Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201231568 nr. 101

31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen

Nr. 101 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 mei 2012

De voormalig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 11 mei 2010 toegezegd de Eerste Kamer nader te zullen informeren over de voortgang van de implementatie van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (hierna: Euthanasiewet) op Bonaire, St. Eustatius en Saba (Caribisch Nederland). Gezien de relevantie van het onderwerp acht ik het van belang ook uw Kamer, mede namens mijn collega van Veiligheid en Justitie, hierover in te lichten.

Achtergrond

Met het amendement Remkes – Van Gent (Kamerstukken II 2009/10 31 959, nr. 24) zal de Euthanasiewet per 10 oktober 2012 inwerking treden in Caribisch Nederland. De Kamer gaf met het amendement aan dat, uit het oogpunt van autonomie en gelijke behandeling, de Euthanasiewet ook op Caribisch Nederland van toepassing zou moeten zijn.

Voor euthanasie bestaat in Caribisch Nederland echter slechts beperkt draagvlak, wat maakt dat uw besluit daar de nodige emoties heeft opgeroepen. Tijdens mijn recente bezoek aan de eilanden heb ik aangegeven begrip te hebben voor deze gevoelens. Tegelijkertijd heb ik aangegeven het juist daarom van belang te vinden dat de implementatie uiterst zorgvuldig verloopt, zodat een arts in staat zal zijn conform de strikte zorgvuldigheidseisen uit de wet te handelen en daarnaar beoordeeld te worden. Ik heb bovendien benadrukt dat één van de zorgvuldigheidseisen uit de wet is dat er een uitdrukkelijk en weloverwogen verzoek van de patiënt tot vrijwillige levensbeëindiging ligt.

De in het geval van euthanasie te volgen procedure omvat een aantal stappen. Wanneer een arts de euthanasie heeft uitgevoerd, dient hij of zij hiervan allereerst melding te maken aan de lijkschouwer. De Officier van Justitie bepaalt daarna of verlof kan worden afgegeven voor begraven of cremeren. De verslagen van de behandelend arts, de lijkschouwer en een onafhankelijke arts worden vervolgens aan een Regionale toetsingscommissie euthanasie (Rte) gezonden. Het is aan deze commissie om te beoordelen of de betrokken arts heeft voldaan aan de zorgvuldigheidseisen. Indien de commissie tot de conclusie komt dat de arts niet conform de zorgvuldigheidseisen heeft gehandeld, wordt hiervan melding gemaakt bij het Openbaar Ministerie (OM).

De bijzondere context van de eilanden maakt dat er een aantal zaken geregeld dient te worden om de vereiste zorgvuldigheid in deze procedure ook in Caribisch Nederland te waarborgen. Deze betreffen specifiek de ondersteuning van de betrokken artsen, de lijkschouw, de toetsing van euthanasiemeldingen en de taakopdracht van het Openbaar Ministerie. Op de voortgang op deze onderwerpen zal ik nu ingaan.

Ondersteuning van artsen

Voor een zorgvuldige toepassing en toetsing van euthanasie is de kennis van artsen over de inhoud van de wet en de medische toepassing van euthanasie essentieel. Geconstateerd is dat de kennis van (huis)artsen in Caribisch Nederland op het terrein van palliatieve zorg alsook euthanasie op dit moment echter nog beperkt is. Het VUmc en het Academisch Medisch Centrum (AMC) starten om die reden, in samenwerking met de KNMG, op korte termijn een opleidingsmodule voor alle artsen in Caribisch Nederland. Deze module zal het brede terrein van palliatieve zorg beslaan, en daarbij ook ingaan op medische beslissingen rond het levenseinde waaronder euthanasie.

Een belangrijke zorgvuldigheidseis uit de wet is dat de behandelend arts een onafhankelijke arts dient te raadplegen. Om de arts in staat te stellen onafhankelijk advies in te winnen, zal een arts in Caribisch Nederland net als een arts in Nederland beroep kunnen doen op de kennis en ervaring van speciaal hiertoe opgeleide artsen van Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland (SCEN). Op dit moment werken op Bonaire al enkele artsen die als SCEN-arts zijn opgeleid en ook bereid zijn als onafhankelijk arts op te treden. Op St. Eustatius en Saba is dit vooralsnog niet het geval. Voor deze twee eilanden zal daarom een praktische oplossing moeten worden gezocht, bijvoorbeeld door een arts van buiten de eilanden te raadplegen.

Daarnaast is het ook mogelijk voor artsen, verpleegkundigen en verzorgenden om contact te leggen met een consultatieteam palliatieve zorg of de KNMG-Artseninfolijn te bellen. De informatie die zij hier kunnen krijgen heeft betrekking op alle medische beslissingen rond het levenseinde, waaronder euthanasie.

Lijkschouw

Met de Aanpassingsregeling levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding BES (Stcrt. 2011, 17488) is de procedure na overlijden in het geval van euthanasie juridisch geregeld voor Caribisch Nederland. Noodzakelijk is nu dat de bestuurscolleges van de eilanden een geneeskundige aanwijzen die de lijkschouw in voorkomende gevallen kan verrichten. Tijdens mijn reis heb ik aan de afzonderlijke bestuurscolleges gevraagd wanneer deze benoemingen kunnen worden verwacht. Mij is verzekerd dat dit op Bonaire ruim voor 10 oktober 2012 het geval zal zijn. Op Saba en St. Eustatius staan hieraan nog enkele praktische problemen in de weg, waarvoor door de bestuurscolleges in overleg met het ministerie van VWS een oplossing zal worden gezocht.

Toetsing

Op grond van de Euthanasiewet dient een regionale toetsingscommissie meldingen van euthanasie te toetsen. Afgaande op het aantal meldingen van euthanasie in Nederland, zal op de eilanden mogelijk sprake zijn van 2 à 3 gevallen van euthanasie per jaar. Dit maakt dat een speciale Regionale toetsingscommissie euthanasie (Rte) voor Caribisch Nederland maar beperkt in staat zal zijn om de vereiste kennis en ervaring op te bouwen. Om toch de kwaliteit van de toetsing te kunnen waarborgen, zal daarom worden aangesloten bij de bestaande Rte-structuur in Nederland. Met de Rte voor Noord-Nederland is afgesproken dat deze commissie de meldingen van euthanasie uit Caribisch Nederland in voorkomende gevallen zal toetsen.

Openbaar Ministerie

In Nederland wordt, indien een Rte tot de conclusie komt dat een arts niet heeft gehandeld conform de zorgvuldigheidseisen uit de Euthanasiewet, de zaak door de Rte overgedragen aan het College van procureurs-generaal. Ook in geval een Rte zich onbevoegd acht tot het geven van een oordeel komt de zaak uiteindelijk bij het College. Het College bepaalt dan aan de hand van het dossier, het (eventuele) oordeel van de Rte en de Aanwijzing vervolgingsbeslissing inzake actieve levensbeëindiging op verzoek (hierna: Aanwijzing) of tot strafrechtelijk onderzoek wordt overgegaan.

De situatie in Caribisch Nederland wijkt in zoverre af van die in Nederland, dat het Nederlandse College van procureurs-generaal geen bevoegdheid heeft op de eilanden. De Hoofdofficier van Justitie in Caribisch Nederland legt verantwoording af aan de procureur-generaal van Curaçao, St. Maarten, Bonaire, St. Eustatius en Saba. Op zijn beurt legt deze PG, voor wat betreft Caribisch Nederland, verantwoording af aan de (Nederlandse) Minister van Veiligheid en Justitie.

Voorafgaand aan mijn bezoek aan de eilanden, is reeds op ambtelijk niveau over dit onderwerp gesproken met de Hoofdofficier van Justitie voor Caribisch Nederland en de procureur-generaal van Curaçao, St. Maarten, Bonaire, St. Eustatius en Saba. De PG heeft zich hierbij bereid verklaard de Aanwijzing in voorkomende gevallen te volgen. Hierover wordt nader overleg gevoerd.

Tot slot

Dat euthanasie gevoelig ligt in Caribisch Nederland, is reden te meer voor mij er scherp op toe te willen zien dat de bevolking goed wordt betrokken en geïnformeerd bij de implementatie van de regelgeving. Ik heb de GGD gevraagd daartoe, zo mogelijk in samenwerking met de Rijksdienst Caribisch Nederland, voorlichting te verzorgen. Een goede informatievoorziening zal veel onduidelijkheid en onbegrip over de regelgeving voorkomen.

Zorgvuldigheid is de kern van een maatschappelijk en medisch verantwoorde toepassing van euthanasie. De geringe omvang van de eilanden, hun onderlinge afstand en het beperkt aanwezige draagvlak maken de implementatie van de Euthanasiewet in Caribisch Nederland een complexe opgave. De uitdaging is om de vereiste zorgvuldigheid binnen deze specifieke context te organiseren. In dat licht zijn inmiddels belangrijkste stappen gezet die moeten resulteren in een verantwoorde inwerkingtreding per 10 oktober aanstaande.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers