nr. 10
DERDE NOTA VAN WIJZIGING
Ontvangen 20 oktober 2008
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde
lid van het in artikel I, onderdeel C, voorgestelde artikel 62b, wordt een
lid ingevoegd, luidende:
2. De betaling van het verschuldigde geschiedt binnen 30 dagen na
bekendmaking van het besluit tot verhaal overeenkomstig het eerste lid.
2. Na artikel VIIIC wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel VIIID Inwerkingtreding Aanpassingswet vierde tranche
Awb
Tot het tijdstip waarop artikel 23 van hoofdstuk 10 van het bij koninklijke
boodschap van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet tot aanpassing
van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht
(Aanpassingswet vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) tot wet is
verheven en in werking treedt, worden de in artikel I, onderdeel C, van deze
wet voorgestelde artikelen 62b, 62g en 62i als volgt gelezen:
Artikel 62b Verhaal volgens rechterlijke uitspraak
1. Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud
verschuldigd op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar
is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak.
2. Het besluit tot verhaal overeenkomstig het eerste lid wordt bij
brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde
binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen.
3. Degene op wie wordt verhaald kan binnen de termijn van het tweede
lid tegen het besluit in verzet komen door een verzoekschrift aan de rechtbank.
Het verzet kan niet gegrond zijn op de bewering dat de uitkering tot onderhoud
ten onrechte is opgelegd of onjuist is vastgesteld. Indien tijdig verzet is
gedaan wordt de invordering pas voortgezet zodra het verzet is ingetrokken
of ongegrond verklaard.
4. Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven is het college,
met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt, bevoegd tot invordering
van het verschuldigde over te gaan.
5. Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op, die
op kosten van de schuldenaar wordt betekend en met toepassing van de voorschriften
van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd.
Artikel 62g Mededeling verhaalsbesluit
1. Het besluit tot verhaal op grond van deze paragraaf, anders dan
met toepassing van artikel 62b, wordt door het college aan degene op wie verhaal
wordt gezocht medegedeeld. Daarbij wordt het bedrag of worden de bedragen
genoemd waarvan, alsmede de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt
verlangd. Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht
tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden
bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken.
2. Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de
verlangde gelden aan het college te betalen dan wel niet of niet tijdig tot
betaling daarvan overgaat, kan het college overgaan tot verhaal in rechte.
Artikel 62i Schakelbepaling
De artikelen 58, vierde lid, en 60, tweede, vierde en vijfde lid, zijn
met betrekking tot het verhaal van kosten van bijstand van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat:
a. artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
van toepassing is; en
b. artikel 60, vierde lid, niet van toepassing is indien degene op
wie verhaal wordt gezocht zijn verplichting, bedoeld in artikel 60, tweede
lid, niet nakomt.
3. Artikel VIIIB komt te luiden:
Artikel VIIIB Wijziging van de Wet werk en inkomen kunstenaars
De Wet werk en inkomen kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 8, onderdeel b, vervalt: volgens bij die algemene maatregel
van bestuur te bepalen voorwaarden.
B
In artikel 11, eerste lid, onderdeel c, vervalt: op grond van bij algemene
maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden.
Toelichting
Onderdeel 1
Er wordt een nieuw tweede lid toegevoegd aan artikel 62b. In dit tweede
lid wordt bepaald dat de betalingstermijn 30 dagen betreft. Indien dit niet
geregeld wordt geldt de standaardbepaling uit de Algemene wet bestuursrecht
die bepaalt dat betaling binnen zes weken moet plaatsvinden. Dit zou een niet
beoogde verslechtering van de incassopositie van gemeenten tot gevolg hebben.
Dit omdat de huidige betalingstermijn 30 dagen bedraagt. Deze
wijziging maakt voortzetting van het hanteren van laatstgenoemde incassotermijn
mogelijk.
Onderdeel 2
Dit is een puur technische wijziging. Bij dit wetsvoorstel is rekening
gehouden met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot aanpassing van bijzondere
wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet
vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) (hierna: wetsvoorstel aanpassing
vierde tranche Awb) per 1 januari 2009. Op dit moment is het echter onzeker
of die datum gehaald gaat worden. Om deze reden is een voorziening getroffen
voor het geval dat dit wetsvoorstel eerder in werking treedt dan het wetsvoorstel
aanpassing vierde tranche Awb. In die situatie dient een aantal artikelen
anders gelezen te worden tot het moment dat het wetsvoorstel aanpassing vierde
tranche Awb in werking treedt.
Onderdeel 3
Er wordt een wijziging van artikel 8 van de Wet werk en inkomen kunstenaars
(WWIK) aan artikel VIIIB toegevoegd. Artikel 8, onderdeel b, wordt om dezelfde
reden als artikel 11, eerste lid, onderdeel c, gewijzigd. In artikel 8, onderdeel
b, van de WWIK is geregeld dat de kunstenaar recht heeft op uitkering indien
hij gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als
kunstenaar werkzaam is geweest volgens bij die algemene maatregel van bestuur
te bepalen voorwaarden. Het stellen van voorwaarden waarmee kan worden bepaald
dat iemand als kunstenaar werkzaam is geweest in een algemene maatregel van
bestuur is niet mogelijk. De reden hiervoor is dat er geen allesomvattende
opsomming van bedoelde voorwaarden te geven is, die in voldoende mate recht
doet aan de verschillende verschijningsvormen waarin kunst tot uitdrukking
komt. Op grond van het bovenstaande is er voor gekozen om de verwijzing naar
een algemene maatregel van bestuur in artikel 8, onderdeel b, van de WWIK
te laten vervallen.
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. Aboutaleb