31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 93 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 januari 2012

Inleiding

Op 14 september 2011 heb ik met de vaste commissie voor Financiën en de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties een algemeen overleg mogen voeren over de eerste ervaringen met het nieuwe, per 1 januari 2011 ingevoerde, fiscale stelsel voor Caribisch Nederland.

Tijdens dat algemeen overleg heb ik naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden van beide commissies enkele toezeggingen gedaan. Deze toezeggingen hebben betrekking op:

  • Het initiëren van een gesprek met de minister van Financiën van Curaçao, de heer Jamaloodin;

  • Het informeren van de Kamer over de stand van zaken met betrekking tot de douane-entrepots, en

  • Het informeren van de Kamer over een onderzoek naar een alternatief voor de voorlopige teruggaaf in Caribisch Nederland.

Onderstaand ga ik nader op deze toezeggingen in.

Curaçao

Op 16 september 2011 heb ik een brief gestuurd aan minister Jamaloodin waarin ik hem heb uitgenodigd om op korte termijn een constructief gesprek te voeren over onder andere het wegnemen van de cumulatie van indirecte belastingen tussen Curaçao en Caribisch Nederland.

Dit gesprek, dat op 1 december 2011 in Den Haag heeft plaatsgevonden, verliep in een open en goede sfeer. Minister Jamaloodin heeft tijdens dat gesprek aangegeven begrip te hebben voor de Nederlandse wens om de cumulatie van indirecte belastingen tussen Curaçao en Caribisch Nederland weg te nemen. Daarbij heeft minister Jamaloodin de bereidheid uitgesproken om, rekening houdend met Curaçaose belangen en mogelijkheden, mee te willen werken aan een praktische en goed uitvoerbare regeling die de cumulatie van indirecte belastingen op zo kort mogelijke termijn effectief zou kunnen wegnemen. Op basis van deze bereidheid is kort na het gesprek ambtelijk overlegd over de wijze waarop een dergelijke regeling zou kunnen worden vormgegeven. Dit heeft geresulteerd in concrete afspraken tussen Nederland en Curaçao over de handel en doorvoer van goederen. Deze afspraken zijn vastgelegd in een gezamenlijk persbericht van 12 december 2011. Dat gezamenlijke persbericht bevat tevens de hoofdlijnen van de nieuwe bilaterale Belastingregeling voor het Koninkrijk die tussen Nederland en Curaçao gesloten zal worden.

Wat betreft het wegnemen van de cumulatie van indirecte belastingen zijn in het hiervoor genoemde persbericht de volgende afspraken opgenomen:

  • Curaçao en Nederland zijn van mening dat het goederenverkeer tussen Curaçao en Caribisch Nederland alsmede de doorvoer van goederen via Curaçao naar Caribisch Nederland en andersom zo min mogelijk fiscale belemmeringen moet ondervinden.

  • In dat kader hebben Curaçao en Nederland met elkaar afgesproken dat alle uit «derde landen» afkomstige goederen via Curaçao respectievelijk Caribisch Nederland, onder een douaneregeling, zonder heffingen kunnen worden doorgevoerd naar Caribisch Nederland respectievelijk Curaçao.

  • Tevens is afgesproken dat goederen die zijn vervaardigd op of zich in het vrije verkeer bevinden in Curaçao of Caribisch Nederland, zonder heffing van omzetbelasting respectievelijk Algemene bestedingsbelasting kunnen worden geëxporteerd naar onderscheidenlijk Caribisch Nederland of Curaçao.

  • Deze belastingvrijstellingen zullen, voor zover thans al niet mogelijk zijn op grond van bestaande wet -en regelgeving, op zo kort mogelijke termijn worden geëffectueerd.

  • Curaçao en Nederland zullen de beoogde uitwerking van deze vrijstellingen, de toepassing daarvan en controle daarop van de betrokken belastingdiensten uiterlijk op 1 mei 2012 in een convenant vastleggen.

  • Curaçao en Nederland hebben voorts de intentie uitgesproken dat eveneens zal worden bezien welke mogelijkheden er zijn om goederen die in Curaçao of in Caribisch Nederland zijn geproduceerd («oorsprongsgoederen») zonder belastingheffing bij invoer te importeren op respectievelijk Caribisch Nederland en Curaçao. Bij de bestudering van de mogelijkheden daartoe zal ondermeer worden bezien:

    • of en zo ja op welke wijze een dergelijke regeling inpasbaar is in het belastingstelsel van Curaçao en/of Caribisch Nederland, rekening houdend met budgettaire consequenties en neutraliteit van dat stelsel ten opzichte van lokale producenten van dergelijke goederen, en;

    • welke mogelijkheden er zijn voor verdergaande douanesamenwerking tussen Curaçao en Caribisch Nederland en wellicht,op langere termijn, voor een Douane-unie tussen beide landen.

Douane-entrepots

Wat betreft de mogelijkheden om via douane-entrepots «belastingvrij» goederen door te voeren naar Caribisch Nederland merk ik, in aanvulling op hetgeen ik hiervoor heb opgemerkt over de voortgang op dit punt in de relatie met Curaçao, het volgende op. Tijdens de Koninkrijksconferentie van 14 december 2011 te Den Haag zijn onder andere afspraken gemaakt over het personen- en goederenverkeer binnen het Koninkrijk. In dat kader hebben de regeringen van de landen van het Koninkrijk het belang erkend om het interlandelijke verkeer in het Koninkrijk te bevorderen en te vereenvoudigen. In dat kader is tevens afgesproken dat er een verkennend en inventariserend overleg ten aanzien van het interlandelijke verkeer komt en dat daartoe door de vier landen een ambtelijke werkgroep zal worden ingesteld. Die werkgroep zal zich ook gaan buigen over het vraagstuk van het interlandelijke goederenverkeer. Mijn inzet is erop gericht om wat betreft het interlandelijke goederenverkeer met alle landen van het Koninkrijk afspraken te maken over belastingvrije doorvoer en uitvoer van goederen van het ene land naar het andere land.

Voorlopige teruggaaf

Tijdens het algemeen overleg van 14 september 2011 is ook gevraagd of het mogelijk is in Caribisch Nederland een systeem van voorlopige teruggaaf in te voeren. In antwoord daarop heb ik toen aangegeven dat dit technisch een majeure aanpassing van het systeem zou zijn. Een dergelijke aanpassing zou op zichzelf bezien wel mogelijk zijn, maar zou wel betekenen dat er erg veel kosten gemaakt zouden moeten worden om een naar verwachting kleine groep belastingplichtigen tegemoet te komen. Dat acht ik niet wenselijk.

Tijdens het algemeen overleg heb ik ook aangegeven bereid te zijn om te bezien of een zogenoemde beschikking loonbelasting een alternatieve oplossing zou kunnen bieden. Dat is naar mijn mening het geval. Via een beschikking loonbelasting kan een inhoudingsplichtige ten aanzien van een werknemer die aftrekposten van enige omvang heeft minder loonbelasting en premies volksverzekeringen (hierna: loonbelasting) inhouden. Zonder een beschikking loonbelasting zou de werknemer na aangifte voor de inkomstenbelasting vanwege die aftrekposten een bepaald bedrag aan inkomstenbelasting terugkrijgen. Immers, achteraf wordt dan vastgesteld dat de werknemer meer loonbelasting heeft betaald dan dat hij aan inkomstenbelasting is verschuldigd. Via een beschikking loonbelasting kan de inhoudingsplichtige bij het bepalen van de ten aanzien van de werknemer in te houden loonbelasting alvast rekening houden met deze aftrekposten. Er wordt dan minder loonbelasting ingehouden. Hierdoor stijgt het netto salaris van de werknemer en zal hij na aangifte inkomstenbelasting (vrijwel) geen inkomstenbelasting meer terugkrijgen.

In 2011 is in Caribisch Nederland de mogelijkheid om een beschikking loonbelasting aan te vragen en toe te passen al op beperkte schaal gebruikt.

Ter verduidelijking en om bredere toepassing van deze mogelijkheid te stimuleren heb ik eind vorig jaar met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 in de Uitvoeringsregeling belastingwet BES1 vastgelegd onder welke voorwaarden een werknemer bij de inspecteur om een beschikking vermindering loonbelasting kan vragen. Belangrijkste voorwaarde is dat het op grond van de Wet inkomstenbelasting BES door de werknemer te betalen bedrag aan inkomstenbelasting vermoedelijk ten minste USD 560 of een vierde lager zal zijn dan de van de werknemer over het betreffende jaar in te houden loonbelasting. Ingeval daaraan wordt voldaan, stuurt inspecteur aan de inhoudingsplichtige een afschrift van de beslissing op dit verzoek. Vanaf het moment dat de inhoudingsplichtige over de originele beschikking dient hij hier rekening mee te houden bij de bepaling van het per tijdvak in te houden bedrag aan loonbelasting en premies. Volledigheidshalve merk ik in dit verband nog op dat de Belastingdienst / Caribisch Nederland begin 2012 via advertenties in kranten belastingplichtigen heeft gewezen op de mogelijkheid om een beschikking loonbelasting aan te vragen.

De staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers


X Noot
1

Staatscourant van 30 december 2011, nr. 22974.

Naar boven