nr. 72
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 december 2008
Inleiding
De Tweede Kamer heeft op 4 december 2007 de motie van het lid Boekestijn
aangenomen over de strategische luchttransportcapaciteit van Nederland (Kamerstuk
31 200 X, nr. 53). Met de brieven van de minister en staatssecretaris
van Defensie van 21 december 2007 (Kamerstuk 31 200 X, nr. 82),
28 maart 2008 (Kamerstuk 31 200 X, nr. 102) en 8 april
2008 (Kamerstuk 31 200 X, nr. 107) is u gemeld dat deelneming aan
het C17-initiatief niet de volledige behoefte aan strategisch buitenprofiel
luchttransport dekt en dat Defensie een onderzoek is begonnen naar de mogelijkheden
om op termijn in de resterende behoefte te voorzien. Met deze brief informeer
ik u, in reactie op de motie-Boekestijn, over de resultaten van dit onderzoek.
Bezien is of er realistische mogelijkheden zijn om de additionele behoefte
aan strategische luchttransportcapaciteit alternatief te exploiteren en te
financieren.
Onderzoeksresultaten
Binnen de kaders van het sourcingbeleid van Defensie is een marktonderzoek
uitgevoerd om de haalbaarheid te bepalen van reeds bestaande of nog te ontwikkelen
alternatieven. Er zijn drie opties nader uitgewerkt, te weten samenwerking
met andere Navo- en EU-partners zoals in het C-17 initiatief, leaseopties
met de vliegtuigbouwers Boeing en Airbus en vormen van publiekprivate samenwerking
(PPS) met marktpartijen. Tevens is onderzoek gedaan naar alternatieve financieringsmogelijkheden.
Gebleken is dat er exploitatiealternatieven kunnen worden ontwikkeld om
te voorzien in de behoefte aan strategische luchttransportcapaciteit, maar
dat deze niet aantoonbaar goedkoper en op korte termijn realiseerbaar zijn.
Dit heeft te maken met een beperkt aanbod van geschikte vliegtuigtypes, met
certificering- en aansprakelijkheidsaspecten en met financiële beperkingen.
Alternatieve financieringvormen zijn slechts denkbaar als bestaande
afspraken worden herzien. Hieronder ga ik in op de belangrijkste overwegingen
en bevindingen die tot deze conclusies hebben geleid.
Actuele marktbeperkingen
Er zijn momenteel geen westerse civiele vliegtuigtypen beschikbaar die
voldoen aan de eisen voor operationeel gebruik van buitenprofiel strategisch
luchttransport. Vliegtuigbouwers zoals Boeing en Airbus ontwikkelen thans
geen civiel gecertificeerde versies van hun militaire vliegtuigen voor buitenprofiel
strategisch luchttransport. Gezien de eisen – buitenprofiel ladingen,
grote actieradius, landen op onverharde en korte banen, zelfbeschermingsmiddelen –
is er behoefte aan vliegtuigen zoals de C-17. Deze behoefte beperkt in de
praktijk de uitwerking van PPS-constructies, aangezien militair gecertificeerde
vliegtuigen volgens de Europese luchtvaartregels niet civiel kunnen worden
geregistreerd. Restcapaciteit die niet militair wordt gebruikt, kan niet op
de commerciële markt worden aangeboden, maar kan uitsluitend door overheden
worden afgenomen. Dit marktsegment wordt bovendien gedomineerd door goedkopere
Oost-Europese aanbieders van buitenprofiel strategische transportvliegtuigen,
zodat het twijfelachtig is of een PPS-constructie kostenbesparingen zou opleveren.
Als er de komende jaren strengere veiligheids- en milieueisen worden gesteld,
kan er een markt ontstaan voor civiel gecertificeerde versies van nieuwere
types vliegtuigen. Afhankelijk van de zelfbeschermingsmiddelen waarover deze
vliegtuigen beschikken, kunnen zij evenals de toestellen van Oost-Europese
aanbieders voor militaire transporten worden ingezet.
Juridische aspecten
Het onderzoek wijst uit dat vooral PPS-constructies complexe contracten
vergen om de zeggenschap, kosten en risico’s in een strategische samenwerkingsvorm
vast te leggen. Zo kan alleen de Staat juridisch eigenaar zijn van militaire
vliegtuigen. Bij samenwerking met een private partij moet een contract worden
uitgewerkt waarin de consequenties van eigendom, inzet en toezicht zodanig
zijn uitgewerkt dat de Staat zijn verantwoordelijkheden op een efficiënte
en effectieve manier kan uitoefenen. Dit vergt een zorgvuldig en langdurig
proces. In Nederland wordt de Militaire Luchtvaart Autoriteit automatisch
de certificerende instantie en daarmee ook de registrerende autoriteit van
het (militaire) vliegtuig.
Financiële aspecten
Uit het onderzoek is niet gebleken dat de alternatieve exploitatieopties
ten opzichte van het huidige gebruik van strategische luchttransportcapaciteit
goedkoper zullen zijn of de prestaties zullen verbeteren. Naast alternatieve
exploitatiemogelijkheden zijn ook alternatieve financieringsvormen, dat wil
zeggen buiten het defensiebudget om, onderzocht. Volgens de huidige afspraken
kunnen investeringen in strategische luchttransportcapaciteit niet ten laste
van het HGIS budget worden gebracht en kan exploitatie daarvan slechts uit
het HGIS budget worden gefinancierd voor zover het deelname aan operaties
betreft. In antwoord op de vragen van de vaste commissie voor Defensie van
14 november 2008 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 700
X, nr. 57) is toegelicht waarom een bijdrage aan de investerings- of
exploitatiekosten van strategisch luchttransport uit het Stabiliteitsfonds
of met ODA-middelen evenmin een reëel alternatief is. Overigens kan de
Kamer nog de reactie tegemoet zien op de motie van de leden Boekestijn en
Van der Staaij over de HGIS-afspraken (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009,
31 700 X, nr. 45).
Samenwerking Navo- en EU-partners
Voor samenwerking in de Navo en de EU geldt dat het onder voorwaarden
haalbaar kan zijn de deelneming aan het C-17-initiatief uit te breiden, dan
wel actief deel te nemen aan andere vormen van pooling van strategische luchttransportcapaciteit. Dergelijke opties zijn
thans echter niet aan de orde vanwege bestaande contractuele verplichtingen
en financiële implicaties. Het is niet uitgesloten dat de deelneming
van nieuwe partners aan deze internationale initiatieven op termijn aanvullende
mogelijkheden biedt.
Ten slotte
Het onderzoek naar aanleiding van de motie-Boekestijn heeft voorshands
niet geresulteerd in concrete aanknopingspunten om de capaciteit voor buitenprofiel
luchttransport te verruimen. Defensie blijft de dynamische ontwikkelingen
in de internationale vliegtuigmarkt echter nauwgezet volgen om er slagvaardig
op te kunnen inspelen. Defensie zal blijven zoeken naar doeltreffende en doelmatige
manieren om in haar transportbehoefte te voorzien. Externe mogelijkheden worden
daarbij ook niet uitgesloten.
De staatssecretaris van Defensie,
J. G. de Vries