Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2008-200931559 nr. 10

31 559
Intrekking van de Invoeringswet Wet werk en bijstand

nr. 10
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 20 oktober 2008

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid van het in artikel I, onderdeel C, voorgestelde artikel 62b, wordt een lid ingevoegd, luidende:

2. De betaling van het verschuldigde geschiedt binnen 30 dagen na bekendmaking van het besluit tot verhaal overeenkomstig het eerste lid.

2. Na artikel VIIIC wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel VIIID Inwerkingtreding Aanpassingswet vierde tranche Awb

Tot het tijdstip waarop artikel 23 van hoofdstuk 10 van het bij koninklijke boodschap van 24 augustus 2007 ingediende voorstel van wet tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) tot wet is verheven en in werking treedt, worden de in artikel I, onderdeel C, van deze wet voorgestelde artikelen 62b, 62g en 62i als volgt gelezen:

Artikel 62b Verhaal volgens rechterlijke uitspraak

1. Indien een rechterlijke uitspraak betreffende levensonderhoud verschuldigd op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die uitvoerbaar is, niet wordt nagekomen, wordt verhaald in overeenstemming met deze uitspraak.

2. Het besluit tot verhaal overeenkomstig het eerste lid wordt bij brief medegedeeld aan degene op wie wordt verhaald, met de aanmaning het verschuldigde binnen dertig dagen na verzending van de brief te voldoen.

3. Degene op wie wordt verhaald kan binnen de termijn van het tweede lid tegen het besluit in verzet komen door een verzoekschrift aan de rechtbank. Het verzet kan niet gegrond zijn op de bewering dat de uitkering tot onderhoud ten onrechte is opgelegd of onjuist is vastgesteld. Indien tijdig verzet is gedaan wordt de invordering pas voortgezet zodra het verzet is ingetrokken of ongegrond verklaard.

4. Indien aan de aanmaning geen gevolg wordt gegeven is het college, met uitsluiting van degene die de bijstand ontvangt, bevoegd tot invordering van het verschuldigde over te gaan.

5. Het besluit tot verhaal levert een executoriale titel op, die op kosten van de schuldenaar wordt betekend en met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden tenuitvoergelegd.

Artikel 62g Mededeling verhaalsbesluit

1. Het besluit tot verhaal op grond van deze paragraaf, anders dan met toepassing van artikel 62b, wordt door het college aan degene op wie verhaal wordt gezocht medegedeeld. Daarbij wordt het bedrag of worden de bedragen genoemd waarvan, alsmede de termijn of termijnen waarbinnen, betaling wordt verlangd. Bij verhaal op de nalatenschap kan de mededeling worden gericht tot de langstlevende echtgenoot of een der erfgenamen die geacht kan worden bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken.

2. Indien de belanghebbende niet uit eigen beweging bereid is de verlangde gelden aan het college te betalen dan wel niet of niet tijdig tot betaling daarvan overgaat, kan het college overgaan tot verhaal in rechte.

Artikel 62i Schakelbepaling

De artikelen 58, vierde lid, en 60, tweede, vierde en vijfde lid, zijn met betrekking tot het verhaal van kosten van bijstand van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. artikel 479e, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing is; en

b. artikel 60, vierde lid, niet van toepassing is indien degene op wie verhaal wordt gezocht zijn verplichting, bedoeld in artikel 60, tweede lid, niet nakomt.

3. Artikel VIIIB komt te luiden:

Artikel VIIIB Wijziging van de Wet werk en inkomen kunstenaars

De Wet werk en inkomen kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8, onderdeel b, vervalt: volgens bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden.

B

In artikel 11, eerste lid, onderdeel c, vervalt: op grond van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden.

Toelichting

Onderdeel 1

Er wordt een nieuw tweede lid toegevoegd aan artikel 62b. In dit tweede lid wordt bepaald dat de betalingstermijn 30 dagen betreft. Indien dit niet geregeld wordt geldt de standaardbepaling uit de Algemene wet bestuursrecht die bepaalt dat betaling binnen zes weken moet plaatsvinden. Dit zou een niet beoogde verslechtering van de incassopositie van gemeenten tot gevolg hebben. Dit omdat de huidige betalingstermijn 30 dagen bedraagt. Deze wijziging maakt voortzetting van het hanteren van laatstgenoemde incassotermijn mogelijk.

Onderdeel 2

Dit is een puur technische wijziging. Bij dit wetsvoorstel is rekening gehouden met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel tot aanpassing van bijzondere wetten aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingswet vierde tranche Awb) (Kamerstukken 31 124) (hierna: wetsvoorstel aanpassing vierde tranche Awb) per 1 januari 2009. Op dit moment is het echter onzeker of die datum gehaald gaat worden. Om deze reden is een voorziening getroffen voor het geval dat dit wetsvoorstel eerder in werking treedt dan het wetsvoorstel aanpassing vierde tranche Awb. In die situatie dient een aantal artikelen anders gelezen te worden tot het moment dat het wetsvoorstel aanpassing vierde tranche Awb in werking treedt.

Onderdeel 3

Er wordt een wijziging van artikel 8 van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) aan artikel VIIIB toegevoegd. Artikel 8, onderdeel b, wordt om dezelfde reden als artikel 11, eerste lid, onderdeel c, gewijzigd. In artikel 8, onderdeel b, van de WWIK is geregeld dat de kunstenaar recht heeft op uitkering indien hij gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode als kunstenaar werkzaam is geweest volgens bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden. Het stellen van voorwaarden waarmee kan worden bepaald dat iemand als kunstenaar werkzaam is geweest in een algemene maatregel van bestuur is niet mogelijk. De reden hiervoor is dat er geen allesomvattende opsomming van bedoelde voorwaarden te geven is, die in voldoende mate recht doet aan de verschillende verschijningsvormen waarin kunst tot uitdrukking komt. Op grond van het bovenstaande is er voor gekozen om de verwijzing naar een algemene maatregel van bestuur in artikel 8, onderdeel b, van de WWIK te laten vervallen.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. Aboutaleb