Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200831566 nr. 2

31 566
Wijziging van een aantal wetten in verband met de invoering van een basisregistratie inkomen (Aanpassingswet basisregistratie inkomen)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in verband met de invoering van een basisregistratie inkomen enige wetten aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

MINISTERIE VAN JUSTITIE

ARTIKEL I

De Wet op de rechtsbijstand wordt als volgt gewijzigd:

A. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechts-bijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation (30 436), nadat het tot wet is verheven, eerder in werking is getreden dan dit artikelonderdeel, wordt artikel 1, eerste lid, als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen m en n vervallen.

2. De onderdelen o tot en met t worden geletterd m tot en met r.

3. Na onderdeel r (nieuw) wordt onder vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

s. inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

B. Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechts-bijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation (30 436) nog niet in werking is getreden op het tijdstip waarop dit artikelonderdeel in werking is getreden, wordt artikel 1, eerste lid, als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen m en n vervallen.

2. De onderdelen o tot en met q worden geletterd m tot en met o.

3. Na onderdeel o (nieuw) wordt onder vervanging van de punt aan het slot van dat onderdeel door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

p. inkomensgegeven: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

C. Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het derde lid komt te luiden:

3. De inspecteur verstrekt op verzoek van de raad het bedrag aan vermogen dat meer bedraagt dan het heffingvrij vermogen van de rechtzoekende en van degenen als bedoeld in artikel 34, derde lid. Voor zover van de rechtzoekende of van degenen als bedoeld in artikel 34, derde lid, geen vermogens- of inkomensgegeven beschikbaar is, verstrekt de inspecteur op verzoek van de raad zo mogelijk het bedrag dat in het peiljaar het vermogen of inkomen zo goed mogelijk benadert.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. In de gevallen waarin de inspecteur niet beschikt over de gegevens over vermogen of inkomen, bedoeld in het derde lid, legt de aanvrager stukken over op grond waarvan de raad het bedrag aan vermogen of inkomen kan vaststellen.

D. Artikel 34a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Het inkomen van de rechtzoekende is het inkomensgegeven in het peiljaar. Voor zover van de rechtzoekende geen inkomensgegeven beschikbaar is, wordt onder inkomen verstaan het bedrag dat in het peiljaar het inkomen zo goed mogelijk benadert, dan wel het door de raad op grond van door de rechtzoekende overgelegde gegevens vastgestelde bedrag aan inkomen. Indien een inkomensgegeven over het peiljaar beschikbaar is dat afwijkt van het eerder toegepaste inkomensgegeven of het bedrag, bedoeld in de tweede volzin, en dat gevolg heeft voor het al dan niet verlenen van een toevoeging of de hoogte van de door de rechtzoekende verschuldigde eigen bijdrage, neemt de raad ambtshalve een besluit dat in de plaats komt van het eerder genomen besluit. Artikel 34d, eerste lid, derde volzin, is van toepassing.

2. Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid.

E. Artikel 34c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «het door de raad geschatte inkomen of vermogen» vervangen door «het inkomen of vermogen» en wordt een volzin toegevoegd, luidende: Artikel 25, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. Bij de aanvraag wordt overgelegd een verklaring waarin de oorzaak van de inkomens- of vermogensdaling wordt toegelicht.

F. Artikel 34d wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Indien de raad de aanvraag, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, niet heeft afgewezen, neemt de raad indien een inkomensgegeven over het jaar van de aanvraag beschikbaar is dat afwijkt van het eerder toegepaste inkomensgegeven of het bedrag, bedoeld in artikel 34a, eerste lid, tweede volzin, en dat gevolg heeft voor het al dan niet verlenen van een toevoeging of de hoogte van de door de rechtzoekende verschuldigde eigen bijdrage, ambtshalve een besluit dat in de plaats komt van het eerder genomen besluit, bedoeld in artikel 34c, eerste lid, met dien verstande dat dit besluit niet van een hoger inkomensgegeven uitgaat dan zou zijn toegepast in het peiljaar, bedoeld in artikel 34a, eerste lid. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op het vermogen in het jaar van de aanvraag. Het besluit heeft geen gevolg voor de beschikking tot verlening en vaststelling van de vergoeding alsmede voor het recht van de rechts-bijstandverlener om de eigen bijdrage die voortvloeit uit de draagkracht zoals berekend in het eerder genomen besluit te vorderen.

2. In het tweede lid wordt «derde lid» vervangen door: tweede lid.

G. In artikel 34g, derde lid, wordt «derde lid» vervangen door «tweede lid» en wordt «tweede volzin» vervangen door «derde volzin».

MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

ARTIKEL II

De Wet studiefinanciering 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De begrippen «belastbaar loon» en «verzamelinkomen» en de daarbij behorende begripsomschrijvingen vervallen.

2. In de begripsomschrijving van het begrip toetsingsinkomen wordt «eerste tot en met derde lid» vervangen door: eerste en tweede lid.

B. Artikel 1.6 vervalt.

C. In artikel 3.4, tweede lid, wordt «vierde, zesde en zevende lid» vervangen door: derde, vijfde en zesde lid.

D. In artikel 6.11, zevende lid, vervalt telkens: of het gecorrigeerde belastbare loon.

E. Artikel 9.6a vervalt.

F. Artikel 11.5, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen a en e vervallen.

2. De onderdelen b, c, d, f en g worden geletterd a, b, c, d en e.

ARTIKEL III

De Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1.1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De begrippen «belastbaar loon» en «verzamelinkomen» en de daarbij behorende begripsomschrijvingen vervallen.

2. In de begripsomschrijving van het begrip toetsingsinkomen wordt «eerste tot en met derde lid» vervangen door: eerste en tweede lid.

B. Artikel 1.6 vervalt.

C. Artikel 2.29 komt te luiden:

Voor de toepassing van artikel 1.8, onderdeel b, en artikel 2.25 wordt zolang het toetsingsinkomen over het kalenderjaar waarover het toetsingsinkomen berekend wordt, het eerste of het tweede jaar na dat kalenderjaar nog niet is bepaald, door de IB-Groep daarvoor in de plaats gesteld een bedrag dat het desbetreffende toetsingsinkomen zo goed mogelijk benadert.

D. Artikel 9.6 vervalt.

E. Artikel 11.4, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De onderdelen a en e vervallen.

2. De onderdelen b, c, d en f worden geletterd a, b, c en d. Voorts wordt aan het slot van onderdeel c na de komma «en» ingevoegd.

ARTIKEL IV

De Wet kinderopvang wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 1, eerste lid, onderdeel n, wordt «onder i» vervangen door: onder h.

B. In artikel 1a, derde lid, onderdeel a, wordt «onderdelen b en h» vervangen door: onderdelen b en g.

ARTIKEL V

De Wet op het primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1a komt te luiden:

Artikel 1a Inkomensbegrip

In deze wet wordt onder inkomen verstaan: het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

B. Artikel 4, zevende lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De derde volzin vervalt.

2. De tekst «vierde volzin» wordt vervangen door: derde volzin.

3. De laatste volzin vervalt.

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

ARTIKEL VI

In de Wet financiering sociale verzekeringen wordt in artikel 19, onderdelen b en c, «onderdeel e» vervangen door: onderdeel d.

MINISTERIE VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

ARTIKEL VII

In de Wet op de huurtoeslag wordt artikel 1 als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel e wordt «onder i» vervangen door: onderdeel h.

2. In onderdeel f wordt «onderdeel f» vervangen door: onderdeel e.

ARTIKEL VIII

Artikel 3, derde lid, van de Wet bevordering eigenwoningbezit komt te luiden:

3. Met betrekking tot de controle van het toetsinkomen maakt Onze Minister gebruik van het inkomensgegeven, bedoeld in artikel 21, onderdeel e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

SLOTBEPALINGEN

ARTIKEL IX

Indien het bij koninklijke boodschap van 24 januari 2006 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de invoering van een lichte adviestoevoeging, alsmede de regeling van de vergoeding van mediation (30 436) later in werking treedt dan artikel I, onderdeel B, van deze wet, wordt vóór de inwerkingtreding van die wet in artikel I, onderdeel A, vierde lid, van die wet «onderdeel q» vervangen door «onderdeel p» en worden de onderdelen r tot en met t geletterd q tot en met s.

ARTIKEL X

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen of subonderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De staatssecretaris van Financiën,