nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING
Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder
b, van de Wet op de Raad van State).
1. Inleiding
Tijdens de Top van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) op
2–4 april 2008 in Boekarest is besloten Albanië en Kroatië
uit te nodigen toe te treden tot het op 4 april 1949 te Washington totstandgekomen
Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. 1949, J 355; hierna te noemen het NAVO-Verdrag).
Hierover is door de regering voorafgaand aan de Top van Boekarest aan de Tweede
Kamer gerapporteerd (Kamerstukken 2007–2008, 28 676, nr. 51). Met
de effectuering van dit besluit wordt het Bondgenootschap uitgebreid van 26
tot 28 leden. De daadwerkelijke toetreding vindt idealiter plaats tijdens
de viering van het 60-jarig bestaan van de NAVO in het voorjaar van 2009.
De uitnodiging aan Albanië en Kroatië past in het «open
deur»-beleid van de NAVO. Dit beleid houdt in dat de NAVO overeenkomstig
artikel 10 van het NAVO-Verdrag bereid is de toetreding in overweging te nemen
van Europese landen die bereid en in staat zijn de verantwoordelijkheden van
het lidmaatschap op zich te nemen, wier opname de algehele politieke en strategische
belangen van het Bondgenootschap dient, en wier opname de algehele Europese
veiligheid en stabiliteit vergroot.
Albanië en Kroatië hebben respectievelijk vanaf 1999 en
2002 deelgenomen aan het «Membership Action Plan» (MAP) van de
NAVO. Het MAP is een in 1999 door de NAVO ontwikkeld programma, waarin landen
die toetreding tot de NAVO nastreven worden geassisteerd bij de voorbereidingen
daarvan. Het programma beschrijft de uitgangspunten waaraan de aspirant-toetreders
op zowel politiek als militair terrein moeten voldoen en voorziet in diepgaande
consultaties over de hiervoor noodzakelijke hervormingen. De uitgangspunten
van het MAP zijn: de ontwikkeling van een transparante, democratische, civiele
samenleving; omvorming van de krijgsmacht naar meer flexibele gevechtseenheden
met het accent op interoperabiliteit en inzetbaarheid bij de «nieuwe»
NAVO-taken; aanpassing van wetgeving met het oog op het uitzenden van troepen
en de door het troepen-ontvangende land verleende steun (Host Nation Support),
en bescherming van informatie.
Albanië en Kroatië hebben in de afgelopen periode aanzienlijke
vooruitgang geboekt onder het MAP en hebben aangetoond dat zij gecommitteerd
zijn aan de beginselen en waarden zoals omschreven in het NAVO-Verdrag. Zij
hebben tevens aangetoond een bijdrage te willen en kunnen leveren aan de taken
van de NAVO op het gebied van collectieve defensie en bij te willen dragen
aan veiligheid en stabiliteit, in het bijzonder in crisis- en conflictgebieden.
2. De toetredingsonderhandelingen
Op de NAVO-Top van Boekarest zijn Albanië en Kroatië uitgenodigd
toetredingsonderhandelingen te beginnen. Het doel van de toetredingsonderhandelingen
binnen de NAVO is na te gaan welke maatregelen de twee landen nog moeten nemen
om optimaal te kunnen voldoen aan de politieke en militaire verplichtingen
en toezeggingen onder het NAVO-Verdrag. Net als bij eerdere uitbreidingsrondes
resulteren de onderhandelingen in een overzicht van de noodzakelijke hervormingen
op specifieke deelgebieden, gekoppeld aan een tijdpad voor de implementatie
daarvan. De toetredingsonderhandelingen zijn afgerond met een schriftelijke
verklaring waarin Albanië en Kroatië niet alleen aangeven alle verplichtingen
die het lidmaatschap van de NAVO met zich meebrengt te zullen nakomen, maar
ook zich aan de te nemen maatregelen te committeren. Het tijdpad is als bijlage
bij de verklaring gevoegd.
De uitgenodigde landen ondergaan langlopende hervormingsprocessen die
op het moment van toetreding in veel gevallen nog niet volledig zullen zijn
afgerond. De NAVO zal Albanië en Kroatië bij hun hervormingsprocessen
blijven steunen, ondermeer – tot op het moment van hun daadwerkelijke
toetreding – door middel van een specifiek op de behoeftes van de landen
toegerust MAP.
De hierboven genoemde verklaringen zijn opgenomen in de bijlage bij deze
memorie1.
3. Datum voor de toetreding tot de NAVO
In april 2009 zal de NAVO 60 jaar bestaan. Dit jubileum zal worden gevierd
met een Top. De NAVO-lidstaten streven ernaar de nationale ratificatieprocedures
voor de protocollen af te ronden in de eerste maanden van 2009, zodat de daadwerkelijke
toetreding van de twee landen kan plaatsvinden tijdens deze Top.
Kroatië heeft op 14 april 2008 aangegeven geen referendum te
zullen houden over toetreding tot de NAVO. In Albanië is geen referendum
vereist. Wel geldt voor beide landen een parlementaire goedkeuringsprocedure.
4. Financiële consequenties van de toetreding
Voor Nederland zijn er geen financiële gevolgen verbonden aan de
toetreding van Albanië en Kroatië. De NAVO beziet nog of het nodig
is bepaalde militaire infrastructuur in de twee landen op te zetten en, indien
dit het geval is, of deze gefinancierd zullen worden op basis van common funding. Zeker is dat eventuele ondersteuning binnen
huidige budgetplafonds zal vallen. Albanië en Kroatië zelf zullen
gaan bijdragen aan de budgetten van de NAVO, te weten aan het civiele budget,
het militaire budget, het Security Investment Programme en het budget voor het nieuwe hoofdkwartier. Als gevolg van hun bijdragen
zal het totale budget van de NAVO in bescheiden mate worden vergroot.
5. De protocollen
Evenals dat het geval was bij eerdere toetredingen tot de NAVO wordt de
uitnodiging aan Albanië en Kroatië neergelegd in protocollen bij
het NAVO-Verdrag. Na ondertekening door de partijen bij dat verdrag op 9 juli
2008 in Brussel, volgt goedkeuring van de Protocollen conform de geldende
nationale wetgeving van de lidstaten. Alle 26 lidstaten dienen de Protocollen
te aanvaarden, willen deze in werking treden. Na inwerkingtreding van de Protocollen
richt de Secretaris-Generaal van de NAVO namens alle lidstaten een uitnodiging
aan de respectieve regeringen. Albanië en Kroatië, aldus uitgenodigd,
kunnen partij worden bij het NAVO-Verdrag door het neerleggen van hun aktes
van toetreding bij de regering van de Verenigde Staten van Amerika, de depositaris
van het Verdrag.
6. Koninkrijkspositie
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zullen de Protocollen, evenals
het NAVO-Verdrag, alleen voor Nederland gelden.
De minister van Buitenlandse Zaken,
M. J. M. Verhagen
De minister van Defensie, a.i.
E. van Middelkoop