nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enkele
wijzigingen in de Pensioenwet aan te brengen ter verbetering van de bestaande
regeling voor de medezeggenschap van pensioengerechtigden in de besturen van
pensioenfondsen alsmede voor de toekenning van een beroepsrecht aan minderheden
van deelnemersraden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Pensioenwet wordt gewijzigd als volgt:
A
Artikel 99, eerste lid, komt te luiden:
1. In het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds bezetten de vertegenwoordigers
van werknemersverenigingen ten minste evenveel zetels als de vertegenwoordigers
van werkgeversverenigingen in de betrokken bedrijfstak of bedrijfstakken,
met dien verstande dat indien vertegenwoordigers van pensioengerechtigden
zetels bezetten, zij tezamen met de vertegenwoordigers van werknemersverenigingen
ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van de werkgeversverenigingen.
B
Artikel 100 komt te luiden:
Artikel 100. Keuze medezeggenschap in pensioenfondsbesturen
1. In het bestuur van een pensioenfonds zijn de pensioengerechtigden
vertegenwoordigd wanneer:
a. het bestuur hiertoe op eigen initiatief besluit; of
b. een meerderheid van de responderende pensioengerechtigden hiervoor
kiest bij een schriftelijke raadpleging waarbij ten minste 10% van
het aantal pensioengerechtigden zijn voorkeur kenbaar heeft gemaakt.
2. Het pensioenfonds houdt de in het eerste lid, onderdeel b, genoemde
raadpleging tenzij het bestuur op eigen initiatief heeft besloten tot opname
van vertegenwoordigers van de pensioengerechtigden in het bestuur.
3. Eens in de vijf jaar herhaalt het pensioenfonds de raadpleging
indien dit wordt verzocht door ten minste 5% van de pensioengerechtigden.
C
Artikel 101 komt te luiden:
Artikel 101. Vertegenwoordigers van pensioengerechtigden
in pensioenfondsbesturen
1. De verdeling van de zetels van vertegenwoordigers van werknemersverenigingen
of werknemersvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van pensioengerechtigden
in het bestuur van een pensioenfonds vindt plaats op basis van de onderlinge
getalsverhoudingen. Van deze verdeling kan worden afgeweken indien de betrokken
partijen daarmee akkoord zijn.
2. De benoeming van de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden
in het bestuur van een pensioenfonds vindt plaats hetzij na verkiezing van
de vertegenwoordigers door en uit de pensioengerechtigden, hetzij op voordracht
van voor de pensioengerechtigden representatieve organisaties. Artikel 109,
vierde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op de benoeming
van vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds
en artikel 110, vierde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing
op de benoeming van vertegenwoordigers van pensioengerechtigden in het bestuur
van een ondernemingspensioenfonds.
D
Aan artikel 109 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende:
8. Het bedrijfstakpensioenfonds is gehouden om mee te werken aan
de oprichting en instandhouding van een vereniging van pensioengerechtigden.
E
Artikel 110 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. Het bestuur van een ondernemingspensioenfonds gaat over tot het
instellen van een deelnemersraad:
a. op eigen initiatief van het ondernemingspensioenfonds; of
b. indien dit wordt verzocht door ten minste 5% van de deelnemers,
gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
2. Een nieuw lid wordt toegevoegd, luidende:
7. Het ondernemingspensioenfonds is gehouden om mee te werken aan
de oprichting en instandhouding van een vereniging van pensioengerechtigden.
F
Artikel 218 komt te luiden:
Artikel 218. Beroep minderheid deelnemersraad bij
ondernemingskamer
1. Een gedeelte van de deelnemersraad dat ten minste 10% van
de leden omvat kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam
beroep instellen tegen een besluit betreffende een aangelegenheid als bedoeld
in artikel 111, tweede lid, indien:
a. de deelnemersraad met betrekking tot dat besluit niet voorafgaand
in de gelegenheid is gesteld advies uit te brengen;
b. dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van de deelnemersraad;
c. feiten en omstandigheden bekend zijn geworden die, waren zij aan
de deelnemersraad bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van zijn advies,
aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals
het is uitgebracht; of
d. dat besluit niet in overeenstemming is met het eerder uitgebrachte
advies van deze minderheid.
2. Artikel 217, tweede tot en met elfde lid, is van overeenkomstige
toepassing.
ARTIKEL II
De statuten, reglementen en overeenkomsten van pensioenfondsen voldoen
binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet aan het bepaalde
in deze wet.
ARTIKEL III
1. Indien een ondernemingspensioenfonds een schriftelijke raadpleging
heeft gehouden als bedoeld in artikel 100, tweede lid, van de Pensioenwet,
zoals dat artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van deze wet,
en dit heeft niet geleid tot vertegenwoordiging van pensioengerechtigden in
het bestuur, past het fonds na de inwerkingtreding van deze wet artikel 100,
tweede lid, van de Pensioenwet toe.
2. Indien de termijn voor het indienen van beroep door een deelnemersraad,
bedoeld in artikel 217, tweede lid, van de Pensioenwet, is aangevangen voor
het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft ten aanzien van de
mogelijkheid om beroep in te stellen het recht, zoals dat gold vóór
dat tijdstip, van toepassing.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,