Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931700-I nr. 6

31 700 I
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Huis der Koningin (I) voor het jaar 2009

nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 3 april 2009

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister president, minister van Algemene Zaken over de brief van 17 februari 2009 inzake enkele aspecten rond stichtingen die gerelateerd zijn aan het Koninklijk Huis. (Kamerstuk 31 700 I, nr. 4).

De minister president, minister van Algemene Zaken heeft deze vragen beantwoord bij brief van 3 april 2009. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Leerdam

De griffier van de commissie,

Van Leiden

1

Verricht het Kabinet der Koningin voor één van de in bijlage bij de brief genoemde stichtingen werkzaamheden? Zo ja, welke stichtingen betreft dit, waaruit bestaan die werkzaamheden en wat zijn de kosten van die werkzaamheden?

2

Wat zijn de kosten van de werkzaamheden voor de genoemde stichtingen voor zover die worden uitgevoerd door personen werkzaam bij de Dienst Koninklijk Huis? Waar op de Begroting van het Huis der Koningin of eventueel andere rijksbegrotingen worden deze kosten verantwoord?

3

Behoren de werkzaamheden voor de in de bijlage genoemde stichtingen, verricht door personen werkzaam bij de Dienst Koninklijk Huis, tot het «openbaar belang» zoals genoemd in artikel 41 van de Grondwet? Zo nee, waarom niet?

4

Geldt voor de in de bijlage genoemde stichtingen de ministeriële verantwoordelijkheid? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?

5

Opereren de stichtingen binnen de wettelijke kaders en hebben zij aan alle wettelijke verplichtingen voldaan?

6

Bent u bereid voor de leden van het Koninklijk Huis een normaal belastingregime in te voeren, zoals dat ook geldt voor andere Nederlanders?

7

Hoe beoordeelt u het feit dat er verschillende stichtingen hun statutaire zetel op Paleis Noordeinde hebben, die als doel lijken te hebben minder belasting te betalen?

8

Bent u bereid te bezien of het mogelijk is op termijn het Koninklijk Huis ook gewoon belastingplichtig te maken?

9

Gaat de heer Zalm, ondanks zijn nieuwe functie bij ABN-AMRO, door met het bekijken van de financiën van het Koninklijk Huis? Bekijkt hij ook onderhavige stichtingen? Bent u bereid de heer Zalm te vragen zijn bevindingen gelijktijdig met het aanbieden aan u ook aan de Kamer toe te zenden?

10

Waarom heeft u niet besloten deze lijst proactief openbaar te maken?

11

Wat moet worden verstaan onder de «nodige of gewenste roerende goederen» die de Stichting Kroongoederen van het Huis Oranje-Nassau moet verzekeren?

12

Wat moet worden verstaan onder de «functionele kosten» die de Stichting Fonds voor functionele kosten van het Huis Oranje-Nassau I moet verstrekken?

13

Welke type kosten van de jongste drie dochters van H.K.H. Prinses Juliana zijn declarabel bij de Stichting Fonds voor functionele kosten van het Huis Oranje-Nassau I? In welke mate gaat het om andere dan declarabele kosten, bijvoorbeeld inkomensbestanddelen? Hoe verwerft deze stichting haar financiële middelen?

14

Bestaan er andere rechtspersonen dan de in de bijlage bij de brief genoemde stichtingen, die als statutaire zetel «Paleis Noordeinde» hebben dan wel gevestigd zijn op andere werk- of woonadressen van H.M. de Koningin? Zo ja, welke rechtspersonen betreft dit en wat is hun doel?

15

Hoeveel geld is ondergebracht in elk van de in deze brief genoemde fondsen?

16

Zijn er stichtingen, die als statutaire zetel Noordeinde 68 en/of 74 te Den Haag hadden, opgeheven of verhuisd sinds 1980? Zo ja, welke?

17

Wat moet worden verstaan onder de «functionele kosten», die de stichting Fonds voor functionele kosten van het Huis Oranje-Nassau II moet verstrekken?

18

Welke typekosten van de jongste twee zonen van H.M. de Koningin zijn declarabel bij de Stichting Fonds voor functionele kosten van het Huis Oranje-Nassau II? In welke mate gaat het om andere dan declarabele kosten, bijvoorbeeld inkomensbestanddelen? Hoe verwerft deze stichting haar financiële middelen?

19

Heeft de familie De Bourbon de Parme ook geld van prinses Juliana en prins Bernhard geërfd? Waarom maakt prinses Margarita geen deel uit van het bestuur van de Stichting Lysfonds? (de Volkskrant, 6 februari 2009)

20

Waarom hebben de Stichting Protector Daffodil Trust en de Stichting Lysfonds als postadres «Paleis Noordeinde», en niet het adres van een professionele vermogensbeheerder? Waarom zou de persoonlijke levenssfeer niet gewaarborgd kunnen zijn bij een professionele vermogensbeheerder?

21

Wat betekent het nu concreet dat de Stichting Protector Daffodil Trust en de Stichting Lysfonds «Paleis Noordeinde» als postadres gebruiken?

22

Heeft u toestemming gegeven voor de opmerkelijke belastingconstructies vanuit Paleis Noordeinde voor belastingconstructies van leden van de Koninklijke familie via de stichting Protector Daffodil Trust en de Stichting Lysfonds?

23

Bent u bereid een einde te maken aan de opmerkelijke belastingconstructies vanuit Paleis Noordeinde voor belastingconstructies van leden van de Koninklijke familie via de stichting Protector Daffodil Trust en de Stichting Lysfonds?

24

Wat is uw reactie op de Kamerbrede afwijzing van het gebruik van Paleis Noordeinde voor belastingconstructies via de stichting Protector Daffodil Trust en de Stichting Lysfonds van leden van de Koninklijke familie?

25

In hoeverre worden er door medewerkers van het Kabinet der Koningin, andere medewerkers van het staatshoofd dan wel speciaal ingehuurde medewerkers activiteiten in het kader van vermogensbeheer voor de Stichting Lysfonds verricht?

Antwoorden

1. Nee.

2. Voor zover er sprake is van kosten voor dergelijke werkzaamheden worden deze niet afzonderlijk geadministreerd omdat de werkzaamheden binnen de reguliere activiteiten vallen. De kosten voor deze werkzaamheden behoren deels tot de functionele kosten en deels tot de kosten die ten laste komen van de grondwettelijke uitkering van de Koning. Deze kosten zijn opgenomen in hoofdstuk 1 van de rijksbegroting en overigens gering. Voor de stichtingen nr. 9 en nr. 10 in de bijlage bij de brief van 17 februari jl. aan de voorzitter van de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2008/9, 31 700, nr. 4) worden geen kosten gemaakt.

3. Er is sprake van een functionele inzet zoals genoemd in de brief van 17 februari jl. Deze betreft mede het rechtmatig functioneren van rechtspersonen.

4. De in de bijlage bij de genoemde brief van 17 februari jl. vermelde stichtingen hebben ten aanzien van de ministeriële verantwoordelijkheid een verschillend karakter. De ministeriële verantwoordelijkheid kan aan de orde zijn indien deze geldt voor personen die een rol vervullen bij het functioneren van een of meer van deze stichtingen.

5. Ja.

6. Leden van het koninklijk huis betalen, evenals andere belastingplichtigen, de belastingen waartoe de wet verplicht.

7. Zie de onder 3 genoemde brief alsmede de beantwoording van vragen door de staatssecretaris van Financiën tijdens het vragenuur van de Tweede Kamer op 3 februari jl (Handelingen II 2008/9, 4123–4125).

8. Zie de beantwoording van vragen door de minister-president tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet financieel statuut koninklijk huis in de Eerste Kamer (Handelingen I 2008/9, 367–368).

9. Nee. De heer Zalm heeft zijn werkzaamheden op dit gebied afgerond met de presentatie van het rapport van zijn stuurgroep. Dit rapport en de kabinetsreactie erop heb ik de Tweede Kamer onlangs aangeboden (Kamerstukken II 2008/9, 31 700 III nr. 18 en 31 700, nr. 5).

10. Deze gegevens bevinden zich in openbare en kosteloos toegankelijke registers en zijn daarin met een zoekfunctie op Internet eenvoudig te vinden.

11. Het betreft goederen waarvan het gebruik dienstbaar is aan een waardige uitoefening van de koninklijke functie, zoals de Gouden Koets, bijzondere sieraden en serviezen die worden gebruikt bij diners tijdens staatsbezoeken.

12. Het betreft kosten die voortvloeien uit de positie van de drie ontvangers als dochters van Koningin Juliana in het maatschappelijk verkeer mits zij geen toelage ten laste van het Rijk genieten.

13. Zie het antwoord op vraag 12. De verkrijging van middelen alsmede verstrekking en ontvangst van bijdragen behoren tot de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Hierover kunnen derhalve geen nadere inlichtingen worden verstrekt.

14. Nee.

15. Zie het antwoord op vraag 13. De stichting die in de bijlage bij de brief 17 februari jl. is opgenomen onder nr. 1 heeft een reserve ter bestrijding van eventuele pensioenbreuken. Voor nadere informatie over de stichting die is opgenomen onder nr. 7 wordt verwezen naar de Kamer van Koophandel waar een jaarverslag van deze stichting is opgenomen.

16. Ja. Het betreft de volgende drie stichtingen: stichting Suppletiefonds Koninklijke Hofhouding, stichting Functionele Kosten Z.K.H. Prins der Nederlanden en stichting Regalia van het huis Oranje-Nassau. Deze drie stichtingen zijn opgeheven.

17. Het betreft kosten die voortvloeien uit de positie van de twee ontvangers als zonen van Koningin Beatrix in het maatschappelijk verkeer mits zij geen toelage ten laste van het Rijk genieten.

18. Zie het antwoord op vraag 17. De verkrijging van middelen alsmede verstrekking en ontvangst van bijdragen behoren tot de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Hierover kunnen derhalve geen nadere inlichtingen worden verstrekt.

19. Het betreft de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen. Hierover kunnen derhalve geen nadere inlichtingen worden verstrekt.

20. De inschrijving op het adres Noordeinde 68 te Den Haag door betrokkenen kwam tot stand op basis van overwegingen van praktische aard die verband houden met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Hierover kunnen derhalve geen nadere inlichtingen worden verstrekt.

21. Het betreft een adres voor eventuele post. Zie verder het antwoord op vraag 20.

22. Zie het antwoord op de vragen 7 en 20.

23. Zie het antwoord op de vragen 7 en 20.

24. Zie het antwoord op vraag 7.

25. Zie het antwoord op vraag 2.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), Halsema (GL), Van der Staaij (SGP), De Pater-van der Meer (CDA), Van Bochove (CDA), Gerkens (SP), Sterk (CDA), Leerdam (PvdA), voorzitter, De Krom (VVD), ondervoorzitter, Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Irrgang (SP), Kalma (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Van der Burg (VVD), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Thieme (PvdD), Kuiken (PvdA), Leijten (SP), Heijnen (PvdA), Bilder (CDA), Anker (CU) en Vacature (CDA).

Plv. leden: Teeven (VVD), Heemelaar (GL), Van der Vlies (SGP), Van de Camp (CDA), Smilde (CDA), Polderman (SP), Spies (CDA), Wolbert (PvdA), Aptroot (VVD), Zijlstra (VVD), Vermeij (PvdA), Van Gerven (SP), Heerts (PvdA), Çörüz (CDA), Remkes (VVD), De Roon (PVV), Van der Ham (D66), Van Bommel (SP), Ouwehand (PvdD), Timmer (PvdA), De Wit (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Haersma Buma (CDA), Cramer (CU) en Knops (CDA).