Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831571 nr. 32

31 571 Voorstel van wet van het lid Thieme tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten

Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag 28 juni 2018

Tijdens het AO NVWA van 8 februari en 14 juni jl. (Kamerstuk 33 835, nr. 76) zijn respectievelijk door het lid Arissen en het lid Ouwehand (beiden PvdD) een aantal vragen gesteld, over de onbedwelmde slacht. In deze brief geef ik antwoord op deze vragen en ga ik hierbij in op het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten en de uitvoering van de wettelijke verplichtingen bij de onbedwelmde religieuze slacht, die van kracht zijn vanaf 1 januari 2018.

Uitvoering onbedwelmde slacht

Vanaf 1 januari 2018 wordt onbedwelmde rituele slacht uitgevoerd volgens de aangescherpte regels, die volgen uit het «Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten», die opgenomen zijn in het Besluit houders van dieren. Belangrijke bepalingen hierbij zijn de verplichte bedwelming die een dier moet krijgen uiterlijk 40 seconden na het aansnijden, indien het dier dan het bewustzijn nog niet verloren heeft en het permanente toezicht door de NVWA bij de onbedwelmde slacht, waarvan de kosten door het slachthuis worden gedragen. Slachterijen die onbedwelmd willen slachten geven dit vooraf aan bij de NVWA. De NVWA wijst een toezichthouder toe, die gedurende de tijd dat er onbedwelmd geslacht wordt, uitsluitend belast is met het toezicht houden op de uitvoering van de onbedwelmde slacht. Hierbij registreert de NVWA alle aantallen dieren die onbedwelmd worden aangesneden.

Aantal onbedwelmd aangesneden dieren 1e kwartaal 2018

Kalveren

353

Runderen

3.962

Geiten

1.243

Schapen – jonger dan 1 jaar

13.803

Schapen – ouder dan 1 jaar

3.152

Totaal

22.513

Bron: NVWA

Dit betreft álle onbedwelmd aangesneden dieren: dieren die direct na het aansnijden een bedwelming kregen, dieren die binnen 40 seconden een bedwelming kregen en dieren die geen bedwelming kregen omdat ze binnen 40 seconden na het aansnijden het bewustzijn verloren hadden. Kippen komen in het overzicht niet voor, omdat in alle pluimveeslachthuizen de dieren aangesneden worden na een (reversibele) elektrische bedwelming of na gasbedwelming. Vóór 1 januari 2018 werd door de NVWA geen nauwkeurige registratie bijgehouden van het aantal dieren dat onbedwelmd geslacht werd. Inschatting op basis van de voorhanden gegevens uit de periode voor 2018 geeft aan dat er sinds 1 januari 2018 minder onbedwelmde slachtingen worden uitgevoerd.

Het toedienen van een bedwelming na onbedwelmd aansnijden, en de gevolgen voor «koosjer»- of «halal»-waardigheid

Er zijn meerdere slachterijen waar onmiddellijk, of kort na, het onbedwelmd aansnijden alle dieren een bedwelming krijgen. In andere slachterijen wordt afgewacht of het dier binnen 40 seconden het bewustzijn verliest. In sommige van deze slachterijen krijgen alle dieren alsnog een bedwelming kort voor het verstrijken van de 40 seconden. In andere slachterijen krijgen alleen die dieren die op dat moment nog tekenen van bewustzijn vertonen een bedwelming.

Dieren die (alsnog) een bedwelming krijgen zijn om die reden niet ongeschikt voor afzet op de markt voor koosjer en/of halal. Dit is het geval omdat conform de afspraken hierover, een bedwelming, op dat moment na het onbedwelmd aansnijden, op zich geen belemmering vormt voor koosjer- of halalwaardig. Mede naar aanleiding van het Kamerdebat van 14 juni jl. heeft het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) mij dit nogmaals bevestigd aangaande de koosjer waardigheid. Voor dieren die ná het onbedwelmd aansnijden een bedwelming toegediend krijgen hoeven derhalve géén extra dieren alsnog voor onbedwelmde slacht aangeboden te worden. Vanuit de slachterijen is mij verzekerd dat vlees van dieren die als koosjer aangesneden worden, maar geen bestemming krijgt in de joodse gemeenschap wel als halal afgezet kan worden. De NVWA houdt geen toezicht op de afzet van vlees van onbedwelmde slacht.

Doorvoeren van de technische verfijningen in slachthuizen.

Sinds het verschijnen van de adviezen van de Wetenschappelijke adviescommissie (WAC) zijn in de slachthuizen verbeteringen doorgevoerd. De NVWA houdt toezicht op de uitrustings- en inrichtingseisen van de slachthuizen en de uitvoering van de juiste werkwijzen. Alle slachterijen waar onbedwelmd geslacht mag worden en die hiertoe geregistreerd zijn, voldoen aan deze eisen.

In de afgelopen periode zijn waar nog tekortkomingen geconstateerd de slachthuizen hier op aangesproken en zijn verbeteringen doorgevoerd. Dit betreft bijvoorbeeld de wijze van fixeren van de dieren en het vastleggen van de maatregelen in de standaard werkwijzen.

Toezichthouders en gewetensbezwaarden

De medewerkers van de NVWA die toezicht houden bij de slacht werken volgens een rooster. Indien onbedwelmde slacht gepland staat weten zij dit van te voren. Dit toezicht behoort ook tot het werkpakket van de medewerkers.

Er kan, waar mogelijk, bij de indeling van de roosters binnen de NVWA-teams rekening gehouden worden met de voorkeuren van toezichthoudende dierenartsen om niet bij onbedwelmde slacht ingedeeld te worden. Veel toezichthoudende dierenartsen zien het als een vooruitgang dat sinds 1 januari de 40 seconden norm geldt, waarop zij duidelijk kunnen handhaven vergeleken met de situatie van vóór 1 januari toen er geen duidelijke norm was.

Overige convenantafspraken.

In het addendum op het Convenant is met de partijen afgesproken dat een stelsel zal worden vormgegeven waarmee geborgd zal worden dat het aantal dieren dat voor onbedwelmde slacht aangeboden wordt beperkt zal worden tot dat aantal dat nodig is voor de Nederlandse behoefte aan onbedwelmd ritueel geslacht vlees. Ik vind het van belang dat de uitvoering van de verplichtingen bij het onbedwelmd slachten goed verloopt.

Uw Kamer is eerder geïnformeerd over het separaat en herkenbaar afzetten van vlees van onbedwelmd aangesneden dieren ten opzichte van vlees van dieren dat na reguliere bedwelmde slacht verkregen is (Kamerstuk 31 571, nr. 29 d.d. 9 juni 2017). Concrete uitwerking van deze punten vergt nog nader onderzoek. Ik wil hierover spreken met de convenantpartners voor ik mijn inzet op deze doelstellingen bepaal. Vervolgens zal ik uw Kamer hierover informeren. Als ik mijn inzet hierop bepaald heb, zal ik u hierover informeren. Voor dit moment geef ik er prioriteit aan dat de uitvoering van de verplichtingen bij het onbedwelmd slachten zélf goed verloopt.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten