Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201931532 nr. 220

31 532 Voedingsbeleid

Nr. 220 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 januari 2019

In 2016 bent u geïnformeerd over de eerste benchmark door Milieu Centraal van beeldmerken met een duurzaamheidsclaim op voedingsproducten (Kamerstuk 31 532, nr. 170). Zoals destijds aangekondigd heeft Milieu Centraal na twee jaar een tweede benchmark uitgevoerd. De doelen van de benchmark zijn het aanbrengen van ordening in het grote aantal op voeding voorkomende keurmerken en bedrijfslogo’s met een duurzaamheidsclaim en te komen tot een lijst van topkeurmerken. Die lijst van topkeurmerken moet het consumenten makkelijker maken een bewuste, duurzamere keuze te maken als zij voor het schap van de supermarkt staan.

De basis voor de benchmark is de door Milieu Centraal in 2016 ontwikkelde beoordelingsmethodiek. In aanloop naar de tweede benchmark heeft Milieu Centraal de beoordelingsmethodiek geëvalueerd en in samenspraak met de deelnemers van de stakeholdersgroep en de expertgroep aangescherpt. De ervaringen opgedaan bij de uitvoering van deze tweede benchmark zullen worden meegenomen als over twee jaar de benchmark wederom wordt uitgevoerd.

In de tweede benchmark zijn binnen de negen onderscheiden productgroepen in totaal 95 beeldmerken beoordeeld, zes meer dan in de eerste benchmark. Vooral in de productgroep vlees zijn nieuwe duurzaamheidslogo’s geïntroduceerd. De stijging van het totaal aantal beeldmerken onderstreept de noodzaak om ordening aan te brengen en daarmee handelingsperspectief te bieden aan de consument.

Het resultaat van de tweede benchmark is een selectie van 11 topkeurmerken, waar in de eerste benchmark nog sprake was van 13 topkeurmerken. Ten opzichte van de andere keurmerken blinken deze «toppers» uit door op de drie centrale criteria van de beoordelingsmethodiek – ambitieniveau, controle en transparantie – minimaal een «4» te scoren op een 5-puntsschaal. De nieuwe lijst van topkeurmerken bestaat uit: ASC, Beter Leven 2 en 3-sterren, Demeter, EKO, Europees Biologisch, Fairtrade, KRAV, MSC, On the way to Planetproof, Rainforest Alliance en UTZ. KRAV is een Zweedse variant van het topkeurmerk Europees Biologisch en komt nauwelijks in Nederland voor. De andere topkeurmerken daarentegen zijn vrij gangbaar in Nederland en staan onder meer op voedingsmiddelen in supermarkten en speciaalzaken.

Soms kiezen levensmiddelenbedrijven ervoor om niet aan te sluiten bij een keurmerk en een eigen duurzaamheidsprogramma te ontwikkelen en daar een bedrijfslogo aan te koppelen. Bijvoorbeeld omdat de standaard van een keurmerk niet aansluit bij het product/productieketen of omdat die standaard naar de mening van het bedrijf niet ver genoeg gaat. Om bedrijven te stimuleren steeds ambitieuzere duurzaamheidseisen te stellen, zijn in de tweede benchmark door Milieu Centraal ook de «toppers» onder de bedrijfslogo’s onderscheiden. Dit heeft geresulteerd in de selectie van de volgende zes topbedrijfslogo’s: «Samen chocolade slaafvrij» (Tony’s Chocolonely); «Wij gebruiken duurzaam geteelde pinda's» (Unilever); «Rijk aan smaak en gemaakt met duurzaam verbouwde groenten» (Unilever); «Met duurzaam geteelde tomaten KNORR» (Unilever); «100% duurzaam geteelde Italiaanse tomaten» (Unilever) en «Knorr Sustainability partnership» (Unilever).

Zoals aangegeven zal het met de nieuwe lijst van topkeurmerken voor de consument makkelijker worden bewust te kiezen voor duurzamer geproduceerd voedsel. Een keuze voor een product met een topkeurmerk betekent echter niet automatisch dat dit product ook voor de volle 100% duurzaam geproduceerd is. Maar de consument weet dan wel dat bij de productie hoge eisen zijn gesteld aan de aspecten milieu, dierenwelzijn en/of mens&werk, dat dit goed gecontroleerd wordt en dat er transparant over gecommuniceerd wordt. De topkeurmerken dragen op deze wijze bij aan de erkenning van de waarde van voedsel.

Om (meer) bekendheid te geven aan de tien in Nederland gangbare topkeurmerken en de betekenis daarvan, start Milieu Centraal in de loop van dit jaar een publiekscampagne. Daarop vooruitlopend heeft Milieu Centraal zijn Keurmerkenwijzer nu al aangepast aan de uitkomst van de tweede benchmark.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten