Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531568 nr. 145

31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 oktober 2014

Op 19 juni 2014 heb ik u geïnformeerd over mijn beslissing om het Engels in te voeren als instructietaal in het onderwijs op Sint Eustatius (kamerstuk 31 568, nr. 138). Het Nederlands zal daarbij de positie krijgen van een sterke vreemde taal. Ik heb deze beslissing gebaseerd op het onderzoek dat ik in overleg met het eilandsbestuur van Sint Eustatius heb laten uitvoeren en waarvan ik de rapporten bij mijn brief van 19 juni aan uw Kamer heb gezonden. Zoals toegezegd in die brief informeer ik u hierbij over mijn standpunten ten aanzien van de meer gedetailleerde aanbevelingen uit het onderzoek en over de acties die ik hierop onderneem in het kader van het transitietraject.

Aanbevelingen

Het haalbaarheidsonderzoek naar de instructietaal op Sint Eustatius concludeert dat de leerlingen op Sint Eustatius het meest gebaat zijn bij Engelstalig onderwijs en dat Engelstalig onderwijs op dit eiland ook haalbaar is. Er bestaan voldoende Engelstalige methodes en materialen, evenals Engelstalige examens die ook toegang bieden tot vervolgonderwijs in Nederland. Hieronder ga ik in op de aanbevelingen die de onderzoekers doen ten aanzien van de maatregelen die moeten worden getroffen bij de overgang naar Engels als instructietaal.

Basisonderwijs

Binnen het basisonderwijs is de belangrijkste aanbeveling dat er doorlopende leerlijnen worden ontwikkeld met bijpassende Engelstalige onderwijs-programma’s. Ik sluit me aan bij deze aanbeveling en ik stel middelen ter beschikking om de scholen te helpen bij de ontwikkeling van het nieuwe curriculum. Ik laat nagaan in hoeverre hiervoor gebruik kan worden gemaakt van hetgeen reeds is ontwikkeld of in gebruik is genomen, bijvoorbeeld door de basisscholen op Saba en Sint Maarten. Voor het vak Nederlands als vreemde taal zal een nieuw programma moeten worden ontwikkeld (zie ook hieronder). Ook hiervoor stel ik middelen beschikbaar en zal ik nagaan wat de mogelijkheden zijn voor samenwerking met de andere eilanden.

In de tweede plaats wordt aanbevolen om alle docenten het standaard Engels op voldoende niveau te leren beheersen. Daarbij moeten de docenten ook de vaardigheid hebben om in het Engels les te geven. Een taalexpert zal de benodigde niveaus moeten bepalen. Wie dit nog niet beheerst, zal hierop moeten worden bijgeschoold. Ook deze aanbeveling onderschrijf ik. Ik zal in overleg met Maestro Kompas, het consortium dat is opgericht voor de scholing van leerkrachten in Caribisch Nederland, nagaan hoe we deze scholing op korte termijn kunnen starten. Dit geldt voor de leerkrachten in zowel het basisonderwijs als het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.

Het haalbaarheidsonderzoek stelt dat idealiter alle kinderen vóór hun vierde jaar al in aanraking komen met het standaard Engels en worden gestimuleerd in hun taalvaardigheid. De kinderopvang op Sint Eustatius is al Engelstalig. In de praktijk wordt echter geen standaard Engels maar Statiaans Engels gesproken. De onderzoekers stellen daarom dat alle begeleidsters het standaard Engels op voldoende niveau dienen te beheersen. Ik zal de begeleidsters in de kinderopvang, net als de leerkrachten in het onderwijs, de kans geven om hun beheersing van het standaard Engels te verbeteren door middel van een passend opleidingsaanbod. Dit tijdelijke opleidingsaanbod zal onderdeel zijn van het transitieproject. De onderzoekers bevelen het openbaar lichaam ook aan om de deelname aan voorschoolse educatie te stimuleren en toe te zien op de kwaliteit en de kwaliteitsbevordering van de voorschoolse en de naschoolse kinderopvang. Volgens de onderzoekers zouden het Ministerie van OCW en het Ministerie van SZW in overleg met het openbaar lichaam kunnen bezien hoe voorschoolse educatie verder kan worden gestimuleerd. Mijn ministerie is hierover in overleg met het Ministerie van SZW.

Algemeen vormend onderwijs

Voor de algemeen vormende stroom van het voortgezet onderwijs (mavo-havo-niveau) adviseren de onderzoekers het examensysteem van de Caribbean Examination Council (CXC) in te voeren. Dit systeem wordt ook op Saba gebruikt. De examens van de CXC worden breed erkend, ook in Nederland. De profielen kunnen namelijk zodanig worden samengesteld, dat ze het profiel van de theoretische leerweg van het vmbo (mavo) of havo weerspiegelen. Tegelijkertijd sluit de inhoudelijke context van de examens beter aan op de belevingswereld van de jongeren op Sint Eustatius. Op basis van deze argumenten, die in het rapport van het haalbaarheidsonderzoek verder zijn uitgewerkt, neem ik de aanbeveling over om de CXC-examensystematiek in te voeren voor de algemeen vormende stroom. Daarbij zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van wat al op Saba, Sint Maarten en de andere eilanden in de regio is ontwikkeld en in gebruik genomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de modules die de school voor voortgezet onderwijs op Saba in samenwerking met de SLO heeft ontwikkeld voor de aansluiting op het vervolgonderwijs in Nederland.

Deze inrichting is voor Saba reeds geregeld in het Tijdelijk Besluit Saba Comprehensive School BES. Ik zal dit besluit aanpassen, zodat de school voor voortgezet onderwijs op Sint Eustatius ook onder de reikwijdte van dit besluit valt. Daarnaast stel ik middelen ter beschikking om de school te helpen bij de ontwikkeling van het nieuwe curriculum en de scholing van docenten.

In het haalbaarheidsonderzoek is ook de optie onderzocht om Nederlandse examens te vertalen. De onderzoekers wijzen deze optie af. Letterlijke vertaling van examens raakt namelijk aan de nuances van de opgaven. Dit geldt zowel voor de examens Nederlands en Engels als voor de zaakvakken. Bij letterlijke vertaling blijft bovendien de context die in de opgaven is verwerkt een probleem. Om aan deze problemen tegemoet te komen, zouden de examens moeten worden aangepast. Dit betekent dat er unieke Engelstalige examens voor de Gwendoline van Puttenschool zouden moeten worden gemaakt voor elk van de stromen mét een eigen normering. Dit is echter onmogelijk, omdat de normgroep te klein is. Bovendien is het financieel buiten proportie.

Beroepsgericht onderwijs

Voor de beroepsgerichte stroom adviseren de onderzoekers een systeem dat flexibel genoeg is voor de specifieke context van Sint Eustatius en tegelijkertijd aansluiting biedt op vervolgopleidingen in de regio en in Europees Nederland. Ook hier kan aansluiting worden gezocht bij wat al voor Saba is geregeld. Op Saba is het onderwijs ingericht met modules van het Technichal and Vocational Education and Training-programma (TVET) van de op Jamaica gevestigde Heart Trust Foundation. De diploma’s worden, evenals de diploma’s van de CXC, breed erkend. TVET op niveau 1 is vergelijkbaar met het niveau van de beroepsgerichte leerwegen in het vmbo. TVET op niveau 2 is vergelijkbaar met mbo 2-niveau. Wanneer de opleidingen en de programma’s voldoen aan de in Nederland gestelde eisen in de betreffende kwalificatiedossiers, kunnen de leerlingen een mbo 2-diploma halen. Dit blijkt op Saba succesvol: in het afgelopen jaar is de eerste lichting mbo-2 leerlingen compleet geslaagd.

Deze inrichting is voor Saba reeds geregeld in het Tijdelijk Besluit Saba Comprehensive School BES. Zoals hierboven aangegeven, zal ik dit besluit aanpassen, zodat de school voor voortgezet onderwijs op Sint Eustatius ook onder de reikwijdte van dit besluit valt. Daarnaast stel ik ook voor de beroepsgerichte stroom middelen ter beschikking om de school te helpen bij de ontwikkeling van het nieuwe curriculum en de scholing van docenten.

Nederlands als vreemde taal

De keuze voor Engels als instructietaal betekent niet dat het Nederlands overboord wordt gezet. Integendeel. Het Nederlands zal intensief en systematisch worden aangeboden vanaf jonge leeftijd. Daarbij is het belangrijkste verschil met de huidige situatie dat het Nederlands wordt aangeboden als vreemde taal en niet als moedertaal. Dit sluit beter aan bij de situatie van de leerlingen, omdat zij het Nederlands buiten de school niet of nauwelijks horen. Ik zal een programma(kader) voor Nederlands als vreemde taal laten ontwikkelen. Dit moet ertoe leiden dat leerlingen, die willen doorstromen naar een Nederlandstalige opleiding, voor hun vertrek van het eiland voldoende Nederlands beheersen om de betreffende opleiding te kunnen volgen. Daarbij zal ik, in het kader van het transitieproces, ook zorgen voor een programma dat de scholieren voorbereidt op de competenties die zij nodig hebben voor hun studie en het dagelijkse leven buiten Sint Eustatius.

Transitieproces

De onderzoekers adviseren het Ministerie van OCW de eindverantwoordelijkheid op zich te nemen voor het gehele transitieproces, een coördinator voor het transitieproces aan te stellen en opdrachten uit te zetten voor de deelactiviteiten.

In het onderzoek is een planning van het gehele transitieproces opgenomen. Volgens deze planning gaan alle leerlingen in het primair onderwijs en de eerste klas van het voortgezet onderwijs per 1 september 2015 over naar de nieuwe systematiek. De invoering in het voortgezet onderwijs gebeurt vervolgens per cohort, zodat in het schooljaar 2020/2021 het complete onderwijs op Sint Eustatius volgens de nieuwe systematiek plaatsvindt.

Dit is een ambitieuze planning die veel energie en doorzettingsvermogen van alle partijen vergt. Ik realiseer me dat dit een extra inspanning vraagt bovenop de andere verbeterpunten uit de Onderwijsagenda, zoals het lopende traject om de bekwaamheid en bevoegdheid van docenten op het juiste niveau te krijgen.

Met de kanttekening dat de inzet van alle betrokkenen op Sint Eustatius cruciaal is voor het slagen van dit traject, onderschrijf ik de aanbevelingen ten aanzien van het transitieproces en zal ik me inzetten om deze planning te realiseren.

Ik heb reeds de eerste stappen gezet door, na overleg met de gedeputeerde van Onderwijs van Sint Eustatius, een coördinator voor het transitieproces aan te stellen. Deze coördinator, die ruime ervaring heeft met Engelstalig onderwijs in de Caribische regio, stuurt sinds begin september ter plaatse het transitieproces aan en dient als centraal aanspreekpunt voor alle betrokken partijen.

Conclusie

Het besluit tot wijziging van de instructietaal op Sint Eustatius is een ingrijpende beslissing. Ik heb geconstateerd dat een groot deel van de Statiaanse bevolking betrokken is geweest bij het onderzoek naar de instructietaal. Belanghebbenden vanuit allerlei geledingen hebben hun inbreng kunnen leveren. Uit vrijwel alle gesprekken bleek dat er een groot draagvlak is voor de overgang naar Engels als instructietaal en Nederlands als vreemde taal. De bevolking stelt de kansen van de kinderen voorop en is van mening dat de leerlingen met het Engels als instructietaal een goede basis krijgen en daardoor uiteindelijk ook Nederlands en hun andere vakken beter kunnen beheersen. Dit is ook duidelijk naar voren gebracht door leerkrachten, die leerlingen in de praktijk zien worstelen met het Nederlands en ervaren dat leerlingen meer opnemen en zich beter kunnen uiten in het Engels. Ik ben er hierdoor overtuigd dat deze beslissing gedragen wordt door een groot deel van de bevolking van het eiland. Ik heb echter ook geconstateerd dat er een groep is die het Nederlands als instructietaal wil behouden, met name vanwege het belang van het Nederlands voor een vervolgopleiding of baan. Ook zijn er op dit moment nog veel vragen over de nieuwe examensystematiek. Ik ga ervan uit dat ik de meeste twijfels over de nieuwe systematiek kan wegnemen door middel van verdere voorlichting.

De komende jaren zullen intensief zijn voor scholen, schoolbesturen, leer-krachten, leerlingen, ouders en andere betrokken organisaties op Sint Eustatius. In aanvulling op hun inzet in het kader van de Onderwijsagenda zullen zij de transitie maken van (grotendeels) Nederlandstalig naar Engelstalig onderwijs. Ik ben ervan overtuigd dat de eerste effecten in de klas snel zichtbaar zullen worden en dat dit alle betrokkenen zal motiveren. Van mijn kant zal ik mij inzetten om de scholen in dit traject te ondersteunen en het gehele proces te blijven bewaken.

Ik zal uw Kamer over de uitvoering van dit transitietraject informeren via de jaarlijkse rapportage over de Onderwijsagenda. De eerstvolgende brief inzake de evaluatie van de Onderwijsagenda kunt u voor de zomer van 2015 verwachten.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S. Dekker