Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931568 nr. 32

31 568
Staatkundig proces Nederlandse Antillen

nr. 32
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 2 april 2009

De vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken1 heeft op 10 maart 2009 vervolgoverleg gevoerd met staatssecretaris Bijleveld-Schouten van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over:

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 11 december 2008 over de rijksbrede uitgaven richting de Nederlandse Antillen (31 700-IV, nr. 28);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 22 december 2008 over de conclusies van de Ronde Tafel Conferentie van 15 december 2008 (31 568, nr. 14);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 27 januari 2009 over de voortgangsrapportage staatkundig proces Nederlandse Antillen (31 568, nr. 18);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 20 februari 2009 over de Slotverklaring Parlementair Overleg Koninkrijksrelaties januari 2009 (31 854, nr. 2);

– de brief van de staatssecretaris van Financiën d.d. 25 februari 2009 over de voortgang fiscaal stelsel BES-eilanden (31 568, nr. 21;

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 10 februari 2009 met de reactie op het verzoek van de commissie om informatie over de Bon Futuro-gevangenis (31 700 IV, nr. 31);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 10 februari 2009 over Aruba (31 700 IV, nr. 30);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 19 februari 2009 met de reactie op het verzoek van mevrouw Agema inzake het bericht dat de minister van Justitie van Aruba AIVD’ers wil uitzetten (31 700 IV, nr. 32);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 24 februari 2009 met: Aruba, weekbericht vertegenwoordiging (31 700 IV, nr. 33);

– de brief van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 4 februari 2009 over de schuldsanering Nederlandse Antillen (31 568, nr. 19).

Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.

Voorzitter: Van Beek

Griffier: De Gier

Nadere gedachtewisseling

De voorzitter: Ik heet de leden, de staatssecretaris en haar medewerkers van harte welkom. Wij zijn toe aan de tweede termijn. Het is niet de bedoeling dat opnieuw een eerste termijn wordt gehouden. Ik verzoek de leden om zich te beperken tot die zaken die nog zijn blijven liggen na het ruime antwoord in eerste termijn van de staatssecretaris. Omdat wij slechts beperkt de tijd hebben, stel ik een spreektijd van twee tot drie minuten per fractie voor. De heer Van Raak begint.

De heer Van Raak (SP): Voorzitter. Ik ben bang voor een salamitactiek, in die zin dat de staatssecretaris telkens aangeeft dat er niets aan de hand is, dat er wordt onderhandeld, maar dat er nog niets is beslist, terwijl wij straks horen dat het allemaal al wel is beslist, dat het geld al is uitgegeven en dat wij niet meer terug kunnen. Wij kunnen altijd terug, bijvoorbeeld als de mensen op Curaçao nee zeggen. Ik ben blij dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat er een plan B is. Ik snap dat zij dat niet onthult, maar wat de SP betreft is plan B: onafhankelijkheid.

Wat Sint Maarten betreft gaat de staatssecretaris dapper door. Dat kun je positief opvatten, maar ook naïef, omdat de Kamer heeft aangegeven dat dit eigenlijk geen begaanbare weg is.

Ik ben heel blij, wat Aruba betreft, dat de staatssecretaris stelt dat er geen kwade wil in het spel is bij de ambtenaren, dat er fouten zijn gemaakt, maar dat er niet bewust is gelekt. Ik wil vandaag wel weten of het waar is wat er in het weekbericht staat. Als dat zo is, hebben wij te maken met een Januskop. Dan kunnen wij wel onderhandelen met Aruba, maar dat is niets waard.

Ik worstel al lang en nog steeds met het volgende probleem. Het land heeft tekorten, moet dus de hand ophouden, moet worden gesteund, maar moet ook inkomsten hebben. De staatssecretaris geeft aan dat er nog steeds wordt onderhandeld over de belastingen, maar dat er niets aan de hand is. Voor zover ik kan zien, gaan de onderhandelingen echter de verkeerde kant op. Onze minister-president en onze minister van Financiën willen de belastingparadijzen in Europa aanpakken. Ik zou dan beginnen in ons Koninkrijk, bij de BES-eilanden. Het gaat niet aan dat in economische zones waar de belasting overal op nul staat, behalve de winstbelasting – die staat op twee – de winstbelasting ook nog naar nul gaat en dat Curaçao ondertussen klaagt over concurrentie vanuit Bonaire. Er moet een eind worden gemaakt aan de belastingparadijzen. Er moeten fatsoenlijke belastingen komen. De staatssecretaris heeft mij wat dat betreft helemaal niet gerustgesteld.

Ik verzoek de staatssecretaris ten slotte om een brief over haar interpretatie van de waarborgfunctie en haar visie daarop, binnen de huidige verhoudingen en binnen de nieuwe constitutionele verhoudingen. Dan gaat het om goed bestuur en structureel falen. Er is nu sprake van falen bij de bestrijding van de corruptie, de aanpak van de belastingparadijzen, het innen van belastingen, de vervuiling door de Isla-raffinaderij, waardoor volkswijken worden vergiftigd, en de gevangenis Bon Futuro. De bestrijding van corruptie, de aanpak van belastingparadijzen en het innen van belastingen zijn van meer structurele aard. De problemen bij de Isla-raffinaderij en de gevangenis zijn van meer incidentele aard, maar alle problemen verdienen een beroep op de waarborgfunctie.

De voorzitter: Alvorens de heer Schinkelshoek het woord te geven, maak ik de leden erop attent dat de fractie van de PVV zojuist een motie van wantrouwen heeft ingediend en dat na het interpellatiedebat direct stemmingen zullen volgen. Ik heb geen details, maar wellicht moeten wij dit debat straks even onderbreken.

De heer Schinkelshoek (CDA): Voorzitter. Graag en met overtuiging dank ik de staatsecretaris. Zij heeft in het haar bekende tempo vorige week een aantal lijnen getrokken dat het vertrouwen geeft dat zij het lastige karwei in de West goed aanpakt en de Kamer daarbij in staat stelt om de vinger aan de pols te houden. Aansluitend op wat de staatssecretaris zei, heb ik er behoefte aan in de tweede ronde nog een paar punten te onderstrepen, juist omdat die voor de rest van het traject dit jaar zo belangrijk zijn.

Eerst iets over het pakket afspraken, zoals dat is afgehamerd op de rondetafelconferentie. Dat is een unieke en eenmalige kans voor de Antillen. Als Curaçao bij het referendum onverhoopt nee zegt – de staatssecretaris heeft daar gelukkig geen misverstand over laten bestaan – is het over en uit. Natuurlijk is er een plan B, maar deze kans is dan weg. Curaçao zou zichzelf naar ons gevoel ontzettend te kort doen als het zover komt. Is deze boodschap wel voldoende op het eiland doorgedrongen? Ziet de staatssecretaris nog mogelijkheden om dat klip en klaar over te brengen? Het zou ons spijten als er achteraf zelfverwijten worden gemaakt op dat vlak.

De heer Van Raak (SP): Wij kunnen over dit eerste punt niet genoeg helderheid hebben. Wat bedoelt de heer Schinkelshoek met «over en uit»? Als de bevolking van Curaçao nee zegt, wat haar goed recht is, wat betekent dan «over en uit»?

De heer Schinkelshoek (CDA): Dat betreft het pakket zoals het er ligt, het pakket zoals dat is afgesproken en bezegeld op de rondetafelconferentie. Dat is dan van tafel, inclusief de afgesproken schuldsanering.

De heer Van Raak (SP): Dan een kleine aanvullende vraag, want de schuldsanering is al begonnen. Wat heeft dat voor gevolgen voor de gelden die al zijn uitgegeven?

De heer Schinkelshoek (CDA): In principe moeten die worden terugbetaald. Daar moet in elk geval naar worden gekeken, maar het heeft so wie so gevolgen voor wat er nog zou moeten gebeuren. Dat signaal heb ik, gesterkt door wat de staatssecretaris hierover heeft gezegd, in tweede termijn willen herhalen.

De heer Remkes (VVD): Ik herinner mij een eerdere discussie over dit thema. Toen heeft de staatssecretaris een heldere toezegging gedaan, namelijk dat Nederland de beschikkingsmacht houdt over de gelden. Dat zal, zo heb ik het toen althans verstaan, geen kwestie van terugvorderen zijn, maar gewoon een kwestie van terugboeken.

De heer Schinkelshoek (CDA): Des te beter, voorzitter. Ik wil daar geen enkel misverstand over laten bestaan. Dat was ook de strekking van mijn vraag. Wij moeten helder hebben wat een en ander betekent bij een onverhoopt nee. Curaçao zou zich daarmee geweldig te kort doen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Als ik sommige sprekers hoor, lijkt het er een beetje op dat plan B meer een plan O wordt in de zin van: opzouten en geen cent meer. Hoe realistisch is dat? Ik vraag dat aan de staatssecretaris en aan de heer Schinkelshoek. Het geld wordt op dit moment namelijk wel uitgegeven. Hoeveel ruimte is daar nog voor?

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Nog niet aan Curaçao.

De heer Schinkelshoek (CDA): Ik heb al duidelijk antwoord op die vraag gegeven. Onze stelling is dat, als Curaçao onverhoopt nee zegt, het in rond Nederlands over en uit is. Dan is het totale pakket afspraken van tafel. Wij zien dan wel hoe plan B er uitziet. Op dat punt moeten wij volstrekte helderheid geven. Curaçao moet weten waar het ja of nee tegen zegt.

De heer Brinkman (PVV): Ik vind dat te gemakkelijk van het CDA. Ik vind het prima dat de betalingen dan stoppen, maar het gaat niet aan dat je vervolgens zegt dat je dan wel ziet hoe plan B er uitziet. De PVV is daar heel duidelijk in. Wat ons betreft bespreken wij dan een traject op basis waarvan aan het eind van de horizon totale onafhankelijkheid gloort. Is de heer Schinkelshoek het daarmee eens, of wil hij dan bezien of er met meer ambtenaren, met meer ondersteuning en misschien bezuinigingen voor kan worden gezorgd dat Curaçao de eigen broek ophoudt? Wat wil hij dan doen?

De heer Schinkelshoek (CDA): Ik wil alleen maar doen wat ik heb aangekondigd. Op het moment dat Curaçao onverhoopt nee zegt, moet duidelijk zijn waar het nee tegen zegt, inclusief het totale pakket. Als het zover komt, moeten wij uithuilen en opnieuw beginnen. Dan moeten wij opnieuw bezien waar wij aanspoelen. De staatssecretaris heeft dat plan B genoemd. Daarover ga ik nu niet speculeren. Ik loop niet vooruit op die onverhoopte situatie.

De heer Brinkman (PVV): Dan houd ik de heer Schinkelshoek mijn conclusie voor. Hij vindt dat de staatkundige vernieuwing met de betalingen doorgang moeten vinden. Daarom zet hij veel druk op Curaçao om straks bij het referendum ja te stemmen. Hij laat zich echter niet uit over de nabije toekomst als Curaçao nee zegt. De heer Schinkelshoek probeert met zijn politieke houding druk op Curaçao te zetten, zodat de mensen toch eieren voor hun geld kiezen en voor het geld kiezen in plaats van voor hun onafhankelijkheid.

De heer Schinkelshoek (CDA): Er is een aantal politieke afspraken gemaakt over de staatkundige toekomst van de Nederlandse Antillen, bezegeld op de rondetafelconferentie en in de slotverklaring indertijd. De CDA-fractie wil die afspraken van a tot z nakomen. Dat heb ik in eerste termijn ook aangegeven. Dat verwachten wij ook van de overzijde, van de andere partners. Ik wil daar geen enkel misverstand over laten bestaan. Mocht iemand roet in het eten willen gooien, dan betekent dit wat ons betreft dat het pakket van tafel is. Dat heeft de staatssecretaris ook heel helder geformuleerd. Het is een eenmalige en unieke kans. Curaçao moet zich goed realiseren wat er op het spel staat. Dat zeg ik, niets anders en niets meer, maar ook niets minder.

Over de staat van het bestuur op de Antillen komen we later te spreken. Het is een boeiend stuk dat, zo begrijp ik, overzee nogal wat kritiek heeft opgeroepen. Kan de staatssecretaris er iets meer over zeggen? Hoe denkt zij nog duidelijker te maken dat het voor ons in de Tweede Kamer om heel fundamentele zaken gaat? Het raakt aan de spelregels die binnen het Koninkrijk der Nederlanden, zoals dat nu bestaat en in de toekomst zal bestaan, gelden.

Over Sint Maarten was de staatssecretaris opvallend ingetogen. Het eiland heeft nog een lange weg te gaan. Er is geen automatisme op weg naar de promotie tot «land». Kan zij iets concreter aangeven waar volgens haar de knelpunten zitten? Is het niet reëel om ook wat dit betreft alvast over een plan B te beginnen?

Met iets meer dan gewone belangstelling zie ik uit naar de rapportage over de rechtshandhaving op Aruba. We gaan ervan uit dat die een concrete aanduiding van al even concrete maatregelen zal bevatten om de kennelijke achterstanden, zwakke plekken en andere leemten in de rechtshandhaving op Aruba te herstellen.

De heer Brinkman (PVV): De heer Schinkelshoek vraagt voor Sint Maarten wel om een plan B aan de staatssecretaris. Heeft de CDA-fractie daar zelf nog een idee over? Waarom vraagt zij wel om een plan B voor Sint Maarten en niet voor Curaçao?

De heer Schinkelshoek (CDA): Ook wat dit betreft geldt dat wij uitgaan van de afspraken die wij met Sint Maarten hebben gemaakt. Wij staan achter de afspraken om te komen tot een positie van een verzelfstandigd land binnen het Koninkrijk. Op weg daar naar toe moet nog een aantal hobbels worden genomen. Ik vraag naar de realiteitswaarde. Hoe snel kan het en met welke voortvarendheid? Waar zitten de knelpunten? Ik voorzie dat dit nog wel eens langer kan duren dan wij denken. Is het dan niet verstandig nu al na te denken over een plan B, zoals de staatssecretaris ook al heeft nagedacht over een plan B voor het onverhoopte nee van Curaçao? Ik vraag wat dit betreft dus precies hetzelfde. In die zin moet je Sint Maarten ook serieus nemen en uitgaan van de gemaakte afspraken.

Dan nog iets over de opvallende belangstelling in eerste termijn van de zijde van de Kamer voor het wel en wee op de Antillen. Er is, afgaande op wat collega’s hebben gezegd, kennelijk nogal wat reden voor Nederland – pardon: ik bedoel het Koninkrijk – om zich met van alles en nog wat te bemoeien, met de Isla, met Bon Futuro, met het natuurbeheer en met de aanpak van hiv/aids. Er zijn nogal wat suggesties gedaan. Vaak gaat het om goede bedoelingen. Ik trek dat absoluut niet in twijfel, geen kwaad woord daarover, maar ik vraag me af hoe dit zich verhoudt tot de eigenstandige verantwoordelijkheid van de eilanden, de befaamde autonomie. Ja, ik ken artikel 43 uit het hoofd. Ik weet dat er een Koninkrijksverantwoordelijkheid is. Ik ben mij bewust van de waarborgfunctie van het Koninkrijk, maar waar begint het een en waar houdt het ander op? Geleidelijk aan heb ik behoefte aan meer houvast. Is de staatssecretaris bereid om de die problematiek eens te verkennen, bijvoorbeeld mede gebaseerd op een advies van de Raad van State? Het geeft zoveel ergernis in de verhouding met de eilanden dat ik me kan voorstellen dat zo’n doortimmerde visie over het begin en het einde van de Koninkrijksbemoeienis veel ruis kan voorkomen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): De heer Schinkelshoek noemt een aantal voorbeelden, maar deze zinnige vragen zijn vaak mede gesteld namens de CDA-fractie. Wij zijn natuurlijk niet de enige fractie die zich zorgen maakt over die punten. Ik vind het altijd fijn als het CDA mij daarin steunt. Ik ga ervan uit dat de heer Schinkelshoek het ook met mij eens is dat artikel 43 van het Statuut geen dode letter is.

De heer Schinkelshoek (CDA): Dat is de kern van mijn vraag. Het gaat om heel zinnige en relevante onderwerpen, maar het is de vraag of die kwesties onze verantwoordelijkheid zijn. Daarom wil ik weten waar die begint en waar die ophoudt. Ik constateer, alle goede bedoelingen, die ik zeker niet in twijfel trek, ten spijt, dat dit veel ergernis en ruis geeft in de Koninkrijksverhouding. Zitten wij elkaar af en toe niet op te jutten, met als gevolg dat dit averechts begint te werken? Dat vraagt om een serieuze bezinning. Het speelt ook bij de verhouding met gemeenten. Er zijn heel serieuze, doortimmerde beleidskaders, bijvoorbeeld over de voorgenomen schorsing en vernietiging van raadsbesluiten. Ik vraag de staatssecretaris ook zo iets op te zetten voor artikel 43, wellicht met behulp van een advies van de Raad van State. Hoe vul je de concrete waarborgfunctie van het Koninkrijk in?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Dat lijkt mij een politieke vraag die moet worden beantwoord. In artikel 43 wordt gesproken over fundamentele rechten en vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur. Daar draait het om. De heer Schinkelshoek kan wat dat betreft toch zelf wel een afweging maken. Neem de Isla. Daar wordt constant de hand mee gelicht.

De heer Schinkelshoek (CDA): Dat klopt, maar in hetzelfde Statuut wordt gesproken over de autonomie van de eilandgebieden en van de landen binnen het Koninkrijk. Daar zit een spanning tussen. Waar begint het ene en waar houdt het andere op? Ik vind het logisch om daar systematisch over na te denken, omdat ik constateer dat wij elkaar af en toe frustreren. De vaak goed bedoelde acties van GroenLinks leiden ertoe dat wij verder van huis raken. Ik wil daar een keer over nadenken.

De heer Van Raak (SP): Ik vroeg juist om deze reden aan de staatssecretaris om een schets van de toekomst van de waarborgfunctie. Ik ben dus blij met de steun van de heer Schinkelshoek. Ik merk wel op dat die bemoeienis, die interesse, ook wederzijds is. De eilanden vragen ook om schuldhulpsanering. Ze vragen om hulp als dingen misgaan, maar de eilanden shoppen wel heel eenzijdig. Ze vertellen dat ze geen geld meer hebben en vragen vervolgens of wij dat kunnen aanvullen. Volgens mij is het niet meer dan logisch – daarom moeten wij een visie hebben op de toekomst van de waarborgfunctie – dat Nederland dan ook waarborgen, voorwaarden stelt om dat te kunnen doen, om voor goed bestuur te zorgen en om te zorgen voor voldoende inkomsten. Als er structurele bestuurlijke problemen zijn, zoals bij de Isla en de Bon Futura, moet er iets gebeuren, omdat de eilanden anders geen toekomst hebben.

De heer Leerdam (PvdA): De heer Schinkelshoek spreekt over artikel 43. Dat is terecht, maar zit er wat dit betreft soms een gat in het geheugen van het CDA? Neem de problematiek van hiv/aids, de Isla en die andere zaken. Er had de afgelopen jaren, vooral na de IMF-affaire, al meer aandacht moeten zijn voor die zaken. Ook het CDA maakte zich zorgen over de gevolgen van die problemen op de Nederlandse Antillen en op Aruba. Die zorgen zijn alleen maar gegroeid, ook toen de armoede en andere zaken meer gestalte kregen.

De heer Schinkelshoek (CDA): De collega’s reageren bijna alsof zij zijn betrapt. Ik vraag alleen maar naar de rechtsgrond op basis waarvan wij ons kunnen bemoeien met en een inbreuk kunnen maken op de autonomie van de eilanden. Daar wordt op gereageerd alsof wij dat niet zouden mogen, maar het is de vraag of dat verstandig is. Ik vraag naar de basis hiervan. Het Statuut is op twee beginselen gebaseerd, ten eerste op de autonomie van de landen en de eilandgebieden. Zij hebben een eigen mogelijkheid om dingen te doen. Daarnaast is er de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk, maar hoe verhoudt het een zich tot het ander? Volgens mij is het goed om die vraag in een goed functionerend Koninkrijk af en toe te stellen. Wat verwacht je van elkaar? Waar kun je elkaar op aanspreken? Ik stel die vraag. Het lijkt mij logisch dat je daar een keer fundamenteel over nadenkt, te meer daar er soms sprake is van allerlei heel goed bedoelde acties die nogal eens averechts blijken uit te werken.

De heer Leerdam (PvdA): Voorzitter. Ik heb met belangstelling geluisterd naar de bijdrage van de heer Schinkelshoek, zeker naar het laatste punt.

Ik dank de staatssecretaris voor haar duidelijke beantwoording van de kwestie van het homohuwelijk. Wij zijn verheugd dat de staatssecretaris heeft aangegeven dat het homohuwelijk in alle delen van het Koninkrijk moet worden erkend en moet kunnen worden gesloten.

De heer Brinkman (PVV): Ik heb de staatssecretaris ook horen zeggen dat dit op termijn moet gebeuren. Is de heer Leerdam het met mij eens dat de term «op termijn» geen stand houdt op het moment dat men de hand ophoudt en bij ons een openbaar lichaam wordt? Anders is namelijk sprake van een periode waarin het homohuwelijk daar niet wordt erkend. Ik ben voor geen enkele termijn. Op het moment dat men een openbaar lichaam in Nederland is, moet daar het homohuwelijk kunnen worden gesloten.

De heer Leerdam (PvdA): Ik heb de staatssecretaris horen zeggen dat het homohuwelijk daar moet worden erkend. Dat heeft zij twee keer herhaald. Als dat op termijn gebeurt, kan het inderdaad nog heel lang duren, dus het is goed dat de heer Brinkman die vraag nog een keer stelt. Ik ga er echter van uit dat, als zo’n huwelijk hier is gesloten, dit daar wordt erkend en dat een en ander nu al ingaat. Wij praten daar overigens al een tijd over. Ik kan mij dus niet voorstellen dat «op termijn» vijf jaar kan zijn. Ik wil daar helderheid over. Misschien wil de staatssecretaris zich daar nog een keer over uitspreken, zodat er geen Babylonische spraakverwarring over ontstaat.

De heer Brinkman (PVV): Ik dreig de heer Leerdam nu een beetje te verliezen. Homohuwelijken worden wat mij betreft meteen erkend op het moment dat men een openbaar lichaam van Nederland is.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Dat geldt nu al.

De heer Brinkman (PVV): Prima, maar voor het sluiten van homohuwelijken geldt de term «op termijn». Op het moment dat Bonaire echter een openbaar lichaam wordt, moet op dat sluiten de term «nu meteen» van toepassing zijn. Is de heer Leerdam het daarmee eens?

De heer Leerdam (PvdA): Dat ben ik met de heer Brinkman eens, maar dat heb ik al gezegd. Toch moet er nog wel wat wetgeving in orde worden gemaakt. Daar is de staatssecretaris nu mee bezig. Zo heb ik het begrepen.

Dan nog iets over armoedebestrijding, onderwijs en gezondheidszorg. De samenwerking met Curaçao en Sint Maarten loopt wat dat betreft ten einde. Het stellen van prioriteiten in het budget is de eigen verantwoordelijkheid van de eilanden. De staatssecretaris heeft vorige week verklaard dat zij open staat voor de toekomstige uitwisseling van kennis en expertise. Hoe wordt daar concreet invulling aan gegeven?

Dan het uitlekken van de rapportage over de rechtshandhaving op Aruba. Is de staatssecretaris bereid om een uitgebreider onderzoek in te stellen naar de rechtshandhaving op Aruba naar aanleiding van het uitlekken van de wekelijkse rapportage op dat punt? Hierover leek consensus te bestaan tussen de partijen, maar het lijkt mij goed dat wij dit even markeren.

Dan nog iets over hiv/aids. Deze problematiek is al langer aanwezig. De staatssecretaris weet dat ik daar al eerder aandacht voor heb gevraagd. Ik overweeg een motie in te dienen, maar ik geef de staatssecretaris nog even the benefit of the doubt. Hier moet een oplossing voor worden gevonden. Is de staatssecretaris op de hoogte van de omvang van deze problematiek op de Antillen en Aruba? Een groot deel van de bevolking is onverzekerd, terwijl de medicatie erg duur is. Veel mensen laten zich niet testen. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel, waardoor de situatie verslechtert. Veel mensen zullen uiteindelijk proberen om naar Nederland te komen, waardoor het probleem zich hier naar toe verplaatst. Ik vraag de staatssecretaris zich ervoor in te zetten om ervoor te zorgen dat goedkope medicatie toegankelijk wordt voor deze mensen. Ik was niet tevreden over het vorige antwoord van de staatssecretaris, maar ik weet dat zij zich ook zorgen maakt over dit onderdeel.

De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Ik ben niet zo heel erg tevreden over de beantwoording van de vragen die ik heb gesteld, want vele vragen zijn niet beantwoord. Ik kom dus terug op mijn inbreng van vorige week. Ik heb een vraag over de brief van 23 februari van de staatssecretaris over de problemen met de corruptie en de integriteit van het bestuur op Curaçao en Sint Maarten. Ik dacht dat wij hadden afgesproken dat de Antillen aan de gestelde eisen zouden moeten voldoen en dat anders niet tot betaling zou worden overgegaan, maar de eerste gelden zijn al overgemaakt. Ik wil precies weten hoe dat zit.

Ik heb ook gevraagd om een overzicht van de totale kosten, inclusief personeel en panden, die de Nederlandse belastingbetaler moet betalen voor die transitie. Wij hebben al gesproken over de mogelijkheid van een plan B indien Curaçao nee zegt. Ik neem aan dat de staatssecretaris de vragen van de collega’s beantwoordt.

Dan de gelden die zijn gereserveerd voor de uitbreiding van de Bon Futuro-gevangenis. De staatssecretaris heeft er kennelijk mee ingestemd dat de 12,5 mln. ergens anders aan wordt besteed. Toch blijft er een gat van 30 mln. over voor de uitbreiding. Is dat bestuurlijk niet ontzettend dom? Dat gat is er nu nog steeds, terwijl het anders 17,5 mln. zou zijn geweest. Ik heb ook gevraagd hoeveel politieposten zijn gerenoveerd. Ik wil ook weten welke broer of oom van een politicus die opdracht heeft uitgevoerd. De verbetering van de veiligheid van de gevangenissen is een wassen neus. Daarvoor zijn cursussen gegeven in eigen beheer. Dat heeft helemaal niets gekost. Ik wil weten wat er met die 12,5 mln. is gedaan.

Ik heb veel vragen gesteld over die gekke minister Croes. Wat vindt de staatssecretaris ervan dat de zoon van de minister-president, Nelson Oduber, en de neef van minister Croes, Edward Croes, samen kennelijk een meer fysieke rol binnen politiek Aruba spelen? Kennelijk intimideren zij mensen. Ik vind het een grote mafiabende. Laten wij wel zijn: dat blijft ook zo en daar doet de staatssecretaris niets aan. Als dit echter in een verslag staat van een vertegenwoordiger, komt dat neer op pure staatsterreur. Er worden mensen politiek onder druk gezet. De zoon van de minister-president heeft tegen het advies van de politie in kennelijk een wapenvergunning gekregen. Ik heb daar vragen over gesteld, maar die zijn niet beantwoord. Ik wil klip en klaar weten of dat zo is. Stel dat het zo is. Die mensen hebben dus een vuurwapen en intimideren daarmee andere politici. Ik vind dat de Nederlandse overheid dan meteen moet ingrijpen. Dit is een voorbeeld van staatsterreur. Ik vind het onbegrijpelijk dat het Koninkrijk dit pikt. Ik vind dat de mariniers erop af moeten worden gestuurd en dat wij daar de controle moeten overnemen. Daar gaat de staatssecretaris niet in mee, maar ik pleit wel voor een rijksrechercheonderzoek naar de beschuldiging van de vertegenwoordiger. Ik wil daarvan op de hoogte worden gehouden. Ik wil ook weten hoe lang het onderzoek gaat duren.

Ik heb voorts gevraagd om alle overige informatie die in het laatste jaar door de vertegenwoordiger is gestuurd en die geen staatsgeheim is. De staatssecretaris maakt namelijk verschil tussen overige informatie en informatie die staatsgeheim is. De vertegenwoordiger komt met heel bruikbare informatie. Ik wil verder in vertrouwelijkheid worden geïnformeerd over de informatie die staatsgeheim is. Dat geldt voor Aruba en de Nederlandse Antillen. De staatssecretaris stelt in de brief van 23 februari ook dat de relatie Aruba-Nederland weer in rustiger vaarwater terecht zal komen, maar ik vind dat een zeer naïeve verwachting. Welke aanwijzingen heeft de staatssecretaris dat zij zo goed geluimd is als het gaat om die zeer vertroebelde relatie tussen Aruba en Nederland?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Voorzitter. Mijn fractie heeft vorige keer al aangegeven dat ons uitgangspunt is dat wij de slotverklaring van 2006 en de uitwerking zo consequent mogelijk zullen beoordelen. Wij kijken daar heel nuchter tegenaan. De staatssecretaris heeft dat ook in zulke bewoordingen gezegd. Daar zijn wij het mee eens. Wij onderschrijven ook haar opmerking dat er een eenmalige en unieke kans ligt om de schulden te saneren en een frisse start te maken. Dat geldt ook voor Curaçao. Ik kan geen stemadvies geven over het referendum, maar er wordt wel een beetje hoog spel gespeeld, over de rug van de bevolking. Het valt mij keer op keer op dat de tegenstanders zich roeren, terwijl de voorstanders muisstil zijn. Ik maak mij daar zorgen over. Het lijkt erop alsof zij alle kaarten bij zich willen houden, maar dat kan niet. Zij moeten zich ook helder uitspreken. Er is veel opwinding over plan B, maar het lijkt er meer op dat er geen plan B komt, maar een plan Nee. Het geld wordt dan teruggehaald, want de deal is geen deal meer. Mag ik aannemen dat dan zuiver en nauwkeurig wordt bekeken wat de consequenties zijn voor de bevolking, die ook deel uitmaakt van ons Koninkrijk? Ik voel mij niet opeens minder verantwoordelijk voor de bevolking, die het slecht heeft, als het referendum een uitslag oplevert die mij ook niet bevalt. Ik wacht rustig af wat er uitkomt.

De heer Van Raak (SP): Voor ons staat de bevolking ook op de eerste plaats. Daarom hebben wij ook zoveel kritiek op de bestuurders. Hoe kan het bij een volksraadpleging dat er over de rug van de bevolking wordt gehandeld? Dat snap ik niet. Mevrouw Van Gent stelt verder dat plan B wel plan Nee lijkt, maar wat is dan het alternatief van mevrouw Van Gent als er nee wordt gezegd?

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik heb zojuist aan de staatssecretaris gevraagd wat de consequenties zijn als er nee wordt gezegd. Er is dan een soort van patstelling ontstaan, waarbij alles weer open ligt, maar ook dan moet een bepaalde lijn worden gehanteerd. Ik zeg nog niet dat er dan totaal geen deal meer is en dat de eilanden het zelf maar moeten uitzoeken. Ook in die situatie moeten wij weer een aantal stappen zetten. Zo sta ik er nu in. Degenen die nu enorm ageren in de richting van Curaçao en die vinden dat men deze deal niet moet accepteren, omdat dat slecht is voor Curaçao en zijn zelfstandigheid, spelen volgens mij hoog spel, over de rug van de bevolking heen. De schuldsanering moet namelijk op een goede manier worden afgewikkeld, zodat men ook op Curaçao een frisse start kan maken. Dat lijkt mij vrij helder.

Over de kwestie van de gevangenis heeft de staatssecretaris gezegd dat zij die eind maart als eerste punt met minister Dick gaat bespreken. Ik wil weten hoe het staat met zaken als het dagprogramma en de opleiding van het personeel. Wij hebben daar een prachtige presentatie over gekregen, maar dat was meer papier dan werkelijkheid. Ook daarover wil ik meer informatie. Wat is er met die 12,5 mln. gebeurd? Ik vind het ook schandalig hoe dat is gegaan. Ik werd niet echt vrolijk van de uitleg van minister Dick. Hij vond 12,5 mln. te weinig. Daarom kon dat bedrag beter anders worden besteed, maar daarmee wordt een nog groter gat gecreëerd.

Dan de Isla-raffinaderij. Ik stel vast dat die raffinaderij met pappen en nathouden wordt opengehouden. Ik ben zeer ontevreden over de antwoorden die ik heb gekregen. Aan het eind van het debat merkte de staatssecretaris nog op dat, als de raffinaderij wordt gesloten, de stroomvoorziening op het eiland naar de knoppen is, maar dat is onzin. Ik heb dat geverifieerd. De elektriciteitsvoorziening op het eiland is in handen van het semioverheidsbedrijf Aqualectra. De BOO Energiecentrale levert zijn overcapaciteit aan Aqualectra. Het bedrijf is contractueel gebonden om zijn grondstof bij de Isla af te nemen. Als de Isla wordt gesloten, is de BOO Energiecentrale niet langer verplicht de zeer vervuilende brandstof van de Isla af te nemen en kan deze op gas overgaan en dus op schone wijze het bedrijf voortzetten. Wij weten allemaal dat de raffinaderij constant plat gaat, omdat er weer een vreselijke calamiteit is. De praktijk bij de veelvuldige en langdurige storingen, waarbij de Isla buiten werking is gesteld, wijst echter uit dat er geen gevolgen voor de elektriciteitsvoorziening zijn. Als de Isla plat gaat, wat helaas regelmatig voorkomt, omdat er weer iets ernstigs aan de hand is, heeft iedereen in principe gewoon stroom. Op deze manier wordt iedereen in een ijzeren greep gehouden, maar de staatssecretaris kan die argumentatie niet gebruiken om mij onder druk te zetten om de druk richting de Isla niet verder op te voeren.

In de beantwoording van mijn vragen over de capaciteit stelt de staatssecretaris dat zij daar druk mee bezig is. Het meetnetwerk is weer per 1 juni operationeel, maar ik heb eerder toegezegd gekregen dat het 1 april zou worden. De datum wordt dus weer opgerekt. Ik heb ook van mensen op het eiland begrepen dat er geen systematiek is en geen evacuatieplan. Scholen moeten op eigen initiatief de tent sluiten als er een calamiteit optreedt. Zo kan ik wel doorgaan. Ik heb heel erg de indruk dat de staatssecretaris voor de gek wordt gehouden door het bestuur, dat er steeds mooie woorden worden gesproken, maar dat er geen sprake is van concrete actie. Er vindt nu een studie plaats naar eventuele alternatieven voor de Isla, maar wanneer is dat afgerond? Wie worden er gehoord? Hoe serieus wordt dat opgepikt? Ook wat dit betreft worden wij een beetje beziggehouden, maar de situatie is zo ernstig dat wij dat niet meer over onze kant kunnen laten gaan.

Ik hoor de staatssecretaris ook niet over het Verdrag inzake de rechten van het kind en dat soort zaken. Toch vinden er ernstige schendingen van de mensenrechten plaats als gevolg van al die calamiteiten. Ik denk in dat kader aan artikel 43 van het Statuut. Nergens blijkt dat de overheid als het gaat om de Isla-raffinaderij voortvarend en goed bezig is. Ik heb inmiddels weer actuele informatie. Ik ben graag bereid om die de staatssecretaris te overhandigen. Nergens blijkt dat de overheid goed bezig is. Het wordt zo langzamerhand tijd om artikel 43 van het Statuut serieus te nemen. Ik ben het spuugzet. Ik baal er enorm van dat ik de vorige keer op een bepaalde manier ben weggezet, maar het is volstrekte flauwekul dat er geen stroomvoorziening op het eiland zou zijn. Er is nu sprake van een soort wurgcontract, zodat al die smerigheid doorgaat, maar wij moeten dat niet langer accepteren. De staatssecretaris moet daar concreet op ingaan, want zij moet zich niet bezig laten houden. Zij moet in actie komen als het gaat om de raffinaderij.

Ik ben blij met de toezegging, wat Aruba betreft, dat de staat van de rechtsstaat wordt bekeken, maar wanneer krijgen wij dat inzicht? Hoe lang gaat dat duren? Bij de volgende voortgangsrapportage krijgen wij meer inzicht in de natuur- en milieuproblematiek, toegespitst op de BES-eilanden. Dat lijkt mij heel erg goed, al was dat al veel eerder toegezegd.

Dan nog iets over Sint Maarten en de knelpunten daar. Ook voor ons staat het licht op oranje, maar ik vind ook dat de staatssecretaris helder moet aangeven wat er nodig is. Het gaat niet alleen om het erkennen van het homohuwelijk. Het mag geen elitaire activiteit worden. Het gaat niet aan dat, als je toevallig geld hebt, als je op de eilanden woont en je wilt een huwelijk sluiten met iemand van gelijk geslacht, je eerst naar Nederland moet verkassen en dat je pas dan kunt inschrijven op bijvoorbeeld Saba. Dat is volstrekte onzin. Ik zou bijna een bijzonder ambtenaar van de burgerlijke stand worden om die huwelijken te sluiten. Ik vind dat echt niet kunnen. Laatst was er een geval in Saba, waarbij iemand in grote problemen kwam door de krampachtigheid op dit punt. Ook het sluiten van homohuwelijken moet snelstens mogelijk worden, zeker op de BES-eilanden.

De heer Remkes (VVD): Voorzitter. Ik dank de staatsecretaris voor haar antwoorden.

Ook ik begin met de «alsdan-vraag». Wat als het referendum een nee oplevert? De staatssecretaris stelt dat er dan niet wordt heronderhandeld. Dat lijkt mij een goed standpunt. Ik ga voor de duidelijkheid een stapje verder. Wat mij betreft is de schuldsanering dan van tafel. Dat moet je aan de voorkant glashelder communiceren. De gelden die inmiddels op een geblokkeerde rekening zijn gestort, worden naar ik aanneem dan teruggehaald. Ik krijg daar graag een bevestiging van. Vervolgens komt de vraag op tafel: wat dan? Ik heb mede om die reden bij de begrotingsbehandeling een indringend pleidooi gehouden, en op dat punt ook een motie ingediend, gesteund door een deel van de Kamer, om wat fundamenteler naar het Statuut te kijken. Ik herhaal dat pleidooi bij deze gelegenheid. Het kabinet kiest voor een politiek standpunt, namelijk om het Statuut alleen in technische zin te herzien. Dat hoeft niet. Daarbij kun je ook een heel andere invalshoek kiezen, zeker als je wat meer tijd hebt in het proces. Dan verschaf je jezelf ook meer onderhandelingsruimte. Het Statuut is op dit punt – ik neem, zij het op een ander onderdeel, de uitdrukking van collega Van Gent in de mond – een wurgcontract, niet meer en niet minder. Ik heb daarover nog een vraag gesteld. Als de Commissie democratisch deficit met aanbevelingen komt, in hoeverre is de opname daarvan in de Rijkswet voor het Statuut nog mogelijk? Het zou heel goed kunnen dat die aanbevelingen consequenties hebben voor het besluitvormingsproces in het Statuut. Of linksom of rechtsom moet daar iets mee gebeuren.

De heer Schinkelshoek (CDA): Ik luister altijd ademloos naar de heer Remkes, ook nu weer. Ik probeer goed te begrijpen wat hij zegt. Heb ik goed begrepen dat hij zegt, in het onverhoopte geval dat de uitkomst van het referendum op Curaçao nee is, dat de uitkomst voor de fractie van de VVD in politieke zin is dat het Koninkrijk, zoals het nu bestaat, dan passé is en dat dan wordt afgekoerst op een gemenebestconstructie? Dat wil zeggen een constructie waarbij wordt uitgegaan van de onafhankelijkheid van de verschillende onderdelen die samen een los verband vormen in de zin van een gemenebest? Heb ik dat goed begrepen?

De heer Remkes (VVD): Zo is het precies, met één voorbehoud. Als men zelf kiest voor totale onafhankelijkheid, dan krijgt men dat wat mij betreft.

De heer Schinkelshoek (CDA): Dat is de eigen keuze. Als men kiest voor onafhankelijkheid, dan werpen wij geen obstakel op. Zo is het ook met Suriname gegaan. Het gaat hier om de situatie dat Curaçao nee zegt tegen dit pakket. Dan is wat betreft de VVD de insteek van de Nederlandse regering: praten over een vorm van gematigde onafhankelijkheid.

De heer Remkes (VVD): Ja, maar dat geldt dus niet voor de BES-eilanden. Als men daarvoor kiest, mag het ook volledige onafhankelijkheid worden. Dat is wat mij betreft het traject, maar dat heb ik al langer voor ogen. Het Koninkrijk in de huidige vorm is dan inderdaad passé.

De heer Brinkman (PVV): De VVD praat steeds over een gemenebestconstructie, maar ik vind dat verwarrend. Ik heb het even opgezocht. Er zijn twee voorbeelden in de wereld van een gemenebestconstructie. Je hebt een gemenebest van onafhankelijke staten, bijvoorbeeld het overblijfsel van de voormalige Sovjet-Unie, en een gemenebest van naties, zijnde het gemenebest van de Britten.

De heer Remkes (VVD): Ik kan de heer Brinkman geruststellen: De Sovjet-Unie is voor mij nooit een lichtend voorbeeld geweest.

De heer Brinkman (PVV): Dat is nog verwarrender. De constructie die de heer Remkes voor ogen heeft, lijkt het meest op een gemenebest van onafhankelijke staten. Dat voorheen Britse gemenebest van naties is een vrijwillige verbintenis van 53 staten, die er zelf voor kiezen om daarbij aangesloten te zijn. Met andere woorden, in beide gevallen gaat het om intergouvernementele organisaties van totaal onafhankelijke landen. Of er nu sprake is van een keus of niet, doet wat de PVV betreft totaal niet ter zake. De landen worden dan gewoon onafhankelijk, of ze nu willen of niet. De heer Remkes gaat voor iets er tussenin, want hij wil die dwang er kennelijk niet op zetten. De term gemenebest wil zeggen een intergouvernementele organisatie van totaal onafhankelijke landen. De heer Schinkelshoek bedoelt dat volgens mij ook een beetje. Een gemenebest van onafhankelijke staten, onafhankelijke landen die voorheen bij elkaar hoorden, maar daarna hebben besloten toch bij elkaar te blijven, lijkt het meest op wat de heer Remkes voor ogen staat. Hij wil met het Koninkrijk dus kennelijk terug naar het oude Rusland.

De heer Remkes (VVD): Ik zag die opmerking aankomen, vandaar mijn interventie. Ik heb bij herhaling aangegeven wat ik bedoel en wat nog wel bindt en wat niet meer bindt. Als men het op prijs stelt, vandaar mijn opmerking over de keuze die men zelf maakt, om eruit te stappen, moet dat kunnen. Als men ervoor kiest om toch enigerlei band in Koninkrijksverband overeind te houden, als men bijvoorbeeld het Koninklijk Huis wil delen, of als men de territoriale integriteit geborgd wil hebben via onze Defensie-inspanningen, of als men bepaalde delen van het buitenlands beleid wil delen, dan moet dat ook kunnen. In de richting van collega Brinkman zeg ik er tegelijkertijd bij dat dit niet hoeft te betekenen dat je voor alle delen van het Koninkrijk dezelfde oplossing kiest. Ik kan mij heel goed voorstellen dat Aruba op een gegeven ogenblik toch de conclusie komt, en men dreigt daar wel eens mee, dat men uit wil stappen. Ik kan mij ook voorstellen dat Curaçao het Koninklijk Huis en een vorm van Defensieondersteuning op prijs stelt en dat men die banden met ons wil houden, terwijl de rechtshandhaving vooralsnog, zo lang er nog enige band is, ook aan de orde blijft. Geforceerde onafhankelijkheid kan volkenrechtelijk niet. Dat weet de heer Brinkman ook.

De heer Brinkman (PVV): Dit is een belangrijk punt, maar de VVD gooit hier mist over. Als wij het hebben over een gemenebest, dan betekent dat gewoon onafhankelijke staten. Een klein beetje onafhankelijkheid bestaat niet. Ik wil weten wat de heer Remkes met gemenebest bedoelt. Betekent dat, of men nu wil of niet, dat men totaal onafhankelijk wordt, en dus uit het Koninkrijk en uit het Statuut stapt, met een eigen grondwet, of is het een of andere bedachte tussenvorm, waarbij wij echt niet over een gemenebest kunnen spreken?

De heer Remkes (VVD): Ik heb net aangegeven welke eigen invulling ik geef aan de term «gemenebest». Kan ik nog duidelijker zijn? Ik heb de voorbeelden erbij genoemd. Er wordt af en toe een beetje creativiteit van ons gevraagd. De staatsecretaris heeft over de rijksbrede uitgaven aangegeven dat die voor 2009 volledig zijn. Het gaat er echter in de kern om dat de Kamer integraal inzicht moet hebben, ook om tot een kosten-batenafweging te kunnen komen, in de structurele kosten en de mogelijke opbrengsten. Die zie ik nog niet zo goed, al is wel sprake van enige samenhang met de belastingwetgeving waar we nog op wachten. Dat integrale inzicht hebben we nog steeds niet.

Dan een enkele opmerking over Aruba. In eerste termijn heb ik aangegeven dat ik vind dat de staatsecretaris daar wat bagatelliserend mee omspringt. Daarnaast vind ik het buitengewoon ernstig dat de rapportage is uitgelekt. Ik ben daarom blij dat zij toegezegd heeft dat er een rapportage komt over de staat van het bestuur. Op dat moment zal de Kamer de afweging moeten maken of er aanleiding is, ook op grond van eigen bevindingen, om artikel 43 toe te passen. Ik heb mij enigszins gestoord aan de beschrijving van de rol van de procureur-generaal in de notitie. De staatsecretaris stelt dat de naam «oliemannetje» ook positief geduid kan worden, maar de context in de rapportage is volstrekt helder, heeft een negatieve klank en kan dus niet positief geïnterpreteerd worden.

Ik maak mij zorgen over de discussie over de positie van het Hof. Ik hoor daar graag de visie van de staatsecretaris op. Ik signaleer namelijk dat er een zeer grote kans is op blokkerende situaties. Op grond van eerdere discussies weet ik dat de Arubaanse regering zou kunnen zeggen: «Als het Hof niet hierheen komt, werken wij niet mee aan het proces». Op dat moment is er sprake een indringend probleem. De staatsecretaris moet op geen enkele wijze toegeven aan welke vorm van chantage dan ook.

Ten slotte vraag ik mij af hoe de staatssecretaris de positie van de vertegenwoordiger en de vertegenwoordiging op Aruba beoordeelt in het licht van het gebeurde. Ik sluit mij aan bij het pleidooi van collega Schinkelshoek voor een bredere beschouwing van de waarborgfunctie in relatie tot de autonomie. Mij valt namelijk op dat we soms niets over deze kwestie willen zeggen, terwijl we ons een andere keer overal mee bemoeien. Dat is de spagaat waarin de Kamer zich bevindt. Ik heb in bredere zin maar één adagium voor mij zelf gehanteerd, namelijk dat wij zowel hier als op de eilanden de kunst van het loslaten, vooral wat betreft de financiële banden, beter moeten beheersen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik ben niet tegen een bredere beschouwing van de waarborgfunctie, maar ik wil die wel op korte termijn hebben. Wij kunnen ons daar weer maanden mee bezighouden, maar ondertussen hebben wij te maken met de waarborgfunctie en die moet serieus genomen worden. Of moet ik de waarborgfunctie op dit moment zien als een dode letter in het Statuut, aangezien iedereen moord en brand roept als men er gebruik van wil maken? Dan wordt niet er zomaar geroepen.

De heer Remkes (VVD): Deze discussie moet plaatsvinden in het kader van de discussie over de toekomst van het Statuut. Ik weet niet precies wat het tempo van rijkswetgeving is, maar het lijkt me prima om deze beschouwing in dat kader te krijgen, maar als het eerder kan, ook prima. Ik zeg niet dat de waarborgfunctie op dit moment een dode letter is. Momenteel worden vanuit de Kamer om de haverklap inhoudelijke opmerkingen gemaakt over van alles en nog wat, soms over de raffinaderij, die wat mij betreft inhoudelijk terecht zijn. Geen misverstand daarover. Soms vragen wij de staatsecretaris ons te rapporteren over onderwijsresultaten en andere resultaten, maar daar kan zij nooit geheel verantwoordelijk voor worden gehouden. Dat zie ik, maar de pijn is tegelijkertijd dat dit wel door Nederland betaald wordt. Wij zitten wat dat betreft in een spagaat. Daar moet klaarheid in komen.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de staatsecretaris voor de beantwoording van de vragen. Mijn fractie is tevreden met de voorwaarden die worden gecreëerd, zodat Sint Maarten met voortvarendheid kan werken aan de rechtshandhaving. Over de weekberichten heb ik nog schriftelijke vragen gesteld. Ik zie graag dat die nog worden beantwoord. Het gaat vooral om de vragen drie, vier en vijf.

De staatsecretaris heeft zich laten verleiden tot uitspraken over een mogelijk plan B. Als het «nee» wordt, wat gaat er dan gebeuren en wie is dan aan zet, ook met het oog op het zelfbeschikkingsrecht en het volkenrecht?

Ik krijg graag op schrift duidelijkheid over wat er wel en wat er niet kan binnen de constellatie van het Koninkrijk. Ik denk dan ook aan alle alternatieven, zoals het gemenebest en de onafhankelijkheid. Ik ben het een beetje zat dat er allerlei dingen over tafel vliegen. Wie neemt het initiatief als er sprake moet zijn van veranderingen?

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. Het wordt altijd ingewikkeld als de tweede termijn een week later plaatsvindt. Dat weet ik ook uit een vorig leven. Het gevaar is dat dan nog langer over bepaalde onderwerpen wordt gesproken.

Ik begin met te herhalen wat zowel door de heer Schinkelshoek als door mevrouw Van Gent is gezegd. Ik werk met mijn mensen consequent aan de uitvoering van wat in het slotakkoord is afgesproken. Dat is plan A en dat blijft plan A. Dit benadruk ik, ook in de richting van mevrouw Ortega. Daar houden wij alle partijen aan. De Kamer deelt dat in grote meerderheid.

De heer Van Raak was bang voor een salamitactiek, maar consequent betekent voor mij consequent. Wij houden ons aan het slotakkoord, maar ik houd de andere partijen daar ook aan. Natuurlijk hebben wij een plan B, maar daar zeg ik niets over. Daar was vorige week ook begrip voor. De heer Remkes vroeg daar de vorige keer voor het eerst naar, maar ook wij moeten dan gaan nadenken. De heer Van Raak sprak ook over Sint Maarten. Ik houd Sint Maarten consequent aan wat er is afgesproken. Dat is niet zozeer positief, als wel realistisch en zeker niet naïef. Anders had ik de staat van het bestuur ook niet geschreven. Ik heb die op Sint Maarten getekend en naar de Kamer gestuurd. Op Sint Maarten was men niet blij met de inhoud ervan, maar daar loop ik niet voor weg. Ik spreek de mensen aan op het feit dat het deugdelijk moet zijn.

De heer Schinkelshoek vroeg of ik iets concreter kan zijn over de verbeteringen die moeten worden doorgevoerd. In eerste instantie wil ik dat er wordt voldaan aan de afgesproken criteria, niet alleen op papier, maar ook in de praktijk. Ik heb dat in eerste termijn ook klip en klaar gezegd. Het is mij bekend dat de Kamer moties heeft aangenomen, onder andere de motie-Van Bochove c.s. De afgewezen motie-Remkes speelt ook nog op de achtergrond. Er komt dus geen papieren exercitie. «Goed bestuur» is een heel zwaar punt. Ik heb dat niet voor niets zo nadrukkelijk opgeschreven. Sint Maarten kan alleen door feitelijk gedrag elke schijn van belangenverstrengeling wegnemen. Ik maak mij daar wel zorgen over, want anders had ik dat niet zo opgeschreven in de staat van het bestuur. Ook op het terrein van de rechtshandhaving zijn afspraken gemaakt, onder andere over de politie. Die moet in de praktijk gaan functioneren, maar dat is nog nu niet het geval. Ook met de vreemdelingenketen, het grenstoezicht en bevolkingsadministratie valt nog een wereld te winnen, aangezien men ook op die punten nog niet voldoet aan de eisen die in de praktijk gesteld worden. Ook hiervoor bestaat een plan B, maar ook dat licht ik niet verder toe. Ik ben dus heel kritisch over een en ander. Daarom heb ik dat ook zo opgeschreven, vanuit het slotakkoord en dat is dus niet naïef. We praten daar nog een andere keer over door. Er is een traject afgesproken, evenals een toets in de praktijk.

De heer Schinkelshoek vroeg naar de belastingparadijzen. Wij onderhandelen niet met de landen over belastingen. Curaçao en Sint Maarten moeten dat zelf regelen, maar er is wel toezicht van kracht. Op de BES-eilanden zijn wij echter aan zet. De Kamer krijgt die wetgeving nog voor de zomer nog. Die maken wijzelf. Dan kan de Kamer dat beoordelen. Van belastingparadijzen kan daar geen sprake zijn.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter: De staatssecretaris vervolgt haar betoog.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. Ik ga verder met de vragen over het weekbericht op Aruba. Ik heb in mijn brief aangegeven dat dit weekbericht een weergave is van wat de vertegenwoordiging op de eilanden heeft gehoord. Ik beoordeel de regering van Aruba op haar daden in de praktijk, niet op de interne partijpolitiek. Deze daden baren mij wel zorgen, zoals ik ook heb geschreven. Ik spreek overigens morgen met minister-president Oduber, omdat hij dan in Nederland is. Donderdag hebben wij een overleg over de vreemdelingenketen. Ik kan niet beoordelen of sommige strafrechtelijke zaken wel of niet goed gaan. Ik heb in eerste termijn al een toezegging gedaan over de staat van de rechtshandhaving en de staat van het bestuur op Aruba. Ik zal daarin zo uitgebreid mogelijk op die kwesties ingaan, maar ik heb tot op heden geen reden om te twijfelen aan het lokale OM op Aruba. Dat is ook de reden dat ik de passage over de procureur-generaal heb opgenomen.

Dan de vraag over de waarborgfunctie in de toekomst. Het lijkt mij goed om deze discussie te voeren. Ik wijs in dat verband ook op de motie-Schuurman uit de Eerste Kamer en de motie-Remkes. Ik was al van plan om aan de hand van een bredere visie op het Koninkrijk toekomstgericht na te denken over hoe we met elkaar om moeten gaan. Het punt van de heer Remkes over de herziening van het statuut heb ik daarom ook nooit afgewezen. Gekoppeld aan het staatkundige traject wil ik bezien wat strikt noodzakelijk is om de staatkundige kant aan de gang te krijgen. Ik ga daar dus breder naar kijken. Het lijkt mij een goed idee om te beginnen met de waarborgfunctie. Ik ga nadenken over hoe ik dat zal doen. Ik weet niet of de Raad van State er een rol bij moet spelen. Het gaat in elk geval om een bredere visie. Ik wil een en ander eigenlijk combineren. Daarbij ligt de kwestie van het Statuut wat verder weg, maar wij gaan eerst nadenken over de waarborgfunctie en onze visie op het Koninkrijk naar de toekomst toe. De waarborgfunctie betreft altijd een vergaande stap, aangezien het in eerste aanleg over de verwaarlozing van het bestuur gaat. Ik heb dat nu wel ingezet bij het Hof, met het oog op de wetgeving voor Aruba. Ik zeg toe de verschillende kanten te schilderen in een notitie en te bezien wiens betrokkenheid nodig is.

De heer Remkes vroeg naar de commissie die zich met de Rijkswet voor het Statuut bezighoudt, de commissie-Salmon-Brooks. Ik weet niet wanneer deze commissie met haar rapport komt, maar wijzigingen in de Rijkswet voor het Statuut kunnen altijd nog door middel van amendementen worden aangebracht of door middel van een nota van wijziging. We moeten eerst afwachten hoe de planning van de commissie er uitziet. Dan kunnen we daar in een van de volgende overleggen uitgebreider naar kijken.

De voorzitter: De planning is dat de commissie uiterlijk eind september met haar rapport komt.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Het lijkt mij wel belangrijk dat tijdens het bestuderen van de waarborgfunctie, deze gewoon gehanteerd kan worden. Daar wil ik graag helderheid over. Het heeft er nu namelijk de schijn van dat de waarborgfunctie on hold wordt gezet tijdens de bestudering ervan. Ik heb een aantal voorbeelden genoemd waaruit blijkt dat dit niet mag. Deze optie moet de komende tijd dus wel in beeld blijven.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Wij zetten de waarborgfunctie helemaal niet on hold. Integendeel, ik heb juist aangegeven dat ik de waarborgfunctie voor het eerst in tijden weer gehanteerd heb in de richting van Aruba, namelijk met het oog op de Rijkswet over het Hof. Ik vind namelijk dat de rechtshandhaving op Aruba gebaat is met de inzet van dit instrument. Ik schroom niet om dat in te zetten. Dit was de eerste keer dat dat is gebeurd, dus men kan mij er niet van betichten dat ik dat niet durf.

De heer Schinkelshoek (CDA): De staatsecretaris kondigt aan dat zij komt met een notitie over de toekomst van het Koninkrijk, waarin de vraag hoe wij in het Koninkrijk nieuwe stijl met elkaar omgaan, centraal staat. Zij richt zich vooral op de verhouding tussen de autonomie van de onderdelen en de Koninkrijksbemoeienis. Hoe moet er in de nieuwe structuur worden omgegaan met wat nu artikel 43 is? Daarbij neemt de staatsecretaris de uitkomsten van de studie van de commissie-Salmon-Brooks mee.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Neen, het laatste neem ik niet mee. Dat moet de Kamer zelf inbrengen. Ik vroeg daarom ook naar de planning van de Kamer. Rondom september ligt de Rijkswet voor het Statuut bij de Kamer. In dat kader moet de Kamer zelf amenderen of mij anderszins moeten opdragen om iets te wijzigen.

De heer Schinkelshoek (CDA): Dit legt de staatssecretaris er dus naast, maar eventuele verdergaande wijzigingen van het Statuut neemt zij mee.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Dat wel.

De heer Van Raak gaf aan dat in dit kader sprake is van meer structurele en meer incidentele elementen. Hij noemde de gevangenis Bon Futuro en Isla-raffinaderij als meer eenmalige zaken, terwijl andere zaken meer structureel zijn. Dat vind ik overigens niet minder belangrijk.

Ik vind met de heer Schinkelshoek dat de Kamer de vinger aan de pols moet houden als het gaat om het staatkundige traject. Daarover geen misverstand. Ik heb al klip en klaar aangegeven, wat betreft het referendum, dat er niet wordt heronderhandeld. Het gaat om een samenhangend pakket, zoals ik ook in eerste termijn heb aangegeven, waar niet zomaar een of twee onderdelen uitgehaald kunnen worden, aangezien dan de balans in het gehele pakket ter discussie staat. De schuldsanering is onderdeel van het onderhandelingsresultaat. Die houdt dan ook op.

Op dit moment hebben we nog niets betaald aan Curaçao. De vorige keer wees iemand erop dat er min of meer sprake was van een positief advies van het Cft. In reactie daarop heb ik aangegeven dat ik dat advies nog moest bestuderen en dat ik daarna zou bekijken in hoeverre dat voldoet aan de vastgestelde voorwaarden. Wij zijn dus nog niet begonnen. Dat geldt niet voor het land. Daar zijn wij begonnen, want het land houdt geen referendum. Wij zijn het over eens dat het land in alle gevallen moet worden ontmanteld. Als we het ergens over eens zijn, dan is het over de opheffing van het land. De schuldtitels zijn daar afgelost. Ook voor de BES-eilanden zijn wij begonnen met schuldsanering. Aan Curaçao is dus nog niets betaald. De betaling begint pas als er aan de afgesproken voorwaarden is voldaan en dat is nog niet het geval.

Ik heb al aangegeven dat ik kritisch ben in de richting van Sint Maarten. Het is dus geen automatisme dat het land wordt. Ik heb dat zojuist uitgebreid toegelicht.

Ik heb de rapportage over de staat van de rechtsstaat op Aruba al toegezegd. Dat gaat verder dan rechtshandhaving. Zo vat ik het ook op. Het gaat om twee verschillende kanten, goed bestuur en rechtshandhaving. Ik weet dat wat er in eerste termijn is gezegd inmiddels al is opgemerkt in Aruba. Ook deze kwestie komt morgen in het overleg met minister-president Oduber aan bod.

Dan het homohuwelijk. Ik heb de vorige keer al uitgebreid aangegeven dat een erkend huwelijk, waar ook ter wereld, dus ook op Aruba, Curaçao en de BES-eilanden moet worden ingeschreven. De gevolmachtigde minister van Aruba vond dat een beetje ver gaan, maar ik heb al gemeld dat ik de minister daarover heb aangesproken. Tevens heb ik de gouverneur om rapportages op dit punt gevraagd. Wij krijgen die ook en wij volgen of dat gebeurt. Ik ben daar heel strak in. Een en ander is echter nog niet meteen aan de orde, maar op termijn wordt het ingevoerd. Wat betreft het burgerlijk recht wordt momenteel de wetgeving van de Antillen aangehouden. Daar staat het homohuwelijk echter niet in beschreven. Daar starten wij dus mee, aan de hand van een schema. Ik weet niet op welke termijn, maar het wordt op termijn ook ingevoerd op de BES-eilanden. Ik heb daar geen misverstand over laten bestaan.

De heer Leerdam heeft gevraagd naar het samenwerkingsbeleid en de uitwisseling tussen de landen in de toekomst. Ik heb in eerste termijn uitgelegd dat het samenwerkingsbeleid ophoudt. Daarnaast is er natuurlijk wel altijd samenwerking mogelijk op vrijwillige basis, zoals we op dit moment ook doen met Aruba. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden op het gebied van onderwijs, maar meestal op het gebied van de rechtshandhaving. Wij moeten dit dan van geval tot geval bezien.

Er is specifiek gevraagd naar de hiv/aidsproblematiek. Dat is een grote zorg. Er is gevraagd of ik mij daarvoor wil inzetten. Toen ik in het kader van het samenwerkingsbeleid op reis was, heb ik op Saba een bezoek gebracht aan een instelling die voorlichting gaf op dit terrein. Er wordt vaak naar Curaçao gekeken, maar op de kleine eilanden is deze kwestie vaak nog meer onderbelicht. Ik wil mij daar uiteraard voor inzetten. Ik breng de kwestie in mijn gesprekken met het land de Nederlandse Antillen en de eilandgebieden in. Als de behoefte bestaat aan uitwisseling van kennis, zal ik zeker contact opnemen met de collega van VWS, maar de verantwoordelijkheid blijft, zoals de heer Remkes terecht opmerkte, bij het land de Nederlandse Antillen en daarna bij Curaçao, Sint Maarten en Aruba, zoals dat ook nu al het geval is. Over de BES-eilanden bestaat geen misverstand, aangezien wij daar straks de zorgverzekering zullen regelen. Daar is dus sprake van een heel andere situatie wat betreft de toegankelijkheid van goedkope medicatie voor hiv/aids.

Er bestaat geen misverstand over Sint Maarten. Sint Maarten moet niet alleen op papier aan de voorwaarden voldoen, maar ook in de praktijk. Wij zullen dat nog toetsen. Ik heb al toegelicht waar ik mij zorgen over maak.

Dan de Bon Futuro gevangenis en de gelden in dat kader. In het algemeen deel ik de zorg van de Kamer over deze gevangenis. Het aantal incidenten is te hoog. Het is zaak dat de kwaliteit van het gevangeniswezen op korte termijn sterk verbeterd wordt. Ik kan mijn ogen niet sluiten voor deze problematiek, ondanks dat dit de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen is. Ik laat daarom momenteel ambtelijk onderzoeken hoe Nederland op een meer dwingende manier kan ondersteunen bij de verbetering van het gevangeniswezen op de Nederlandse Antillen en in het bijzonder bij de Bon Futuro gevangenis. Ik hoop de Kamer hier zo snel mogelijk over te kunnen informeren. Er moet ook nieuw- en verbouw plaatsvinden. Er wordt door de Antillen onderzocht of alternatieve vormen van financiering mogelijk zijn, vooral via publiekprivate samenwerking. De beschikbare 12.5 mln. Antilliaanse guldens zijn besteed aan andere urgente projecten, waar onder de renovatie van de politiepost. Deze renovatie had anders niet kunnen plaatsvinden, terwijl die wel zeer urgent was. Ik heb de vorige keer ook toegelicht waar het geld aan is besteed. Op verzoek van mevrouw Van Gent zal ik de minister van Justitie er nog een keer op aanspreken en hem verzoeken ons praktische informatie te geven. Ik heb gisteren de CPT-rapportage van de hoogleraren De Vegter en De Lange getekend en aan de Kamer gestuurd. Dan kan de Kamer de situatie van het gevangeniswezen ook zelf bestuderen. Daarmee heb ik die toezegging van verleden week afgehandeld.

Ik ben het met de heer Remkes eens dat we soms moeten loslaten om precies aan te kunnen geven wie wat heeft gemaakt, maar aangezien er wel verantwoording moet worden afgelegd voor wat er met het samenwerkingsgeld gebeurt, zit daar een accountantscontrole op.

Ik weet niet of het zinvol is in te gaan op de totale kosten van het transitieproces, aangezien we werken aan een consequent project dat we met elkaar hebben afgesproken. Ik kan dit ook niet zomaar geven. Wij voeren een strakke regie op de reizen en andere zaken. Wij houden dit consequent in de gaten. Niettemin moet er veel werk worden verzet om het traject uit te voeren. Wij doen dit binnen de begroting.

Er komt een brede rapportage over Aruba, ook over het bestuur. Ik heb vorige week al geantwoord op de vraag hoe ik omga met berichten van de vertegenwoordiging. Ik doe dat op dezelfde manier als ambassades. Dat betekent dat ik de informatie uit berichten gebruik om de Kamer per brief te informeren. Als de Kamer mij iets specifieks vraagt, zal ik dat specifiek laten navragen. Ik informeer de Kamer dus met brieven van mijzelf, waarin een beoordeling van mijzelf staat. Ik heb dit de vorige keer ook niet verzwegen.

Ik onderschrijf dat wij op een nuchtere en consequentie manier aan het slotakkoord moeten werken.

Dan nog iets over de Isla-raffinaderij. Ik ben wat dat betreft een beetje teleurgesteld in mevrouw Van Gent. Ik heb namelijk al een heleboel gedaan op dit terrein. Ik heb deze kwestie vanaf mijn aantreden twee jaar geleden consequent opgepakt. Ik heb de Kamer als eerste al lang geleden geschreven dat wij ons zorgen maakten over deze kwestie. Daarvoor gebeurde dat niet. Ik zie nu voor het eerst voortgang op dit dossier. Ik sluit echter niet uit dat wij nog verdergaand bepaalde zaken moeten doen. Ik heb er de vorige keer al iets over verteld. Ik spreek consequent met het bestuurscollege. In het begin vond men dat niet leuk en wilde men het niet, maar inmiddels weet men dat het zo gaat en dat wij de kwestie serieus oppakken. De Milieudienst Rijnmond heeft bij het bestuurscollege een aanbod gedaan voor ondersteuning bij de herziening van de huidige hindervergunning en de handhaving van de nieuwe vergunning. Ik heb uitgelegd waarom er volgens mij een nieuwe vergunning moet komen, mede naar aanleiding van de uitspraak van de rechter die wij eind deze maand verwachten, want die moet handhaafbaar zijn. Ik heb het bestuurscollege gevraagd of dat consequent gebeurt als de vergunning er is. Men gaat dat inderdaad doen, want anders zetten wij de technische capaciteit niet in. Ik heb ook herinnerd aan de situatie in de negentiger jaren. De milieudiensten gaan nu overleggen. De financieringsovereenkomst voor de meetapparatuur is getekend, maar dat alleen is niet voldoende om goed te kunnen handhaven. Er zijn ook verbeteringen bij de milieudienst nodig. Ook een aanscherping van de hindervergunning en bronmetingen zijn noodzakelijk. Ook daarbij gaan wij ondersteunen, zodat ook die zaken worden geregeld. Dat kan worden betaald uit de Sei-middelen. Ook daarover hebben wij geen misverstand laten bestaan. De uitspraak van de rechter wordt erbij betrokken. PricewaterhouseCoopers heeft een doorlichting van de milieudienst uitgevoerd. Wij hebben afgesproken dat de maatregelen die in de rapportage worden voorgesteld, ook worden ingezet. De visie op de raffinaderij maakt deel uit van de lange termijn economische strategie en zal ook gestalte krijgen in een aantal studies, onder andere naar de energiehuishouding, van Clingendael. Wij kunnen er nog wel een keer verder over spreken, maar een deel van de argumenten van mevrouw Van Gent klopt niet. Een ander deel klopt wel. Ik heb een aantal keren met de mensen van Clingendael gesproken. Er lijkt mij niets op tegen een dergelijke presentatie ook voor de Kamer te organiseren. Ik noem verder de studie naar de economische pijlers, naar de ontwikkeling van de haven en naar de sociaaleconomische gevolgen van de uitkomsten van de juridische procedures. Voor de juridische kant is te weinig capaciteit op niveau aanwezig. Daarom hebben wij ondersteuning aangeboden. Er is dus al veel gebeurd. Het is nooit genoeg, maar wij zijn heel strak op dit punt, strakker dan wij ooit zijn geweest, ook omdat het Koninkrijk altijd in het geding kan komen. Daarin kunnen wij elkaar alleen maar versterken.

Ik begrijp wat de heer Remkes zegt over de kosten en baten in 2009, maar het is heel lastig om de inkomsten aan te geven. De heer Remkes begrijpt dat. Stel dat wij de kosten en baten van het BES-traject in de richting van een individuele gemeente in kaart zouden willen brengen. Dat zou heel lastig zijn. Wij hebben in het verleden al een aantal keuzen gemaakt rondom voorzieningenniveaus en dat soort zaken. Het valt dus niet mee om dat uitgebreider in beeld te krijgen. Over Aruba heb ik in algemene zin al gesproken. De heer Remkes vraagt naar de positie van de vertegenwoordiging in brede zin. Dat is een lastige. De verhouding is beschadigd, al blijft het mijn vertegenwoordiging. Dat heb ik klip en klaar laten weten. Daar heeft Aruba ook mee te maken in de dagelijkse praktijk. Ik zal dat uitgebreider toelichten in het gesprek met de heer Oduber. Wat betreft de positie van het Hof geef ik helemaal niet toe. Daarom hebben wij artikel 43 ook ingezet. Het loslaten geldt voor beide zijden, ook in dit geval. Wat betreft de autonomie moeten wij dingen laten die daar liggen. Ook dat is lastig, gelet op onze relatie in het kader van de Koninkrijksverantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor de overzijde. Men moet de afhankelijkheidsrelatie ook niet altijd creëren door geld te vragen. Neem de Isla. Ik vond het in eerste instantie heel vreemd dat nog bijna geen cent van de SEI-middelen is uitgegeven en dat er toch weer wordt gevraagd om extra geld. Geld is het probleem namelijk niet. Zo zit ik erin.

De antwoorden op de vragen van mevrouw Ortega heb ik al meegenomen in de brief over Aruba die ik de Kamer heb gestuurd. Dit referendum vindt niet plaats in het kader van het zelfbeschikkingsrecht. Als men het zelfbeschikkingsrecht tot gelding wil brengen, moet men daar een referendum over houden. Nu heeft men een keus gemaakt. Nu wil men het resultaat van de onderhandelingen met Nederland voorleggen aan de bevolking. Dat is iets anders dan het referendum over het zelfbeschikkingsrecht. Dat mag men doen, maar men kan ook nog altijd een ander referendum houden. Als men tot onafhankelijkheid wil komen, hetgeen mag, moet daar altijd een referendum aan ten grondslag liggen. Dat moet men zelf organiseren.

De voorzitter: Ik geef de leden de gelegenheid nog kort te reageren.

De heer Van Raak (SP): Voorzitter. De staatssecretaris maakt als eerste bewindspersoon serieus werk van de Isla-raffinaderij. De SP is hier al vanaf 2002 mee bezig, maar toen werd tegen ons gezegd dat de milieudienst niet op orde was. De staatssecretaris is druk bezig, maar de milieudienst is nog steeds niet op orde. Is de milieudienst volgende maand wel op orde?

De heer Brinkman (PVV): Voorzitter. Een aantal vragen van mij is nog niet beantwoord. Ik heb gevraagd wat de staatssecretaris vindt van mijn opmerking over de staatsterreur. Ik vind dat sprake is van staatsterreur. Ik wil graag weten of de staatssecretaris het daarmee eens is. Wanneer komt de rapportage daarover? Ik heb ook gevraagd om de overige informatie van het laatste jaar van de vertegenwoordiger, zowel over Aruba als over de Nederlandse Antillen.

De voorzitter: Die vraag is beantwoord.

De heer Brinkman (PVV): Ik heb het antwoord niet gehoord. Ik heb ook gevraagd welke concrete aanwijzingen de staatssecretaris heeft dat de relatie tussen Aruba en Nederland binnenkort weer in rustiger vaarwater komt. Wij snappen de strategie met betrekking tot het homohuwelijk. De meerderheid van de Tweede Kamer vindt dat het homohuwelijk ook op de BES-eilanden moet kunnen worden gesloten, maar nadrukkelijk niet op termijn. Daar moet de staatssecretaris direct afstand van nemen, want anders komt daar een motie overheen.

Mevrouw Van Gent (GroenLinks): Ik vind het een beetje lastig dat een aantal dingen wordt toegezegd zonder dat er een termijn aan vastzit. Wanneer kan het homohuwelijk daar wel worden gesloten? Wat de raffinaderij betreft heb ik nog gevraagd naar de stroomvoorziening waarmee ik de vorige keer werd geconfronteerd. Ik heb er nog geen duidelijk antwoord op gekregen. De staatssecretaris krijgt veel te horen over de raffinaderij daar, maar ik hoor een heleboel andere berichten van het eiland en die komen erop neer dat de situatie ernstiger is dan de staatssecretaris denkt. Is zij bereid een keer met andere clubs en burgers te spreken? Ik wil haar graag mijn informatie geven, want dan kan zij die verifiëren in die gesprekken. Op papier is het bestuurscollege heel druk, maar in de praktijk valt het vies tegen volgens mij. Ik wil ook weten wanneer wij de resultaten kunnen verwachten van het onderzoek naar de integriteit van het bestuur op Aruba.

De heer Remkes (VVD): Nog iets over het open eind van de financiën. Wij worden in de loop van het jaar geconfronteerd met wetgeving voor de BES-eilanden. Ik ga ervan uit dat het integrale financiële overzicht bij die gelegenheid aanwezig is, want de Kamer moet de kosten van de wetgeving kunnen afwegen.

Mevrouw Ortega-Martijn (ChristenUnie): De vragen 3, 4 en 5 zijn nog niet beantwoord. Ik wil dat die schriftelijk worden beantwoord. De staatssecretaris heeft ook iets gezegd over het referendum, maar volgens mij zou het wel over zelfbeschikkingsrecht kunnen gaan. Ik heb namelijk informatie dat dit het geval is.

Staatssecretaris Bijleveld-Schouten: Voorzitter. Ik zal mij daarover laten informeren, al denk ik dat dit niet het geval is. De antwoorden op de vragen van mevrouw Ortega zal ik schriftelijk beantwoorden.

De vraag van de heer Remkes beantwoord ik positief, want dat behoort bij het wetgevingstraject. Ik ben niet zo soepel in de termijnen. Ik heb de vorige keer al aangegeven dat ik zou proberen om al in april te komen met de rapportage over Aruba. Dan kan dat gelijk oplopen met de bespreking van de staat van het bestuur door de Kamer. Ik ga daar nog steeds van uit. Ik spreek overigens niet alleen met het bestuurscollege. Ik heb ook gesproken met de clubs van Norbert George en met anderen die zich hiermee bezighouden. Wij laten ons dus niet eenzijdig informeren. De Milieudienst Rijnmond heeft de beschikking over internationaal erkende specialisten op dit terrein. Ik heb die meegenomen in het gesprek. Ik heb aangegeven dat deze mensen alleen maar ondersteuning geven als er daadwerkelijk iets gebeurt, want anders staat hun eigen naam ook ter discussie. Zo hard hebben wij het gezegd. Als wij iets dergelijks aanbieden, moet het ook tot resultaat leiden. De vraag naar de stroomvoorziening heb ik al beantwoord toen ik verwees naar het Clingendael-onderzoek. Dat heeft betrekking op de gehele energievoorziening op het eiland. Wellicht komt daar een presentatie van. Dan kan dat punt in brede zin worden bediscussieerd. De informatie van mevrouw Van Gent klopt deels, want dit heeft niet op heel Curaçao betrekking, maar wel op een heel groot deel.

Wat het homohuwelijk betreft is het niet onze eerste keus om het BW aan te passen. Ik kan de termijn niet precies aangeven. Wij beginnen met de wetgeving die ook steeds in de voortgangsrapportages naar voren komt. Het BW van de Antillen blijft gehanteerd. Dat is een van de volgende tranches bij de wetgeving, maar ik kan er niet precies een datum aan koppelen. Het punt van de heer Brinkman over de rapportages van vertegenwoordigingen en ambassades in de wereld heb ik al beantwoord. De Kamer krijgt die niet. Ik gebruik die rapportages om mijn antwoorden en mijn beleidsbrief in de richting van de Kamer te schrijven. Over specifieke vragen zal ik specifieke rapportages vragen, zodat ik specifieke antwoorden kan geven. De beoordeling van de heer Brinkman laat ik aan hem. Ik bespreek de diverse punten wel heel kritisch met de heer Oduber. Ik vind ook dat er in het verleden te weinig is gebeurd aan de milieudienst. Daarom heb ik er nu specifiek naar laten kijken. Daarom is er onderzoek gedaan, zodat wij versneld tot een verbetering kunnen komen. De Milieudienst Rijnmond kan er alleen werken als de situatie daar wordt opgekrikt. Dat betalen wij deels uit de SEI-middelen en deels uit de institutionele versterking van de bestuurskracht. Er is dus geen gebrek aan geld. Daarnaast heeft een check van de Milieudienst Rijnmond uitgewezen dat de huidige vergunning niet handhaafbaar is. Die vergunning moet dus handhaafbaar worden gemaakt. Wij gaan nu de milieudienst op peil brengen en de vergunning handhaafbaar maken. Daarbij wordt de uitspraak van de rechter meegenomen. Dan kan er meteen worden gehandhaafd.

De voorzitter van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

Van Beek

De griffier van de vaste commissie voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken,

De Gier


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van Beek (VVD), voorzitter, Van Gent (GroenLinks), Van Bommel (SP), Van der Staaij (SGP), Blok (VVD), Dijsselbloem (PvdA), Remkes (VVD), Van Bochove (CDA), Van Velzen (SP), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Sterk (CDA), Leerdam (PvdA), ondervoorzitter, Van Hijum (CDA), Griffith (VVD), Boelhouwer (PvdA), Schinkelshoek (CDA), Ortega-Martijn (ChristenUnie), Brinkman (PVV), Pechtold (D66), Van Raak (SP), Gill’ard (PvdA), Lempens (SP), Ouwehand (PvdD), Kuiken (PvdA) en De Rouwe (CDA).

Plv. leden: Ten Broeke (VVD), Halsema (GroenLinks), Van Leeuwen (SP), Van der Vlies (SGP), Zijlstra (VVD), Wolbert (PvdA), Weekers (VVD), De Nerée tot Babberich (CDA), Poppe (SP), Kraneveldt-van der Veen (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Spekman (PvdA), Voordewind (ChristenUnie), Graus (PVV), Koşer Kaya (D66), Bouchibti (PvdA), Jasper van Dijk (SP), Thieme (PvdD) en Kalma (PvdA).