Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201031568 nr. 70

31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 70 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 mei 2010

Algemeen

Volgens mijn oorspronkelijke planning zou ik van 19 tot 23 april een werkbezoek brengen aan de Nederlandse Antillen. Dit werkbezoek zou in het teken staan van een politiek overleg over de voortgang van het transitieproces met de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten, een bestuurlijk overleg met Bonaire en een symposium in het kader van de «Visie op het Koninkrijk». Als gevolg van de hinder die het vliegverkeer heeft ondervonden van de activiteiten van de vulkaan Eyjafjallajökull heb ik mij genoodzaakt gezien dit werkbezoek te annuleren. Het symposium kon gewoon doorgang vinden. Het bestuurlijk overleg met Bonaire is op mijn verzoek gevoerd door de commissaris voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de heer Kamp.

Zoals u bekend, hebben bestuurders van de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten in de week voorafgaand aan het geplande werkbezoek de behandeling van de verschillende consensusrijkswetten in Den Haag bijgewoond. Ook zij ondervonden hinder van de aswolken en konden niet tijdig terugkeren naar de Antillen. Dit heeft ons in staat gesteld het politiek overleg in Nederland te voeren. Met deze brief doe ik u verslag over genoemd symposium en de overleggen. De besluitenlijsten treft u als bijlage aan.1

Bestuurlijk Overleg Antillen, Curaçao, Sint Maarten

Op 20 april heb ik met de delegaties van de Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten de voortgang besproken op de verschillende trajecten van het transitieproces. Ik heb dit overleg aangegrepen om over een aantal aspecten van de opbouw van de nieuwe landen mijn zorg uit te spreken. Met uw instemming met de consensusrijkswetten is het werk immers nog niet gedaan. Er moet ook aan de overzijde van de oceaan nog een aantal zaken afgerond worden om de transitie daadwerkelijk plaats te kunnen laten vinden. Aandacht is gevraagd voor de financiering van de implementatie van de nieuwe organisatie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, de openbare ministeries en de onderlinge regeling vreemdelingenketen. In mei zal op bestuurlijk niveau besluitvorming plaatsvinden over de dekking van de kosten.

Om daadwerkelijk als land te kunnen functioneren, dienen de staatsregelingen voor de nieuwe landen Curaçao en Sint Maarten gereed te zijn. Dat is thans nog niet het geval en er is nog onvoldoende duidelijkheid over de procedure van vaststelling van deze regelingen. Ik heb aangegeven dat deze regelingen op de kortst mogelijke termijn in procedure moeten worden gebracht.

Binnen het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen zijn nog middelen beschikbaar, waarvoor nog geen projectvoorstellen zijn ingediend. Een aanzienlijk deel van deze middelen is gereserveerd voor Sint Maarten. De beschikbare middelen zullen zo snel mogelijk dienen te worden ingezet op de terreinen waar de urgentie het hoogst is. Eerder is overeengekomen dat prioriteit ligt bij de opbouw van de politieorganisatie, daarnaast zal op korte termijn overleg worden gevoerd met de toekomstige landen over de hoe de resterende middelen zo effectief mogelijk ingezet kunnen worden. Ik denk daarbij aan het gevangeniswezen en het ketenbrede ICT project.

Op het terrein van de financiën en schuldsanering is overeenstemming bereikt over de tekst van de concept algemene maatregel van rijksbestuur ter overname van de geldleningen van het land Nederlandse Antillen, Curaçao en Sint Maarten. Ik ben voornemens deze concept-amvrb zo spoedig mogelijk aan te bieden aan de Rijksministerraad en vervolgens aan de Raad van State voor advies.

Tenslotte is er stil gestaan bij het amendement Remkes c.s. (II 32019/R 1886 nr. 10). Om volledig recht te doen aan het amendement, is opdracht verleend een inventarisatie te maken van de gevolgen die dit amendement heeft voor het verloop van het proces en de werkzaamheden die moeten worden verricht op het terrein van de inrichting van de politieorganisatie van de nieuwe landen en het korps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Wij zullen hierover naar verwachting in juni nadere afspraken kunnen maken.

Bestuurlijk Overleg Bonaire

Op verzoek van Bonaire zijn de gesprekken over de verdere invulling van het transitieproces tussen Bonaire en Nederland hervat en inmiddels succesvol afgerond. In een bestuurlijk overleg is met elkaar besproken wat er tot nu toe is bereikt, welke afspraken nodig zijn om de transitie verder vorm te geven en op welke wijze tegemoet gekomen kan worden aan de wensen van Bonaire hierbij. Tevens is een aantal afspraken, met name over de taakverdeling tussen het Rijk en de toekomstige openbare lichamen, die dat reeds met Saba en Sint Eustatius zijn gemaakt, nu ook met Bonaire totstandgekomen.

Uitgangspunten daarbij zijn het beginsel van subsidiariteit, de overname door Nederland van de taken van de Nederlandse Antillen, de bepalingen van de WolBES en de eerder gemaakte afspraken over de taakverdeling alsmede de in behandeling zijnde BES-wetgeving. Na de transitiedatum kunnen in deze taakverdeling, rekening houdend met de ambitie en de uitvoeringscapaciteit van Bonaire, wijzigingen overeengekomen worden.

In het overleg met Bonaire is verder bepaald dat Bonaire betrokken zal worden bij de totstandkoming van voor het eiland relevante regels en beleidsvoornemens. Dit zal o.a. worden vormgegeven door vertegenwoordiging van Bonaire in Nederland, periodiek overleg met de Rijksvertegenwoordiger en een informatieplicht aan het bestuurscollege van Bonaire. Eén en ander geldt vanzelfsprekend ook voor Saba en Sint Eustatius. Dit laat uiteraard onverlet de werking van de bepalingen van de WolBES.

Van de zijde van Nederland is toegezegd alle zaken die tijdelijk waren stopgezet (onder meer de aflossing van betalingsachterstanden en de investeringen met het oog op de voorbereiding op de nieuwe status) te hervatten.

Visie op het Koninkrijk

In het kader van het ontwikkelen van een toekomstvisie op het Koninkrijk hebben in oktober en december 2009 de eerste twee van een reeks symposia in Den Haag plaatsgevonden. In april is er één op Curaçao geweest, in juni volgen nog twee symposia op respectievelijk Aruba en Sint Maarten. De symposia vormen één van de bouwstenen voor de toekomstvisie. Alle informatie over de reeds gehouden symposia is te vinden op www.toekomstvanhetkoninkrijk.nl.

Naast de symposia worden vooraanstaande wetenschappers maar ook onorthodoxe denkers gevraagd mee te denken over een toekomstbestendig Koninkrijk in de vorm van essays. Ook is het voornemen om een consultatieronde te houden onder een aantal stakeholders, waarna de belangrijkste thema’s die naar voren komen uitgewerkt zullen worden door werkgroepen. In ieder geval zal een van de thema’s de waarborgfunctie zijn. Het streven is nog dit jaar deze Toekomstvisie uit te brengen.

Op vrijdag 16 april heeft het derde symposium plaatsgevonden. Tijdens het symposium is gediscussieerd over twee stellingen: «Zonder het Koninkrijk geen economische vooruitgang» en «Voor de toekomst is een Koninkrijksminister van Integratie nodig».

In de discussie over de eerste stelling werd gesteld dat het Koninkrijk inderdaad kansen biedt als het gaat om economische vooruitgang, maar dat ook samenwerking met landen in de regio gezocht moet worden. Het Koninkrijk werd onder meer vergeleken met een huwelijk zonder liefde en met een bedrijf dat niet altijd met dezelfde partner (lees: Nederland) in zee hoeft te gaan. Anderen stelden juist dat er meer samenwerking binnen het Koninkrijk nodig is. Naast onderwijs zou dit ook op het vlak van de gezondheidszorg moeten plaatsvinden.

De discussie over de tweede stelling riep veel emoties op en spitste zich toe op de vraag wat integratie in deze context inhoudt en of er niet beter meer prioriteit aan onderlinge communicatie gegeven moet worden. Het gebrek aan een gemeenschappelijke taal die bijvoorbeeld in het Britse Gemenebest wel bestaat, werd gezien als een belangrijke oorzaak voor het gebrek aan integratie binnen het Koninkrijk. Het grootste gedeelte van het publiek zag het fenomeen van een Koninkrijksminister van Integratie, om de bewustwording over het Koninkrijk in Nederland te bevorderen, niet zitten. Men zoekt het liever in activiteiten dan in instituties met alles erop en eraan. Er werd gesteld dat je elkaar moet leren kennen en begrijpen; vooral de kennis in Nederland over de Antillen en Aruba is miniem, o.a. omdat dit onderwerp (het Koninkrijk) op scholen te weinig een plaats heeft in het curriculum.

Toezeggingen

Zoals ik eerder uw Kamer heb toegezegd heb ik de meest recente criminaliteitsbeeld analyses (CBA's) opgevraagd bij de ministers van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Inmiddels heb ik van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen de CBA's van Curaçao (2008) en Bonaire (2008) ontvangen. Deze zal ik u ter inzage zenden. Ik ben op dit moment nog in afwachting van een reactie van de minister van Justitie van Aruba. Zodra ik deze ontvang zal ik dit aan uw Kamer doorsturen.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.