die onze minister in dit proces heeft gespeeld. Het CDA is ervan overtuigd dat alleen met een duurzame wijze van werken er een goede toekomst ligt voor de Nederlandse visserij.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

De heer Koppejan zegt vrij gemakkelijk "hoezo, Rekenkamerrapport?". Vindt hij het flauwekul, wat in het rapport van de Rekenkamer staat? Ik krijg graag een nadere toelichting.

De heerKoppejan(CDA)

Ik constateer gewoon dat de Rekenkamer in zijn rapport uitgaat van cijfers tot 2006. De meest recente cijfers over 2007 en 2008 zijn er niet in betrokken. De laatste jaren laten een duidelijk herstel zien, vooral van het scholbestand, maar ook van het kabeljauw- en tongbestand. Ik vind het jammer dat die cijfers niet zijn betrokken in de stellige uitspraken van de Rekenkamer.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

In het rapport van de Rekenkamer staan ook aanbevelingen over de visstand in de toekomst, waarmee wel degelijk rekening moet worden gehouden. Wat vindt de heer Koppejan dan van dat soort opmerkingen van de Rekenkamer?

De heerKoppejan(CDA)

Ik zal zeker niet ontkennen dat er ook heel nuttige dingen in het rapport staan.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Welke zijn dat? Wij hebben het over water, maar dit is duiken van de heer Koppejan. Misschien kan hij dit toelichten.

De voorzitter:

De heer Koppejan krijgt nog één keer de kans om uw vraag te beantwoorden.

De heerKoppejan(CDA)

U kunt van mij geen GroenLinks-antwoorden verwachten. Ik constateer dat de uitspraken in het rapport van de Rekenkamer op een aantal punten erg kort door de bocht zijn. De Rekenkamer stelt in het rapport dat er niets zeker is over het visstandbeheer in de Noordzee, dat eigenlijk goede methoden om duidelijk aan te geven hoe het ermee staat, ontbreken en dat de onzekerheidsmarges tussen de 30% en 40% liggen. Vervolgens doet de Rekenkamer heel stellige uitspraken over de toekomst. Ik vind dat een scheef contrast, ik vind het ook niet zo wetenschappelijk. Dat is mijn mening. Dat is niet de mening van GroenLinks, maar wel de mening van het CDA.

De voorzitter:

Ik was nog vergeten te melden dat iedereen in eerste termijn maximaal drie interrupties mag maken. Anders halen wij het nooit. U hebt er nu een gebruikt, mevrouw Van Gent. De heer Koppejan vervolgt zijn betoog.

De heerKoppejan(CDA)

En interrupties gaan niet ten koste van mijn spreektijd.

Voorzitter. Ik kom bij de binnenvisserij. Het CDA onderschrijft de noodzaak van een aalbeheerplan, maar hecht er sterk aan dat dit zorgvuldig gebeurt en in overleg met alle direct betrokkenen, in het bijzonder de vissers. Zij worden immers in het uitoefenen van hun vak en het verdienen van hun boterham het zwaarst getroffen door de plannen. Waarom heeft de minister hen niet in de gelegenheid gesteld om de plannen goed te beoordelen en hun geen inspraak gegund bij het opstellen van het aalbeheerplan dat naar Brussel gaat? Wij stellen het volgende voor: voor 31 december 2008 stuurt de Nederlandse regering een nationaal aalbeheerplan naar de Europese Commissie in Brussel, waarin nog alle ruimte wordt gelaten voor een nadere invulling van het plan en het maken van definitieve keuzen over de te nemen maatregelen. Op korte termijn vindt er vervolgens overleg plaats met alle direct betrokkenen, waardoor deze alsnog inspraak krijgen bij de definitieve invulling van het aalbeheerplan. Wij denken dat een dergelijk overleg, inclusief de definitieve invulling van de plannen, voor 1 april afgerond kan zijn, zodat er kort daarna overleg met de Tweede Kamer kan plaatsvinden. In de zomer van 2009 kan dan volgens afspraak met Brussel begonnen worden met de uitvoering van de plannen. Ik krijg graag een reactie van de minister op dit voorstel.

Wij hebben niet alleen kritiek op het proces, maar ook twijfels over de juistheid van het streefbeeld voor de aal dat IMARES hanteert. Ik onderschrijf wat dat betreft de opmerkingen van de heer Polderman. Ook wij pleiten voor een second opinion onder regie van een onafhankelijke overheidsinstantie, zoals het Productschap Vis. Ook hierop wil ik een reactie van de minister.

De beroepsbinnenvisserij vindt grotendeels plaats op de zeer smalle basis van de aalvangst en met de aal zijn de nodige problemen geconstateerd. Met inachtneming van de belangen van de sportvissers bepleiten wij meer mogelijkheden voor de beroepsbinnenvisserij om op schubvis te vissen. De VBC's en de visplannen zouden hierin een nadrukkelijke rol kunnen spelen. Hoe staat de minister tegenover dit idee?

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Stemt de heer Koppejan wel in met het verbod om in september en oktober op aal te vissen?

De heerKoppejan(CDA)

Nee, daar stem ik helemaal nog niet mee in. Ik vind dat een aalbeheerplan moet worden opgesteld waarbij de vissers, de direct betrokkenen, meer mogelijkheden hebben om hun ideeën in te brengen. Zij hebben er heel duidelijke ideeën over. Ik wil dat die ook worden meegewogen en zo veel mogelijk worden meegenomen in de plannen. Ik spreek mij hier nog niet definitief uit over de oplossing. Dat laat ik graag over aan de deskundigen. Dat is ook zeker de beroepsgroep vissers.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Wij bespreken nu het aalbeheerplan dat de minister ons heeft voorgelegd. De Tweede Kamer moet ook signalen aan de minister geven. Ik ben wel benieuwd naar de inzet van de heer Koppejan in dezen. Hij heeft net als ik de nodige informatie gekregen van de palingvissers. Daarmee zou hij wel een standpunt kunnen innemen.

De heerKoppejan(CDA)

Wij hebben goed naar hen geluisterd. Wij vragen de minister om een second opinion en om met de vissers te overleggen over de vraag, hoe het aalbeheerplan kan worden ingevuld. Wat nu voorligt, is nog niet het plan dat wij graag zien. Wij vinden dat de vissers inspraak moeten hebben en hun eigen ideeën daarin kwijt moeten kunnen. Misschien zijn de oplossingen die de vissers voorstellen wel beter dan de oplossing die er nu ligt?

Hoe staat de minister tegenover het idee om de visplanverplichting op te nemen in de Visserijwet om zo een ongelijke behandeling van staatswateren en overige wateren te voorkomen? De goedkeuring van visplannen zou dan bij de provincies kunnen worden neergelegd. Het CDA ziet graag dat het ministerie van LNV de eindverantwoordelijkheid blijft dragen voor de binnenvisserij, maar op onderdelen bevoegdheden delegeert aan de lagere overheden. Ik verneem graag de reactie van de minister.

De jongeboerenregeling is een groot succes gebleken. Ook dit jaar is de subsidieregeling voor jonge agrariërs opnieuw overvraagd. Binnen de visserijsector is een nieuwe generatie jonge vissers in opkomst die duurzaam en innovatief wil ondernemen. Zij worden echter geconfronteerd met beperkingen en uitdagingen waarmee voorgaande generaties nog niet te maken hadden. In het kader van het bevorderen van investeringen in duurzaamheid en innovatie pleit het CDA voor een jongevissersregeling, eventueel medegefinancierd met EU-gelden. Is de minister bereid om de mogelijkheden te onderzoeken?

Wij zien dat onze vissers op diverse terreinen worden bedreigd door oneerlijke concurrentie. Ik wil in dat verband aandacht vragen voor het predicaat verse vis. In veel winkelschappen wordt vis voor verse vis verkocht, terwijl deze al een halfjaar in de vriezer heeft gelegen of een of twee keer is ingevroren. In andere landen, bijvoorbeeld België, is het verplicht om op de verpakking te vermelden of de vis ingevroren is geweest. Is dit ook voor Nederland te overwegen?

Wij vragen de minister, het initiatief te nemen om samen met haar Europese collega's tot een gelijk beheersregime te komen voor de Doggersbank in samenwerking met de Noordzeerak. Ook willen wij de minister vragen, er bij haar Engelse collega op aan te dringen om bij de aanwijzing van beschermde gebieden in het Engelse deel van de Noordzee de belangen van de Nederlandse vissers in gelijke mate te laten meewegen als die van de Engelse vissers. Wij hebben graag een reactie van de minister hierop.

Wij zien ook ongelijkheid in Europa ontstaan bij de overheidsondersteuning van vissers om aan MSC-certificering te voldoen. In Engeland, Schotland en Frankrijk hebben de verantwoordelijke visserijministers financiële middelen ter beschikking gesteld om het certificeringsassessment te laten uitvoeren. In Nederland zijn niet in dezelfde mate overheidsmiddelen beschikbaar gesteld om vissers te helpen een pre-assessment of een certificeringsassessment te laten uitvoeren. Nederlandse vissers dreigen daardoor achterop te raken in Europa. De minister zal het toch met ons eens zijn dat in het kader van de transitie naar meer duurzame visserij het wenselijk is dat zoveel mogelijk Nederlandse vis en visproducten voldoen aan certificaten, zoals het MSC-certificaat? Daarom vragen wij de minister om op korte termijn een regeling ondersteuning certificering te ontwikkelen waarvan alle visserijsector gebruik kunnen maken. Bij het ontwikkelen van zo'n regeling moet ook het criteria financiële draagkracht van de aanvrager worden opgenomen. Ook zien wij in combinatie met overheidsbijdragen mogelijkheden van cofinanciering door de markt en de grootafnemers in de retail. Wij stellen voor dat binnen de begroting 2009 voor een dergelijke regeling 1 mln. beschikbaar wordt gesteld.

De voorzitter:

U moet afronden.

De heerKoppejan(CDA)

Ik zeg nog even heel kort even over het level playing field in Nederland. Ik vraag aandacht voor het Zeeuwse tongproject in relatie tot het initiatief in IJmuiden waar een private ondernemer tong kweekt. Ik merk dat er mogelijkheden zijn tot samenwerking en vraag de minister om deze samenwerking zoveel mogelijk te stimuleren. In het kader van de Japanse oesters hoop ik dat de minister voorstellen doet voor een meer structurele oplossing structurele oplossing van dit woekerend onkruid op de Wadden.

Ik zal de rest in mijn tweede ronde naar voren brengen.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Voorzitter. Naast het onderdeel Vis van de begroting staat vanmiddag een groot aantal andere onderwerpen betreffende de visserij op de agenda. Dat is ook te horen, want wij allen spreken daar diepgaand over. Dat er bij de ondernemers in de visserij grote zorgen zijn, blijkt duidelijk bij de oploop en de oproep op het Plein. De zorgen blijken natuurlijk ook uit de aanwezigheid van de vissers bij dit debat. Die aanwezigheid is tekenend. Het gaat, simpel gezegd, om het verdienen van een boterham. De VVD is zich er terdege van bewust dat de ecologische beelden van het leegvissen van de Noordzee en de binnenwateren ook een economische kant hebben. Toch vinden wij dat beide kanten, zowel die van de ecologie als die van de economie, nu en in de toekomst niet tegenover elkaar dienen te staan. Ecologie c.q. voldoende vis is van essentieel belang voor een goede en gezonde economische sector. Wij vinden dan ook dat het uitgangspunt dient te zijn: een houdbare balans tussen ecologie en economie. Ik heb gemerkt dat de vissers zich daar terdege van bewust zijn. Immers, een zee zonder vis betekent voor hen: geen boterham. Er dient echter wel het nodige te veranderen en te gebeuren.

De VVD onderschrijft van harte het uitgangspunt dat men een duurzaam visbestand tot stand moet brengen. Het voortbestaan van de visserij hangt hier immers van af. Voor de ecologische duurzaamheid moet wat ons betreft in ieder geval worden begonnen met het terugdringen van de hoeveelheden bijvangst. In de Europese Unie wordt al heel lang gesproken over het verminderen van ongewenste bijvangsten en over het uiteindelijk uitbannen van de teruggooi. Uit onderzoek van IMARES en de antwoorden van de minister blijkt dat het hierbij in 2007 ging om zo'n 67%. Hierover dient niet langer gepraat te worden. Er dient daarentegen naar een oplossing te worden gezocht en wel in EU-verband. Naar ons idee zijn er twee aangrijpingspunten voor het aanbrengen van verbeteringen.

Allereerst wijs ik op de mogelijkheid van selectieve vangst. Wat ons betreft wordt dus meer ingezet op selectievevangsttechnieken. Daarvoor is innovatie nodig. Daar dient dus meer in geïnvesteerd te worden. De VVD hoort dan ook graag van de minister of zij hiervoor met de innovatiebudgetten ruimte wil bieden. Straks zal ik nog dieper ingaan op het aspect van innovatie.

Daarnaast houdt het huidige stelsel van quotering duidelijk geen rekening met de hoeveelheden bijvangst. De bijvangst zou naar ons idee onderdeel moeten uitmaken van de quotering of in een andere vorm geteld moeten worden. Wij realiseren ons dat dit om een geheel andere aanpak vraagt, maar als wij ons realiseren dat wij naar duurzaamheid moet streven, dan kunnen wij niet heel veel vis c.q. andere zaken overboord kieperen. Wij hebben hierover nu al heel lang gepraat. Ik heb aangegeven dat het afgelopen moet zijn met dit ongewenste verschijnsel. Wat gaat de minister doen aan het punt van de bijvangst? Zal zij dat in Europees verband agenderen?

Voorzitter. Naast het aspect van de bijvangst dient het quoteringsstelsel op een aantal punten te worden aangepast. Nu wordt op basis van wetenschappelijk onderzoek een voorstel gedaan voor het maximum dat de Europese Commissie aan vangst moet toestaan, zodat een duurzaam visbestand wordt behouden. Op grond van wetenschappelijk onderzoek is daarop het een en ander af te dingen. Dat is duidelijk, maar dit hebben wij al eerder vernomen. Er is bijvoorbeeld grote onzekerheid over de schatting van de visbestanden. Een mogelijke bijstelling van 30% à 40% naar boven of beneden is niet niets. Die mogelijkheid houdt in dat het onderzoek niet helder aangeeft hoe de situatie werkelijk is. Naar ons gevoel dient er op dit punt duidelijk verbetering te komen. Er moet meer geïnvesteerd worden in de kennis alvorens stappen te zetten, wil Nederland in de toekomst nog kunnen vissen. Bij de totstandkoming van een nieuw gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU voor 2012 zijn er naar ons gevoel veel kansen. Die moet Nederland benutten. Er is een aantal voorstellen gedaan en de VVD zou graag zien dat in dat kader onderzocht werd of meer gewerkt kan worden met visdagen in plaats van met een quoteringssysteem. Straks kom ik te spreken over de handhaving. Ook daarover valt het een en ander te zeggen. Naar ons gevoel is bij het hanteren van het systeem van visdagen controle beter mogelijk dan bij het hanteren van het quotasysteem. Wij gaan ook voor minder administratieve lasten.

Voorzitter. De afspraken over handhaving en controle zijn op EU-niveau vastgelegd. Uit onderzoek van zowel onze Algemene Rekenkamer als de Europese Rekenkamer blijkt dat in de verschillende lidstaten de controles niet gelijkwaardig zijn. Bovendien blijkt dat in Europa breed de naleving van het visserijbeleid tekortschiet. Dat daarbij Nederland nog als beste uit de bus komt, is natuurlijk heel aardig, maar het is de zoveelste keer dat wij het braafste jongetje van de klas zijn. Het huidige beleid is daar voor een deel schuldig aan. De regelgeving is namelijk zeer complex en naleving is moeilijk te controleren omdat alles zich op zee afspeelt. Dat weten wij allemaal. Het kan echter niet zo zijn dat wij in Europees verband afspreken wie wat mag vangen en dat men zich vervolgens niet aan die afspraken houdt, en dat vervolgens blijkt dat men de Nederlandse vissers die goed worden gecontroleerd hun vistuig wil afnemen. Een systeem van bijvoorbeeld het maximeren van het aantal zeedagen in plaats van quota zou daarvoor eventueel een oplossing kunnen zijn. Daarover is hier al gesproken. Wat gaat Europa doen? Ik vraag de minister, in ieder geval de handschoen op te pakken, want wij moeten in Nederland niet iets doen als de overige Europese landen niets doen.

Ik vervolg met het aalplan. De minister doet een aantal zeer vergaande voorstellen voor de palingvisserij.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik ben iedere keer weer wat verbaasd als de VVD spreekt over handhaving in de landbouw en visserij en ik dat vergelijk met wat zij zegt over de handhaving bij straatjochies of fietsendieven. De omschrijving "het braafste jongetje van de klas" is natuurlijk niet van toepassing. Iedereen doet het fout en Nederland doet het misschien iets minder fout dan de rest. Het kan toch niet zo zijn dat de VVD zegt: zo lang zij en andere mensen in Europa niet controleren, mogen bij ons ook alle regels overtreden worden.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Dat zei ik niet. Wij voeren echter wel beleid uit, terwijl de rest van Europa eigenlijk helemaal niets doet. Dat kan natuurlijk niet zo zijn. U suggereert nu iets dat in het rapport van de Algemene Rekenkamer zou staan. Daar staat echt dat wij het veel beter doen dan de rest van Europa en dat de rest van Europa eigenlijk niets doet. Dat moet u toch kunnen bevestigen. Dat gaat ons te ver.

MevrouwOuwehand(PvdD)

In het Rekenkamerrapport staat dat het aantal controles beneden het niveau is dat Europa oplegt. Linksom of rechtsom, dat kun je niet goed noemen, los van hoe andere landen het beleid uitvoeren. Dat kun je nog slechter noemen, maar "goed" is een kwalificatie die niet opgaat.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Dan leest u iets anders dan ik. Wij komen als beste in dat rapport naar voren en dat geef ik hier aan. Het wordt tijd dat de andere lidstaten zich daarbij aansluiten. Natuurlijk moeten wij controleren, maar ook andere landen moeten controleren.

De minister doet een aantal zeer vergaande voorstellen voor de palingvisserij. Er gaan veel verboden gelden, zowel wat betreft gebieden als het tijdstip van vangstverbod en -beperking. De investeringen die voor de gemalen, sluizen et cetera staan gepland, kunnen op onze instemming rekenen. De minister wil daarmee een behoorlijke slag maken. In een aantal andere voorstellen kunnen wij ons echter absoluut niet vinden, zoals het vangstverbod voor de maanden september en oktober. Dat voorstel kan niet op onze instemming rekenen. Als je naar de economische positie van de sector kijkt, zal er naar ons gevoel meer in het voorjaar en de zomer worden gevangen, wanneer dit verbod doorgaat. Immers, vissers willen vissen. Zo'n verbod past absoluut niet. Bovendien zou er veel schieraal vermorzeld worden wanneer er wordt gemalen. Dit is ook al aangegeven door de heer Polderman. Wij weten immers allemaal dat er in september en oktober veel regen valt en er wordt gemalen. De paling wil naar zee en zal stranden in onze gemalen. Het voorstel van de minister lijkt ons dus niet goed.

Voor hier gelden de regels als grote verboden, terwijl in de rest van Europa alles gewoon doorgaat, zelfs het vangen van glasaal. Het pakketje dat de heer Polderman zojuist heeft aangeboden, is tekenend. Wij moeten veel glasaal in Europa houden, want dat willen wij toch. De VVD roept de minister op, de andere EU-landen, zoals Frankrijk, Spanje en Portugal, op te roepen om alleen voor de eigen terugzetting nog glasaal te vangen, naast de investering die zij wil doen voor de aankoop en het terugzetten van de glasaal, waarbij de sector natuurlijk ook een grote rol zou kunnen spelen. Wij moeten ons namelijk wel realiseren dat op dit moment door die landen 88 ton wordt gevangen en wordt weggezet, zowel in potjes als op een andere manier.

Tot slot, wij zijn verbaasd dat de minister de afspraken die eerder zijn gemaakt met de brede sector, van sportvisserij tot beroepsvisserij, in het aalherstelplan totaal naast zich neerlegt. Wij willen graag weten waarom zij dit heeft gedaan.

MevrouwJacobi(PvdA)

Wilt u uw laatste bewering dat de minister de toezeggingen naast zich neerlegt, nader toelichten? Die begrijp ik namelijk niet helemaal.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

In de vorige kabinetsperiode zijn – naar ik meen in 2005 – met zowel de sportvisserij als de beroepsvisserij afspraken gemaakt. Er is een plan ontwikkeld dat door de minister is goedgekeurd. Dat plan is blijven liggen en nu komt de minister met een geheel nieuw plan, terwijl de sectoren nooit zijn uitgenodigd om over de inhoud mee te praten. Dat vorige plan, dat ook een aalherstelplan werd genoemd, is door de sectoren naar voren geschoven. Het verbaast mij dat de minister daar niets mee heeft gedaan.

MevrouwJacobi(PvdA)

Voorzitter. Vorig jaar heb ik samen met de PvdA-Europarlementariër Corbey een brochure uitgegeven over kleinschalige duurzame visserij. Wat daarin staat is nog steeds opportuun en actueel. De PvdA-fractie staat voor een kleinschalige duurzame visserij. Dat is de hoofdlijn van de PvdA-fractie bij de behandeling van alle aspecten die de visserij betreffen in het kader van de begroting.

Ik begin bij het aalherstelplan. Er ligt een brief voor van 19 november waarin negen punten worden genoemd om beleid voor het aalbeheer en het aalherstel voor Europa neer te zetten. Ik vind het diep triest dat de sector beroepsbinnenvisserij zich vanmiddag genoodzaakt zag om in groten getale naar het Plein te komen om te demonstreren. Ik zag twee vissers met een strop om de nek. Dat is heel symbolisch. Wij willen een goede palingstand, maar wij willen niet dat deze beroepssector de nek omgedraaid wordt. Ik denk dat de minister dat ook niet wil. De bezwaren van deze sectoren zijn deels procedureel, maar die vind ik wel het meest ernstig. Uit de brief van de minister blijkt dat na het debat van vandaag een definitief plan naar Europa gaat, terwijl de sector zich helemaal niet in dit plan kan vinden. De sector kan de cijfers noch de wijze waarop aangestuurd wordt onderschrijven. Ook de maatregelen kunnen de instemming van de sector niet krijgen. De sector heeft ter zake doende en constructieve maatregelen aan de minister voorgelegd. Voelt de minister zich nu niet uitgenodigd om per ommegaande met de sector en andere betrokkenen rond de tafel te gaan zitten om te proberen deze zaak in het gareel te krijgen?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Ik begrijp deze hartenkreet van mevrouw Jacobi wel, maar het is toch uitstel van executie. Gesteld dat de vissers het met de minister oneens blijven, wat wil zij dan doen? Het gaat hier niet alleen om inspraak, het gaat hier om een fundamenteel meningsverschil met de minister. De minister doet eindelijk eens iets en dan wil mevrouw Jacobi haar weer onderuit halen. Vindt zij dat de minister met een slecht voorstel is gekomen?

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik denk dat de minister met een beter voorstel kan komen.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

En dat is?

MevrouwJacobi(PvdA)

Dat is indringend kennisnemen van de tegenargumenten van de sector en van de alternatieven die zij hebben voorgelegd. Dat betreft onder andere het vragen van een second opinion over de cijfers en het centraal stellen van de VBC's. Het gaat hier om alternatieven voor maatregelen om de beroepsvissers maximaal in te zetten bij het gebiedsgericht uitzetten van schieraal over de dijk naar de zee. Met een gebiedsgerichte benadering valt meer succes te behalen in het herstel van de aalstand. Dat vind ik ter zake doende argumenten. Ik vind het een slechte zaak als daar nu niet naar wordt geluisterd.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Wij hebben verschillende reacties gekregen, onder andere van het Wereld Natuur Fonds en de Stichting De Noordzee. Zij vinden dat de voorstellen van de minister niet ver genoeg gaan. De minister zit dus een beetje in het midden tussen de vissers en de natuurorganisaties. Mijn vraag is: waar staat de PvdA-fractie? Wil de PvdA-fractie iedereen te vriend houden in dezen? Dat kan waarschijnlijk niet.

MevrouwJacobi(PvdA)

Als er geen vriendschap uit voortvloeit, dan zij dat zo, maar ik zit hier voor een goede aalstand. Daarnaast ben ik ervoor dat iedereen op een goede manier in het proces betrokken wordt en dat er naar alle partijen geluisterd wordt. Het gaat hier om een sector die wij nodig hebben in de toekomst. Wij hebben het hier niet over zomaar wat. Ik sta ervoor dat de sector recht wordt gedaan en dat de aalstand zich goed herstelt. Misschien is het wel zo – ik ben het op dat punt eens met de uitspraken van het Wereld Natuur Fonds – dat het plan nog wel wat ambitieuzer kan. Dat vinden volgens mij ook de beroepsvissers.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Die laatste opmerking sterkt mijn natuurbeschermingshart weer. Wat vindt mevrouw Jacobi van de kritiek van de Algemene Rekenkamer dat de economische kortetermijnbelangen steeds leidend zijn geweest in het visserijbeleid en dat daardoor niet alleen de biodiversiteit, maar juist ook de economische positie van de vissers op lange termijn onder druk komt te staan? Als ik haar hoor zeggen dat wij nu vooral naar de vissers moeten luisteren...

De voorzitter:

Uw vraag is?

MevrouwOuwehand(PvdD)

...dan lijkt zij voort te gaan op de weg waarvan de Algemene Rekenkamer heeft gezegd dat die op de lange termijn niet de juiste is.

MevrouwJacobi(PvdA)

Mijn inzet is dat de beroepsvissers, maar ook de sportvissers, want ook die verdienen complimenten voor de inzet waarmee zij vorig jaar al zijn gestart, op termijn een belangrijke rol hebben bij het aalherstel. Zowel economisch als ecologisch gezien is dat zeer interessant. Ik denk dus dat de Algemene Rekenkamer verheugd zal zijn met mijn inbreng op dit punt.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Dat zijn mooie woorden, maar concreet betekent dit nog steeds dat mevrouw Jacobi de kortetermijnbelangen centraal stelt. Ik zie geen concrete plannen die een breuk betekenen met het lopende beleid, waarin steeds de kortetermijnbelangen leidend zijn geweest en dat op de lange termijn slecht is voor de vissers. Mevrouw Jacobi kan wel mooi zeggen dat wij allemaal belang hebben bij een goede aalstand, maar zij laat toch haar oren hangen naar de kortzichtige inzichten van dit moment.

De voorzitter:

Dat was geen vraag, maar een stelling.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik wil op dit punt een toelichting van mevrouw Jacobi, want voor mooie woorden kopen wij niet zo veel.

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik vind het kortzichtig van mevrouw Ouwehand dat zij het aalherstel in ons land en in Europa niet als een langetermijnvisie beschouwt en dat zij mij verwijt dat ik alleen maar mooie woorden spreek. Ik denk dat ik hier zit voor een goed aalherstel. Wat mij betreft kan er met de partijen gekomen worden tot een betere overeenstemming dan de overeenstemming die op dit moment bereikt is. Die overeenstemming heeft geleid tot een heel ontevreden sector, die zich maximaal moet inzetten voor aalherstel. Als mevrouw Ouwehand dat kwalijk vindt, dan zegt dat meer over haar dan over mijn standpunt.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Ik ben benieuwd of mevrouw Jacobi het eens is met hetgeen ik zojuist zei, namelijk dat wij in Europees verband de glasaal terug moeten zetten en niet in zulke omvangrijke tonnages moeten vangen en exporteren.

MevrouwJacobi(PvdA)

Er is veel discussie over het streefbeeld. Dat kun je niet hebben als je een start wil maken waarbij alle partijen zich maximaal moeten inzetten. Mijn oproep aan de minister is – en daarmee kom ik weer terug bij de start van mijn betoog – om over dat streefbeeld geen verschil van mening meer te hebben, maar daar een second opinion over te vragen. Volgens mij zal de zaak er dan een stuk beter voor liggen dan op dit moment.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Dit is natuurlijk geen antwoord. Ik vraag mevrouw Jacobi wat zij ervan vindt dat wij de glasaal weer zo veel mogelijk in de Noordzee terug gaan zetten. Korter kan ik het niet vragen. Als wij een goed aalherstel willen, dan is dit een essentieel onderdeel daarvan.

MevrouwJacobi(PvdA)

Wat mij betreft moet er per gebied verschillend teruggezet worden. In de benedenrivieren zou ik dat niet doen, maar in de schone gebieden wel. Om die reden pleiten wij voor diverse beheercommissies. Wij pleiten voor één plan voor heel Nederland, maar tevens voor een diversiteit per gebied op het vlak van het beheer. Er zijn immers minder schone en meer schone gebieden. Ook vraag ik de minister wat de Nederlandse inzet is in Europa om uitvoer van glasaal naar met name China stop te zetten.

Ik heb nog een vraag over die € 400.000, namelijk of het mogelijk is om die te gebruiken om haast te maken met technische maatregelen waardoor de ambitie van het aalherstelplan nog sneller kan worden gehaald. Zou de minister daarop willen ingaan en met name iets kunnen zeggen over de onderbouwing van dit bedrag?

De stand van zaken wat betreft de visbeheercommissies vind ik eerlijk gezegd teleurstellend. Er moet een netwerk zijn waar staatswateren en overige wateren in eenzelfde systeem zitten en waardoor de visplannen – het aalherstelplan is er zo een – in heel Nederland op eenzelfde manier kunnen wordt uitgezet. Ik zou graag zien dat de minister er haast mee maakt om zo'n netwerk tot stand te brengen en dat dit wordt vastgelegd in de Visserijwet. Graag een reactie hierop. Met gerede spoed zou hierin verbetering moeten worden gebracht.

Ik kom op innovatie, vernieuwing en kleinschalige duurzame visserij. Daarvoor is het VIP, het Visserij Innovatieplatform, een belangrijke structuur om van daaruit te sturen en te financieren. Formeel stopt dat per 2009. Wordt het met spoed geëvalueerd? Ik zou graag zien dat het VIP niet alleen voor de Noordzee, maar ook voor de Waddenzee openstaat voor experimenten.

Ik ben er blij mee dat de afgelopen jaren op de Waddenzee enkele kleinschalige duurzame visserijexperimenten zijn gestart. Oesterrapen is daar een van, net als het geïntegreerde vergunningstelsel. Enkele vissers doen daaraan mee. Is het mogelijk om in 2009 en volgende jaren het aantal geïntegreerde vergunningen voor de Waddenzee uit te breiden? Ik zie dat die experimenten eigenlijk heel bureaucratisch en ook onhandig zijn voor juist die kleinschalige duurzame vissers die ik zo'n warm hart toedraag. Ze verdienen amper wat en werken er hard voor, maar het zijn nu juist die vissers die er het meeste last van hebben.

Ik wil in deze begrotingsbehandeling graag nog een pleidooi houden waar het gaat om de MSC met een ecokeurmerk. Het gaat om kleinschalige visserij. De Goede Vissers-groep is daar een goed voorbeeld van. Die wil een eigen afzetmarkt hebben. Ziet de minister mogelijkheden om met behulp van een experiment en wellicht zelfs via het VIP zo'n Marine Stewardship Council voor die groep bruikbaar te maken? Ik denk dat het terecht is dat zij zich niet kan herkennen in een "gewoon" MSC-label, omdat het toch een heel apart soort kleine vissers is. Graag een reactie op dit initiatief.

Ik heb nog enkele korte opmerkingen over de mosselvisserij. Ik ben heel blij dat wij de mosselvisserij weer uit de polarisatie hebben gehaald. Mijn complimenten aan de minister en aan de heer Heldoorn. Ik maak mij wel zorgen over de afstemming, omdat op de Waddenzee meer soorten visserij worden bedreven, namelijk door de garnalenvissers en de geïntegreerde kleinschalige vissers. Ik vraag de minister mij te garanderen dat er in de toekomst voor al deze vormen van visserij plaats blijft, ook in het kader van de ecologische doelstellingen die wij moeten halen.

De PvdA-fractie heeft twee moties, op stuk nummer 56 en 57, aangehouden uit het vorige debat over de Noordzee, de Natuurbalans en de opmerkingen van de Rekenkamer. Wij pleiten voor een robuuste zone voor visvrije gebieden. "Visvrij" is niet helemaal goed. Wij willen graag dat de OSPAR daar een onderzoek start naar de oesterbank en de andere banken die nog op de lijst staan. Tevens willen wij dat wordt bekeken welke effecten die hebben op de visserij en of in de toekomst in deze gebieden kleinschalige visserij mogelijk blijft.

De voorzitter:

Volgens de begrotingsvolgorde zou nu de heer Graus van de PVV-fractie het woord moeten voeren. Hij heeft gevraagd om al laatste te mogen spreken. Ik vind dat goed. Hij komt nog.

De heerCramer(ChristenUnie)

Voorzitter. Er is veel in beweging rond de visserij. Ik noem een aantal belangrijke feiten van het afgelopen jaar. De visserij is weer in gesprek met natuur- en milieuorganisaties. De sector streeft naar een volledige dekking met het MSC-keurmerk. De wetenschap en de vissers zijn dichter naar elkaar gekomen door aanwezigheid op elkaars schepen, wat de wederzijdse inzichten heeft vergroot. Zo staan milieu en visserij niet meer tegenover elkaar, maar gaan zij mijns inziens steeds beter samen. De wil is er. Nu is het zaak dat wij allen koers en vaart houden, om in scheepstermen te blijven. In dat kader noem ik een aantal punten.

Vanaf 2011 zullen Nederlandse supers alleen nog duurzame vis willen verkopen, waarvoor MSC als goed keurmerk geldt. Certificering is echter een langdurig en prijzig proces. Is de minister bereid de vissers die willen omschakelen, financieel te ondersteunen in het MSC-traject? Door de jaren heen zijn er ook nog al wat Nederlandse visserijbedrijven onder buitenlandse vlag gaan varen. Deze ondernemers lijken nu zowel in Nederland als in het zogenaamde vlagland niet in aanmerking te komen voor ondersteuning bij de verduurzaming. Dat is volgens mij toch nodig. Is de minister bereid te onderzoeken of subsidieaanvragen voor MSC-trajecten die door de Nederlandse vlagschepen worden ingediend, in Nederland een serieuze kans kunnen krijgen?

Het quotum is inmiddels goed ingeburgerd in de visserijsector. De zeedagenregeling loopt nog wat moeizamer. Wat de ChristenUnie-fractie betreft kan in ieder geval niet het aantal zeedagen omlaag gaan als het quotum omhoog gaat. Ook om een andere reden vraag ik aandacht voor de zeedagenregeling. De regeling is bedoeld om biologisch verantwoorde visbestanden te stimuleren, maar de regeling heeft daarop een negatief effect doordat vissers dan om geen dagen te verliezen dicht bij de kust blijven, waar juist jonge vis zit. Om het negatieve effect te voorkomen, pleit mijn fractie voor een visurenregeling in plaats van een zeedagenregeling. Dat is een efficiëntere regeling, met aansluiting op de toch al verplichte registratiewijze aan boord en zonder verlies van dagen door verder te varen. Dit ligt ook in lijn met het beleid van de Natura 2000-gebieden. Men zou het visserijbeleid met twee zeemansbenen op de grond kunnen noemen. Wat is daarop de reactie van de minister?

Wat de fractie van de ChristenUnie betreft, belonen wij vissers die echt werken van het tegengaan van discards of bijvangsten. De vissers die bijvoorbeeld een grotere maaswijdte of pentische ontsnappingspanelen in hun netten aanbrengen, worden beloond met extra zeedagen of liever, in mijn voorstel, visuren. Dit is een eenvoudige manier om stappen te zetten naar het verminderen van de ongewenste bijvangst. In Schotland en Engeland kent men een dergelijk systeem in de vorm van het conservation credit system. Wat ons betreft krijgt dat in Nederland navolging. Wat is daarop de reactie van de minister?

De minister heeft als doelstelling dat in 2013 40% van de Noordzeekotters alternatieve visserijmethoden gebruiken in plaats van de boomkor. Dat is een goed streven, maar gelet op de huidige financiële situatie en de moeite die de ondernemers hebben om leningen te krijgen, hoor ik graag hoe de minister verwacht dit voor elkaar te krijgen. Daarnaast zet de minister naar mijn idee in de begroting nogal eenzijdig in op de pulskor. Vanwaar zoveel ondersteuning voor die pulskor? De schipper van het eerste schip heeft immers zijn schip verkocht en is op zoek naar een ander schip. Hoe verhoudt dit zich tot de brede inzet die op dat gebied wordt gepleegd door bijvoorbeeld de twinrig en flyshoot zoals uit de brief van de minister blijkt?

Het onderzoekschip Tridens kost ruim 2,7 mln. per jaar, inclusief bemanning. Dat is veel geld, zeker als je bedenkt dat de aanwezigheid van professionele vissers noodzakelijk is om vergelijkbare resultaten te kunnen boeken. Als voorbeeld: in een zelfde trek op dezelfde dag en dezelfde afstand vangt de Tridens 40 vissen en de visser 480. De onderzoeksresultaten zijn daardoor onzeker en ze vormen een constante bron van discussie tussen de onderzoekers en de vissers. Wat ons betreft is dat niet nodig. Ik stel voor dat de mogelijkheid wordt overwogen om het onderzoek op de professionele kotters te doen waarbij de Tridens voor dat doel overbodig wordt. Daarmee besparen wij geld dat naar mijn mening dan voor innovatie kan worden gebruikt.

Ik wil nog ingaan op de kweekvis. Het is goed dat in Europa kweekvis wordt gestimuleerd, zeker gezien de grote hoeveelheden die nu uit Azië komen met desastreuze gevolgen voor natuur en milieu daar en ook gelet op de discussies over de visomvang in zee en oceaan. Er moet dan wel vooral worden ingezet op duurzame kweek. Hoe kan dit worden gegarandeerd? Een belangrijke factor is het voer. Zolang er kilo's voervis nodig zijn voor een kilogram kweekvis, komen wij er niet. Ondersteunt de minister het onderzoek naar alternatieven? Kunnen de kwekers die kiezen voor duurzame kweekvis, rekenen op extra ondersteuning in technisch en financieel opzicht voor voer, maar bijvoorbeeld ook voor energiegebruik?

De aal is er slecht aan toe. Alleen forse maatregelen kunnen het tij nog keren, mijn collega's hebben hierover al gesproken. De maatregelen die de minister voorstelt, vallen mij wat tegen. De inzet voor vermindering van de sterfte van aal bij de waterkrachtcentrales is echt te weinig ambitieus. Op dit punt zijn al eerder stevige moties ingediend in de Kamer, want die centrales vormen een grote hindernis. Wat is bijvoorbeeld de deadline voor de vermindering van de sterfte bij waterkrachtcentrales met 35%? Wat wordt de inzet voor het convenant met de energiemaatschappijen? Ook de vismigratieproblemen worden naar mijn mening op te lange baan geschoven. Wat heeft de minister ertoe gebracht, te kiezen voor een gesloten periode van twee maanden? Waarom niet meer? Waarom deze maanden? Heeft zij overwogen te differentiëren van binnenland naar de kust en de trek van de vis te volgen in deze sluitingstijd?

De heerPolderman(SP)

Ik hoor het betoog van de heer Cramer over extra ambitie en inzet bij de gemalen met instemming aan. Brengt hij dit geluid ook naar voren in het overleg met de bewindslieden van Verkeer en Waterstaat, want "zijn" staatssecretaris is toch in de eerste plaats hiervoor verantwoordelijk? Ik vind zijn betoog prima en ik ben het helemaal met hem eens, maar mijn vraag is of hetzelfde geluid ook te horen is in het overleg van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat.

De heerCramer(ChristenUnie)

Ja zeker. Volgens mij hebben wij hierover gesproken in het kader van het waterbeheer en heeft collega Jansen in dat overleg de moties ingediend.

Ik pleit ervoor dat de visserijsector met zijn kennis en materieel meer wordt ingezet in het reddingsplan voor de aal als medebeheerder en uitvoerder van blauwe diensten. Dit verdient een financiële ondersteuning. Er dient een goede vergoeding tegenover te staan, want anders kan de sector niet overleven, maar als er geen vis meer is, overleeft de sector in ieder geval niet. Die samenwerking met de visserij kan worden uitgebreid naar de waterschappen en Rijkswaterstaat. Ik ben van mening dat er meerjarige afspraken moeten worden gemaakt opdat de onzekerheid van de sector over de sanering wordt weggenomen. Daarnaast wordt er wat mij betreft de komende jaren volop ingezet op onderzoek. Wij weten nog te weinig om eensgezind te kunnen werken aan herstel. Ook hiervoor kunnen overigens vissers worden ingezet.

De vangst van de glasaal voor de Zuid-Europese kusten voor de Aziatische palingkwekerij kan natuurlijk niet. Wat zal de minister ondernemen om dit tegen te gaan?

De laatste jaren is heel veel geld beschikbaar gesteld voor de sanering en verduurzaming van de visserij. Kan de minister ons inzicht verschaffen in de meest recente resultaten van die inspanningen?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Voorzitter. Ik begin mijn bijdrage met een brief die ik onlangs van een garnalenvisser uit Warffum heb ontvangen. Hij schrijft het volgende. "Beste mevrouw Van Gent", staat erboven. "Zoals het tot op heden ging, heeft het ministerie van LNV de kleinschalige visserij links laten liggen. Aandacht en subsidies gingen voor het merendeel naar de grote visserij en de kottersector. De kleinschalige visserij, waaronder ook de garnalenvisserij, heeft de broek altijd zelf opgehouden. Deze vorm van visserij is altijd al duurzaam geweest en heeft weinig tot geen negatieve impact op het zeeleven en de visbestanden gehad. Door afname van quota schakelen steeds meer zogenaamde Eurokotters over op de garnalenvisserij. Deze vissers zien dit als een nevenvisserij en gebruiken dit om quotum te sparen en een slappe periode door te komen. Hierdoor komen echter extra garnalen op de markt, wat een negatieve prijsvorming tot stand brengt voor een langere periode. De fulltime garnalenvissers vinden dat deze nieuwkomers de markt bederven en wat nog extra steekt is het feit dat veel van deze schepen in het verleden met veel te veel pk's hebben gevist en medeverantwoordelijk zijn geweest voor achteruitgang van visbestanden. Het zou zeer wenselijk zijn dat voor de garnalenvisserij het vissen aan de hand van een goedgekeurd visplan verplicht wordt gesteld. De criteria waar dit visplan aan zou moeten voldoen, moeten worden opgesteld door de sector zelf, de Vissersbond en Federatie, alsook LNV en enkele ngo's, zoals Stichting De Noordzee en het Wereld Natuur Fonds. Met behulp van dit visplan kan het garnalenbestand langs de Nederlandse kust beheerd worden en kan er een ecologisch en economisch gezonde garnalenvisserij plaatsvinden. Bulkaanvoer, te kleine garnalen en andere ongewenste ontwikkelingen kunnen op deze manier adequaat worden bestreden. Met vriendelijke groeten, Henk Buitjes, garnalenvisser te Warffum."

Ik moet zeggen dat deze brief wel indruk op mij heeft gemaakt, met name ook omdat deze vanuit de sector zelf komt, waar de nodige discussie wordt gevoerd. Dat veel vissers het water tot aan de lippen staat, dat begrijpt de fractie van GroenLinks ook. Wij zijn niet opgericht om het de vissers moeilijk te maken of hun het brood uit de mond te stoten. Wij moeten echter eerlijk zijn dat er sprake is van een groot probleem ten aanzien van de visserij. Het is de vraag of wij deze in de toekomst nog gezond kunnen houden.

Duurzaamheid is een mooi en noodzakelijk streven. Minister Verburg gebruikt het begrip vaak om aan te geven waar haar ambities liggen. Wat dat betreft zou ik haar wel een compliment willen geven. Echter, deze woorden lijken helaas weinig waarde te hebben voor de minister zodra het aankomt op concreet beleid. Is zij bijvoorbeeld bereid om gehoor te geven aan de oproep van Henk Buitjes – ik zei het al: garnalenvisser te Warffum – om de sector, haar ministerie en de ngo's een visplan te laten opstellen, waardoor een duurzame toekomst van de garnalenvisserij en, nog ruimer: van de visserij, daadwerkelijk zeker gesteld kan worden? De fractie van GroenLinks zou dat een uitstekend idee vinden.

GroenLinks gelooft dat markt, overheid en samenleving samen kunnen zorgen voor een duurzame visvangst, niet alleen ten aanzien van garnalenvisserij, maar ook ten aanzien van andere sectoren in de visserij. Je zou ook kunnen zeggen, zoals het gezegd luidt: een gewaarschuwd mens telt voor twee. Hoe vaak moet deze minister nog gewaarschuwd worden? Talloze onderzoeksrapporten, waaronder het WNF-rapport The Dutch Case: a Network of Marine Protected Areas, zouden haar aan het denken moeten zetten. Of neem de Natuurbalans 2008 en het rapport over duurzame visserij van de Algemene Rekenkamer. Kan de minister aangeven welke actie zij heeft ondernomen naar aanleiding van de recentste waarschuwingen? Heeft zij überhaupt actie ondernomen of wacht zij liever totdat zij de schuld kan afschuiven op een actie van een natuurorganisatie, zoals zij ook heeft geprobeerd in het dossier over de mosselzaadvisserij?

Belangrijk is de internationale afspraak is om te komen tot een netwerk van beschermde gebieden. De fractie van GroenLinks steunt deze afspraak. Hoe wordt deze ambitie gerealiseerd als de minister in 2010 vijf losse gebieden aanwijst? Waarom durft zij niet flink door te pakken – mijn steun heeft zij – maar moet het weer op zijn janboerenfluitjes en een beetje te langzaam? Waarom heeft de minister bijvoorbeeld niet de centrale oestergronden aangewezen? Is de minister verder bereid om te zoeken naar meer draagvlak voor een netwerk van beschermde gebieden door onderzoek te laten doen, bijvoorbeeld door de universiteit van Wageningen en IMARES, naar de voordelen van duurzaamheid voor de visserij? Immers, ook de visserij heeft er alle belang bij dat er morgen en overmorgen ook nog gevist kan worden.

De minister heeft gefaald, zo blijkt uit het rapport over duurzame visserij van de Algemene Rekenkamer. Wij kunnen dat rapport wel meteen naar het ronde archief verwijzen, zoals het CDA doet, maar dat is mijn fractie te gemakkelijk. Dit rapport hoort niet in de prullenbak. De hoofdconclusie is dat het beleid "vanuit ecologisch oogpunt niet streng genoeg is om de ambities, gericht op betere bescherming van de visstand en de biodiversiteit in de Noordzee, te kunnen waarmaken". Mijn fractie vindt dit een pijnlijke conclusie voor een minister met grote woorden over duurzaamheid en een rotsvast vertrouwen in het overheidsoptreden tot nu toe. Kan de minister uitleggen hoe de dimensies van duurzaamheid, people planet en profit naar voren komen in haar huidige beleid ten aanzien van de visserij? GroenLinks kent de minister als een vrouw met een rechte rug.

Een andere zorg voor onze fractie naar aanleiding van het rapport van de Algemene Rekenkamer is de zin: "Vissers proberen op grote schaal de regels te ontduiken." Wij weten allemaal, vissers, andere sectoren, maar ik ook, dat regels ontduiken niet mag, zeker als de duurzaamheid daarbij in het geding kan zijn. Hoe wil de minister haar ambities om te komen tot een duurzaam visserijbeleid waarmaken met een sector die in grote problemen zit, waarvoor mijn fractie begrip heeft, maar die niet altijd de regels nakomt, en die door alle moeilijkheden wellicht te veel vasthoudt aan kortetermijnzekerheden – eigenlijk zijn dat kortetermijnonzekerheden – en daarmee langetermijnzekerheden onvoldoende in het vizier heeft?

De heerKoppejan(CDA)

Voorzitter. Wil mevrouw Van Gent de visserijsector en de vissers neerzetten als een stelletje notoire wetsovertreders? Europese onderzoeken laten zien dat wanneer het gaat om de handhaving Nederland het nog het beste doet in Europa.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

De heer Koppejan spreekt over notoire wetsovertreders, maar dat heb ik niet gezegd. Ik laat die woorden graag voor zijn rekening. De heer Koppejan heeft het over de rest van Europa. Daar is het wellicht nog erger, maar ik citeerde een zin uit het rapport van de Rekenkamer. Het CDA verwijs dat rapport naar de prullenbak, maar ik vind dat veel te gemakkelijk. Het lijkt erop dat het CDA wat dat betreft selectief winkelt. Wellicht is het in Europa nog erger, maar ik ken het CDA als een partij die ook vindt dat de regels moeten worden gehandhaafd, zeker als de duurzaamheid in het geding is. De heer Koppejan maakt duidelijk dat het CDA selectief winkelt in de wetshandhaving, maar ik begrijp dan niet meer waar het CDA mee bezig is.

Dan nog iets over het aalplan. Vanmiddag is de eerste demonstratie ooit van Nederlandse palingvissers op het Plein gehouden. Ik begrijp dat heel goed, want de palingvissers vechten voor hun bestaan. Wij hebben ook nog met elkaar gesproken. Het valt niet mee om voor het eerst te demonstreren, maar het was ook nog koud. Het is goed dat de palingvissers hier zijn. Mijn fractie vindt het noodzakelijk dat er op korte termijn wordt ingegrepen. Dat wordt Kamerbreed aangegeven, maar het is een soort duivels dilemma waarmee de minister wordt geconfronteerd. De vissers vinden dat de minister te hard ingrijpt als zij de palingvisserij in de maanden september en oktober sluit. Anderzijds zijn het Wereldnatuurfonds en de Stichting Noordzee van mening dat een periode van twee maanden te kort is en dat de palingvisserij eigenlijk van augustus tot december moet worden gesloten, voor de komende vier jaar. Ook schetsen zij nog een aantal andere maatregelen. Ik ben blij dat de minister iets doet, maar ik ben zeer verontrust dat de CDA-fractie deze kwestie nog een tijdje voor zich wil uitschuiven.

MevrouwJacobi(PvdA)

Simon Carmiggelt zou jaloers zijn op zulke lange volzinnen. Mevrouw Van Gent begon mooi met een pleidooi voor de visplannen. Dat pleidooi herhaalt zij echter niet bij het aalbeheerplan. Juist het aalbeheerplan zou onderdeel moeten uitmaken van het visplan, dus niet zoals nu een apart deel van het LNV. Deelt mevrouw Van Gent mijn mening dat het belangrijk zou zijn dat er VBC's komen, niet alleen voor rijkswateren maar voor alle wateren? Zou dat niet moeten worden opgenomen in de Visserijwet?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Ja, die mening deel ik.

MevrouwJacobi(PvdA)

Heel mooi. Verder doet mevrouw Van Gent alsof de beroepsvissers zijn uitgeschakeld. Het is of de vis en dan de visserij weg, of andersom. Krijgt de beroepsvisser, toewerkend naar herstel van de aalstand, niet juist een andere rol op het gebied van monitoring en beheer? Heeft mevrouw Van Gent dat meegewogen bij haar standpuntbepaling?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Ik kan mij daarbij wel iets voorstellen. Mevrouw Jacobi wil echter iedereen te vriend houden. Ik begrijp best dat dat verleidelijk is. Toch wil ik duidelijk maken dat de situatie ernstiger is; ik dacht dat mevrouw Jacobi dat ook had gezegd. Omdat de situatie ernstiger is, zullen wij ook een heldere boodschap moeten geven. De minister wil ingrijpen. Ik kan mij goed vinden in woorden die de heer Cramer daarover sprak. Hij zei dat een aantal dingen nog niet ver genoeg gaat. Daarmee is de GroenLinks-fractie het eens. Wij hebben te maken met een duivels dilemma, met de vraag hoe de vissers nu en in de toekomst kunnen voortbestaan. Ook begrijp ik dat de minister op 31 december van dit jaar haar plannen bij de Europese Commissie moet voorleggen. Wij kunnen daarmee niet eindeloos treuzelen. Ik ben ervoor dat wij voor 31 december een beslissing nemen.

De voorzitter:

Mevrouw Van Gent, er zijn drie vragen voor u. Wij zullen die achter elkaar laten stellen. Daarna kan mevrouw Van Gent in één keer kort antwoord geven. Ik geef eerst het woord aan de heer Van der Vlies. Daarna komen de heren Polderman en Koppejan aan het woord.

De heerVan der Vlies(SGP)

Mevrouw Van Gent spreekt in lange zinnen. Om de paar zinnen hoor ik haar zeggen dat zij begrip heeft voor de binnenvissers. Maar waar blijft het perspectief voor de binnenvissers? Het probleem stellen is één ding, maar oplossingen aanreiken is iets anders. Ik hoor van mevrouw Van Gent in dat verband alleen zeggen dat er maatregelen moeten komen. Wat is haar reactie op de concrete voorstellen waarmee andere collega's zijn gekomen? Ik wil straks zelf daarop ook een reactie geven. Wat wil mevrouw Van Gent doen om met betrokkenheid van de sector zelf tot een herstel van de aalstand te komen?

De heerPolderman(SP)

Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Van der Vlies. Ik vind het nog niet helder wat de positie van de GroenLinks-fractie is. Iedereen – de vissers, de woordvoerders en de natuurbeschermingsorganisaties – is het eens dat de situatie ernstig is en dat er iets moet gebeuren. Dat hoor ik ook mevrouw Van Gent zeggen. Er ligt momenteel een concreet voorstel van de minister, waarop een hoop te zeggen valt. Zo kan men zichzelf afvragen of de wetenschappelijke cijfers van IMARES wel als uitgangspunt moeten worden genomen. Daarover hoor ik mevrouw Van Gent weinig zeggen. Kan mevrouw Van Gent wat concreter ingaan op de voorstellen die door de minister zijn gedaan?

De heerKoppejan(CDA)

Vindt mevrouw Van Gent – ik stel deze vraag in aansluiting op de woorden van vorige sprekers – niet dat zij met twee monden spreekt? Zij begint met een bijna tranentrekkend betoog, met een pleidooi voor samenwerking tussen overheid, markt en visserij om samen te werken aan duurzame visserij. Als het echter gaat om het aalbeheerplan, mag er zonder de vissers een plan worden opgesteld over de vissers. Waar staat de GroenLinks-fractie werkelijk?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Ik heb gezegd dat je eerlijk moet zijn. Ik realiseer mij dat die eerlijkheid hard is, maar het is niet anders. GroenLinks zit meer op de lijn van het Wereldnatuurfonds en de ChristenUnie. Het is niet voor niets dat deze drie partijen deze vragen stellen. Ik vind dat wij drastisch moeten ingrijpen, om überhaupt nog een toekomst te hebben voor de palingvisserij. Omdat het al bijna te ver is gegaan, is een zeer drastisch ingrijpen nodig. Ik spreek niet met twee monden. Ik ben op dit punt heel eerlijk; ik begrijp dat het een harde boodschap is. Wij kunnen met de vissers gaan praten als er een rol is voor de vissers. Er is gesproken over "blauwe diensten" en andere zaken. Ik vind dat op zichzelf een goed idee, maar op dit moment is het mij het allemaal nog niet duidelijk genoeg. Ik vind dat er voor 31 december helderheid moet zijn. Wij moeten niet weer een jaar lang de zaken gaan uitstellen. Dat zal zeker niet goed zijn voor een duurzame visserij.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Ik begrijp dat de woordvoerster van GroenLinks niet ingaat op wat de SP zojuist naar voren bracht over dat potje glasaal, dat als een delicatesse wordt geëxporteerd. Met zulke zaken doet u niets, mevrouw Van Gent? Zegt u gewoon dat deze vissers dat maar moeten oplossen?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Ik weet niet of u het weet, maar wij zijn niet de SP. Wij zijn GroenLinks. Ik heb hier mijn eigen inbreng. Ik wacht de reactie van de minister op de woorden van de SP af. Ik ga niet meteen de SP omhelzen als ik ook een eigen invalshoek heb. Dat zou ook wel een beetje belachelijk zijn. Ik vraag ook niet aan u of u zich aansluit bij de SGP. Dat zou namelijk ook best kunnen.

De voorzitter:

De heer Graus van de PVV is binnen. Ik geef aan hem het woord.

De heerGraus(PVV)

Voorzitter. Eigenlijk zou ik heel kort kunnen zijn. Ik heb samen – en ook vaak ondersteund door – met de heren Koppejan en Van der Vlies, die ook echte ridders zijn voor de visserij, heel veel acties ondernomen. Ook de PVV heeft al heel veel kruit daardoor verschoten en heel veel moties ingediend, die wel of niet zijn aangenomen.

Ook nu moet Nederland weer per se het beste kindje van de klas zijn. Zelfs een Eurocommissaris heeft, bilateraal, tegen mij gezegd dat het echt aan de Nederlandse regering ligt, die altijd het beste kindje van de klas wil zijn. Nederland wil vaak verdergaan dan Europese wet- en regelgeving. Straks kunnen wij ook Maastricht Aachen Airport sluiten, omdat er geen gelijk speelveld is. Alle maatschappijen vliegen naar alle landen, behalve naar Nederland straks. Wij hebben dadelijk geen mosselvissers meer, wij hebben dadelijk geen palingvissers meer. Dadelijk is er niets meer. De visserij is een sector met een eeuwenoude cultuurtraditie, die heel goed is voor de economie van ons land en voor de trots van ons land. Het zijn fatsoenlijke mensen, van wie je nooit last hebt. Ze komen zelden of nooit in opspraak. Het zijn allemaal fatsoenlijke, hardwerkende mensen. Zij worden, vind ik vaak, gestraft als misdadigers. Ik wil dat toch gezegd hebben. Sterker nog: ik vind dat misdadigers veel zwaarder gestraft moeten worden en dat vissers juist zwaar geholpen moeten worden. Dat is echter niet het verhaal in Nederland.

De rest van Europa doet inderdaad niets. Wij zijn wederom het beste kindje van de klas. De minister komt met een aalbeheerplan. Tenminste, ik denk eerder dat de ambtenaren rondom de minister ermee komen. Don't shoot the messenger, de minister maakt het niet in haar eentje. Wij moeten dus niet alleen de minister erop aanspreken, maar zij is nu eenmaal het aanspreekpunt en dus moet ik het vandaag zo doen. Wat gaat de minister doen? Ik heb heel veel brieven en telefoontjes gehad. Ik wil het vooral over de aalvissers hebben, omdat dat actueel is. Voor de mossel- en garnalensector hebben wij al heel veel gedaan en is veel goeds gebeurd. Mijn complimenten daarover. Ik ben het er niet helemaal mee eens, ik vind nog dat de groene sokken te veel inspraak hebben gekregen. Dat is echter mijn mening. Wij zullen daartegen in ieder geval blijven strijden.

Wat gaat de minister doen, nu zij ziet dat aalvissers echt naar de knoppen gaan? Vergeet niet de kredietcrisis. Als wij zo doorgaan met onze energie en ons gas blijven uitverkopen, krijgen wij ook nog een energiecrisis. Wat doet de minister op korte termijn om de vissers te helpen? Ga met ze aan tafel! Waarom gaat de minister niet met een werkgroep van de aalvissers aan tafel zitten en zonder tussenkomst van wollige bureaucraten rechtstreeks overleggen met de mensen die op de schepen werken? Is de minister bereid om dat te doen? Is zij bereid om met een alternatief of met een soort van reddingsplan te komen, nu zij ziet dat het aalbeheerplan geen goede zaak is? Heeft de minister zich voldoende gerealiseerd dat de aalvissers door het voorliggende aalbeheerplan al in augustus hun fuiken dienen te verwijderen en pas laat in december kunnen beginnen? Zij verliezen daardoor zelfs nog een maand. Er is geen enkele sector in deze tijd in Nederland die dat kan overleven. Het wordt ook heel erg onderschat. Er gaan straks meer aalvissers naar de knoppen, als het zo doorgaat, dan wij nu denken en mogen vermoeden. Ik wil hierop een duidelijke reactie van de minister.

De heerCramer(ChristenUnie)

De heer Graus houdt een hartstochtelijk pleidooi. Dat zijn wij ook van hem gewend. De vissers zelf geven ook aan dat er echt iets moet gebeuren met het oog op de hoeveelheid aal, want anders is er straks geen aal meer om op te vissen. Het is dus niet zo makkelijk om te zeggen dat men slim moet gaan vangen. Straks is er niets meer om te vangen. Welke oplossing heeft de PVV daarvoor?

De heerGraus(PVV)

Ik ben een volksvertegenwoordiger en ik vertegenwoordig dus ook aalvissers. De bestuurders zouden in principe met oplossingen moeten komen. Ik wil een paar handreikingen doen. Er is absoluut geen gelijk speelveld in ons land. Er wordt heel veel vis gestroopt; meer dan wij denken want er is geen controle. De minister kan niet zeggen dat het niet het geval is. Ik heb een motie ingediend om stroperij tegen te gaan. Die motie is aangenomen. Pak stropers aan! Straf stropers! Zorg voor een gelijk speelveld. Zorg ervoor dat er geen rotzooi van andere landen in onze rivieren komt, waardoor de paling vergiftigd wordt en onze rivieren vol smurrie zitten. Heel veel vis wordt afgevangen, terwijl onze vissers het strengst gecontroleerd en daarvoor gepakt worden. Aan al die zaken moet de minister iets doen!

Sorry, ik zal niet zo hard praten want mevrouw Van Gent is bang.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Als je me raakt, mijnheer Graus, dan sla ik terug.

De heerGraus(PVV)

Ik zou willen dat alle "groene" mensen zo'n angst voor mij hadden!

MevrouwJacobi(PvdA)

Mijnheer Graus, u bent tegen Europa en zo.

De heerGraus(PVV)

Ik ben voor Europese samenwerking maar tegen Europese bemoeienis.

De voorzitter:

Mijnheer Graus, mevrouw Jacobi stelt haar vraag.

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik blijf erbij dat de PVV echt tegen Europa is. Dat blijkt uit alle debatten. Wat is de inzet van de PVV om het weghalen van de glasaal uit de Saragossazee aan banden te leggen?

De heerGraus(PVV)

Ik ben voorstander van alles wat wij kunnen doen om onze aalvissers te helpen. Ik ben voor Europese economische samenwerking. Ik ben er ook voor dat wij samen tegen terrorisme strijden. Zo is de EG ooit bedoeld geweest. Ik ben ertegen dat in Brussel uitgemaakt wordt hoeveel cacao in onze chocolade moet zitten en wat onze vissers wel en niet mogen doen. Dat beslissen wij zelf. Jarenlang is alles goed gegaan bij de vissers. Door alle milieu- en natuurpaniek doen de vissers opeens alles fout, terwijl zij het al eeuwenlang perfect doen. Daarbij zijn zij immers zelf gebaat. Zij snijden zichzelf in de vingers als zij iets fout doen. Ik ben het er wel mee eens dat er iets verminderd moet worden, maar ik ben zwaar tegen algeheel stopzetten. Laat dat duidelijk zijn.

MevrouwJacobi(PvdA)

De heer Graus is er zwaar tegen het aan banden leggen van het vangen van glasaal in de Saragossazee? Ik snap er helemaal niets van.

De heerGraus(PVV)

Met alle respect, mijnheer de voorzitter, mevrouw Jacobi hoeft mij niet te begrijpen. Onze achterban en onze vissers moeten mij begrijpen. Dat is voldoende. Ik zit hier niet om vriendjes te worden met of iets uit te leggen aan andere Kamerleden.

De heerPolderman(SP)

Je kunt langs alle kanten doorschieten. De heer Graus zegt dat met name voor de aalvissers een reddingsplan moet komen. Er moet echter een reddingsplan komen voor de aal. Mevrouw Van Gent spreekt over een duivels dilemma. Dat is precies wat er aan de hand is. Er moet ook iets gedaan worden aan de aalstand. De heer Graus doet alsof dat absoluut niet aan de orde is, terwijl dat toch echt de kern van het probleem vormt. Hoe voorkomen wij dat de aalstand naar beneden gaat zonder dat de beroepsvisserij de nek omgedraaid wordt? Ik hoor bij de heer Graus geen begin van een oplossing.

De heerGraus(PVV)

De heer Polderman luistert heel selectief, want ik heb wél een oplossing aangedragen. Ik heb duidelijk een paar punten genoemd waarmee deskundigen bezig zijn. Ik ben helaas geen deskundige op dit terrein. Ik ben een boerenpummel uit Limburg en ik ben een volksvertegenwoordiger. Ik luister naar de mensen en kom met oplossingen. Ik vraag de minister om met een alternatief plan te komen. De heer Polderman moet het niet bij mij neerleggen. Ik geef wel aan wat fout gaat ten koste van de vissers. Laat dat duidelijk zijn. Er is meer milieu- en natuurpaniek dan het lijkt.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

De heer Graus zei dat hij alleen sprak over de Nederlandse vissers en dat hij helemaal niets had met Europa, althans dat proefde ik uit zijn woorden. Er is een Europees visserijbeleid waaraan onze Nederlandse vissers zich moeten houden. De heer Graus vindt toch ook dat de vissers in de andere Europese lidstaten zich daaraan moeten houden en dat niet alleen aan onze vissers iets moet worden opgelegd?

De voorzitter:

Het woord is nu aan de geachte afgevaardigde de heer Graus.

De heerGraus(PVV)

Voorzitter. Ik begrijp er helemaal niets meer van. Er worden namelijk alleen maar vragen gesteld die ik al beantwoord heb. Ik heb juist gezegd dat er vooral een gelijk speelveld moet komen. Er moet dus niet een streng beleid zijn voor onze vissers en vrijwel geen beleid voor vissers in andere landen, want daardoor zouden onze vissers de dupe worden. Ik heb dat heel duidelijk gezegd. De minister moet er dus voor zorgen dat dit niet gebeurt. Zij neemt namelijk deel aan de gesprekken met de eurocommissarissen. Zij moet er in die contacten op hameren dat er eindelijk een gelijk speelveld komt. Inderdaad, onze boeren en vissers zijn heel slecht af.

Ik wijs er verder op dat de glasaal die vroegtijdig wordt weggevangen naar Azië wordt geëxporteerd. Hierover is reeds gesproken, maar hierop krijg ook ik graag een reactie van de minister.

Mijnheer de voorzitter. Ik zou nog wel tien minuten door kunnen gaan, maar in tweede termijn zal ik enkele moties indienen. Ik heb nu mijn verhaal gehouden en ik meen dat de minister samen met haar deskundigen een alternatief plan kan indienen. Anders zullen wij wederom tot actie overgaan.

De voorzitter:

Vanwege het feit dat er geen woordvoerder is namens D66, is de woordvoerder van de Partij voor de Dieren aan de beurt. Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Voorzitter. Ik zou bijna zeggen: and now for something completely different. Vorige week heb ik in deze Kamer mogen deelnemen aan de behandeling van de begroting van VROM. Toen heb ik even stilgestaan bij het rapport dat het Wereld Natuurfonds ieder jaar over de gezondheidstoestand van de aarde uitbrengt. Daaruit bleek dat twee keer de oppervlakte van de aarde nodig zou zijn als Nederland zijn leefstijl naar de rest van de wereld exporteerde. Dat bekent dat er dus twee wereldbollen nodig zouden zijn. De laatste keer dat ik naar buiten keek, zag ik die andere bol niet en hadden wij er dus echt nog maar een. Het bericht van dit rapport dat Nederland de natuurlijke hulpbronnen, waaronder vis, sneller opmaakt dan de natuur die kan aanvullen, lijkt mij reden genoeg om vanuit een ander perspectief het visserijdossier te beoordelen. Laten wij eerst maar eens nagaan wat de aarde aankan en daarna bezien of wij aan de visserij überhaupt nog een boterham kunnen verdienen. Zo'n opstelling vraagt om eerlijkheid en om een omslag die nu misschien wel hard kan aankomen, maar ik meen dat niemand erbij gebaat is dat wij valse perspectieven bieden, terwijl alle signalen op rood staan, de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen niet wordt gestopt en wij op een onverantwoorde manier doorgaan.

Visserijbioloog Daniel Pauly, niet de minste met een eredoctoraat van de Wageningen Universiteit, zegt dan ook dat onze manier van vissen desastreus is: fishing down the food web, eerst grote roofvissen als kabeljauw en tonijn overbevissen, dan overgaan op vissen die steeds kleiner zijn en lager in het voedselweb zitten. Dat leidt aanvankelijk tot hogere vangsten, maar al snel zal de opbrengst stagneren of afnemen. Het systeem raakt uitgeput, omdat de brede basis van biomassa steeds verder afkalft. De exploitatie is gewoon niet duurzaam. Dat leidt, heel aantrekkelijk voor mensen die van een vakantie aan de Middellandse Zee houden, uiteindelijk tot een zee zonder eetbare vis vol plankton en kwallen. Alleen maar kwallen, want die kunnen zich goed handhaven in een uitgemoorde zee.

De visserij heeft de laatste grens bereikt. Het is alarmerend dat er een mondiale trend is van afnemende vangsten, zeker als je beseft dat de visserijinspanningen zijn toegenomen. Dat betekent dat overal ter wereld de visbestanden worden overbevist. Alleen echt verder gaande maatregelen kunnen nog soelaas bieden, zegt Pauly. De visserijsubsidies moeten onmiddellijk worden afgeschaft. Het visserijbeleid moet overschakelen van soortgericht naar een beleid met een ecologische benadering. Ten minste 20% van de wereldzeeën zou tot beschermd gebied moeten worden verklaard om de vispopulaties nog maar enigszins de kans te bieden om zich te herstellen. Ook de Natuurbalans is duidelijk met haar conclusies over de Noordzee; de druk van visserij op de natuurkwaliteit is groot. Een sectorbrede transitie naar een ecologisch duurzame visserij lijkt nog niet in het verschiet te liggen.

Dan is er nog de kritiek van de Algemene Rekenkamer. Economie staat nog altijd ver boven ecologie. Daarbij gaat het dan om economie voor de korte termijn, want op de lange termijn schiet niemand iets op met overbevissing. De reactie van de minister vond ik daarom ontluisterend. Zij zegt: ik heb nu eenmaal te maken met een belangenafweging waarbij aan de ene kant staat de economie en aan de andere kant de ecologie. Maar ja, daar gaat het juist om, minister, als u op korte termijn alleen let op de economie, is niet alleen de natuur daar de dupe van, maar vooral de vissers. Hoelang willen wij in dat cirkeltje blijven ronddraaien? Als ik zo vandaag naar mijn collega's luister, dan zijn wij er nog lang niet uit.

De minister pruilt op een erg teleurstellende manier verder en zegt dat in dezen Europees beleid geldt. De Algemene Rekenkamer heeft gezegd dat het Nederlandse beleid niet streng genoeg is om de natuur een beetje te kunnen beschermen, maar dan zegt de minister: er is geen sprake van Nederlands beleid, dit is Europees beleid. Alsof wij niet een van de grootste visserijlanden in Europa zijn en alsof de minister niet steeds met een enorme vuist op die Europese tafel slaat. Dus laten wij nu niet doen alsof wij niets te zeggen hebben, want dat is wel degelijk het geval.

Ik vervolg met een aantal concrete vragen. De minister heeft laten weten dat zij in de komende begroting € 700.000 uittrekt voor onderzoek naar aanvullend te beschermen gebieden en het treffen van visserijmaatregelen in Natura 2000-gebieden. De informatie die wij hebben gekregen wijst erop dat er 1,6 mln. nodig is voor nader onderzoek naar drie gebieden, namelijk Borkumse Stenen, Bruine Bank en het Noordkrompgebied. Ik vraag mij af wat zij met die € 700.000 gaat doen. Moet dit niet 1,6 mln. zijn en waar blijven de meerjarenplannen waarop wij wachten? De minister heeft zelf in de Nota biodiversiteit gezegd dat de bedreiging van de marine biodiversiteit en de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen in het kader van de achteruitgang van de algehele biodiversiteit en de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen, nog urgenter en complexer zijn dan op het land. Ik zou dus zeggen dat dit een grote aansporing is om vooral werk te maken van het beschermen van natuurgebieden. Ik zie dat nog niet gebeuren.

De bijvangsten van de boomkorvloot zijn gigantisch. De natuurbalans geeft aan dat driekwart van de vangst als ongewenste vangst overboord wordt gezet. De minister geeft aan nu maatregelen te treffen, waarbij het doel is dat in 2013 40% van het huidige aantal Noordzeekotters een alternatieve vangstmethode gebruikt en de boomkormethoden zijn gehalveerd. De kritiek van de Rekenkamer was dat het innovatiebeleid pas vanaf 2007 op gang is gekomen en dat de plannen om ervoor te zorgen dat in 2013 40% van de boomkorvissers zijn overgestapt, niet zijn onderbouwd. Wij hebben een brief ontvangen waarin de minister een aantal zaken uitwerkt. Zij zegt daarin te komen met een subsidie van 2 mln. speciaal bedoeld voor de grote boomkorkotters. Tegelijkertijd denkt zij aan omschakeling naar visserijmethoden als twinriggen, flyshooten en squid jiggen. De effecten van deze visserijmethoden op de bijvangsten zijn nog niet bekend, dus er zijn nog steeds onzekerheden. Daarom denk ik dat de minister eerder zou moeten inzetten op een sanering en dus het afschaffen van de grootste boomkorkotters en een overschakeling van de kleinere naar een meer duurzame, maar dan ook bewezen duurzame visserijmethode.

Een jaar geleden lag het eerste rapport er: Discards in de Nederlandse visserij. Is de minister vervolgonderzoek gestart naar aanleiding van dit rapport? Hoe staat het met de ideeën om de bijvangsten terug te dringen? De minister zegt steeds dat zij die serieus neemt, maar een concrete aanpak heb ik nog niet gezien.

De Algemene Rekenkamer heeft aangegeven dat de handhaving bedroevend laag is. Wij kunnen zeggen dat wij het in Nederland nog het beste van alle Europese landen doen. Ik weet niet hoe mevrouw Snijders thuis is opgevoed, maar ik kwam er echt niet mee weg als ik zei: ja, maar alle andere kinderen mogen nog later thuiskomen. Dat was geen reden. Je hebt je gewoon aan je eigen regels te houden, ongeacht of anderen het nog veel bonter maken. De vraag is natuurlijk op welk handhavingsniveau de minister wil sturen. De minister kan echter niet goed beoordelen welke capaciteit nodig is voor een adequate handhaving. Ik wil hierop graag een reactie en ik overweeg een motie op dit punt.

De voorzitter:

U hebt nog één minuut.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Dank u wel voor de waarschuwing, dan zal ik snel overstappen op het welzijn van vissen.

De minister heeft hierop een opmerkelijke visie. Ik heb haar bijvoorbeeld gevraagd naar het vervoer van paling die in Ierland wordt gevangen en met haak en al in de bek levend naar Nederland wordt getransporteerd, om hier in een zoutbad te belanden. Dat is onvoorstelbaar. Als ik dan vraag hoe het zit met dierenwelzijn zegt zij: die haak er in Ierland uit halen, zou nog slechter zijn dan wanneer je dat in Nederland zou doen, want in Nederland halen wij hem eruit als het dier al dood is. Dat is eigenlijk aan een kind vragen: let op, ik ga je slaan, wil je de bezem of de zweep? Het is natuurlijk allebei niks. Bij het uitgangspunt voor dierenwelzijn heb ik zeer grote twijfels over de maatlat die zij zal ontwikkelen voor duurzame kweek.

Ik kan niets meer zeggen over het aalbeheerplan, maar uit mijn interrupties mag duidelijk zijn welke kant ik op denk. De minister bleef vorig jaar een beetje vaag over het onderzoek dat gericht is op dierenwelzijn en viskwekerijen. Intussen is uit Kamervragen gebleken dat zij zich alleen richt op visdichtheid. Dat is een heel beperkte definitie. Natuurlijk gedrag en welzijn van dieren in gevangenschap komt daarin niet naar voren. Ik vraag de minister, haar onderzoek op dit punt uit te breiden.

De heerVan der Vlies(SGP)

Voorzitter. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de SGP-fractie gaat niet akkoord met de door de minister voorgestelde invulling van het aalbeheerplan. Met name de gesloten periode voor alle vormen van beroepsmatige aalvisserij heeft forse consequenties voor de beroepsvisserij. Schubvisserij biedt onvoldoende perspectief, omdat de sportvisserijsector te afhoudend is. In de klankbordgroep aal is fundamentele kritiek geuit op het door IMARES berekende streefbeeld en de bepaling van de huidige uittrek. De minister erkent dat er in de klankbordgroep verschil van mening was, maar gaat vooralsnog uit van de berekeningen van IMARES, terwijl daar nu juist fundamentele kritiek op is. Er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de dichtheidsafhankelijke effecten op de groei van aal. Hoe meer aal, hoe hoger de predatie en hoe groter de concurrentie om voedsel. Hier is geen nieuwe wetenschappelijke kennis voor nodig, maar een second opinion. Is de minister bereid, op korte termijn – binnen enkele weken zou dat moeten kunnen – voor zending van het aalbeheerplan naar Brussel een onafhankelijke second opinion uit te laten voeren?

De minister legt in het beheerplan generieke maatregelen op. Zij gaat uit van centraal beheer. Dat doet geen recht aan de breed gesteunde voorstellen van het Aalcomité uit 2005 voor decentraal beheer. Ook IMARES heeft aangegeven dat decentraal beheer efficiënter is dan centraal beheer. Het voorgestelde centrale beheer negeert de positieve rol die beroepsvissers kunnen spelen, bijvoorbeeld via het overbrengen van schieraal uit schone gebieden naar gebieden met een open verbinding naar zee. Mijn fractie vraagt de minister daarom haar voorstel voor een gesloten periode voor alle vormen van beroepsmatige aalvisserij in te trekken en ruimte te bieden voor decentraal aalbeheer. Minister, benut de ruimte die ook Brussel geeft, zou ik zeggen, en dat ter wille van een investering in draagvlak en medewerking. Bewerkstellig in Brussel ook dat laakbaar bedrag – ik verwijs naar het potje glasaal uit Spanje – wordt voorkomen en afgestraft.

De vervuiling van de bodems van de grote rivieren met dioxine en pcb's kan de beroepsvissers niet worden aangerekend, maar zij worden er wel door getroffen. Zij ondergaan de consequenties. Daarom de heldere vraag of de minister ervoor kan zorgen dat de beroepsvisserij voldoende mogelijkheden krijgt om via schubvis het bedrijf op de been te houden of dat er budget vrijgemaakt wordt voor compensatie of, desnoods, vrijwillige sanering van bedrijven. Wat betreft de visgeleidingsystemen zijn er inderdaad moties van de heer Jansen van de SP, maar eerder waren er al moties van mij die daarom vroegen. Ik sluit mij graag aan bij de vragen die daaromtrent gesteld zijn. Het moet er dan toch eindelijk eens van komen.

Ook vraagt mijn fractie aandacht voor de positie van beroepsvissers in het rivierengebied, die in onzekerheid verkeren. Een groot deel van hen vist in gebieden waar de visrechten niet gesplitst zijn. Voor de zegenvisserij krijgen zij schriftelijke toestemming van het ministerie van LNV. De minister lijkt nu aan te sturen op verplaatsing van die verantwoordelijkheid naar de huurder van het visrecht op schubvis, de sportvisserij. Dat lijkt mij bedenkelijk. De zegenvisserij is voor de economisch gezonde visserijbedrijven immers een belangrijke bron van inkomsten. Bovendien is het nog maar de vraag of de sportvisserij toestemming zal geven. Het is immers overduidelijk dat de belangen tegengesteld zijn. Is de minister bereid, te voorkomen dat economisch gezonde riviervisserijbedrijven over de kop gaan? Is zij daarom bereid, de huidige status aparte voor de zegenvisserij door riviervisserijbedrijven te handhaven? Kan zij garanderen dat de riviervisserijbedrijven hoe dan ook, als die VBC's er toch komen, evenveel stemrecht hebben als de andere partijen?

De minister wil de VBC-voorwaarden aanscherpen. Een van deze aanscherpingen wordt gevormd door de registratieverplichtingen in het kader van de op te stellen visplannen. Heeft de minister gekeken naar de lastendruk die dit oplevert voor de beroepsvisserij? Vooral voor de grotere bedrijven kan het forse consequenties hebben, ook in financiële zin. Wat staat daar dan tegenover? Is het überhaupt mogelijk dat alle sportvissers, toch zo'n 1 miljoen, hun vangsten registreren en doorgeven? Als dat al mogelijk zou zijn, is mijn verwachting nog niet dat zij het allemaal zullen doen. Wat is dan de zin van de registratieverplichting?

De minister wil naar een systeem waarbij visrechten die vrijkomen bij bedrijfsbeëindiging vrij verhandelbaar worden en niet, zoals het nu het geval is, overgedaan kunnen worden naar een andere beroepsvisser. De SGP-fractie vindt dit geen recht doen aan de waarde van de beroepsvisserij waar LNV zelf het predicaat "gezonde en maatschappelijk gewaardeerde activiteit" aan gegeven heeft. De kans is groot dat de kapitaalkrachtige sportvisserij met de visrechten aan de haal gaat en dat beroepsvissers het nakijken hebben of een dure huursom moeten betalen. Dat beleid zou ook te kort doen aan het feit dat visrechten van generatie op generatie beroepsvissers overgingen. Graag een reactie.

Mijn fractie is blij met de diverse investeringsregelingen die de minister heeft opengesteld voor de Noordzeevisserij: bedrijfsplannen, kenniskringen, innovatie. Dit alles is belangrijk om de kottervisserij toekomstbestendig te maken. Dat is ook ons doel. Ik mis de inzet op deze initiatieven en de effectuering ervan in het gedateerde rapport van de Algemene Rekenkamer.

Hoe zit het trouwens met de 600 mln. die Eurocommissaris Borg opzij wilde zetten voor de brandstofproblematiek in de kottersector? De olieprijzen zijn weliswaar gezakt, gelukkig, maar dat kan best tijdelijk zijn. Hoe gaat men op dat dossier verder?

De SGP-fractie is uiteraard blij met het gesloten convenant tussen de mosselsector en enkele natuurorganisaties. Dat heeft het venijn vooralsnog uit de lucht gehaald en biedt de mosselvissers de ruimte om weer aan de slag te gaan. Ook wij wachten de resultaten van de commissie-Meijer uiteraard af. Ik vraag de minister om in het kader van het convenant alle medewerking te verlenen die nodig is om de mosselvissers een goed en duurzaam toekomstperspectief te bieden.

De vergadering wordt van 15.41 uur tot 15.55 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik verzoek de minister vooraf te laten weten in welke blokken zij haar antwoord indeelt. Gezien de tijd stel ik voor om maximaal drie interrupties per persoon af te spreken.

MinisterVerburg

Voorzitter. Er is grote maatschappelijke belangstelling voor de visserij. Dat blijkt vanmiddag ook nog eens een keer. Die maatschappelijke belangstelling reflecteert zich vaak ook in politieke belangstelling. Dat is zeer gerechtvaardigd, want de Nederlandse visserij heeft traditie, is diep geworteld in de Nederlandse samenleving en moet dan ook toekomst hebben. Ik wil dan ook aanhaken bij hetgeen de Koningin daarover heeft gezegd in de Troonrede, namelijk dat de visserij een stabiele toekomst verdient. Maar wij zijn daar nog niet, misschien moet ik zelfs zeggen nog lang niet, daar is nog een wereld te winnen, een wereld die wij gezamenlijk zullen moeten zien te winnen. Het verheugt mij dan ook zeer dat enkele Kamerleden in hun eerste termijn er hun vreugde over hebben geuit dat wij er recent in geslaagd zijn om een convenant af te spreken tussen de mosselsector en de natuurbeschermingsorganisaties. Ik denk namelijk dat de toekomst van de Nederlandse visserij ingebed moet zijn en geworteld moet raken in dat maatschappelijke draagvlak. Als je spreekt over dat maatschappelijke draagvlak, heb je het ook over samenwerking, over bundeling van krachten, over overleg, over het vinden en het geven van een antwoord op de vragen waar wij elkaar kunnen versterken en wat wij voor elkaar kunnen betekenen. Daar zijn dan verschillende mogelijkheden voor. Ik ben blij dat wij voor de mosselsector en het Waddengebied een win-winsituatie hebben weten te vinden. De natuurorganisaties willen samenwerken met de mosselsector om het Waddengebied te verduurzamen en om de mosselcultuur in stand te houden, zo mogelijk tot in lengte van dagen. Dat vind ik nu een van de goede voorbeelden. Het Noordzeeconvenant is in dit verband ook nog genoemd. Ook dat vind ik een voorbeeld dat maatschappelijke organisaties en visserijorganisaties samenwerken omdat men daar het belang van inziet en omdat daar een win-winsituatie uit kan ontstaan. Ik spreek hier dan ook de wens uit – als minister van LNV zal ik dat ook sterk ondersteunen en bevorderen – dat die samenwerking tussen de verschillende organisaties een win-winsituatie oplevert, een winsituatie voor duurzaamheid en een winsituatie voor de visserij. Ik kan het ook omdraaien, maar waar de een wint, moet de ander ook winnen. Dan ligt er een prachtig perspectief, en voor de natuur en voor de visserij. Dat moet hand in hand gaan wil er een toekomst zijn voor beide. Ik heb al eerder gezegd dat dit niet iets is dat ons zomaar komt aanwaaien. Vanmiddag heb ik veel zorgen gehoord die ik overigens zelf ook heb. Wij allen kennen de problemen en het is niet voor het eerst dat wij daarover spreken. Als wij die gezindheid hebben dat wij willen gaan en voor de duurzaamheid en voor een toekomst voor de visserij en voor een ecologisch sterke zee- en watergebied, dan staat er niet alleen heel veel op het spel, maar valt er ook heel veel te winnen, zoals een stabiele toekomst voor de visserij. Dat is geen eenvoudige opdracht. Wij kunnen dat hier vanmiddag tegen elkaar zeggen. Wij mogen dit ook niet nalaten, maar dat zal nog heel wat overleg vergen. Dat vergt ook van iedereen dat men zich kan en wil inleven in elkaars situatie.

Als ik spreek over samenwerking, spreek ik niet alleen over samenwerking tussen visserijorganisaties en natuurbeschermingsorganisaties, maar vraag ik ook aandacht voor de mogelijkheden in de keten. Ik heb onlangs mogen meemaken dat een groothandel in vis een serie boeken heeft uitgebracht samen met koks van gerenommeerde restaurants, die hebben gezegd: onze keuze voor duurzame vis is een heel bewuste keuze. Wij willen daarin graag investeren. De heer Cramer heeft opgemerkt dat de retail heeft gezegd in 2011 alleen nog MSC-gecertificeerde vis in zijn winkels te willen. Er zijn nu al restaurants, koks en groothandels die zeggen: dat kan ook eerder. Diezelfde spelers in de keten zeggen ook: als wij daarbij iets kunnen betekenen voor de visserijsector, als wij met elkaar in die keten iets kunnen opzetten, waarom doen wij dat dan niet met elkaar? Ik geloof dat daar nog een terrein ligt waarin wij met elkaar zouden moeten, kunnen en willen investeren. Dan kun je elkaar ook de hand reiken, kun je elkaar versterken en kun je al met al komen tot een win-win-winsituatie. Dan heb ik dus een dubbele winsituatie te pakken. Ik wil dit eens adresseren. Wij zijn hiermee bij LNV bezig, maar ik denk dat daar nog een wereld te winnen is. Hoe pak je dat op in de keten en hoe versterk je jezelf en je eigen marktpositie in het vermarkten en verwerken van de producten? Hoe versterk je daarin ook de positie van de hele visserijketen?

De voorzitter: Van der Vlies

MinisterVerburg

De voorzitter heeft mij gevraagd aan te geven in welke blokjes ik denk te beantwoorden. Ik heb enkele inleidende opmerkingen gemaakt. Ik denk aan beantwoording in de volgende blokjes. Ik bespreek allereerst de Noordzeevisserij en het gemeenschappelijk visserijbeleid, dan de schelpdiervisserij en dan de binnenvisserij. Dan ga ik iets zeggen over het onderzoek van de Rekenkamer. Dan zal ik alle vragen beantwoorden over het aalbeheerplan. Ten slotte heb ik nog een rondje overige onderwerpen.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de minister een blokje bespreekt en dat wij daarna bekijken of er eventueel interrupties zijn. De praktijk heeft geleerd dat dit het snelst en het overzichtelijkst werkt. De minister begint met haar eerste blokje.

MinisterVerburg

Dat is het blokje Noorzeevisserij en gemeenschappelijk visserijbeleid. De heer Polderman heeft gevraagd of er nog toekomst is voor de traditionele boomkorvisserij. Hij, de heer Cramer en mevrouw Ouwehand hebben gevraagd of het ambitieniveau van 40% omschakeling in 2013 niet sneller kan worden behaald. De Task Force Duurzame Noordzeevisserij concludeerde in 2006 dat er voor de langere termijn geen duurzame toekomst bestaat voor de traditionele boomkorvisserij. Er zijn dus aanpassingen nodig. Dat is ook de reden waarom LNV sterk inzet op het gebied van innovatie en op het onderzoek naar meer duurzame visserijtechnieken. Dat is minder eenvoudig dan je zo denkt. Mevrouw Ouwehand heeft opgemerkt dat wij wel drie andere visserijtechnieken hebben, maar dat nog niet is bewezen dat die minder bijvangst veroorzaken. Dat geeft exact het dilemma aan. Wij investeren heel veel in nieuwe technologie en innovatie, maar wij beschikken nog niet over het ei van Columbus.

Iedereen zonder uitzondering heeft aandacht besteed aan de bijvangst en aan de grote hoeveelheid bijvangst. Ik ben het met iedereen eens dat dit een van de grootste problemen is. Wij zullen er met heel veel voortvarendheid aan moeten werken. Maar zolang de evidente techniek er niet is om die bijvangst zo veel mogelijk uit te bannen, kunnen wij niet zeggen wanneer dit gerealiseerd zal zijn. Zij moet nog worden uitgevonden of moet nog haar effect, haar impact en haar mogelijkheden bewijzen. Wij spreken dan over de flyshoot, de twinrig en andere technieken. Zij moet nog uitkristalliseren en het is niet anders dan met andere technieken. Je ontwikkelt een nieuwe techniek, je gaat ermee aan de slag, je probeert haar in de praktijk op te schalen en je probeert haar ook in Europa op de kaart te zetten. Ik ben er ook een groot voorstander van dat wij in Europa van elkaar leren. Niet alleen Nederlandse vissers hebben bijvangst, ook de vissers van andere Europese lidstaten hebben bijvangst. Daarom zul je gezamenlijk moeten optrekken.

Enkele woordvoerders hebben gevraagd of ik bereid ben om te kijken wat Noorwegen en Groot-Brittannië doen. Zeker, daar ben ik zeer toe bereid. Ik sluit geen enkel mogelijkheid uit. Noorwegen en naar ik meen ook Denemarken voeren een proef uit waarin alles wordt aangeland, dus ook de bijvangst. Ik ben erg benieuwd naar de effecten van die werkwijze en naar hetgeen wij van die landen kunnen leren. Ik ben ook erg benieuwd wat deze werkwijze voor ons zou kunnen betekenen.

Dit gezegd hebbend, ben ik van mening dat wij voluit moeten blijven inzetten op selectieve vangstmogelijkheden en selectieve vismogelijkheden opdat wij vanaf het eerste moment de bijvangst optimaal verminderen. Mijn ambitie is groot, maar het moet nog wel allemaal gebeuren. Wij investeren voluit en ik wil graag leren van de ervaringen in andere gebieden.

De heer Koppejan heeft gevraagd naar de mogelijkheid van een jongevissersregeling overeenkomstig de jongeboerenregeling. Ik wijs erop dat wij zeer recent een saneringsronde achter de rug hebben. Je kunt je dan ook afvragen of het op dit moment een verstandig idee is om jonge mensen te stimuleren om visser te worden. Er is natuurlijk nog wel spanning tussen de vangstmogelijkheden en de vangstcapaciteit. Het is de vraag of je een goede keuze maakt als je via de inzet van publieke middelen wilt zorgen voor een extra toeloop tot de visserij. Als je dit al zou doen, zou de te verlenen steun op basis van het Europees Visserijfonds ook slechts in de vorm van een subsidie van maximaal 50% op de aankoop van de eigendom van het schip worden uitgekeerd, in tegenstelling tot de jongeboerenregeling in de landbouw waar duurzame technieken worden ondersteund. In het laatste geval wordt een soort dubbelslag gemaakt, want er wordt ook geïnvesteerd in verduurzaming. In het Europees Visserijfonds wordt gekozen voor een gerichte inzet van middelen voor investering en innovatie in duurzame visserijtechnieken en dit komt zowel oudere als jonge vissers ten goede. Iedereen kan dus investeren in innovatie en verduurzaming. Dit is ook exact de lijn die wij hebben gekozen.

Dit leidt mij tot de conclusie dat de sector op dit moment meer geholpen is met investeringen in verduurzaming dan met de inzet van publieke middelen voor de verwerving van eigendom, dus aankoop of bedrijfsovername van een vaartuig.

De heer Koppejan heeft ook gevraagd naar de beschermde gebieden in de Noordzee. Hij heeft gevraagd of ik samen met collega's, in het bijzonder met mijn Britse collega wil komen tot een gelijk beheerregime voor de Doggersbank in samenwerking met de Noordzee Regionale adviescommissie. Het antwoord op die vraag is ja. Dit kan plaatsvinden in het kader van het EMPAS-project. De Noordzee Regionale adviescommissie zal hierbij een rol spelen. De inzet is erop gericht om dit project samen met andere Noordzee-lidstaten uit te voeren, dus niet alleen met Groot-Brittannië. Dit leidt ertoe dat er op hetzelfde territorium op de Noordzee verschillende beheerregimes zouden ontstaan. Ik voer daarover inmiddels verkennende gesprekken met het Verenigd Koninkrijk en Duitsland.

Verder is er gevraagd of ik gelijke voorwaarden hanteer als mijn Britse collega. Ook op die vraag is het antwoord ja, maar dit geldt ook vice versa. Dit betekent dat Engelse vissers onder dezelfde voorwaarden moeten kunnen vissen als de Nederlandse vissers. Er is dus sprake van wederkerigheid.

Mevrouw Jacobi pleit voor een robuuste zone die visserijvrij is, maar zij is ook van mening dat kleinschalige visserij in beschermde gebieden op de Noordzee mogelijk moet blijven. De beschermde gebieden worden in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn ingesteld uit oogpunt van de bescherming van de biodiversiteit en niet met het oog op de verbetering van de visbestanden. Bescherming wil niet altijd zeggen dat gebieden zullen worden gesloten voor de visserij. De visserij zal moeten accepteren dat biodiversiteitdoelen kunnen leiden tot de sluiting van gebieden of tot andere beperkingen, maar dat is geen doel op zichzelf. Afhankelijk van de doelen die voor de gebieden worden vastgesteld, kunnen bepaalde vormen van visserij worden toegestaan, voor alle soorten van visserij bepaalde vormen. Daarbij maken wij geen onderscheid tussen grotere of kleinere visserij. Het gaat om de voorwaarden waaronder er al dan niet zou kunnen worden gevist.

Mevrouw Van Gent vroeg waarom wij de centrale oestergronden niet ook als onderdeel van het ecologische netwerk op zee aanwijzen. In het kader van het Integraal beheerplan Noordzee 2015 is besloten alleen de gebieden te begrenzen en te beschermen die voldoen aan de criteria voor de EMPAS en aan de criteria van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De centrale oestergronden voldoen niet aan deze criteria en zijn daarom buiten het beschermingsregime gebleven.

Mevrouw Snijder en de heer Cramer hebben gevraagd of je niet beter kunt werken met visdagen in plaats van visserijquota. De heer Cramer vraagt ook of het niet nog beter is om te werken met visuren, omdat dit nog preciezer is. Die discussies spelen momenteel op Europees niveau ook, omdat wij zoeken naar een systeem waarbij je zo fijn mogelijk kunt inregelen wanneer er effectief wordt gevist. Dan kunnen wij ook zoveel mogelijk garanderen dat de quota ook worden gehaald. Dat is overigens nog niet zo eenvoudig. Stel dat je de quoteringsregelingen opzij zet en dat je gaat werken met visserijdagen. Wat zou dat betekenen voor een ondernemer? Een ondernemer kan dan een kotter kopen met meer capaciteit, omdat hem dat meer oplevert. Dat zou een bepaalde drive, een bepaalde beweging in gang zetten die begrijpelijk is van uit economisch oogpunt, maar die minder gewenst is vanuit het oogpunt van zorgvuldig beheer. Iets dergelijks doet zich met de zee-uren voor. De vraag is namelijk of je dat allemaal kunt controleren. Hebben schepen systemen aan boord met behulp waarvan je dat allemaal exact kunt volgen? Bij zee-uren speelt de vraag van de handhaving dus. Dit zijn wel allemaal punten die interessant zijn om op Europees niveau naar te kijken, ook met het oog op een nieuw Europees visserijplan vanaf 2012. Ik gooi die ideeën dus absoluut niet weg, maar wij zullen moeten zoeken naar een rechtvaardig systeem dat recht doet aan wat wij te beschermen en te beheren hebben. Over het Europees visserijplan voor de komende periode komen wij nog uitvoerig te spreken met de Kamer.

De heer Cramer merkte op dat de Trident-onderzoeken andere resultaten geven dan de visserijsector aan ervaring en beleving opdoet. Hij vraagt zich af of niet gebruik kan worden gemaakt van de visserijsector zelf. Ik ben daar best toe bereid, maar dat betekent wel dat de onderzoekers ook met een paar kotters mee moeten kunnen varen. Daarover moet volstrekte overeenstemming bestaan. Hoe meer wij gebruik kunnen maken van de gegevens en de werkwijze van de visserijsector zelf, wetenschappelijk gewaarborgd, hoe meer ik daar voor te porren ben. Het ligt overigens niet voor de hand dat elke visser zo maar een paar biologen en een paar onderzoekers mee aan boord neemt en dat zij dan alles mogen zien. De heer Cramer heeft echter wel een punt. Als het kan en als de bereidheid daartoe bestaat, dan wil ik dat graag overwegen.

De heer Cramer heeft ook gevraagd naar de stand van zaken rond de sanering. In de periode 2005 tot 2007 hebben wij in Nederland 52 vaartuigen gesaneerd. Bij de meest recente ronde zijn 23 vaartuigen gesaneerd. Daarmee was 29 mln. gemoeid. Dit betekent dat er in 2008 nog iets meer dan 300 Nederlandse vaartuigen actief zijn in zeevisserij.

Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat ik moet inzetten op sanering van grote schepen en op omschakeling van kleine schepen op bewezen duurzame vismethoden. Wij hebben ons hier vorig jaar op gericht. Toen zijn 23 voornamelijk grotere Noordzeekotters uit de vaart gehaald. Ook in Europees kader is dit een substantieel aantal. In de afweging tussen sanering en innovatie kies ik nu zeer bewust voor innovatie en investeringsbeleid in de omslag naar een duurzamere visserij. Voorlopig hebben wij de sanering even gehad. Het gaat nu om de transitie en de verduurzaming via innovatie. Deze staat open voor alle Nederlandse vissers, grote en kleine. Niet de grootte van een vaartuig is bepalend, maar vooral de toegepaste techniek.

Mevrouw Snijder zegt dat ik moet inzetten op selectievere vangsttechnieken en hiervoor meer ruimte moet creëren via tenders in het innovatiebeleid. Ik beschouw deze opmerking als ondersteuning van mijn beleid. Immers, wij doen dat voluit. Ik ben dan ook van mening dat met de innovatieregelingen van dit jaar, die eveneens een tenderkarakter hebben, belangrijke nieuwe en selectievere vistechnieken tot hun recht komen. Kom maar met voorstellen; wij zitten erom te springen. Ik bemerk dit ook bij de Kamer. Wij zitten te springen om goede nieuwe technieken. Dit jaar was hiermee een bedrag van 5 mln. gemoeid. De innovatieregeling wordt volgend jaar opnieuw opengesteld, nu voor een bedrag van 2,5 mln. Daarnaast openen wij in januari 2009 een investeringsregeling voor duurzamere visserij. Al met al is dit een substantieel programma. Hoe scherper en innovatiever, hoe beter. Ik zou echt "hoera!" zeggen.

De heer Cramer heeft gevraagd of er niet te veel wordt ingezet op de pulskor. Dit is een van de technieken. In Europees verband hebben wij hiervoor nog niet eens een vergunning. Ik hoop dat dit in 2009 wel kan. Als er andere technieken zijn die bewezen beter zijn, be my guest.

Mevrouw Snijder en mevrouw Ouwehand hebben beiden gevraagd of er geld vanuit innovatie gaat naar beperking van de bijvangst. Hierop heb ik antwoord gegeven. Verder vroegen zij wat het ministerie doet aan de beperking van de bijvangst. Dit punt heeft mijn volle aandacht. De heer Polderman sprak van een schrikbarend hoog percentage bijvangst. Dit geldt overigens niet voor alle visserijsectoren, maar voor schol en tong is het percentage wel heel hoog, namelijk inderdaad boven 60. Als wij dit kunnen aanpakken, maken wij enorm grote stappen vooruit. Ik hoop dat dit heel snel kan.

De heer Van der Vlies vroeg hoe het staat met de 600 mln. die Eurocommissaris Borg heeft toegezegd. Dit bedrag is deze zomer genoemd in een mededeling van de Europese Commissie, en wel als een potentieel bedrag dat nodig zou zijn voor de Europese visserij die te lijden hand onder de hoge brandstofprijzen. Wij hebben hierover gesproken in de Visserijraad van juli. Wij hebben toen gezegd dat wij vooral niet brandstoffen moesten gaan subsidiëren. Dat zou een verkeerde impuls zijn. Wel hebben wij gevraagd of de Europese Commissie een aanvullend programma in het kader van transitie, innovatie en verduurzaming kan doen. Door de Europese Commissie is nog voorstel gedaan om dit bedrag voor de visserij ter beschikking te stellen. Op dit moment zegt de Europese Commissie: kom zelf maar met aanvullende plannen, alsmede met aanvullend geld, dan zullen wij het vanuit Europa cofinancieren en bezien of wij hiervoor extra budgetten vrij moeten maken. Op dit moment zit hierin weinig voortgang.

De voorzitter: Koopmans

MinisterVerburg

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de budgetten die beschikbaar zijn voor onderzoek. Zij zegt dat er € 700.000 beschikbaar is en dat er 1,6 mln. nodig zou zijn. Dit betreft meerjarenplannen. De financiering is geregeld voor de komende drie jaar. Er is 1 mln. gereserveerd voor ecologisch onderzoek naar de beschermde gebieden, het zogenaamde EMPAS-project. Hetzelfde bedrag is gereserveerd voor onderzoek waarin wordt bezien of meer gebieden voldoen aan de criteria van de Vogel- en Habitatrichtlijn, bijvoorbeeld de Bruine Bank en de Borkumse Stenen. Er is een bedrag van € 100.000 gereserveerd voor effectenonderzoek van de visserij, in verband met de zogenaamde passende beoordeling van de Natuurbeschermingswet. Ik zie dus geen probleem rond de financiering.

Ik kom nu bij mijn volgende blokje, de schelpdierenvisserij.

De voorzitter:

Er is een aantal vragen. Ik geef eerst het woord aan de heer Koppejan. Daarna is de beurt aan mevrouw Jacobi. Ik verzoek u de vragen kort te houden.

De heerKoppejan(CDA)

De minister merkte op dat er beperkingen bestaan bij het gebruik van het Europees Visserijfonds, zodat men niet op dezelfde manier een regeling kan treffen voor de jonge vissers als voor de jonge boeren. Die redenering kan ik volgen. Ik kan de minister echter niet volgen als zij zegt dat er geen toekomst voor de visserij is en dat je daarom jonge vissers niet moet willen stimuleren. Wij willen toch niet dat de visserij uitsterft? Wij willen toch een toekomst voor de visserij? Als dat zo is, hebben wij jonge vissers nodig om het vak voort te zetten.

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik wil graag een nadere toelichting – misschien zelfs een gedachtewisseling met de minister – op de twee typen moties die er al enige weken liggen. De ene gaat over het verzoek om een onderzoek te starten voor de Bruine Bank, de Borkumse Stenen, de Zeeuwse Bank, het Noordkrompgebied en de Gasfonteinen. De Rekenkamer pleit voor robuuste gebieden, zoals men ook kan terugvinden in Natuurbalans 2008. Robuuste gebieden zijn ook goed voor de visserij in de Noordzee. Gezien het convenant, zouden deze sectoren er bij de start bij moeten worden betrokken. Er zou onderzoek moeten worden gedaan naar de mogelijkheden voor visserij in combinatie met bescherming. De andere motie gaat over de oestergronden. De minister zegt dat zij niet aan de criteria voldoet. Volgens mij voldoet zij wel aan de criteria van OSPAR. Kan de minister hierop een nadere toelichting geven?

De heerPolderman(SP)

De minister praat over de toekomst van de boomkorvisserij. Ik zou zeggen dat de boomkorvisserij niet meer van deze tijd is, ook gezien de problematiek van de bijvangsten. De minister is het met mij eens dat die opgelost moet worden. De minister zegt dat wij het ei van Columbus niet hebben, maar ik hoor juist een oude visser zeggen dat ze tegenwoordig niet meer kunnen vissen. De kennis van de traditionele visserij is bijna verloren gegaan. Wij hoeven niet alles opnieuw uit te vinden. Ik pleit ervoor om terug te gaan naar de kennis van oude vissers. Als wij niet heel snel zijn, gaat die heel binnenkort verloren. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

De minister spreekt mooi over de bijvangsten. Ik begrijp dat haar ambitie groot is. Wij hebben over de bijvangsten echter al heel lang in Europa gesproken. In het Europees Parlement is inmiddels een amendement aangenomen waarin staat dat er veel meer beleid moet worden gemaakt op dat punt. Dat moet ook sneller. Er zijn middelen voor beschikbaar gesteld, dus de ministers zouden daar moeten kunnen uitkomen. Je kunt wel steeds inzetten op nog weer meer innovatie, maar vorige week hebben wij op de televisie kunnen zien hoe een aantal vissers daarvoor al geweldige nieuwe technieken heeft. Op een gegeven moment moet je de slag maken. Dan zeg je: dit is het; nu gaan wij het invoeren. Wij kunnen toch niet accepteren dat de discards opnieuw oplopen? Datzelfde geldt voor de visdagen en de visuren. Die sluiten hierop aan. Je zou eigenlijk het gehele speelveld moeten bekijken. Kan men op Europees niveau niet gezamenlijk naar een ander systeem gaan?

De heerCramer(ChristenUnie)

Ik heb het antwoord van de minister op één van mijn twee vragen gemist. Die ging over mogelijkheden om vissers die echt werk maken van verduurzamingsmaatregelen – zoals bijvoorbeeld grotere maaswijdte of ontsnappingspanelen – te belonen. De minister gaf een antwoord over de visuren. Ik was daar blij mee. De minister vroeg zich echter af hoe die moesten worden gecontroleerd. Voor zover ik weet, moeten de vissers nu al precies bijhouden wanneer de netten uitgezet worden. Dat is dus eenvoudig door de AID te controleren.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik wil het ook hebben over de investeringen in nieuwe technieken. De minister zegt dat het onderwerp van de bijvangsten haar volle aandacht heeft. Ik had gevraagd naar Noorwegen te kijken, met de proef van het verplichte aanlanden. Je kunt wel veel geld besteden aan het ontwikkelen van nieuwe technieken, maar je zou – zeker in deze tijden van een groeiend voedselprobleem – helemaal niets moeten willen weggooien. Ik had graag gezien dat de minister het idee van het verplichte aanlanden zou omarmen. Vanuit die gedachte zou zij dan niet veel geld moeten gooien in de black box voor technieken. Wij moeten een middenweg vinden. Ik vraag de minister om hierop een reactie te geven.

De heerGraus(PVV)

Wat de jongevissersregeling betreft ben ik het wel met de heer Koppejan eens. Ik heb ook altijd de jonge boeren heel erg gesteund. Het moet toch zeker gelden voor zonen van vissers. Ik vind het toch wel belangrijk dat dit gezegd wordt. Ik ben meegegaan op schepen, waarbij de vader zei dat hij zijn zoon niet liet opvolgen.

Ik heb – dit een beetje in aansluiting op de woorden van de heer Polderman – in eerste termijn al gezegd dat de minister veel meer uit ervaringen van jonge én ervaren vissers moet putten. Zij behoeven overigens niet per se oud te zijn om ervaren te zijn. Zij moet dat direct doen, zonder tussenkomst van wollige bureaucraten.

MinisterVerburg

Ik ga allereerst in op de vraag van de heren Koppejan en Graus over de jongevissersregeling. Het laatste wat ik zou willen zeggen, en wat ik ook absoluut niet heb gezegd, is dat de visserij geen toekomst heeft. Ik heb hier juist betoogd – ik benadruk dat ook – dat ik vind dat de visserij toekomst moet hebben, dus ook dat jongeren moeten kunnen starten in de visserij. Ik heb wel gezegd dat de vraag is welk signaal je nu wilt geven. Wil je voluit inzetten op innovatie, verduurzaming en transitie voor iedereen of wil je dat alleen voor jonge vissers, zoals wij dat ook doen voor jonge boeren? Ook gezien de mogelijkheden in het Europese visserijbeleid op dit moment, met alleen die investering in het vaartuig en dus niet in de verduurzaming, lijkt het mij meer gewenst om nu breed in te zetten op de transitie en innovatie.

Mevrouw Jacobi heeft gesproken over de moties op de stukken nrs. 56 en 57. Ik heb al geantwoord, maar ik zal het nog een keer doen. Zij heeft gevraagd of wij willen kijken naar het EMPAS-project, of meer gebieden voldoen aan de criteria van de Vogel- en Habitatrichtlijn, bijvoorbeeld de Bruine Bank en Borkumse Stenen, en wat dit zou kunnen betekenen voor de visserij. Op dit moment laat ik voor de aangewezen gebieden een effectenonderzoek voor de visserij doen. Zodra wij dat onderzoek hebben, ben ik bereid om te bekijken of het ook gebruikt kan worden, zoals ik al eerder tegen de Kamer heb gezegd, voor andere gebieden. Ik geef wel voorrang aan de aangewezen gebieden. Dat ligt ook voor de hand.

Mevrouw Jacobi heeft ook vragen gesteld over OSPAR. In het kader van het Integraal Beheerplan Noordzee 2013 is besloten, alleen de gebieden te begrenzen en te beschermen die voldoen aan de criteria van de OSPAR-regeling en die voldoen aan de criteria van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Die lijn hanteren wij.

De heer Polderman vroeg waarom wij geen gebruikmaken van de kennis van oudere vissers. Ik wil daarvan volop gebruikmaken, mijnheer Polderman. Laat maar komen die kennis! Als wij die kunnen vatten in nieuwe technieken of in technieken die jarenlang niet zijn toegepast, maar die wel effectief kunnen zijn en kunnen worden toegepast, vind ik dat prima. Ik sta ervoor open technieken die al een poosje zijn afgeschreven omdat er nieuwe technieken zijn, nog eens te doordenken en te bekijken hoe daaraan een toekomstgerichte uitvoering kan worden gegeven. Die uitnodiging ligt er. Ik wil graag van iedereen leren, als het die toekomst, die duurzaamheid, die innovatie en die vermindering van bijvangst maar dichterbij brengt. Wij hebben echt een gezamenlijk probleem en een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Mevrouw Snijder heeft alle mooie uitzendingen gezien van iemand die met de twinrig voer. Dat is schitterend. Die is een uitvinding van Nederlandse bodem. Daar mogen wij blij mee zijn, maar hij is nog niet helemaal zonder zorgen. Ik ben blij dat ernaar wordt gekeken. Voor schol werkt die wel, maar voor tong nog niet. Bij tong zijn er nog echt problemen. Wij zullen dus moeten doorontwikkelen. De twinrig is een mogelijkheid en een stap vooruit. Wij zijn echter nog niet waar wij wezen moeten. Tot die tijd mogen wij niet opgeven. De prototypes zijn er maar die moeten nog verfijnd en vervolmaakt worden. Er is gezegd dat het Europese Parlement een amendement heeft ingediend en dat de Europese visserijministers dan ook moeten willen. Aan wil ontbreekt het niet en aan geld ontbreekt het op dit moment ook niet. De techniek moet verder ontwikkeld en verfijnd worden en moet vertaald worden naar de praktijk. Die ambitie is er en die deel ik zeer met uw Kamer.

De heer Cramer vroeg naar de beloningen en naar de registratie van de visuren. Die visuren moeten inderdaad al geregistreerd worden. Er moet ook netjes gehandhaafd worden. Er kan gewerkt worden met beloningssystemen. Je zou kunnen denken aan meer zeedagen of meer zee-uren voor vissers die het goed doen. Een dergelijke stimuleringsregeling wil ik graag meenemen in het kader van het toekomstige Europese visserijbeleid. Ik wil naast handhaving en sancties graag een stimuleringsbeleid hanteren. Dat werkt meestal heel effectief.

Mevrouw Ouwehand heeft gewezen op Noorwegen en gevraagd waarom ik niet overga tot verplichte aanlanding. Ik heb al gezegd dat ik ga kijken hoe Noorwegen dat doet en welke afspraken men daar heeft met de vissers. Ik wil dat eerst bekijken voordat ik hier zeg dat ik een en ander ga kopiëren. Noorwegen maakt geen deel uit van de Europese Unie. Ik kom de Noren dus niet regelmatig in Brussel tegen. Ik zou willen dat dit wel het geval was en dat zij deel uitmaakten van de Europese Unie. Wij moeten kijken wat het beste is. Ik wil daarbij heel graag leren van Noorwegen, Denemarken of van welk land dan ook.

De vraag van de heer Graus heb ik reeds beantwoord.

Er zijn enkele vragen gesteld over de schelpdiervisserij. De heer Polderman heeft aangegeven dat hij de MZI's ziet als goed alternatief, maar vraagt zich af of er ook niet veel meer moet gebeuren op het land. Wordt er niet te veel gekeken naar MZI's alleen op de Wadden en misschien in de Oosterschelde?

Er zijn inderdaad initiatieven om mosselzaad in hatcheries te winnen en op het land op te kweken. Vooralsnog is dat technisch en financieel niet rendabel. Wij moeten ook naar rentabiliteit kijken. Initiatieven worden ondersteund, zowel vanuit het Europese visserijfonds als nationaal. Er wordt op ingezet in het kader van innovatietrajecten en ook in het kader van het project Zeeuwse tong wordt op die manier gewerkt. Er zijn zeker perspectieven, maar ook nog grote onzekerheden. Alle initiatieven in dezen kunnen op mijn steun rekenen.

Er zijn vragen gesteld over innovatie en meer efficiënte viskweek. Vorige week hebben wij daarover gesproken in de Europese Visserijraad. Duurzaamheid en dierenwelzijn moeten centraal staan. Er is nog heel veel onderzoek nodig. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar een meer efficiënte voederconversie voor vis en naar een verlaging van het aandeel vismeel. De heer Cramer sprak vorige week daar terecht over bij de voorbereiding van de Landbouw- en Visserijraad.

De heer Cramer heeft nog gevraagd hoe het zit met het marktfalen van kweekvis. Wij moeten hier eerlijk over zijn. De productiekosten in landen als Vietnam liggen natuurlijk lager dan hier. Het zal heel moeilijk zijn om in Nederland de kosten van aquacultuur op eenzelfde niveau te brengen. Wij kweken meestal met recirculatietechnieken. De oplossing kan ook aan de andere kant gezocht worden, namelijk in hogere opbrengsten. Hoe zorg je ervoor dat je meer concurreert op kwaliteit? Kijk eens of je afspraken kunt maken in de keten.

Ik heb de vraag over de duurzaamheidsaspecten van kweekvis beantwoord. Die duurzaamheid is geweldig belangrijk. Er is wat dat betreft nog een wereld te winnen.

De heer Koppejan heeft een vraag gesteld over het experiment met het rapen van de Japanse oester. Het primaire doel van dat experiment is het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van het kleinschalig, historisch medegebruik van de visserij, werkzaam op de Waddenzee. Dat experiment moet antwoord geven op de vraag of het handmatig rapen van de Japanse oester commercieel interessant kan zijn zonder de natuurwaarde te schaden. De aanwezigheid van de Japanse oester in de Waddenzee wordt nu nog niet als een plaag gezien die moet worden bestreden. De Japanse oester wordt ook nog niet gezien als een te beschermen soort. Daarom vormt zij geen onderwerp voor de instandhoudingsdoelen in het kader van het natuurbeleid.

Mevrouw Van Gent vraagt of ik bereid ben om gehoor te geven aan de oproep van de garnalenvisser de heer Buitjes om ngo's en overheid een visplan te laten opzetten. Ik neem aan dat dat plan specifiek bedoeld is voor de garnalenvisserij. Ik hoor mevrouw Van Gent roepen dat het plan een bredere opzet heeft. Ik heb er geen enkele moeite mee als vissers samen met ngo's en andere medegebruikers van het Waddengebied met een plan komen. Dan zeg ik: be my guest. Met zo'n plan doet men datgene waar ik op stuur: overeenstemming bereiken. Als je namelijk overeenstemming bereikt, heb je een win-win-winsituatie.

De heer Van der Vlies heeft nog gezegd dat het belangrijk is om het mosselconvenant verder uit te werken. Hier zit een uitermate gemotiveerde minister. Ik dank overigens de leden voor de complimenten in de richting van de heer Heldoorn, de natuurbeschermingsorganisatie, de mosselsector, maar ook in de richting van mijn departement. Er is hard gewerkt om dit convenant te kunnen sluiten, want dat was niet eenvoudig. Beide sectoren moesten ervan overtuigd raken dat zij elkaar iets konden bieden en dat zij iets aan elkaar zouden hebben. Als zoiets in die sector kan, moet dat ook mogelijk zijn in andere sectoren. Mijn antwoord is: ja. Dit betekent wel dat er bij de deelnemende partners er de overtuiging moet zijn dat je pas iets kunt krijgen als je bereid bent om iets aan te reiken. Het is vaak een kwestie van geven en ontvangen. Meestal begint het proces met geven. Dan bereik je meer dan dat ieder voor zichzelf bezig is en men elkaar alleen maar tegenkomt bij de rechtbank. Hiermee heb ik mijn lijn aangegeven en zo gaan wij aan de slag.

De heerGraus(PVV)

Voorzitter. Ik wil nog graag een reactie op de mogelijkheid van uitbreiding van mosselinvanginstallaties en het verhogen van de inzaaiing in de Waddenzee. Misschien heb ik dit punt in mijn inbreng in eerste termijn vergeten.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Voorzitter. Ik wil nog iets zeggen over de visplannen voor de binnen- en buitenwateren. De minister zegt: be my guest. Met mijn inbreng heb ik echter helder aangegeven dat het ministerie, de ngo's en de visserijsector moeten samenwerken. Voor de binnenwateren moet sprake zijn van een verplichting. Dat is nu niet goed geregeld. Hierop krijg ik graag een reactie. Wat de minister zegt, klinkt erg toegeeflijk, maar eigenlijk krijg ik niets.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Voorzitter. Ik heb een vraag gesteld over het onderzoek naar het welzijn van kweekvissen. Vorig jaar hebben wij daar al over gesproken. Inmiddels weet ik uit de beantwoording van Kamervragen dat de minister vooral aandacht laat besteden aan de visdichtheid. Op die manier is het onderzoek veel te smal, zeker omdat de minister met haar nota over dierenwelzijn spreekt over het natuurlijke gedrag van dieren. Ik heb haar gevraagd om het onderzoek op dit punt uit te breiden. Daarop heb ik geen reactie gekregen.

De heerPolderman(SP)

Voorzitter. Toen de minister sprak over de kweekvis en het falen van de markt, wees zij erop dat in Vietnam tegen lagere kosten kan worden gewerkt. Is een betere certificering en etikettering dan toch de oplossing, zodat de consument weet wat hij koopt? Dan is hij misschien bereid daarvoor iets extra's te betalen. Is dit de oplossing die de minister voor ogen heeft?

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik heb geen reactie gekregen op mijn vraag of het experiment oesterrapen meer passend kan worden gemaakt bij het type visser. Ik bedoel de heel kleinschalige vissers. Zij klagen steen en been over de bureaucratie en de wijze waarop het experiment is opgezet. Ik heb ook gevraagd welke garanties er zijn dat de samenhang is verbeterd in het plaatsen van de MZI's en de garnalenvissers, het toerisme en al het andere gebruik op de Waddenzee.

MinisterVerburg

Ik begrijp de pointe van deze vraag niet.

MevrouwJacobi(PvdA)

Mijn vraag is: welke garanties zijn er dat er bij de uitzetting van de MZI's rekening is gehouden met de wensen van de garnalenvissers en de andere gebruikers van de Waddenzee?

De heerKoppejan(CDA)

Over MZI's vraag ik in aanvulling op de vraag van mevrouw Jacobi hoe het komende jaar de opschaling eruit zal zien, rekening houdend met de verschillende belangen van de mossel- en garnalenvissers, de recreatiesector en de natuur. Ik hoor geluiden uit de sector dat men moeite heeft met de subsidieregeling voor de MZI's. Het schijnt dat de voorwaarden een aantal ontwikkelingen blokkeren. Is dit de minister bekend en is zij bereid, te bekijken of zij de subsidieregeling kan vergemakkelijken?

Ik heb ook een vraag gesteld over de problematiek van de verse vis. Wil de minister daar nog op ingaan? Kweekvis uit het buitenland die als verse vis wordt verkocht terwijl die diepbevroren is geweest, kan een concurrentienadeel zijn voor degenen die in Nederland vis kweken die wel vers is en niet ontdooid is geweest.

MinisterVerburg

De heer Graus vraagt wanneer het mogelijk is, mosselzaad uit de Oosterschelde uit te zetten in de Waddenzee. Daarover vindt een onderzoek plaats, dat dit komend voorjaar klaar is. Ik zal de Kamer niet alleen dat onderzoek toezenden, maar ook mijn beleidsvoornemens.

Mevrouw Van Gent verbreedde het punt van de heer Buitjes naar de binnenvisserij. Ik zal nog spreken over de visstandbeheercommissies waarnaar de vraag is verbreed, want veel andere Kamerleden hebben hierover iets gezegd.

Mevrouw Ouwehand heeft een vraag gesteld over het onderzoek naar het welzijn van de vis. Het onderzoek is nu gericht op de welzijnsparameters, zoals de waterkwaliteit, het transport en de visgezondheid. De visdichtheid is een onderdeel van de duurzaamheidsmaatlat. Ik overweeg vooralsnog geen verdere uitbreiding van het onderzoek. Zij weet dat op dit moment nog zeer veel onbekend is en uitgezocht moet worden, maar aan dit onderzoek hebben wij voorlopig onze handen vol.

De heer Polderman heeft gevraagd of ik ook aan certificering van kweekvis denk. Het antwoord is dat dit een briljante oplossing zou zijn. Daarom heb ik gezegd: zorg dat je dit in de keten aanpakt en dat je daar via certificering afspraken kunt maken, zodat je je kunt onderscheiden. Als je niet op kostprijs kunt concurreren, concurreer dan op kwaliteit. Anders ben je bezig met een race to the bottom. Volgens mij is dat niet wat Nederlandse vissers willen en daartoe moeten wij hen ook niet uitdagen. Wij moeten zeggen waar wij voor gaan en waar wij voor staan; dat is kwaliteit. Daarvoor hebben wij ambassadeurs nodig en die ambassadeurs kun je met certificering of met etikettering bereiken, zou ik zeggen.

Mevrouw Jacobi heeft het over het experiment met de oesters. Dat is inderdaad een experiment en wordt niet voor niets zo genoemd. Het duurt tot 2012. Mij is niet bekend dat er problemen zijn, maar zij zegt dat zij er zijn en daarom nodig ik iedereen uit dat bij mij te laten melden. Men moet mij niet kwalijk nemen dat wij oestervissers uitnodigen om mee te doen aan het experiment. Zij hoeven niet mee te doen, zij kunnen meedoen, maar dan hebben zij daarvoor wel een paar spelregels in acht te nemen. Maar de uitnodiging staat: kom met het punt, dan zullen wij er serieus naar kijken.

Mevrouw Jacobi en de heer Koppejan hebben gevraagd naar de stand van zaken rondom de MZI's. Ik heb de Kamer eerder gemeld dat het planproces in 2009 tot stand komt. Dan moet duidelijk worden hoe een en ander ingepland kan worden voor de Waddenzee. Niet alleen de MZI's moeten ruimte hebben, ook de vaart naar de Waddeneilanden, de garnalenvisserij, de zeehonden. Er moet rekening gehouden worden met alles wat in de Waddenzee leeft. Wij bestemmen 2009 dus voor het zogenaamde planproces. Het opschalingsbeleid zal uiterlijk 1 januari 2010 gereed zijn. Met betrekking tot subsidies voor MZI's zeg ik tegen de heer Koppejan dat de mosselsector gebruik kan maken van de bestaande contacten. Als er technische problemen zijn, zullen wij kijken of wij die op kunnen lossen. De mosselsector heeft een heel goede ingang bij LNV, dus de sector kan problemen ook direct melden.

Wat de vraag over de etiketten voor verse vis en ingevroren vis betreft, meld ik dat het onderscheid door de viskwekers en de handel zelf gepromoot kan worden.

Dan kom ik bij de binnenvisserij, waarover door verschillende sprekers vragen zijn gesteld. Gevraagd is wat ik van het idee vind om over de VBC's en de visplannen een verplichting op te nemen in de Visserijwet, zodat ongelijke behandeling voor staatswateren en overige wateren kan worden voorkomen. Daarover is met de betrokken partijen gesproken. Er bleek een breed draagvlak te zijn om de aanpak met de VBC's en de visplannen voor alle Nederlandse binnenwateren in te voeren. Ik wil eerst deze initiatieven een kans geven alvorens wettelijke maatregelen te nemen. Dat geeft de mogelijkheid om het met daadkracht stappen voorwaarts zetten met draagvlak te combineren. Daarmee voorkom ik extra administratieve en handhavingslasten, want op het moment dat je iets wettelijk regelt, moet je daar een handhavingssysteem of -strategie voor hebben. Ik heb wel eens gezegd: boeren zijn geen boekhouders en dat moeten wij ook niet van ze willen maken. Dat geldt idem dito voor vissers. Vissers zijn geen boekhouders en dat moeten wij ook niet van ze willen maken. Als wij een beetje administratievelastendruk kunnen voorkomen, moeten wij dat doen. Ik stel voor dat op basis van een evaluatie van deze initiatieven op een later moment bekeken kan worden of en, zo ja, welke wettelijke maatregel dan getroffen moet worden. Ik pleit er echter voor om dat eerst te doen op basis van draagvlak.

De voorzitter:

Dat laat u ons weten?

MinisterVerburg

Absoluut, voorzitter. Ik informeer de Kamer altijd. Dat weet u.

De heer Van de Vlies heeft evenals de heer Koppejan gevraagd wat ik vind van het idee om beroepsvissers meer mogelijkheden te geven om te vissen op schubvis. Het recht om op schubvis te vissen ligt in vrijwel alle gevallen bij de sportvisserij. Ik ben het ermee eens dat het voor de meeste wateren mogelijk is om beroepsmatig en op duurzame wijze op schubvis te vissen, zonder dat dit de belangen van de sportvisserij hoeft te schaden. De mogelijkheden hiertoe verschillen echter van gebied tot gebied en zullen daarom per VBC steeds in overleg moeten worden vastgesteld. Met betrekking tot het traject rondom het opstellen van een nieuwe toekomstvisie voor de binnenvisserij, waarover ik de Kamer binnenkort nader zal informeren, is hierover het volgende afgesproken. Alle partijen zullen er in de komende periode op inzetten dat visplannen met afspraken over de benutting van schubvis er nu ook daadwerkelijk komen. Ook daarvan stel ik de Kamer op de hoogte. Ik reken erop dat hierover per gebied afspraken gemaakt kunnen worden. Dat heeft in hoge mate mijn voorkeur boven iets wat ik uiteindelijk zou moeten opleggen. Het is beter om er met elkaar uit te komen. Die uitnodiging ligt er. Blijkt daar helemaal niets uit te komen, dan zal ik mij bezinnen op nadere maatregelen mijnerzijds.

De fractie van de ChristenUnie heeft gevraagd of de blauwe diensten samen met de waterschappen of Rijkswaterstaat ontwikkeld kunnen worden. Dat is mogelijk. Op dit punt zijn er initiatieven, die ik ondersteun. Binnenvissers worden al ingeschakeld door diverse beheerders. In het kader van het project Toekomstvisie Binnenvisserij wordt hier veel over gesproken. Binnenkort zal ik de Kamer informeren over de uitkomsten daarvan.

De heer Graus heeft gevraagd wat wij zullen doen om te voorkomen dat vissers omvallen. Op dit punt zal ik terugkomen in het kader van het aalbeheerplan.

De heer Van der Vlies heeft gevraagd waarom LNV de rechten op de zegenvisserij wil beperken en of ik bereid ben deze vorm van visserij te behouden. Het klopt dat de verantwoordelijkheid voor de uitgifte van de vergunningen voor de zegenvisserij in een bepaald gebied in de grote rivieren zal veranderen. Dat zal echter geen invloed hebben op de praktische mogelijkheid om deze vorm van visserij uit te oefenen.

MevrouwJacobi(PvdA)

Kan de minister mij uitleggen wat het effect is van aan de ene kant de keuzevrijheid van de VBC's en aan de andere kant het verplichtende karakter ervan? Ik denk dat het niet goed is om een hybride systeem te hebben waarbij wij aan de ene kant de verplichting opleggen om te komen met visplannen en aan de andere kant geen dekkend netwerk hebben. Wat is er nu zo anders in vergelijking met bijvoorbeeld een wildbeheereenheid, waarin de uitwerking van de Flora- en faunawet is opgenomen? Ik snap het hybride systeem niet. Kan de minister dat nog eens nader toelichten?

De heerPolderman(SP)

Ik ben blij dat de minister constateert dat er een breed draagvlak is voor het systeem van de visbeheercommissies. De cruciale vraag is wanneer wij dat systeem in werking willen hebben en wat de relatie is tussen dit systeem en het aalbeheerplan. In de plannen die nu worden voorgesteld, zijn de visbeheercommissies juist niet meegenomen. Dat is volgens mij een van de punten waar het nu om gaat. Wanneer wil de minister een en ander invullen? Misschien komt de minister daar nog op terug als zij komt te spreken over het aalbeheerplan.

De heerVan der Vlies(SGP)

Ik hoor de minister zeggen dat de omstandigheden voor de VBC's van gebied tot gebied verschillend zijn, dat de partijen aan zet zijn en dat zij een dringend beroep doet op de sector en de partijen die in dezen in het geding zijn. Daar zit echter juist het punt. Het gaat hier om ongelijke partijen. De sportvisserij kan de rechten op schubvissen uitgeven. De beroepsbinnenvisserij moet maar afwachten wat er gebeurt. Nogmaals, dat is precies het punt dat ik al sinds jaar en dag aanstip. Het gaat om ongelijke partijen. De minister zou de verantwoordelijkheid moeten nemen om daar iets aan te doen. Zij zou beide partijen aan tafel moeten zien te krijgen en ervoor moeten zorgen dat er voor beide partijen een gelijk speelveld is.

De minister stelt voorts dat de zegenvisserij inderdaad verandert, maar dat dit geen praktische gevolgen zal hebben. Dit laatste is echter nog maar de vraag. De binnenvisserij is daarvoor beducht. Nu erken ik dat angst een slechte raadgever is, maar de sportvisserij heeft tot nu toe niet aangegeven al te inschikkelijk te zijn op dit punt, dat zo vitaal is voor de economische kracht van de sector.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Ik sluit mij aan bij hetgeen nu door de heer Van der Vlies naar voren is gebracht. Het instellen van VBC's klinkt heel mooi, maar van de riviervissers – die vallen eveneens onder de binnenvisserij – horen wij dat veel vissers zich houden aan de afspraken, maar dat er ook veel criminaliteit op de rivieren plaatsvindt. Tegen die achtergrond zou veel nadrukkelijker wettelijk moet worden verankerd wat wel en niet mag. De VBC's zijn nu in feite volledig vrij. Wij zouden een VBC moeten vergelijken met een Faunabeheereenheid, die wij eveneens wettelijk verankerd hebben. Daarbinnen maak je gezamenlijk afspraken waarop ook iedereen kan worden aangesproken. Ik zal het niet als mevrouw Van Gent helemaal voorlezen, maar vanuit de visserijsector wordt toch met grote zorgen gesproken over het vernielen van bepaalde zaken, zodat vissers eigenlijk met hun rug tegen de muur staan.

MinisterVerburg

Voorzitter. Ik zou de vragen van mevrouw Jacobi en de heer Polderman eens van de andere kant willen benaderen. Welke probleem denken zij ermee op te lossen door de visstandbeheercommissies wettelijk te verankeren? Als wordt gezegd, zoals door de heer Van der Vlies, dat het soms moeilijk is om elkaar aan de tafel op bepaalde punten te vinden, dan is de vraag of wettelijke verankering wel leidt tot oplossingen. Het risico is dan toch dat er een neiging ontstaat om nationaal of provinciaal tot meer regelgeving te komen, waarbij de nationale of provinciale overheid een keuze maakt en die oplegt. Dat gaat misschien niet altijd maar wel vaak ten koste van de belangen van een van de partijen en dat leidt altijd tot frictie en wrijving. Ik kan het u voorspellen, want dat hebben wij ook in het verleden al gezien. Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat dit onmiddellijk meerwaarde zou creëren. Ik merk dat een groot aantal fracties toch met deze gedachte speelt en dat het blijkbaar zaken zijn die aangereikt worden door de praktijk. Ik zou u dan ook het volgende voorstel willen doen. Ik wil een notitie maken met een aantal pro's en contra's van het wettelijk verankeren van visplannen en het wettelijk verplichten tot het instellen en onderhouden van visstandbeheercommissies. U moet mij er even de tijd voor geven, maar ik zal het u voor 1 april volgend jaar toesturen. Dan hebben wij alles eens even netjes op een rijtje gezet en op grond daarvan zal ik u een voorstel voorleggen. Wij kunnen er dan met elkaar over spreken en dan kunnen wij een afgewogen besluit nemen. Nu praten wij over veronderstellingen, maar dan hebben wij iets meer feiten en cijfers op tafel.

De heer Polderman vroeg naar de combinatie van visstandbeheercommissies en het aalbeheerplan. Ik wijs dan maar even op een van de punten uit dat aalbeheerplan, al ga ik daar straks nog verder op in. In het plan heb ik de visstandbeheercommissies de mogelijkheid geboden om zelf te komen met gezaghebbende alternatieven die hetzelfde doel bereiken. Ik heb daar dus eigenlijk de uitnodiging daartoe al neergelegd. Ik zal het u voorlezen, zoals het is geformuleerd op bladzijde 6 van de brief: "VBC's die eerder met een aanpak komen die garandeert dat deze een vergelijkbaar effect hebben dan de twee maanden sluiting en ook handhaafbaar is, kunnen van deze verplichting worden ontheven. De plannen moeten uiterlijk twee maanden voor voorgenomen sluiting bij LNV worden ingediend, zodat ze ook beoordeeld kunnen worden." De uitnodiging ligt er dus en de bal ligt dan ook aan de voeten van die visstandbeheercommissies die dat graag willen.

De heer Van der Vlies heeft gewezen op de schubvis en de ongelijke partijen. Ik neem dat punt mee naar het overleg.

Dan de zegenvisserij waarvoor in de praktijk niets verandert. Wij zetten daar alleen administratief enkele wissels om. De heer Van der Vlies vond dat nog maar de vraag. Ik geef de garantie dat er voor de praktijk niets verandert.

Mevrouw Snijder sprak over criminaliteit. Volgens mij past dat in het onderzoek naar de beste status van die visstandbeheercommissies.

Voorzitter. Ik kom aan het volgende blokje en dat betreft het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Onderzoeken van de Algemene Rekenkamer stel ik altijd buitengewoon op prijs. Ik vind dat je daarvan moet leren, dat je daar lessen uit moet trekken. Ook uit dit rapport zijn die lessen te trekken. Ik vind echter dat het rapport wel erg op het verleden is gebaseerd. Ik vind dat het Algemene Rekenkamerrapport te weinig rekening houdt met de geweldige inzet van de afgelopen jaren. Het rapport stopt bij 2006. De jaren 2007 en 2008 zitten boordevol met initiatieven, plannen en uitvoeringsmaatregelen die innovatie, verduurzaming en verbetering van de handhaving en de controle beogen. De heer Polderman en mevrouw Ouwehand hebben gezegd dat de minister wel blij kan zijn dat wij in Europa nog de beste zijn, maar dat dit niet rechtvaardigt dat wij ons er met een jantje-van-leiden van afmaken. Dat doen wij ook niet en dat is ook niet mijn bedoeling. Wel heb ik geprobeerd aan de Algemene Rekenkamer uit te leggen dat wij bezig zijn met een systeem van handhaving op basis van risicobeoordeling. Je bekijkt dan waar de grootste risico's liggen en hoe wij daar effectief de handhavingscapaciteit inzetten. Hoe pakken wij de grootste criminelen, de grootste boeven? Dat is een beetje de taal van de heer Graus en wij verstaan elkaar daarin ook goed. Hoe zorg je ervoor dat je de boeven pakt? Mevrouw Snijder nam het woord net ook in de mond. Hoe vermijd je eindeloze controles om controles om controles, enzovoorts?

Ik verwijs naar het systeem dat men in het onderwijs hanteert. Scholen die het al jarenlang goed doen, krijgen minder verplicht bezoek van de Onderwijsinspectie. Zo wil ik het in de visserijsector ook doen: risicoanalyses maken, goed samenwerken en zorgen dat je de mensen pakt die er misbruik van willen maken en dat je die hard straft. Dit voorstel brengen wij ook op Europees niveau in, want natuurlijk zijn wij wel actief op Europees terrein. Maar in Europa vechten wij voor twee zaken. Ten eerste dat je zorgt voor een handhavingssysteem dat uitvoerbaar is. De heer Koppejan heeft eens opgemerkt dat dit op Europees niveau buitengewoon complex is. Dat vind ik ook. Zorg daarom voor een handhavingssysteem dat in alle landen toepasbaar is en dat ook recht doet aan het risicogerichte handhaven. Ten tweede zit ik niet te wachten op Europees vastgestelde sancties. Wij hebben in Nederland handhavingskaders genoeg. Wij hebben hier ons eigen Wetboek van Strafrecht, onze eigen bestuurlijke boetes, enzovoorts, en die moeten wij ook kunnen toepassen. Ik wil geen nieuw Europees gedrocht, want dat maakt het allemaal nodeloos ingewikkeld. Ook voor dat punt bestaat op Europees niveau veel steun. Hiermee heb ik ook de vraag van mevrouw Van Gent beantwoord hoe je ervoor zorgt dat er draagvlak komt. Voor draagvlak is en blijft eenvoudige, begrijpelijke en controleerbare regelgeving nodig. Daarop zetten wij voluit in.

Mevrouw Ouwehand heeft nog een vraag gesteld over de Rekenkamer. Ik heb netjes gewacht tot zij terug was.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik ben aan het broeden op een motie. Mijn dank is groot dat u daarop hebt gewacht.

MinisterVerburg

Mevrouw Ouwehand heeft geconstateerd dat de Rekenkamer heeft gezegd dat de controle en de handhaving onder druk staan en dat de Rekenkamer veel meer wil vastleggen. Mijn reactie luidt dat tal van factoren: communicatie, duidelijkheid, de eenvoud en de transparantie van de regelgeving, de economische situatie, et cetera, het niveau van de naleving bepalen. Het is dan ook niet wenselijk om de in te zetten handhavingscapaciteit alleen te bepalen op basis van het beoogde nalevingsniveau. De beschikbare capaciteit moet gewoon effectief worden ingezet. Wij baseren ons op de risicoanalyses voor de inzet van de stevigste handhavingscapaciteit.

De heerGraus(PVV)

Voorzitter. Ik ben heel blij dat de minister wel van mijn taal houdt als het gaat om boeven en hufters. De minister wil zwaarder straffen. Misschien kan de minister ervoor zorgen dat de minister van Justitie zwaardere straffen gaat opleggen. Mogelijk heeft zij ook invloed op haar CDA-fractie, zodat die onze initiatiefwet voor minimumstraffen die binnenkort naar buiten komt, zal steunen opdat hufters en boeven harder kunnen worden aangepakt en inderdaad de gevangenis ingaan. Nu staan zij binnen 24 uur met een schouderklopje buiten.

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Voorzitter. Overdrijven is ook een vak. De minister is van mening dat het rapport van de Algemene Rekenkamer te veel geënt is op het verleden, op de periode tot en met 2006, en zij wijst erop dat er veel is gebeurd in 2007 en 2008. Ik vraag haar om dit nader te onderbouwen c.q. om aan de Rekenkamer te vragen of zij de periode 2007 en 2008 of een deel daarvan wil betrekken bij haar onderzoek en dit te relateren aan haar conclusies in het rapport. Ik hoor de minister niet spreken over de lessen die uit het rapport kunnen worden getrokken. Eigenlijk veegt zij de vloer aan met de Rekenkamer. Zij neemt aanbevelingen niet over en onderschrijft ze niet. Het is een kritisch rapport en de minister gaat daar in mijn ogen te gemakkelijk mee om. De Rekenkamer is geen instituut van likmevestje.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

De minister zegt dat de Algemene Rekenkamer zich vooral op het verleden richt en dat er een goed handhavingssysteem op Europees niveau moet komen. Daar zijn wij ook voor, maar het is de vraag wanneer er nu helderheid wordt verschaft. Ik verwacht niet dat alle Europese landen gelijk gaan handhaven. Uit de rapporten blijkt dat Nederland het redelijk doet – laat ik dat nog even zeggen, ook voor mijn collega's – maar dat de rest niets doet.

De heerKoppejan(CDA)

Ik sluit me op het punt van de handhaving graag aan bij de vorige sprekers. Wij hebben ook concrete suggesties uit de praktijk gekregen, met name met betrekking tot de visstroperij die nog steeds toeneemt. Ik overhandig die suggesties graag aan de minister. Ze zijn afkomstig van de Dienst Waterpolitie van de KLPD. Zij hoeft er niet nu op te reageren, maar als zij bereid is om schriftelijk te reageren, zijn wij al geholpen.

MinisterVerburg

Voorzitter. Ik dank de leden voor de vragen die zij hebben gesteld. De heer Graus heeft erop aangedrongen dat ik met de minister van Justitie spreek over de mogelijkheid van zwaardere straffen. Ik ken het punt. Ik adviseer hem om dit samen met zijn collega's in de Kamer te regelen met de minister van Justitie. Ik ben blij met de bestuurlijke boetes en de bestuurlijke handhavingsmogelijkheid waardoor wij, als het nodig is, een schip aan de ketting kunnen leggen zodat het gedurende enige tijd niet kan uitvaren.

Ik vind dat mevrouw Van Gent onrecht doet aan mijn reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer. Ik heb gezegd dat ik blij ben met rapporten van de Algemene Rekenkamer, omdat je daarvan het nodige kunt leren. Wij kijken altijd naar die rapporten en proberen er iets van op te steken. Dat hebben wij nu ook gedaan, maar ik mag dan toch ook wel de nodige mitsen en maren uiten? Ik heb die ook in een reactie aan de Rekenkamer geuit en in een uitvoerige brief aan de Kamer. Dat is een brief van veertien bladzijden waarin ik uitermate serieus inga op de bevindingen van de Algemene Rekenkamer. Ik trek de lessen uit het rapport die passen in onze gerichtheid op de toekomst, maar dan moeten wij wel de technieken en mogelijkheden die er zijn, slagvaardig en effectief kunnen inzetten.

Ik ben dus niet van plan om nu er net een eerste controle is afgerond, al weer om een nieuwe controle te vragen. De Algemene Rekenkamer houdt de vinger aan de pols. Er komt vast weer een nieuwe controle en tot die tijd zijn wij bezig met effectieve handhaving.

Mevrouw Snijder vraagt wanneer er een Europees systeem komt. Er wordt gewerkt aan een handhavingsplan en het controleplan is bijna klaar. Ik zit mijn Europese collega's echt stevig achter de vodden om daarvan nu werk te maken, want naast bijvangst is handhaving natuurlijk ook een uitermate belangrijk onderwerp.

Er is al eerder met de Kamer gesproken over de visstroperij. Dit is een belangrijk punt van aandacht op de binnenwateren. Door de inzet van de AID zijn er drie regionale visstroperijteams opgezet en die zullen de komende periode actief blijven. Daarnaast wordt visstroperij een misdrijf dat strafbaar is onder de Wet op de economische delicten. Als gevolg daarvan kan een breed scala van opsporingsmethoden worden ingezet en zijn strengere straffen mogelijk. Aanhouding op heterdaad is niet meer nodig. Op deze wijze kan de beschikbare opsporings- en handhavingscapaciteit zo effectief mogelijk worden gebruikt. Ook wat dat betreft zijn alle plannen en ideeën welkom, maar ik zal de KLPD het adres en het telefoonnummer van de Algemene Inspectiedienst van LNV nog een keer opsturen, want wij zijn elke dag bereikbaar en beschikbaar om de suggesties aan te horen.

Dan kom ik bij het aalbeheerplan. Iedereen heeft gevraagd hoe dit plan tot stand is gekomen. Dit plan is tot stand gekomen op initiatief van het Interdepartementaal overleg van de visserij, het zogenaamde IDOV. Het binnenvisserijbeleid is in toenemende mate van belang voor waterbeheerders. Naast de visserijsector, de beroeps- en de sportvisserij, zijn er ook bij betrokken het ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen en daarnaast niet gouvernementele organisaties, zoals de Stichting Rijnwater en Natuurmonumenten. LNV is voorzitter.

Op verzoek van het IDOV is er een klankbordgroep aalbeheer ingesteld. Naast de IDOV-leden hebben ook de aalkweek, de energiemaatschappijen, andere wetenschappelijke instellingen en andere niet gouvernementele organisaties deelgenomen aan de klankbordgroep. Deze groep is sinds het begin van dit jaar actief. De groep heeft haar advies op 2 oktober uitgebracht. Het is vervolgens op bestuurlijk niveau in het IDOV-directeurenoverleg besproken. Daarnaast is er bestuurlijk-bilateraal met de sectororganisaties, dus de visserijorganisaties gesproken. Ik heb het aalbeheerplan geagendeerd voor het aanstaande bestuurlijk overleg met het Productschap vis in december. Ik ben van mening dat deze aanloop heel zorgvuldig is geweest. Ik heb ingezet op het aan tafel krijgen van de verschillende spelers. Zij zouden er gezamenlijk met elkaar uit moeten komen. Op basis van dat proces hebben wij het beheerplan opgesteld.

In een aantal gevallen ging de klankbordgroep verder dan in mijn voorstel staat. De klankbordgroep adviseert bijvoorbeeld de beroepsvisserij vier maanden te sluiten, maar ik heb voor twee maanden gekozen. De maanden september en oktober zijn de maanden waarin de meeste schieraal naar zee trekt. De sluiting van twee maanden draagt dus het meest direct bij aan de vergroting van de paaistand van de aal. Voortplanting is cruciaal. In dezelfde periode zal ook de visserij op rode aal zijn verboden. Deze maatregel geldt ook voor de visserij in kustgebieden. Ik effectueer deze maatregel door een verbod op het gebruik van aalvistuigen in deze periode. Daarnaast stop ik met het uitgeven van vergunningen voor het recreatief vissen met beroepsvistuigen in de kustwateren en met het uitgeven van peurvergunningen. Ik stel visserijvrije zones in bij locaties die zeer belangrijk zijn voor de migratie van de aal. Ik verwacht dat dit pakket van maatregelen voldoende is en zal bijdragen aan het herstel van de aalstand. Aalvisserij buiten deze periode blijft mogelijk binnen de kaders die er nu ook al zijn. Ik heb in de richting van de heer Polderman aangegeven dat er een mogelijkheid is om te komen tot een ontheffing van het visverbod indien er een goed plan vanuit de visstandbeheercommissie wordt ingediend. Die uitnodiging ligt daar ook.

Ik vind dat ik al met al een zorgvuldig traject heb ingezet en dat er alle tijd en gelegenheid is geweest om inbreng te leveren en voor die inbreng draagvlak te verwerven. De Kamer vraagt nu om een second opinion, maar eigenlijk is dat al een third opinion. Er heeft namelijk ook al een controle van het IMARES in het kader van het streefbeeld plaatsgevonden. Dat hebben wij al een keer bekeken. Ik doe de Kamer toch een voorstel. Wij zijn als lidstaat gehouden om voor 31 december een plan naar Brussel te sturen. Ik houd aan die datum vast, want dat doen wij ook bij andere lidstaten. Wij hebben elkaar serieus te nemen met het oog op de zorgwekkende situatie van de aal. Geen enkele spreker heeft onder stoelen of banken gestoken dat de noodzaak om hieraan iets te doen, heel groot is. Ik ben bereid tot een derde opinie, een "third opinion", ten aanzien van het streefbeeld, andere mogelijkheden et cetera. Ik ben bereid om, als dat onderzoek is gedaan, een en ander te bespreken met de visserijsector, zowel de beroepsvissers als de sportvissers. Ik moet ook bezien of het IDOV zich hierin kan vinden. Ik ben bereid om vervolgens de Kamer hiervan in kennis te stellen en daarnaast bij Brussel een haakje te maken en te zeggen: dit is het aalbeheerplan tot nu toe, maar op grond van nieuwe inzichten en bevindingen komen wij begin volgend jaar – medio volgend jaar moet een en ander immers werk in uitvoering worden – mogelijk met aanvullende of gewijzigde voorstellen.

Dit wil ik de Kamer, alsmede de sector, aanbieden. Ik dien het plan in, waarin ik duidelijk aangeef dat ik mogelijk met een andere aanpak van de uitvoering kom, aangezien er momenteel nog nader onderzoek wordt gedaan en dat ik dit, indien nodig, in ieder geval in de eerste helft van volgend jaar doe. Dat zou mijn aanbod zijn. Daarmee doen wij immers recht aan de zorgen van Kamer en aan wat er allemaal is gebeurd. Wij zullen een uiterste poging doen, opdat iedereen weet waar hij aan toe is. Er zal nu echt iets moeten gebeuren, omdat wij met elkaar verantwoordelijk zijn voor het herstel van de aal in de komende jaren. Wij geven elkaar nog de kans, maar wij zullen elkaar wel stevig beet moeten pakken om inderdaad resultaat te boeken.

De heer Polderman heeft gevraagd naar de oorzaak van het instorten van het oude bestand. Er is geen eenduidige oorzaak; er zijn verschillende factoren. Deze variëren van veranderingen in de oceaan, in het klimaat, tot vervuiling van binnenwateren, migratieproblemen en visserij. Ik denk dat het vaak een samenspel is van dit soort factoren.

Onder anderen de heer Koppejan en mevrouw Jacobi hebben aangegeven dat het belangrijk is dat er een verbod komt op de export van glasaal naar landen buiten de Europese Unie. Sommigen hebben de import naar en de export uit China genoemd. De CITES-verordening wordt op 13 maart 2009 van kracht. Deze verordening gaat hierover. Op dit moment wordt in het wetenschappelijk comité overlegd of export van glasaal nog kan plaatsvinden. Kernpunt hierbij is dat export niet schadelijk mag zijn voor het voortbestaan van de soort. Wij zijn als Nederland ook vertegenwoordigd in dit comité. Mijn inzet is erop gericht om de export van glasaal naar landen buiten de Europese Unie te gaan verbieden en te stoppen. Een en ander moet wel binnen de CITES-kaders plaatsvinden.

Dan de import van aal uit China. De CITES-verordening beperkt de handel in aal van en naar de Europese Unie. Andere importbeperkingen moeten genomen worden in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. Er zijn beperkte importheffingen op de import van vis in internationaal kader. Er zijn geen plannen om de beperkingen te vergroten of de tarieven te verhogen. Wel is het zo dat als er minder glasaal van de Europese Unie naar China gaat, minder volwassen kweekaal van China terugkomt naar Europa. In die zin versterkt een en ander elkaar dus wel.

De heer Polderman heeft gevraagd naar de onderbouwing van het bedrag van € 400.000 ter compensatie van de beroepsvissers. Dit betreft een gedeeltelijke schadeloosstelling, ter compensatie voor de sluiting. Inderdaad komt dit geld uit het Europees Visserijfonds. Schadeloosstelling kan alleen in dit kader. Deze is voorzien voor verscheidene jaren, maar niet voldoende voor een volledige dekking van de schade. Dit is deels ook een ondernemersrisico.

De heer Cramer heeft gevraagd hoe het zit met de inzet van de waterkrachtcentrales in het convenant. Op dit moment is er bestaand beleid. Bij nieuwe centrales komt er de verplichting om een visgeleidingssysteem aan te leggen. Ik wijs in dit verband op een experimenteel systeem dat wordt aangelegd in Linnen. Verdere afspraken wil ik in een convenant vastleggen. Al in 2009 moeten de waterkrachtcentrales maatregelen nemen om de aalsterfte te beperken. Die moeten een minimale reductie van 35% opleveren. Op dat punt werk ik graag samen met de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, want ook op dat beleidsterrein ligt een grote verantwoordelijkheid. Ik ga ook met de waterkrachtcentrales en de grote energiemaatschappijen zelf praten, want ik vind dat die een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid op dit punt hebben. Ik zal ze daarop ook aanspreken. Waar mogelijk zal ik dat doen met de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat.

De heer Graus heeft mij gevraagd of ik mij realiseer dat de vissers al in augustus hun fuiken moeten weghalen, zodat zij feitelijk nog een maand verliezen. Ik denk niet dat dat nodig is. De vissers kunnen dat sneller. Toch ben ik bereid daarover praktische afspraken te maken, zodat de sluiting van twee maanden niet onnodig wordt verlengd. Ik heb namelijk veel gevoel voor de bezwaren die men hiertegen toch al maakt. De noodzaak om het te doen is echter groot. Een andere vraag van de heer Graus betrof de compensatie. Ik heb een financiële compensatie voor de gederfde inkomsten. Verder wordt de verbreding van de binnenvisserij onderzocht in het kader van de toekomstvisie voor dat traject. Ik dacht dat ik hiermee de vragen in verband met het aalbeheerplan in eerste termijn heb beantwoord.

De voorzitter:

Ik constateer dat alle fracties vragen willen stellen. Ik geef het woord aan de heer Koppejan. Ik verzoek de leden om het kort en bondig te houden, omdat wij anders echt in tijdnood komen.

De heerKoppejan(CDA)

Ik dank de minister voor de toezeggingen, met name met betrekking tot de third opinion. De volgende vraag staat echter nog open: met welk plan gaat de minister voor 31 december naar Brussel? Mijn fractie heeft gevraagd om een plan dat alleen een opsomming is van alle mogelijke maatregelen, zonder daarbij al keuzen te maken. Op die manier zou de minister ruimte kunnen scheppen voor het overleg met de visserijsector, waar zij kennelijk nu ook mee wil instemmen. Met dat overleg wordt voor de vissers de mogelijkheid geschapen om met alternatieven te komen. Is de minister bereid een plan dat nog niets vastlegt en alle opties openlaat naar Brussel te sturen? Op die manier zou daadwerkelijk sprake kunnen zijn van een goed overleg met de sector.

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik vraag de minister of Brussel wijzigingen achteraf accepteert. Ik denk van wel, maar ik wil het zeker weten. En wat doet de minister met de vandaag aangedragen alternatieven bij de petitie van de Combinatie van Beroepsvissers?

De heerPolderman(SP)

Ik wil meer helderheid krijgen om te beslissen of mijn fractie een motie in moet dienen. Ik begrijp niet wat er in de brief staat over de decentrale invulling en de mogelijkheden van de VBC's. Op pagina 6 schrijft de minister dat decentrale invulling twee maanden voor de voorgenomen sluiting mogelijk is. Over welk jaar heeft men het daar? Bovendien schrijft de minister op de pagina ervoor dat zij ervoor kiest om aalmaatregelen voor zover het de visserij betreft, centraal in te vullen. Dat is met elkaar in tegenspraak. Mijn vraag is of het aalplan – dat wij voor 31 december moeten inleveren – die ruimte biedt. Ik begrijp wel dat de minister nu het plan wil indienen, om later de mogelijkheden voor de VBC's te verruimen. Toch bestaat er met dit plan te veel onduidelijkheid.

Wij konden een zucht door de zaal horen, waaruit bleek dat de € 400.000 niet echt goed is gevallen, om het voorzichtig te zeggen. Mijn fractie wil meer horen over de onderbouwing van dat bedrag.

De heerVan der Vlies(SGP)

In aansluiting op de vraag van mijn collega Koppejan, vraag ik de minister wat de precieze aard is van het plan dat per 31 december aanstaande wordt neergelegd in Brussel. En wat is de betekenis van het haakje? Kan het betekenen dat de regeling die de vissers twee maanden stil laat liggen verdwijnt en dat subsidie gegeven wordt aan alternatieve plannen? Een voorbeeld van dat laatste is de "uitzetvisserij", om het samen te vatten in één woord.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

De minister begint over een nieuwe klankbordgroep, IDOV et cetera, en meldt dat een zorgvuldig traject is bewandeld. Ik vind dat erg vreemd. Via de mail – en ik ga ervan uit dat het zorgvuldig is – hebben wij vernomen dat in 2005 sportvissers, beroepsvissers en natuurorganisaties zelf een aalherstelplan hebben gemaakt. Vervolgens hebben zij aangeven dat dit in gang is gezet en aan de vorige minister is aangeboden, maar dat daarna bestuurlijk niets meer is vernomen van het ministerie en dat in oktober dit plan is gekomen. Ik kan mij niet voorstellen dat er een zorgvuldig traject is bewandeld, waarbij al deze groeperingen zijn betrokken. Ik vind dat erg slordig. Ik heb de minister gevraagd of zij daarvan op de hoogte is en wat zij erop te zeggen heeft. Ik heb al aangegeven dat de VVD-fractie niet akkoord gaat met het tweemaandenverbod, omdat zij grote zorgen heeft over wat er bij de gemalen gaat gebeuren. Zolang dat niet op orde is, zullen de palingen die naar buiten willen – en dat willen ze – vermorzeld worden. Wat is er dan handiger dan daarop iets anders te verzinnen? Denk aan terugzetten aan de achterkant en veel meer de vissers inzetten et cetera, maar zo rücksichtslos een verbod helpt niet.

De heerCramer(ChristenUnie)

Ik dank de minister voor het antwoord, want het is wel vrij uitgebreid geweest. Ik worstel wel een beetje met haar opmerking dat zij de sector tegemoet heeft willen komen door van vier maanden, wat het oorspronkelijke voorstel was, naar twee maanden te gaan. De sector, zelf kijkend naar de problemen op een aantal punten, heeft aangegeven dat hij ingeschakeld wil worden. Als men niet mag vissen, wil men meewerken – dat bedoelde ik met de groene en blauwe diensten – om bijvoorbeeld de vis over te zetten, uit te zetten, weg te brengen of wat dan ook. Verzin maar een mogelijkheid. U kunt wel horen dat ik geen visserman ben! De wens is om ze daarvoor in te schakelen en daarvoor ook een vergoeding te geven. Dan kan de sector overleven.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik hoor de minister weer stoer zeggen dat zij de sector tegemoet is gekomen. Dat is precies waarover de Rekenkamer het heeft: ecologie voorop en niet naar de economische kortetermijnbelangen kijken. Het verbaast mij werkelijk dat de minister niet eens kan onderbouwen waarom zij naar twee maanden gaat. Mijn punt is dat er ecologische risico's worden genomen. In haar plannen erkent zij dat wat het uitzetten van gekweekte aal betreft. Zij zegt dat zij de risico's zo veel mogelijk gaat uitsluiten, maar zij kan het dus niet garanderen. Het kost ook geld, namelijk drie ton per jaar voor het uitzetten van aal en een financiële bijdrage aan het onderzoek. Daarvoor is geen bedrag aangegeven. Ik wil weten hoeveel het is. Ik wijs de minister op haar denkfout, ook hier weer. Zien wij ten slotte die vier ton compensatie ieder jaar terug op de begroting zonder dat wij er een perspectief aan koppelen voor de sector? Moeten wij niet gewoon het geld gebruiken om een aantal vissers uit te kopen zodat er een sector overblijft die het misschien nog wel kan rooien?

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

De minister komt nu als een soort van duveltje uit een doosje met een third opinion. De minister moet toch iets, want het CDA beschuldigt haar van een onzorgvuldig traject. Volgens mij heeft zij helder aangegeven dat daarvan geen sprake is. Ik vind dat bij third opinion een onzorgvuldig traject wordt ingezet, want de minister noemt de halve wereld. Maar zij heeft het helemaal niet over het Wereld Natuur Fonds of Noordzee. Die hebben ook een mening gegeven over meer maanden sluiten. Als de minister toch die third opinion vraagt, lijkt het mij volstrekt logisch dat zij ook deze clubs erbij betrekt. De waarheid ligt misschien ergens in het midden, maar het lijkt nu alsof wij overstag moeten gaan naar slappe teksten omdat haar ten onrechte een onzorgvuldig traject wordt verweten. Er moet toch niet selectief in gewinkeld worden.

Het haakje Brussel is bijna een haakje aan je neus. Ik ben er niet zo voor. Ik dring erop aan dat voor 31 december duidelijk is wat er gaat gebeuren, dat de minister de eerder ingezette weg niet verlaat en dat wij voor die tijd geïnformeerd worden wat dat haakje precies gaat inhouden, als die er komt. Ik maak mij daar toch wel zorgen over.

De heerGraus(PVV)

Ik ben heel blij, want ik heb in eerste termijn de minister gevraagd om aan tafel te gaan zitten met de vissers om rechtstreeks te overleggen, zonder tussenkomst van mensen. Neem hierin echter ook het ongelijke speelveld van Europa mee, in de ons omringende landen, en de oorzaken van dit ongelijke speelveld. Dat is immers heel belangrijk. Wij kunnen het hier wel goed voor elkaar hebben voor onze vissers, maar zij ondervinden nog nadeel als andere landen het niet goed voor elkaar hebben.

Ik heb erop gewezen dat de vissers al in augustus de fuiken moeten weghalen en pas in december weer kunnen opstarten. Zij hebben een vertraging, want zij moeten eerder stoppen en kunnen pas later beginnen. Er komt een paar weken bij; het wordt een kleine drie maanden. Als zij evenveel personeel hadden als de minister op het ministerie van LNV, zou het misschien wel lukken, maar zij moeten het doen met beperkte kracht.

MinisterVerburg

Voordat ik de vragen beantwoord, wil ik onderstrepen dat wij niet moeten onderschatten hoe dramatisch het is gesteld met het aalbestand. Dat moeten wij niet veronachtzamen en elkaar daarin buitengewoon serieus nemen. Wij hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het aalbestand zich herstelt. Laat ik u een ander perspectief voorhouden. Als dat niet gebeurt, is de aalvisserij binnen een paar jaar niet meer nodig. Als wij niet zeggen dat het een tandje lager en minder moet, dat er niets mag en niet kan, worden wij door Europa in gebreke gesteld, laten wij een verantwoordelijkheid lopen en dat is nog veel erger. Dat telt voor mij heel zwaar. Ik wil een herstel van de aalstand en ervoor zorgen dat de aalvisserij over vijf of over tien jaar nog bestaat.

Velen hebben gevraagd wat mijn plan behelst. Ik stel de Kamer voor om een derde opinie te vragen. Zijn de uitgangspunten goed? Welke maatregelen worden voorgesteld? Zijn er alternatieven die hetzelfde effect sorteren, die de aalstand substantieel verbeteren?

Wij geven de opdracht voor een derde opinie over het aalbeheerplan. Ik ben bereid om die met de sector en met de andere partners te bespreken. In dat overleg zitten ook de ngo's. Ook dit moet een gedragen verhaal zijn. Als er alternatieve voorstellen komen, moet daar draagvlak voor zijn en moet gezamenlijk de vraag gewogen worden of men het hiermee redt. Leidt dat inderdaad tot verbetering van de aalstand en van het toekomstperspectief van de aalvisserij?

Het is mogelijk dat het allemaal kan binnen een maand, maar wij moeten ons daarover niet te veel illusies maken. Als het aalbeheerplan niet voor de kerst rond is, zal ik het huidige aalbeheerplan naar Brussel sturen met daarbij een brief dat wij mogelijk voor april 2009 wijzigingsvoorstellen doen voor een andere aanpak. Er moet een plan liggen en dan zal de Europese Commissie ook toestaan dat wij wijzigingsvoorstellen doen. Die alternatieven moeten er dan wel zijn en op draagvlak kunnen rekenen. Zij moeten natuurlijk ook effectief zijn. Dat is mijn voorstel. Op die manier voldoen wij aan onze verplichting jegens Brussel. De Europese Commissie zal die voorwaarde accepteren omdat wij die als lidstaat kunnen stellen. Wij moeten elkaar wel serieus nemen. Wij doen het een maar wij laten het ander niet. Wij gaan kijken of er nog andere alternatieven zijn die kunnen rekenen op draagvlak en bovendien het gewenste effect sorteren, want dat moet. Wij regelen in Brussel dat wij die alternatieven kunnen inbrengen. Wij moeten dan wel komen met zeer serieuze plannen. Op de vraag van de heer Cramer of daarin blauwgroene diensten kunnen, is het antwoord ja, mits sprake is van voldoende draagvlak, budget en heldere afspraken die werkelijk effect sorteren.

De heer Van der Vlies vraagt: is het denkbaar dat die bepaling over de twee maanden komt te vervallen? Dat is niet ondenkbaar, maar daar zal wel iets tegenover moeten staan, iets wat buitengewoon effectief is. Ik zie aan de mimiek van mevrouw Snijder dat zij mij begrijpt. Ik vind dat wij elkaar op dit punt niet verkeerd mogen verstaan. De race wordt niet gemakkelijk, maar ik ben bereid om die extra slag te maken, maar dan wel onder voorwaarden en met inachtneming van de begrippen substantieel, draagvlak en effectiviteit. Dat is mijn voorstel.

De heer Polderman vroeg wat centraal gebeurt en wat decentraal. Ik heb centraal een regel gesteld, maar ik stel de visstandbeheercommissie in de gelegenheid om decentraal met alternatieven te komen. Inderdaad, die alternatieven moeten er in 2009 zijn en twee maanden voor de bewuste datum, zodat er tijd is om ze te kunnen beoordelen. Er is het verzoek van de visstandbeheercommissies om zelf het nodige te kunnen doen. Ik wil daarin bewilligen, maar ook dat valt onder het kopje "buitengewoon serieus", want wij staan voor een zeer grote opdracht.

Mevrouw Ouwehand heeft nog een vraag gesteld over de compensatie van € 4000 en de € 3000 voor onderzoek. Die uitgave wordt zichtbaar op mijn begroting, maar dan wel onder het beslag van dit aalbeheerplan. Mocht daarvoor, alles overwegende, aan het eind van dit jaar of aan het begin van volgende jaar een alternatief komen dat op voldoende draagvlak kan rekenen en dat mogelijk is met inachtneming van de regels, dan kan natuurlijk een wijziging worden aangebracht. De kosten voor het onderzoek van drie ton naar het uitzetten van aal om tot herstel te komen, Uitzet monitoring en onderzoek, staan ook op mijn begroting.

Tegen de heer Graus heb ik al gezegd dat ik rekening zal houden met het feit dan een termijn nodig is voor het weghalen van fuiken. De vissers krijgen daar voldoende tijd voor, maar hij en ik kennen de praktijk goed genoeg om te weten dat de vissers daar geen maand voor nodig hebben.

Tegen de heer Polderman zeg ik dat Europa vrij strenge regels heeft voor staatssteun. Europa staat ons echter zoveel ruimte toe dat wij € 500.000 kunnen besteden.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Voorzitter. Ik heb gevraagd hoe het zit met het feit dat de minister drie ton beschikbaar stelt voor het uitzetten van aal en dat zij daarnaast een financiële bijdrage levert voor het doen van onderzoek. Is er dan drie ton plus een beetje beschikbaar of moet het onderzoek met die drie ton worden uitgevoerd?

MinisterVerburg

Het onderzoek naar de voortplanting van aal moet ook met die € 300.000 gedaan worden. Wij weten overigens nog heel weinig van die voortplanting.

De heerPolderman(SP)

Voorzitter. Het ging mij niet zozeer om de vraag waar die € 400.000 precies vandaan komt. Waar die vandaan komt is wel duidelijk. Het ging mij om de consequenties. Welke bedrijven kunnen daarmee in stand worden gehouden en hoeveel mensen worden hiermee geholpen?

MinisterVerburg

Het gaat om een periode van twee maanden en om een buitengewoon serieuze situatie. Tijdens de overige maanden is er nog wel iets mogelijk. Ik heb aangegeven dat de visstandbeheercommissies met alternatieven kunnen komen. Ik ben bereid om die alternatieven zeer serieus in aanmerking te nemen. Ik zeg erbij: dit is geen kinderachtige zaak. Met mijn algemene inleiding heb ik aangegeven dat het met sommige soorten beter gaat, maar dat wij met het werken voor een aantal vissoorten nog een hele moeilijke weg te gaan hebben. Dat ontslaat ons echter niet van de verplichting om datgene te doen wat wij ons hebben voorgenomen.

De heer Koppejan, mevrouw Jacobi en de heer Cramer hebben gevraagd of het mogelijk is om certificering te stimuleren. Ik vind het mogelijk om de certificering van vis en visproducten te versterken. Gelukkig vinden de vissers dat ook. Certificering is wel een private verantwoordelijkheid, een verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven. Er zijn geen specifieke middelen voor het certificeringstraject gereserveerd, maar om de certificering van vis en visserijproducten te stimuleren, wil ik aan dit punt aandacht besteden bij de innovatietrajecten van LNV en dan via de zogenaamde kenniskringen. Er kan nu al het nodige, maar ik zal dit punt nog eens extra onder de aandacht van betrokkenen brengen. Ook de verdere uitwerking van het convenant kan hieraan een bijdrage leveren.

Engeland, Schotland en Frankrijk zouden geld beschikbaar stellen voor assessments, maar dat doet Nederland ook al. In het kader van het Europees Visserijfonds zijn daarvoor mogelijkheden. Die zijn echter niet alleen voor assessments, maar ook voor allerlei andere goede initiatieven op het gebied van certificering. De mogelijkheden zijn er. Het is aan het bedrijfsleven om ze optimaal te benutten. Als daarover verwarring is, zeg ik graag toe dat ik alle mogelijkheden nog een keer precies op een rijtje zet. Ik treed dus niet in de private verantwoordelijkheid, anders komt er geen certificering. Het is namelijk een private verantwoordelijkheid om die aan te vragen. In de aanloop daar naartoe zijn er echter verschillende mogelijkheden die wij op een rijtje zullen zetten en die wij aan de verschillende visserijorganisaties laten weten. U hoort dat natuurlijk ook van mij.

De voorzitter:

Van het lid Koppejan ligt er overigens een amendement. Ik ga ervan uit dat u daarop in tweede termijn nader terugkomt.

MinisterVerburg

Mevrouw Jacobi heeft gevraagd of er meer zogenaamde geïntegreerde visserijvergunningen worden verstrekt in het kader van de kleinschalige visserij op de Wadden. Het valt niet mee om vissers aan de huidige pilot mee te laten doen, moet ik eerlijk zeggen. Het betekent namelijk dat zij soms gegevens moeten leveren en bereid moeten zijn, in een traject mee te werken. Ik ben bereid om te kijken of het haalbaar is, als er een zeer concrete vraag ligt. In de praktijk werkt het echter niet altijd even enthousiast uit. Ik bied de opening. De vissers zijn zelf aan zet om die aan te vragen.

Zij heeft ook gevraagd naar de werkzaamheden van het VIP, het Visserij Innovatie Platform. Eind 2009 loopt de eerste periode af. Dan komt er een evaluatie. Dat gaat ook over het vervolg van de VIP-activiteiten. Wij kunnen dan bekijken of de openstelling van het VIP voor de kust en de visserij mogelijkheden biedt. In de activiteiten van het VIP is overigens nu al alle ruimte voor de inzet en betrokkenheid van de vissers en de visserij in de Waddenzee. Volgens mij is dit ook formeel zo. Wij zullen bekijken of wij de vraag of dit klopt, mee kunnen nemen.

De voorzitter:

Daarmee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn van de minister. Ik stel het volgende voor: de tweede termijn bestaat uit het voorlezen van de moties en het mogelijkerwijs in één gewone normale Nederlandse zin trekken van een conclusie. Er worden dus geen lange betogen gehouden. Ik constateer dat de Kamer hiermee akkoord gaat. Degenen die nog interrupties over hebben, dat zijn de heer Cramer, mevrouw Van Gent, mevrouw Ouwehand en de heer Van der Vlies, geef ik iets meer ruimte. Ik houd het allemaal strak bij.

De heerPolderman(SP)

Voorzitter. Ik heb het idee dat de minister de Kamer redelijk ver tegemoetkomt. Ik dank haar voor de beantwoording van mijn vragen. Ik ben het met de minister eens dat niemand de zorg over de aalstand ter discussie stelt. Mijn pleidooi is dan ook niet om het een tandje minder te doen, maar wel een tandje anders. Ik dien daarom de volgende motie in. Ik hoop dat de minister zich daarin kan vinden. Wellicht hoeft de motie dan niet in stemming te worden gebracht.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat:

  • - de palingstand zich in een uiterst zorgwekkende staat bevindt;

  • - Nederland gehouden is een nationale inspanning te leveren aan het Europese herstelplan aal;

  • - het nationale herstelplan de meeste kans van slagen heeft als er draagvlak is bij alle betrokkenen;

constaterende dat er nog geen overeenstemming is over de wetenschappelijke aannames aangaande het streefbeeld voor aal uit het IMARES-rapport waarop het herstelplan wordt gebaseerd;

verzoekt de regering:

  • - zo spoedig mogelijk een second opinion te laten verrichten naar de aannames van IMARES waarop het herstelplan is gebaseerd;

  • - de Kamer te informeren over wat de gevolgen zijn van de voorgestelde stillegperiode voor de betrokken visserijbedrijven en daarmee inzichtelijk te maken of het gereserveerde bedrag van € 400.000 voldoende is voor een redelijke compensatieregeling;

  • - het nationale herstelplan aal zodanig op te stellen en uit te werken dat betrokken palingvissers zo optimaal mogelijk kunnen worden ingeschakeld in beheerplan(nen) welke als doel dienen te hebben een zo snel mogelijk herstel van de aalstand,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Polderman en Snijder-Hazelhoff. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (31700-XIV).

De heerKoppejan(CDA)

Voorzitter. Ik heb een paar vragen waarop de minister misschien schriftelijk wil terugkomen. Kan de minister antwoord geven op de vraag met betrekking tot de samenwerking tussen het Zeeuwse tongproject en het IJmuidense kweekbedrijf van tong? Ik heb gevraagd of de minister bereid is dat soort samenwerking meer te stimuleren, zodat men van elkaars kennis gebruik kan maken. Mijn tweede vraag is of de minister mee wil werken aan het pilotproject van de Zeeuwse Milieufederatie, het Wereld Natuur Fonds en de mossel- en oestersector.

MinisterVerburg

Voorzitter. Een punt van orde. De eerste vraag heeft de heer Koppejan in eerste termijn gesteld, maar de tweede vraag niet. Ik weet niet hoe de spelregels zijn, maar...

De heerKoppejan(CDA)

Ik stel gewoon een vraag. Het is aan de minister om die te beantwoorden.

De voorzitter:

De heer Koppejan gaat nu zijn moties indienen.

De heerKoppejan(CDA)

Voorzitter. Ik dien twee moties in. De eerste betreft het aalbeheerplan en de tweede betreft certificering.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het niet goed gaat met het Europese aalbestand;

constaterende dat de EU-lidstaten hun nationale aalbeheerplan voor goedkeuring dienen in te dienen bij de Europese Commissie;

overwegende dat noodzakelijke maatregelen die het herstel van het aalbestand beogen, pijnlijke gevolgen zullen hebben voor beroepsvissers die bij hun broodwinning in belangrijke mate afhankelijk zijn van de aalvangst;

overwegende dat de direct betrokkenen vanuit de binnenvisserij vertegenwoordigd door de Combinatie van Beroepsvissers, de PO-IJsselmeer en het Productschap Vis tot op heden onvoldoende inspraak hebben gehad op het voor hen zo belangrijke aalbeheerplan;

overwegende dat de uitvoering van een aalbeheerplan meer kans heeft op succes naarmate er vooraf meer inspanningen zijn verricht om alle partijen te betrekken bij de opstelling en wijze van uitvoering van de plannen;

verzoekt de regering:

  • - voor 31 december 2008 een nationaal aalbeheerplan naar de Europese Commissie te sturen waarin nog alle ruimte wordt gelaten voor een nadere invulling en het maken van definitieve keuzes ten aanzien van de te nemen maatregelen;

  • - op korte termijn alle direct betrokkenen middels hun vertegenwoordigers, alsnog inspraak te geven bij de definitieve invulling van het aalbeheerplan en de Tweede Kamer hier voor 1 april 2009 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Koppejan, Jacobi, Snijder-Hazelhoff en Van der Vlies. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de samenleving en de consument steeds meer vraagt om duurzaam gevangen vissen waarbij certificering van de visserijactiviteiten steeds belangrijker wordt;

constaterende dat certificering van visserijactiviteiten de nodige inspanningen en investeringen vragen van de ondernemer;

overwegende dat niet alle vissers die een duurzaamheidscertificaat wensen, individueel of collectief in staat zijn om dit doel te bereiken omdat het hen aan voldoende financiële draagkracht ontbreekt;

constaterende dat in verschillende EU-lidstaten de verantwoordelijke visserijministers financiële middelen ter beschikking stellen om de visserij te ondersteunen in het certificeringstraject;

van mening dat certificering van Nederlandse vis en visproducten bijdraagt aan een transitie naar een meer duurzame visserij;

overwegende dat per amendement middelen in de begroting 2009, onderdeel visserij, worden voorgesteld ter financiering van een nog op stellen regeling ondersteuning certificering;

verzoekt de regering:

  • - een regeling ondersteuning certificering te ontwikkelen waar vissers uit alle visserijsectoren zowel op individuele basis als ook collectief gebruik van kunnen maken;

  • - een regeling waarin het criterium van financiële draagkracht van de aanvrager, meeweegt bij de toekenning en hoogte van de overheidsbijdrage;

  • - bij het ontwikkelen van de regeling ook te kijken naar de opzet van vergelijkbare regelingen in andere EU-lidstaten;

  • - de Tweede Kamer voor 1 april 2009 over de invulling en uitvoering van de regeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze motie is voorgesteld door de leden Koppejan, Jacobi en Cramer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (31700-XIV).

De heerKoppejan(CDA)

Ik wil nog een correctie aanbrengen. In het amendement staat 5 mln., waar € 500.000 had moeten staan.

De voorzitter:

Dat is inmiddels al veranderd.

MevrouwSnijder-Hazelhoff(VVD)

Ik denk dat de minister goed heeft begrepen dat breed wordt uitgesproken – ook de VVD-fractie heeft daar fors op ingezet – dat de bijvangsten niet meer overboord zouden moeten. De minister heeft daar het nodige over gezegd. Wij vinden dat dit een van de speerpunten moet worden in de gesprekken over het Europees visserijbeleid. Wij moeten toe naar selectievere vangstmethoden en niet blijven zitten in innovatie en nog meer innovatie. Op een gegeven moment moeten wij gewoon de slag maken om die methoden in te voeren.

Over het aalbeheerplan ben ik volgens mij duidelijk geweest door beide moties daarover mede te ondertekenen. Ik heb uitgesproken waar wij staan. Ik ga er ook van uit dat de minister probeert om daar handen en voeten aan te geven en om in ieder geval de twee maanden effectiever te laten zijn, want de VVD-fractie denkt dat het tweemaandenverbod absoluut niet effectief is om de aalstand te verbeteren.

Het zit ons allemaal ontzettend dwars dat er zo veel glasaal wordt opgekocht en geëxporteerd. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor het herstel van het palingbestand het essentieel is dat er voldoende glasaal in de Nederlandse en Europese wateren aanwezig is;

overwegende dat er nu door een aantal Europese lidstaten grote hoeveelheden glasaal worden weggevangen en zelfs als delicatesse worden geëxporteerd;

roept de regering op om alles in het werk te stellen dat er geen glasaal meer wordt gevangen ten behoeve van de export, maar enkel wordt ingezet ten behoeve van het herstel van het palingbestand in de Europese wateren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Snijder-Hazelhoff, Polderman, Cramer, Van der Vlies, Koppejan en Jacobi.

Zij krijgt nr. 24 (31700-XIV).

MevrouwJacobi(PvdA)

Ik dank de minister voor haar beantwoording in eerste termijn. De minister zegt dat zij liever geen wettelijk kader voor de vbc wil, maar wat mij betreft worden via een vbc juist een wettelijke borging en rechtskracht gegeven aan de besluitvorming waar de partijen het over eens zijn. Het gaat dan niet om directieven van LNV. Ik denk dat wij die wettelijke borging ook nodig hebben om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van Brussel. Dat wil ik nog even gezegd hebben. Ik had hierover een motie opgesteld, maar die houd ik nog even bij mij, omdat ik op zichzelf kan leven met de toezegging van de minister dat zij komt met een notitie over de vbc's. Ik denk dat dit net zo snel werkt als het indienen van een motie.

Over drie andere zaken wil ik wel een motie indienen. Allereerst dien ik mede namens collega Koppejan de volgende motie in over het VIP.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het Visserij Innovatie Platform (VIP) bij uitstek het middel is om ondernemers uit de gehele visserijketen die willen innoveren en daarbij oog hebben voor economische, ecologische en maatschappelijke aspecten, te stimuleren en ondersteunen;

overwegende dat vissers die in het gebied van de Waddenzee vissen ook baat kunnen hebben bij ondersteuning door het VlP;

overwegende dat duurzame innovatie nog niet volledig geborgd is in de visserijsector zelf en dat het VIP opgericht is in 2006 voor een periode van drie jaar;

verzoekt de regering, te komen met een evaluatie van het functioneren van het VIP tot nu toe en met een voorstel hoe het VIP of de taken van het VIP in de toekomst een plaats kunnen krijgen, voor zowel de Noordzee als ook de Waddenzee, en met deze evaluatie te komen voor september 2009,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Koppejan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 25 (31700-XIV).

MevrouwJacobi(PvdA)

Mijn volgende motie gaat over de kleinschalige visserij en luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de toekomst voor vis en visserij gelegen is in een evenwichtig en duurzaam ecosysteem en dat de kleinschalige duurzame visserij hier een goede bijdrage in kan leveren;

overwegende dat de kleinschalige duurzame visserij grotere kans van slagen heeft als vergunningen gecombineerd mogen worden;

constaterende dat geïntegreerde visserijvergunningen voor de kleinschalige visserij nu niet mogelijk zijn en dat de huidige regelgeving niet afgestemd is op de kleinschalige, duurzame vissers;

verzoekt de regering, zorg te dragen voor een regeling waardoor kleinschalige, duurzame vissers gebruik kunnen maken van geïntegreerde vergunningen met regelgeving die is afgestemd op kleinschalige, duurzame visserij,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 26 (31700-XIV).

MevrouwJacobi(PvdA)

Voorts dien ik nog de volgende motie in over het visserijkeurmerk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er met betrekking tot op duurzame wijze gevangen of gekweekte vis meerdere keurmerken in omloop zijn;

constaterende dat keurmerken niet altijd door een onafhankelijke geaccrediteerde instelling worden gecertificeerd;

constaterende dat de Nederlandse visserij kampt met een imagoprobleem bij de Nederlandse consument;

van mening dat op kleinschalige, duurzame wijze gevangen vis een betere positie op de afzetmarkt dient te krijgen door middel van een keurmerk;

overwegende dat certificering van het internationale Marine Stewardship Council voor kleinschalige, duurzame visserij een goed keurmerk zou kunnen leveren;

verzoekt de regering, een onafhankelijke instelling die onder MSC-criteria geaccrediteerd is, de certificering en controle op zich te laten nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Jacobi en Koppejan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27 (31700-XIV).

De heerGraus(PVV)

Mijnheer de voorzitter. Ik had de motie van mevrouw Snijder graag mee willen ondertekenen maar als Calimero word ik nooit gevraagd.

De voorzitter:

Als mevrouw Snijder het toestaat, kunt u er ook uw handtekening onder zetten.

De heerGraus(PVV)

Ik heb een drietal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, sanering in de mosselsector te voorkomen dan wel te beperken door op korte termijn meer mosselzaadinvanginstallaties toe te staan en inzaaiing in de Waddenzee mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28 (31700-XIV).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, de economische, financiële en sociale gevolgen voor de visserij en ons land in kaart te brengen nu er een in december 2008 nader te bepalen verlaging van de vangstquota zal worden opgelegd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 29 (31700-XIV).

De heerGraus(PVV)

Omdat ik altijd wat voorzichtig ben met toezeggingen heb ik nog de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, met een reddingsplan te komen voor de aalvisserij nu vele bedrijven het voorliggende Nationaal Aalbeheerplan niet kunnen overleven, opdat de aalvissers voor ons land behouden blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 30 (31700-XIV).

De heerGraus(PVV)

Mijnheer de voorzitter. Ik zag dat de heer Polderman de minister een cadeautje gaf. Ik heb hier een foto met een lachende minister met paarden. Je ziet er allemaal lachende mensen op. Ik hoop dat wij volgend jaar een foto hebben met allemaal lachende palingvissers. Dat zou ik heel fijn vinden. Deze foto is overigens gemaakt door een dierenarts.

(applaus op de publieke tribune)

De voorzitter:

Iedereen is natuurlijk altijd voor lachende mensen.

MinisterVerburg

Wat een leuke foto. Die is gemaakt op het wereldkampioenschap vierspanrijden.

De heerCramer(ChristenUnie)

Voorzitter. Het is altijd handig als de minister helemaal uit haar dak gaat, zeker als het gaat om haar portefeuille. Ik dank haar voor de uitvoerige beantwoording die haar betrokkenheid niet alleen bij paarden maar ook bij dit onderwerp aangeeft.

Voorzitter. Ook ik zal mijn commentaar beperken, want dat kunnen wij bij de begrotingsbehandeling wel afronden. Ik heb in de beantwoording wel gemist een antwoord op mijn vraag naar Nederlandse bedrijven die vlagschepen hebben onder niet-Nederlandse vlag. Die kunnen dan niet in aanmerking komen, maar ik zal maar de motie voorlezen die ik daarover heb opgesteld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een groot aantal Nederlandse visbedrijven is dat onder buitenlandse vlag vaart, maar in Nederland belasting betaalt;

constaterende dat deze bedrijven op dit moment tussen wal en schip vallen omdat noch het vlagland, noch Nederland (financiële) ondersteuning biedt in het verduurzamingsproces;

van mening dat ook deze bedrijven ondersteuning verdienen indien zij hun visserijtechniek wensen te verduurzamen;

verzoekt de regering, de mogelijkheden te onderzoeken om ook bedrijven die varen onder buitenlandse vlag maar in Nederland belasting betalen te ondersteunen in het proces van verduurzaming,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Cramer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31 (31700-XIV).

De heerCramer(ChristenUnie)

Wij hebben veel gezegd over de verduurzaming. Ik ben blij met het antwoord van de minister dat zij hierop zal terugkomen. Om een zetje te geven dat dit echt voortgang zal vinden, dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de grote hoeveelheid bijvangst een hardnekkig probleem blijft waarvoor slechts met grote moeite oplossingen worden gevonden;

van mening dat vissers die zich daadwerkelijk inspannen voor het verminderen van bijvangsten, bijvoorbeeld door middel van het aanbrengen van ontsnappingspanelen en gebruik van grotere maaswijdte, ondersteuning verdienen in de vorm van extra zeedagen of visuren;

verzoekt de regering, met een uitwerking te komen van een dergelijke vorm van beloning en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cramer en Jacobi. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (31700-XIV).

De heerCramer(ChristenUnie)

De minister heeft mijns inziens enkele goede opmerkingen gemaakt over het visplan, hoewel ik de indruk had dat de termen "visplan" en "visbeheerplan" wat door elkaar gingen lopen. Het moet duidelijk zijn dat wij vooral over het visbeheerplan spreken. Wij moeten spreken over het herstel van de aalstand. Ook heeft de minister opgemerkt dat in sommige gebieden, zoals de Grevelingen, wel degelijk door goed beheer een goede aalstand bestaat. De minister heeft gezegd dat zij en de sector elkaar stevig beetpakken. Ik wil dit onderstrepen. De minister heeft dit ook gedaan met de mosselsector en daaruit is iets moois voortgekomen. Daarom onderstreep ik haar oproep aan zowel de vissers als de andere betrokkenen in dit dossier om elkaar stevig beet te houden om tot een goed einde te komen.

Tot slot kom ik op de discussie over de zeedagen. De minister heeft daarover wel een opmerking gemaakt, maar ik denk dat het nodig en handig is om ook de innovaties op dat punt op Europees niveau verder te brengen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het systeem van zeedagen als ongewenst effect heeft dat vissers dicht bij de kust, waar veel jonge vis zit, gaan vissen om te besparen op zeedagen;

overwegende dat het systeem van visuren dit negatieve effect niet kent omdat vissers geen dagen verliezen als zij verder de zee opvaren;

overwegende dat invoering van het visurensysteem aansluit op de huidige werkwijze van vissers en toezicht en controle door de Algemene Inspectie Dienst (AID) goed mogelijk is;

verzoekt de regering, het visurensysteem binnen de Europese Unie te bepleiten en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Cramer, Jacobi en Koppejan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 33 (31700-XIV).

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Voorzitter. Omwille van de logistiek zal ik eerst mijn enige motie indienen, zodat die snel kan worden rondgedeeld. De motie heeft te maken met de visstand in de Noordzee, waarvoor ik in eerste termijn aandacht heb gevraagd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het slecht is gesteld met de visstand in de Noordzee;

van mening dat de traditionele visserij (onbedoeld) ernstige gevolgen kan hebben voor het bodemleven in de Noordzee;

van mening dat de verslechtering van de visstand en het bodemleven in de Noordzee gestopt moet worden en moet worden verbeterd;

verzoekt de regering, over te gaan tot het instellen van een integraal onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de visstand en bodemgesteldheid in de Noordzee en het doen van aanbevelingen ter verbetering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gent en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 34 (31700-XIV).

MevrouwVan Gent(GroenLinks)

Ik maak nog enkele opmerkingen over het aalbeheerplan. Vandaag heeft iets opmerkelijks plaatsgevonden. Wie gaat er nu aan de haal met de aal en vooral met het aalbeheerplan? De minister heeft diverse keren gezegd dat zij zorgvuldig te werk is gegaan, dat zij diverse partijen heeft gehoord, dat er een substantiële verbetering moet komen van de aalstand, dat het een heel serieuze zaak is en dat het dramatisch gesteld is met de aal. Dit zijn allemaal woorden die mij uit het hart zijn gegrepen. Vervolgens maakt zij een keuze voor twee maanden, die ik te slap vind. Dat heb ik eerlijk in eerste termijn aangegeven. Ik heb gezegd dat het Wereld Natuur Fonds en Stichting de Noordzee zeggen dat tenminste vijf maanden nodig zijn, dat de situatie ernstig is en dat je meer moet doen. De minister heeft daarin een compromis gezocht. Zelfs over dat compromis, dat ik al een beetje slap vind, krijgt zij onder aanvoering van de heer Koppejan het verwijt dat zij een onzorgvuldig traject heeft gehanteerd. Nu gaat de minister een third opinion vragen en voor de derde keer met alle partijen praten. De minister moet nu gewoon een besluit nemen. Dit is weer typisch zo'n zaak waarin je niet iedereen tevreden kunt stellen. Je moet dan je rug recht houden of je poot stijf, het maakt mij niet uit hoe je het noemt. Ik vraag me af wat voor slappe teksten hier nu weer uit voortkomen. Ik dring erop aan dat wat de minister aanvankelijk heeft gezegd, het minimumbod is dat wij in Brussel te berde brengen en dat wij daar niet in negatieve zin van afwijken. Ik kan er wel mee leven als het plan beter wordt, want dan hebben wij nog iets aan dat haakje, maar ik zou het heel slecht vinden als het plan nog verder wordt afgezwakt.

Mijn laatste vraag is of de minister zich niet onterecht voelt aangevallen, want zij heeft het zo zorgvuldig gedaan. Waarom zou zij haar huiswerk moeten overmaken?

MevrouwOuwehand(PvdD)

Voorzitter. Ik sluit me van harte bij die woorden aan. Het moet mij van het hart dat het mij erg tegenstaat dat er vooral wordt gepruild. Er zit een aantal fracties aan tafel dat erg voor Europa is, maar op het moment dat Europa met regelgeving komt waaraan wij ons moeten houden, bijvoorbeeld met betrekking tot mest, ammoniak en visserij, zitten de leden met grote dikke pruillippen en proberen zij of zij een uitzonderingspositie voor Nederland kunnen bedingen. Rekken, rekken, rekken, maar als wij kijken naar de dramatische stand van de aal, moeten wij constateren dat de rek eruit is. Zelfs de plannen die er nu liggen, kunnen niet binnen vijftig of zestig jaar en zelfs waarschijnlijk niet binnen honderd jaar voor het benodigde herstel zorgen. Dus waar hebben wij het over?

Ik heb drie moties voorbereid over het welzijn van vissen en de handhaving waarover de Algemene Rekenkamer iets in haar rapport naar voren heeft gebracht. De eerste motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoek wordt uitgevoerd naar het welzijn van vissen in viskwekerijen;

constaterende dat het onderzoek zich nu primair richt op visdichtheid en waterkwaliteitsparameters en geen aandacht geeft aan de natuurlijke basisbehoeften van de verschillende vissoorten of de mate waarin de vijf vrijheden van Brambell worden gerespecteerd, waaronder de mogelijkheid tot het vertonen van natuurlijk gedrag;

verzoekt de regering, alsnog de natuurlijke basisbehoeften van de verschillende vissoorten in de onderzoeksopdracht op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 35 (31700-XIV).

MevrouwOuwehand(PvdD)

Mevrouw Snijder wil graag interrumperen, maar mevrouw Jacobi zegt terecht dat dit geen zin heeft.

De voorzitter:

Ik laat het ook niet toe.

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik maak mij zorgen over de investeringen in de viskweek. Niet alleen met het oog op het welzijn van dieren en het milieu, maar ook met het oog op de positie van de ondernemers in deze sector. Het kan niet zo zijn dat wij een nieuwe sector ontwikkelen en pas achteraf met de regels komen. Toch doen wij dit nu weer en daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment geïnvesteerd wordt in viskweek, terwijl onderzoek naar het welzijn van de betreffende vissen en de milieubelasting van de viskweek voorlopig nog niet is afgerond;

overwegende dat het onwenselijk is, een viskwekerijsysteem te stimuleren waarvan effecten op milieu en dierenwelzijn nog niet duidelijk zijn;

verzoekt de regering, de start van nieuwe viskwekerijen en uitbreiding van bestaande viskwekerijen niet toe te staan, totdat onderzoek is afgerond en de Kamer zich heeft kunnen uitspreken over criteria op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 36 (31700-XIV).

MevrouwOuwehand(PvdD)

Ik heb nog een motie en die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer in haar rapport "Duurzame visserij" concludeert dat vissers op vrijwel alle terreinen van de zeevisserij geneigd zijn de regels te overtreden;

constaterende dat de regering niet heeft vastgelegd welk niveau van naleving ten minste gerealiseerd moet worden;

verzoekt de regering, het beoogde nalevingsniveau voor de visserijsector duidelijk vast te leggen en daar binnen een jaar de handhavingscapaciteit op af te stemmen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 37 (31700-XIV).

De heerVan der Vlies(SGP)

Voorzitter. Ik zit hier niet te pruilen. Ik zoek naar een optimum in het spanningsveld dat er inderdaad is tussen ecologie en economie. Dit is voor mij een moreel punt en dat is iets heel anders dan pruilen. Mevrouw Ouwehand is leergierig, maar het duurt wel lang voordat zij haar les tot zich neemt. Ik heb dit al vaker gezegd en ik wil er zo langzamerhand wel eens vanaf. Ik laat mij niet in de hoek van de pruilers zetten. Het gaat mij om een gezonde sector, uiteraard met honorering van de randvoorwaarden van duurzaamheid, enz.

Ik dank de minister voor het antwoord. De notitie over de vbc's komt voor 1 april aanstaande. Dat is prima. Ik had een motie klaar liggen, maar de indiening ervan schort ik op tot dan, want anders weet ik wel wat er met de motie gebeurt. Wat betreft de zegenvisserij is het voornemen om het uitgiftebeleid toch te veranderen. Desondanks verandert er dus helemaal niets voor de vergunninghouder. De vergunningverlener zal een en ander doen sporen met het uitgiftebeleid van LNV. Zo vat ik de minister samen, maar als het anders is, hoor ik het graag, want dat is een van de twee springende punten in die motie.

Ik heb verder gevraagd hoe het zit met de verhandelbaarheid van de visrechten, want het gaat niet aan dat de hoogste bieder gaat lopen met visrechten die al sinds generaties in de binnenvisserijsector thuishoren. Ik vind dat dit niet naar buiten de sector moet kunnen verdwijnen.

Ik had ook een motie klaar liggen over het aalherstelplan, maar die zat een beetje tussen die van de heer Koppejan en die van de heer Polderman. Dat heeft geen zin. Ik heb een van beide moties daarom meegetekend. Ook op dat punt is mijn opvatting helder. Het haakje betekent voor mij dat wij de stem van de sector, de stem van de praktijk, een eerlijke kans geven als het gaat om de stillegregeling en de vervanging daarvan.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:

Ik stel voor dat de minister haar oordeel geeft over het ingediende amendement en de ingediende moties. Tevens stel ik voor dat er verder geen enkele interruptie meer plaatsvindt. Per motie wordt het nummer en de indiener genoemd en één zin aan de inhoud gewijd.

MinisterVerburg

Voorzitter. Ik bedank de Kamer voor haar inbreng in tweede termijn. Ik kan mij zeer vinden in de woorden die gesproken zijn door de heer Polderman en de heer Van der Vlies met betrekking tot het aalplan. Ik denk dit een buitengewoon serieuze zaak is. De heer Polderman vraagt met betrekking tot het aalplan niet of het tandje minder, maar of het ook een tandje anders kan als wij iets goeds willen. Ik denk dat dit onze inzet moet zijn. Ik zeg dit ook in de richting van mevrouw Van Gent. Het gaat er niet om alles weer te grabbel te gooien wat wij hebben. Ik ben het niet eens met mensen die blijven zeggen dat een en ander tot nu toe onzorgvuldig is geweest. Zoals ik de Kamer heb aangegeven, vind ik dat er een uitermate zorgvuldig traject is bewandeld. Ik begrijp wel dat het voor een aantal aalvissers tamelijk ingrijpend kan zijn. Dit betekent dat ik een ultieme handreiking wil doen, zonder te zeggen dat het een tandje minder moet. Immers, de urgentie is groot en ik wil een ultieme poging doen om te bezien of er nog andere alternatieven zijn die diezelfde impact hebben. Dat is de reden dat ik deze handreiking heb gedaan.

Tegen de heer Koppejan zeg ik dat ik, als de Zeeuwse Tong en IJmuiden willen samenwerken, dit graag wil bevorderen. Informatie over de pilot tussen de Zeeuwse Milieufederatie en Zeeuwse Tong zie ik graag tegemoet. Ik ken de pilot niet, maar de heer Koppejan is ongetwijfeld in staat hierover informatie aan te leveren. Ik zal er vervolgens naar kijken.

Dan kom ik bij het amendement en de moties, te beginnen met het amendement van de heer Koppejan dat een soort ondersteuning van beleid vormt. Ik heb al aangegeven dat certificering belangrijk is. Er zijn verschillende mogelijkheden binnen de bestaande subsidieregeling. Tot nu toe zijn er nog geen beperkingen gebleken bij het budget. Ik heb in mijn eerste termijn al aangegeven dat ik alle mogelijkheden voor assessment inzake voorcertificering nog eens op een rijtje zal zetten. De certificering moet door de bedrijven zelf worden aangevraagd, wil men serieus in overweging genomen worden door het MSC-certificeringsbureau dat een onafhankelijke positie heeft en deze ook moet behouden. Dat is mijns inziens ook de kracht van dit MSC-certificaat. Ik neem aan dat de heer Koppejan deze mening met mij deelt.

Dan kom ik bij de moties, te beginnen bij de motie van de heer Polderman die is meeondertekend door mevrouw Snijder-Hazelhoff. In deze motie wordt verzocht om zo spoedig mogelijk een second opinion te laten verrichten naar de aannames van IMARES, de Kamer te informeren over de gevolgen van de voorgestelde stillegperiode en het nationaal herstelplan zodanig op te stellen en uit te werken dat betrokken palingvissers zo optimaal mogelijk kunnen worden ingeschakeld in de beheerplannen. Ik beschouw deze motie als ondersteuning van beleid. Ik heb al gezegd dat ik het niet eens ben met diegenen die zeggen dat er tot nu toe geen zorgvuldigheid is betracht. Ik ben bereid om, wat ik noem, een "third opinion" te laten doen. Ik heb het traject waarlangs ik denk dit te gaan doen, aangegeven. Ik ben de Kamer erkentelijk voor de steun die hiervoor bestaat.

Dit geldt ook voor de motie op stuk nr. 22. Met betrekking tot het dictum merk ik op dat ik in hetgeen gesteld is achter het tweede aandachtsstreepje – hier leest men: op korte termijn alle direct betrokkenen middels hun vertegenwoordigers alsnog inspraak te geven bij de definitieve invulling van het aalbeheerplan en de Tweede Kamer hierover voor 1 april 2009 en informeren – het woordje "alsnog" zou willen veranderen in "opnieuw". Ik hecht immers aan een zorgvuldige procedure. Dan zie ik deze motie ook als een ondersteuning van het beleid. Ik heb u de route aangegeven.

De voorzitter:

De indiener van de motie, de heer Koppejan, heeft geknikt, waarmee hij laat weten dat hij bereid is de motie in die zin te wijzigen.

MinisterVerburg

Ik kom bij de derde motie, de motie-Koppejan, Jacobi en Cramer, waarin de regering wordt verzocht een regeling voor de ondersteuning van certificering te ontwikkelen, waarvan vissers uit alle visserijsectoren, zowel op individuele als collectieve basis, gebruik kunnen maken. In die regeling zou het criterium van financiële draagkracht van de aanvrager mee moeten wegen in de toekenning en de hoogte van de overheidsbijdrage. Bij het ontwikkelen van de regeling zou volgens de motie ook gekeken moeten worden naar de opzet van vergelijkbare regelingen in andere EU-lidstaten. De Tweede Kamer zou voor 1 april over de invulling en uitvoering van de regeling moeten worden geïnformeerd. Ik zie deze motie als een ondersteuning van het beleid. Ik heb al toegezegd dat ik alle bestaande regelingen en mogelijkheden op een rijtje zal zetten. Tegelijkertijd denk ik dat het van belang is te onderstrepen dat de Marine Stewardship Council spelregels kent. De aanvragen moeten door de ondernemers zelf worden gedaan. Ik denk niet dat de indieners van de motie dat bedoelen. Ik denk dat men zich in de prefase bevindt. Ik ben bereid tot het ontwikkelen van een regeling ter ondersteuning van de certificering; wij zijn daarmee ook al bezig. Een en ander zal nog goed worden verhelderd.

De vierde motie is ingediend door mevrouw Snijder-Hazelhoff. In deze motie wordt de regering verzocht alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat er geen glasaal meer wordt gevangen ten behoeve van de export. De gevangen glasaal zou uitsluitend mogen worden ingezet ten behoeve van het herstel van het palingbestand in de Europese wateren. Ik zie deze motie als een stevige ondersteuning van het beleid. Ik heb al verteld dat ik in CITES-verband inzet op een exportverbod voor Europa naar derde landen. Hierover moet voor 1 april 2009 een beslissing zijn genomen. Nederland kan zich als lidstaat van CITES daarvoor inzetten, maar ik denk dat het nodig is dat ook andere Europese lidstaten zich daarvoor inzetten. Dan krijgt dit extra werkingskracht. Ik zeg toe dat ik hiernaar in Europees verband zal streven.

In de motie-Jacobi/Koppejan op stuk nr. 25 wordt de regering verzocht om met een evaluatie te komen van het functioneren van het Visserij Innovatie Platform tot nu toe en met een voorstel over hoe het VIP of de taken van het VIP in de toekomst een plaats kunnen krijgen, voor zowel de Noordzee als ook de Waddenzee, en met deze evaluatie voor september 2009 te komen. Alvorens een oordeel te geven over deze motie maak ik één opmerking. De huidige VIP-periode loopt tot november 2009. Dat betekent dat ik een evaluatie voor 1 oktober 2009 verwacht. Als ik in het dictum "1 september" mag vervangen door "1 oktober" zie ik deze motie ook als een ondersteuning van het beleid. Op 1 oktober kom ik op basis van de evaluatie ook met voorstellen ter zake.

De voorzitter:

Ik zie dat mevrouw Jacobi zich bereid toont de motie op dat punt te wijzigen.

MinisterVerburg

In de motie-Jacobi op stuk nr. 26 wordt de regering verzocht zorg te dragen voor een regeling, waardoor kleinschalige, duurzame vissers gebruik kunnen maken van geïntegreerde vergunningen met regelgeving die is afgestemd op kleinschalige, duurzame visserij. Zoals ik al heb gezegd in de eerste termijn, zie ik deze motie als ondersteuning van het beleid. Er zijn in 2010 en in 2012 tussenevaluaties, waarbij de ontwikkeling van de visserijdruk, de handhaafbaarheid en de mogelijkheden voor de geïntegreerde visserij worden bekeken. Dat is precies wat mevrouw Jacobi beoogt.

In de motie-Jacobi/Koppejan op stuk nr. 27 wordt de regering verzocht een onafhankelijke instelling die onder MSC-criteria geaccrediteerd is, de certificering en controle op zich te laten nemen. Het aannemen van deze motie is overbodig. Ik ben het eens met de strekking. Certificering is van groot belang. Wij hebben al een onafhankelijke MSC, die werkt met veel verschillende onafhankelijke certificeerders. Wat mij betreft hoeven wij geen nieuwe onafhankelijke instelling in het leven te roepen. Die zou ook niet passen binnen het MSC. Binnen het MSC zijn al voldoende mogelijkheden hiervoor aanwezig.

In de motie-Graus op stuk nr. 28 wordt de regering verzocht om sanering in de mosselsector te voorkomen dan wel te beperken, door op korte termijn meer mosselzaadinvanginstallaties toe te staan en inzaaiing in de Waddenzee mogelijk te maken. Deze motie is een ondersteuning van beleid. Wij zijn er volop mee bezig. Het begint met het traject-Heldoorn en wordt voortgezet in het traject-Meijer. Ik blijf er zelf ook bij betrokken. In 2009 zal in het open planproces bekeken worden hoe wij alles inpassen in de Waddenzee en hoe ook andere gebruikers van de Waddenzee een plek kunnen krijgen. In 2010 gaan wij opschalen.

In de motie-Graus op stuk nr. 29 wordt de regering verzocht, de economische, financiële en sociale gevolgen voor de visserij en ons land in kaart te brengen, nu er een in december 2008 nader te bepalen verlaging van de vangstquota zal worden opgelegd. Ik ontraad aanvaarding van deze motie. Niet alle quota gaan omlaag. Op Europees niveau wordt jaarlijks een tussenstand gemaakt. Ik ben er voorstander van om dit zo veel mogelijk te doen op basis van adviezen van de regionale adviescommissies, omdat in de regionale adviescommissies alle spelers zijn betrokken, zowel de vissers als de wetenschappers als de niet-gouvernementele organisaties. Dat leidt tot de beste adviezen. Wij gaan echter niet voor alle sectoren nationaal opnieuw een onderzoek doen.

In de motie-Graus op stuk nr. 30 wordt de regering verzocht, met een reddingsplan voor de aalvisserij te komen. Ik ontraad aanvaarding van deze motie. Ik heb al eerder gezegd wat ik van plan ben en wat ik bereid ben wel te doen. Ik zie daarvoor grote steun in de Kamer.

In de motie-Cramer op stuk nr. 31 luidt het verzoek aan de regering, de mogelijkheden te onderzoeken om ook bedrijven die varen onder buitenlandse vlag maar in Nederland belasting betalen te ondersteunen in het proces van verduurzaming. Ik ontraad aanvaarding van deze motie. De bedrijven kunnen wel gebruikmaken van innovatiemiddelen, maar niet van een sanerings- of investeringsregeling. Dat mag niet van de Europese Unie. En als ik het heel eerlijk mag zeggen, ik vind ook dat wij moeten voorkomen dat deze eigenaren een beetje selectief shoppen. Ik weet wel dat de heer Cramer dat niet bedoelt, maar wij moeten dat toch voorkomen. Als je in Nederland belasting betaalt, zou je ook fier onder de Nederlandse vlag moeten willen vissen.

De motie-Cramer/Jacobi op stuk nr. 32 gaat waarschijnlijk over de blauwe diensten: "van mening dat vissers die zich daadwerkelijk inspannen voor het verminderen van bijvangsten, bijvoorbeeld door middel van het aanbrengen van ontsnappingspanelen en gebruik van grotere maaswijdte, ondersteuning verdienen in de vorm van extra zeedagen of visuren, verzoekt de regering met een uitwerking te komen van een dergelijke vorm van beloning en de Kamer hierover te informeren". Ik zie deze motie als een ondersteuning van inzet, dus als een ondersteuning van beleid. Wij werken er hard aan op Europees niveau. In de uitwerking van het kabeljauwherstelplan moeten wij ook met een zeedagenregime komen en natuurlijk ook zo veel mogelijk met beperking van de bijvangsten. Ik vind het dus een motie van aanmoediging of ondersteuning van beleid.

In de motie-Cramer c.s op stuk nr. 33 wordt de regering verzocht, het visurensysteem binnen de Europese Unie te bepleiten en de Kamer hierover te informeren. Ik heb aangegeven dat ik zal kijken of dat in het nieuwe Europese visserijplan kan worden meegenomen. Het kan nu niet. Wij hebben net een regeling aangenomen. Voor het nieuwe Europese visserijplan moeten wij alle pro's en contra's nog eens op een rij zetten. Over deze motie laat ik het oordeel aan de Kamer.

In de motie-Van Gent op stuk nr. 34, die is medeondertekend door mevrouw Ouwehand, verzoekt mevrouw Van Gent de regering tot het instellen van een integraal onafhankelijk onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van de visstand en bodemgesteldheid in de Noordzee en het doen van aanbevelingen ter verbetering. Er is al enorm veel onderzoek, ook op gebied van beheer. Ik ontraad aanvaarding van deze motie, omdat deze opnieuw een overweldigende hoeveelheid onderzoek vraagt. Er wordt al heel veel uitgezocht. De werklast is gigantisch. Ik zie niet wat deze motie op dit moment nog kan toevoegen.

In de motie op stuk nr. 35 verzoekt mevrouw Ouwehand de regering, alsnog de natuurlijke basisbehoeften van de verschillende vissoorten in de onderzoeksopdracht op te nemen. Ik ontraad aanneming van deze motie. Mijn prioriteiten zijn bekend. Ik moet keuzes maken. Ik heb beperkt budget en kan onderzoek slechts beperkt inzetten. Ik heb mijn prioriteiten duidelijk gemaakt aan de Kamer.

De motie op stuk nr. 36 verzoekt de regering, de start van nieuwe viskwekerijen en uitbreiding van bestaande viskwekerijen niet toe te staan totdat onderzoek is afgerond en de Kamer zich heeft kunnen uitspreken over criteria op het gebied van dierenwelzijn en duurzaamheid. Ik ontraad aanneming van deze motie. Ik kies niet voor een stop op het stimuleren van viskweek, maar ik stimuleer kwekers om duurzaam te gaan werken. Ik doe dat overigens niet alleen nationaal maar ook op Europees niveau. De duurzaamheidsmaatlat is voor mij het belangrijkste instrument.

De motie op stuk nr. 37 verzoekt de regering, het beoogde nalevingsniveau voor de visserijsector duidelijk vast te leggen en daar binnen een jaar de handhavingscapaciteit op af te stemmen.

Ik ontraad het aannemen van deze motie. Ik heb in mijn reactie op het rapport van de Algemene Rekenkamer aangegeven dat wij onze handhavingsinzet effectief doen plaatsvinden op basis van risicoanalyses. Ik wil daar geen slag overheen maken. Ik denk dat het effectief en doelgericht is. De boefjes grijpen wij en de mensen die te goeder trouw opereren, vallen wij niet nodeloos lastig met extra controles.

Voorzitter. Ik ben hiermee gekomen aan het einde van mijn tweede termijn. Ik dank de Kamerleden hartelijk voor hun zeer betrokken inbreng vanmiddag. Ik hoop dat wij het komende jaar weer vruchtbaar kunnen samenwerken voor een duurzame visserij en een duurzame natuur, met een goed en duurzaam perspectief voor de visserijsector.

De voorzitter:

Ik stel voor dat wij over de ingediende moties stemmen op dinsdag 2 december 2008. De amendementen worden tegelijk met alle andere amendementen in stemming gebracht bij de stemming over de begroting. De toezeggingen ga ik niet herhalen, want er is van dit overleg een stenografisch verslag gemaakt.

Ik dank de mensen op de publieke tribune voor de waardige wijze waarop iedereen vanuit een grote betrokkenheid alle voorstellen heeft vergeten te becommentariëren, op een paar keer na, maar dat zij hun vergeven. Ik dank u voor de keurige wijze waarop u dit overleg hebt bijgewoond.

Ik dank de Kamerleden, de minister en haar ambtenaren en sluit de vergadering.

Sluiting 18.38 uur.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van der Vlies (SGP), ondervoorzitter, Schreijer-Pierik (CDA), Atsma (CDA), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Waalkens (PvdA), Snijder-Hazelhoff (VVD), Jager (CDA), Ormel (CDA), Koopmans (CDA), Van der Ham (D66), Van Velzen (SP), De Krom (VVD), Samsom (PvdA), Van Dijken (PvdA), Neppérus (VVD), Jansen (SP), Jacobi (PvdA), Cramer (ChristenUnie), Koppejan (CDA), Graus (PVV), Vermeij (PvdA), Zijlstra (VVD), Thieme (PvdD) en Polderman (SP).

Plv. leden: Van der Staaij (SGP), Mastwijk (CDA), Ten Hoopen (CDA), Vendrik (GroenLinks), Luijben (SP), Tang (PvdA), Boekestijn (VVD), Bilder (CDA), Biskop (CDA), Koşer Kaya (D66), Van Leeuwen (SP), Dezentjé Hamming-Bluemink (VVD), Eijsink (PvdA), Depla (PvdA), Van Baalen (VVD), Kant (SP), Blom (PvdA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Van Heugten (CDA), Brinkman (PVV), Kuiken (PvdA), Ten Broeke (VVD), Ouwehand (PvdD) en Lempens (SP).

Naar boven