31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 192 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 september 2017

Bij deze bied ik uw Kamer het rapport «Verkenning doelrealisatie communicatiemiddelen Caribisch Nederland» aan1. De gevolgen van de orkaan Irma maken dat dit rapport tegen die specifieke achtergrond wordt gepubliceerd.

Mijn voorganger heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) vorig jaar de opdracht gegeven voor dit onderzoek. Doel van het onderzoek is om inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de communicatiemiddelen en de kwaliteit van de communicatie- en alarmeringsmiddelen in Caribisch Nederland (Bonaire, St. Eustatius en Saba), zowel in het geval van een ramp of een crisis als onder reguliere omstandigheden. Het rapport gaat nader in op de technische en operationele mogelijkheden voor het verbeteren van deze effectiviteit en kwaliteit van de communicatie- en alarmeringsmiddelen.

Aanleiding van het rapport zijn diverse evaluatieonderzoeken, onder andere van de Inspectie Veiligheid en Justitie, waaruit blijkt dat er knelpunten zijn in de communicatie en informatie-uitwisseling tussen hulpdiensten en besturen op Bonaire, St. Eustatius en Saba.

Het onderzoek is in opdracht van en onder verantwoordelijkheid van het WODC uitgevoerd door het Kenniscentrum Risicomanagement en Veiligheid van de Universiteit Twente in samenwerking met de Universiteit van Curaçao en Saxion University of Applied Sciences. Het onderzoek is op 22 juli jl. afgerond.

De onderzoekers hebben op basis van literatuuronderzoek en interviews met leidinggevenden van de kolommen, hulpverleners, professionals in de telecommunicatiesector, beleidsmakers en bestuurders de ervaren knelpunten in beeld gebracht.

De eindconclusie van de onderzoekers is dat de operationele communicatie- en informatiedeling binnen en tussen hulpverleningsdiensten en lokale besturen redelijk voldoet onder reguliere omstandigheden, maar niet op alle plekken en onder alle omstandigheden kan worden gegarandeerd. Volgens de onderzoekers ontstaan er tijdens een ramp of een crisis mogelijk problemen met de operationele communicatie- en informatiedeling en neemt als gevolg hiervan het risico op slachtoffers en letsel toe, met name wanneer snelheid van handelen geboden is, zoals bij brand, medische noodsituaties, rampen en crisissituaties.

Teneinde de knelpunten op te lossen, hebben de onderzoekers aanbevelingen geformuleerd, gericht aan de eilandbesturen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de Ministeries van Veiligheid en Justitie (VenJ), Economische Zaken (EZ) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Rijksdienst Caribisch Nederland. Ik zal het rapport daarom onder de aandacht brengen van de betrokkenen.

De onderzoekers wijzen op het belang van nader overleg en samenwerking tussen de Ministeries, eilandbesturen en concessiehouders en moedigen deze partijen aan om overleg te voeren, op basis van dit rapport, om de inzet en de effectiviteit van beschikbare communicatiemiddelen bij rampen en crisissituaties te vergroten.

Ik treed in overleg met onder andere mijn collega’s van EZ en BZK en de gezaghebbers van Bonaire, St. Eustatius en Saba om afspraken te maken over de aanpak. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de regio en de drie eilanden in het bijzonder, alsmede de risico’s waarmee de eilanden worden geconfronteerd. De orkaan Irma die onlangs veel schade heeft aangericht in de regio, is hiervan een voorbeeld.

Mede op grond van deze overleggen doe ik u later dit jaar samen met mijn collega’s van EZ en BZK een beleidsreactie toekomen, waarbij ik nader inga op de betekenis van de conclusies en aanbevelingen vanuit het rapport.

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven