Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531574 nr. 38

31 574 PKB Randstad 380 kV verbinding Haarlemmermeer Oost

Nr. 38 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 april 2015

Hierbij bied ik u twee rapporten aan die het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft opgesteld in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu1. Het RIVM heeft metingen verricht aan de magneetvelden van twee afzonderlijke hoogspanningslijnen bij Maartensdijk en bij Zoetermeer. De rapporten met de resultaten van deze metingen zijn in december 2014 afgerond en via de website van het RIVM voor het publiek beschikbaar gesteld.

Stichting de Groene Landscheiding N470 te Zoetermeer heeft in 2008 het Ministerie van Infrastructuur en Milieu om de meting van het magneetveld verzocht naar aanleiding van de planvorming voor de hoogspanningslijn bij Zoetermeer. Ik heb de Stichting met bijgaande brief over de metingen geïnformeerd2.

Het RIVM heeft een Handreiking3 opgesteld om bij bovengrondse hoogspanningslijnen zoals bij Maartensdijk en Zoetermeer de zone te kunnen berekenen waarbinnen het magneetveld een jaargemiddelde sterkte heeft, of in de toekomst kan hebben, van meer dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Het RIVM constateert dat op beide locaties de gemeten grens van de magneetveldzone minder dan 5 meter afwijkt van de berekende grens. Deze afwijking stemt overeen met hetgeen ook in het verleden is toegepast bij toelatingen en tests van het RIVM met betrekking tot de berekening van de magneetveldzone.4

Het RIVM constateert dat bij de hoogspanningslijn in Maartensdijk de berekende en de gemeten sterkte van het magneetveld een direct verband houdt met de sterkte van de stroom door de hoogspanningslijn. Het monitoren of de jaargemiddelde stroombelasting door de hoogspanningslijn onder de in de Handreiking gebruikte waarde blijft, is voldoende om te waarborgen dat de magneetveldzone, binnen de genoemde marge van ± 5 meter blijft. Er is daarom geen aanleiding voor nieuwe metingen bij vergelijkbare hoogspanningslijnen om te onderzoeken of de berekende magneetveldzone met de praktijk overeenkomt.

Op basis van de rapporten van het RIVM kan geconcludeerd worden dat de Handreiking een zorgvuldige toepassing bewerkstelligt van het voorzorgsprincipe uit het «Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen» van 2005.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, W.J. Mansveld


X Noot
1

RIVM rapport 2014–0133; Validatieonderzoek berekeningsmethodiek magneetveldzone in Maartensdijk. RIVM rapport 2014–0134; Magneetvelden nabij Rokkeveen: meting voor en na ingebruikname van een nieuwe hoogspanningslijn, raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

RIVM november 2014; Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen (versie 4.0). http://www.rivm.nl/Documenten_en_publicaties/Professioneel_Praktisch/Protocollen/Milieu_Leefomgeving/Handreiking_voor_het_berekenen_van_de_breedte_van_de_specifieke_magneetveldzone_versie_4_0_3_november_2014

X Noot
4

RIVM rapport 861020014/2007; Achtergronden beleid bovengrondse hoogspanningslijnen.

RIVM rapport 610790015/2011; Berekeningsmethoden magneetveldzone. RIVM rapport 2014–0095; Toepassingstest «Handreiking 3.1 specifieke magneetveldzone bij hoogspanningslijnen».