31 549 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met nationale visa en andere onderwerpen

P BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 december 2013

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel nationale visa en enkele andere onderwerpen op 14 mei 2012 heeft de toenmalige Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel toegezegd samenwerkingsmogelijkheden met (ambassades uit) andere landen te bezien bij het aanvragen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het land van herkomst.

Brief van 14 december 2012

In mijn brief van 14 december 2012 heb ik uw Kamer bericht dat samenwerking met andere landen betreffende de afhandeling van mvv-aanvragen niet zonder meer kan plaatsvinden. Juridische, financiële en verschillende technische aspecten dienen hierbij in aanmerking te worden genomen. Te denken valt aan het gebruik van biometrische gegevens. In de brief heb ik geconcludeerd dat het op voorhand niet voor de hand ligt om een mvv-aanvraag door een ander land te laten behandelen, als Nederland in een bepaald land (tijdelijk) geen ambassade heeft. Vervolgens heb ik toegezegd een haalbaarheidsstudie te laten uitvoeren door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) naar samenwerkingsmogelijkheden in Addis Abeba om in nareisprocedures samen te werken.

Haalbaarheidsstudie

Om de samenwerking met verschillende lidstaten vorm te kunnen geven, is onderzocht of een Shared Facility Centrum tot de mogelijkheden behoort. In een Shared Facility Centrum kunnen verschillende diensten en taken praktisch worden gecentraliseerd. Hierbij valt te denken aan het in ontvangst nemen van aanvragen, het afnemen van DNA en biometrie alsmede het gebruik van tolken.

De haalbaarheidsstudie laat zien dat samenwerking door het delen van kennis en/of diensten, zoals bijvoorbeeld tolken, door een Shared Facility Centrum praktisch kan worden gerealiseerd. Echter, door wet- en regelgeving kunnen bepaalde taken alleen door de lidstaat zelf worden uitgevoerd.

Zo zal de lidstaat waar de aanvraag is ingediend verantwoordelijk zijn en blijven voor de behandeling van de aanvraag, zoals het gehoor en de beoordeling van het verzoek. Anders dan bij de regels voor de afgifte van visa kort verblijf, zijn de regels voor een mvv-aanvraag niet volledig internationaal/Europees bepaald. Dit heeft tot gevolg dat nationale regels soms kunnen afwijken.

Bovendien is vergaande samenwerking op bepaalde onderdelen niet mogelijk. Zo is het niet mogelijk om biometrische gegevens en personalia te delen met andere lidstaten in één database.

Ik sta positief tegenover verdere samenwerking tussen lidstaten, maar ik ben wel realistisch. Het is nu niet mogelijk om vergaande samenwerking te realiseren, wel kan ik stappen zetten in het creëren van draagvlak bij andere lidstaten. Dit zal ik dan ook doen, door hierover met mijn collega bewindslieden uit andere lidstaten in gesprek te gaan. Eind 2014 zal ik uw Kamer over de uitkomsten nader informeren.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

Naar boven