31 568
Staatkundig proces Nederlandse Antillen

nr. 35
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 april 2009

De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken heeft mij verzocht om actuele informatie over de stand van zaken op St. Maarten. In deze brief schets ik de mij bekende informatie. Zoals gevraagd, richt ik me daarbij primair op de verbeteringen op het terrein van de rechtshandhaving en rechtspleging. Ik zal daarnaast kort ingaan op de toetsing van de afgesproken criteria om land te worden en zal een aantal zorgpunten aangeven.

Rechtshandhaving en Rechtspleging

Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA)

In de politieke stuurgroep van 26 maart jl. is ingestemd met een nieuwe opzet van het PVNA. In de nieuwe opzet kunnen de toekomstige landen, Curaçao en St. Maarten en Nederland voor wat betreft de BES hun afzonderlijke plannen indienen bij USONA na fiattering van de Nederlandse coördinator. Daarmee worden de toekomstige landen in staat gesteld zelf de noodzakelijke projecten in gang te zetten om te voldoen aan de criteria die in het staatkundig proces zijn afgesproken. Het komt er nu op aan dat St. Maarten hard aan de slag gaat met het indienen van de meest prioritaire projecten zodat de noodzakelijke verbeteringen kunnen worden doorgevoerd. Uiteraard blijft tot het moment van de daadwerkelijke overgang de formele verantwoordelijkheid berusten bij de Antilliaanse minister van justitie.

Politie

In de Slotverklaring van 2 november 2006 is afgesproken dat voordat de nieuwe staatkundige structuur in werking treedt, de politieorganisatie op de Nederlandse Antillen sterk verbeterd zal moeten worden. Voor de nieuwe structuur is een concept (consensus)rijkswet gereed die de inrichting, organisatie en het beheer van de politie regelt. Momenteel ligt deze rijkswet voor advies bij de Raad van State.

Ter verbetering van de politiekorpsen en de implementatie van de rijkswet politie worden momenteel implementatieplannen opgesteld. Eveneens is in de politieke stuurgroep staatkundige hervorming van 26 maart jl. besloten tot het starten van een kwaliteitstraject.

Voor St. Maarten houdt dit concreet in dat er een werkgroep is ingesteld waarin naast politiedeskundigen van het korps St. Maarten, vertegenwoordigers van de vakorganisaties, vertegenwoordiging van het Openbaar Ministerie ook Nederlandse politiedeskundigen deelnemen. Gezamenlijk worden in de werkgroep St. Maarten de inrichting- en implementatieplannen voor het toekomstige korps St. Maarten voorbereid. Met de start van het kwaliteitstraject zullen er ongeveer vijf Nederlandse politiedeskundigen voor een periode van drie jaar samen met hun Antilliaanse collega’s in het korps St. Maarten werken aan de verbetering van de organisatie en de implementatie van de nieuwe wetgeving en structuur.

Openbaar Ministerie

Gewerkt wordt aan een implementatieplan voor de inrichting van de Openbaar Ministeries in de nieuwe staatkundige structuur. Hierin zal ook de inrichting voor het Openbaar Ministerie in St. Maarten worden beschreven. De verwachting is dat besluitvorming over het inrichtingsplan rond de zomer zal plaatsvinden. Daarnaast loopt het reguliere verbetertraject voor het Openbaar Ministerie dat in het kader van het Plan Veiligheid Nederlandse Antillen (PVNA) wordt uitgevoerd.

Gemeenschappelijk Hof

Met betrekking tot het Gemeenschappelijk Hof kan ik melden dat in de laatste politieke stuurgroep is ingestemd met de werving van kwartiermakers voor de beheerraad van het Hof alsmede met het voorstel om al te gaan proefdraaien met het nieuwe financieringsmodel.

Gevangeniswezen

In 2008 is door mij, bovenop de reguliere PVNA middelen, € 9,5 miljoen gereserveerd voor het uitvoeren van de aanbevelingen van het Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) en de duurzame verbetering van het gevangeniswezen in de Nederlandse Antillen. Hoewel het CPT St. Maarten niet bezocht heeft, is er een deel van het geld gereserveerd voor verbeteringen op dit eiland. In het rapport betreffende de implementatie en uitvoering van de te nemen verbeteringen naar aanleiding van het bezoek CPT van mr. J. de Lange en prof. mr. P. C. Vegter (TK 31 700 IV, nr. 34) wordt ook aandacht besteed aan St. Maarten. Het rapport is vooral kritisch ten aanzien van de personele bezetting van de Point Blanche gevangenis en de omstandigheden in de politiecellen. Het verbaast mij dat eenvoudig op te pakken zaken als het verbeteren van de hygiëne ten tijde van het schrijven van het rapport niet lokaal waren opgepakt. Ik heb de gezaghebber eerder al aangesproken op zijn verantwoordelijkheden die voortvloeien uit zijn taak als plaatselijk hoofd van politie.

Vreemdelingenketen

In de laatste politieke stuurgroep is eveneens overeenstemming bereikt over een onderlinge regeling met betrekking tot de vreemdelingenketen tussen St. Maarten, Curaçao en Nederland (voor wat betreft de BES). Er zal een implementatieplan komen dat aan zal sluiten bij het project «optimaliseren van de vreemdelingenketen» in het kader van het PVNA met betrekking tot de vreemdelingenketen. Dit implementatieplan met deelplannen per eiland dient uiterlijk 1 oktober 2009 door de politieke stuurgroep te worden goedgekeurd.

Toetsing

Tijdens de RTC van 15 december 2008 zijn afspraken gemaakt over de toetsing van de uitvoering ter voorbereiding van de Slot-RTC. Afgesproken is dat het presidium van de voorbereidingscommissie-RTC aangevuld met een aantal extra leden zal beoordelen en adviseren in hoeverre de (voorbereiding van de) implementatie van de nieuw te vormen landen voldoet aan de overeengekomen criteria. Uiteindelijk zal op basis van de toetsing een uitspraak gedaan moeten worden of er voldoende vertrouwen is dat de nieuwe landen Curaçao en St. Maarten vanaf dag één van de nieuwe status in staat zullen zijn om daadwerkelijk als Land te kunnen functioneren. Door deze gemengde ambtelijke commissie wordt thans een plan van aanpak opgesteld voor de toetsing, ik verwacht dat hier voor de zomer een besluit over genomen kan worden.

Zorgpunten

Zonder uitputtend te willen of kunnen zijn, dat zal immers in de afgesproken toetsing aan de orde komen, wil ik toch enige terreinen van zorg noemen. Hiermee zeg ik niet dat er op deze terreinen geen sprake is van ontwikkeling of voortgang, maar wel dat het tempo mij zorgen baart.

Een punt van zorg is het functioneren van het Bureau Burgerlijke Stand, Bevolkingsregister en Verkiezingen (BSBV). Dit Bureau is ondermeer verantwoordelijk voor een juiste toekenning van paspoorten (een rijkstaak), de bevolkingsadministratie en het verkiezingsregister. Het eilandgebied St. Maarten streeft al langere tijd naar het op orde brengen van het Bureau BSBV. Veel zaken en processen zijn immers afhankelijk van de juistheid van de gegevens in de bevolkingsadministratie waaronder de paspoortuitgifte en het verkiezingsregister. Alhoewel op onderdelen verbeteringen zijn gerealiseerd, blijft de situatie bij Bureau BSBV kwetsbaar.

St. Maarten ziet zich in toenemende mate geconfronteerd met gewapende overvallen en berovingen. In de bestrijding hiervan is een belangrijke taak weggelegd voor de, overigens onderbezette, politie. Nederland ondersteunt daarbij door de inzet van de Koninklijke Marechaussee. Dit betreft echter de repressieve kant. Het bijdragen aan veiligheid kent echter ook een preventieve kant. Dit is een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving en niet in de laatste plaats het lokale bestuur. Goede voorzieningen voor de jeugd zijn daarbij een belangrijk aspect.

Een ander punt van zorg is het nemen van besluiten om de checks and balances te verbeteren. Zo liggen de voorstellen voor het instellen van een ombudsfunctie en gedragsregels voor bestuurders al een aantal jaren gereed voor besluitvorming.

Ook de problematiek met betrekking tot de vreemdelingenketen op St. Maarten baart mij zorgen. Zo is er in de vreemdelingenketen achterstand in de verwerking van de aanvragen voor vergunningen, onder meer door gebrek aan personeel. Daarnaast is de communicatie tussen de diensten in de keten niet voldoende en kan nog niet gesproken worden van een transparant vreemdelingenproces. Niet in de laatste plaats maak ik mij zorgen over het ontbreken van goede en veilige dossiervorming vanwege onder meer infrastructurele omstandigheden. Na een moeizame opstartperiode is in maart jl. met vertraging het PVNA traject «transformatie en transitie van de Vreemdelingenketen» gestart. Hierin wordt door PVNA aansluiting gezocht bij de activiteiten rondom de ontwikkeling van het land Sint maarten zodat overdracht van een goed functionerende Vreemdelingenketen mogelijk wordt. Door de inzet van de Koninklijke Marechaussee bij de grensbewaking zijn er op de werkvloer wel verbeteringen zichtbaar.

De aanzienlijke economische groei en daarmee gepaard gaande bevolkingsgroei van de afgelopen decennia heeft op St. Maarten zijn weerslag gehad op terreinen van ruimtelijke ordening, natuur en milieu. In het kader van het SEI wordt hier aandacht aan besteed. De uitvoering van het SEI op deze punten loopt echter achter op de oorspronkelijke planning. Gezien de aanzienlijke problemen die op het gebied van ruimtelijke ordening bestaan, is het voor mij van groot belang dat door St. Maarten hieraan meer prioriteit wordt gegeven.

De instelling van toezichthouder voor het casinowezen is een onderdeel van de maatregelen die genomen moet worden op basis van internationale afspraken in het kader van de Financial Action Taskforce (FATF). Zoals bekend is het voldoen aan de FATF-aanbevelingen een van de afgesproken criteria om land te worden. Ondanks dat er al jaren wordt gesproken over het opzetten van een Gaming Control Board op St. Maarten is dit op heden nog niet gebeurd.

Conclusie

Uit de hierboven omschreven ontwikkelingen blijkt dat er diverse terreinen voortgang wordt geboekt. Maar ook heb ik ten aanzien van St. Maarten wel zorgen. Over een aantal zaken wordt vaak al jaren gesproken maar blijven concrete resultaten uit. Het komt er de komende tijd op aan dat de plannen worden uitgevoerd, dat er sprake is van zichtbare en tastbare resultaten. Om land te worden zal St. Maarten immers moeten voldoen aan de afgesproken criteria. Ik zal St. Maarten hierop ook blijven aanspreken.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Naar boven