Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831532 nr. 216

31 532 Voedingsbeleid

Nr. 216 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2018

Sinds 2013 voert Wageningen Food & Biobased Research (WFBR), in opdracht van mijn ministerie, jaarlijks de Monitor Voedselverspilling uit. Recent heeft WFBR de update Monitor voedselverspilling 2009–2016 afgerond. De factsheet hiertoe is als bijlage bijgevoegd1.

Op basis van openbare gegevens over afvalverwerking, veevoerproductie, consumentenafval, primaire productie en hernieuwbare energie concluderen de onderzoekers dat in 2016 de totale hoeveelheid voedselverspilling in Nederland minimaal 1.782 kiloton en maximaal 2.466 kiloton bedroeg. Ten opzichte van 2015 betekent dit een lichte daling van de bovengrens (145 kg in plaats van 147 kg per hoofd van de bevolking) bij een gelijkblijvende ondergrens (105 kg).

Door de grootte van de bandbreedte is het niet mogelijk om een uitspraak te doen over de structurele ontwikkeling van de hoeveelheid voedsel die in Nederland verspild wordt. Wel concluderen de onderzoekers dat er over de jaren heen sprake is van een toename van de volgens de Ladder van Moerman «hoger» gewaardeerde bestemming van vergisten en een vermindering van de «lager» gewaardeerde bestemming van verbranden.

Het is de bedoeling om de Monitor voedselverspilling in de komende jaren te verfijnen – de bandbreedte te verkleinen – op basis van gegevens over (voedsel-) reststromen van bedrijven in de voedselketen. Die gegevens zullen deels afkomstig zijn van bedrijven die aangesloten zijn bij de Taskforce Circular Economy in Food. Deels zullen dat gegevens zijn van bedrijven uit de onderscheiden ketenschakels die de zelfmonitor voedselverspilling toepassen, welke WFBR samen met de Alliantie Verduurzaming Voedsel heeft ontwikkeld.

In het kader van het Circular Economy Package is eind vorig jaar een politiek akkoord bereikt over de herziening van de EU-afvalregelgeving. Onderdeel daarvan is dat de lidstaten verplicht worden om met ingang van 2020 «hun» voedselverspilling te meten en daarover periodiek te rapporteren aan de Europese Commissie. Op dit moment bestaat er nog geen gemeenschappelijke methode voor het meten van voedselverspilling; het vaststellen ervan is als gedelegeerde handeling belegd bij de Commissie. De Commissie is in gesprek met de lidstaten over de invulling van de gedelegeerde handeling. Mijn inzet daarbij is dat de huidige inspanningen van Nederland op het gebied van het meten van voedselverspilling passen in de nog vast te stellen gemeenschappelijke methode. Naar verwachting zal de gemeenschappelijke methode voor het meten van voedselverspilling begin volgend jaar worden vastgesteld.

De update Monitor voedselverspilling 2009–2016 laat zien dat in de voorbije jaren helaas weinig vooruitgang is geboekt bij het verminderen van de hoeveelheid voedsel die in Nederland verspild wordt. En dat ondanks de nog steeds toenemende aandacht voor dit onderwerp. Maar aandacht alleen is niet voldoende, er zal ook daadwerkelijk actie ondernomen moeten worden.

Bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen hebben dit onderkend en zich verenigd in de Taskforce Circular Economy in Food. Op 20 maart 2018 heb ik u de agenda van de Taskforce «Samen tegen voedselverspilling» toegestuurd (Kamerstuk 31 532, nr. 190). Voor uitvoering van de vier actielijnen uit de agenda heb ik voor de periode 2018–2021 € 7 miljoen beschikbaar gesteld. Inmiddels is de agenda in uitvoering genomen en hebben meerdere nieuwe bedrijven en organisaties aangegeven zich te willen aansluiten bij de Taskforce.

Met de lancering van de agenda van de Taskforce Circular Economy in Food en mijn inzet daarbij is volgens mij nu een betekenisvolle stap gezet. Een die het verdient om tot volle wasdom te komen en zo daadwerkelijk te resulteren in het verminderen van de hoeveelheid voedsel die in Nederland verspild wordt. Daarom volg ik de ontwikkelingen rond de Taskforce van nabij en bekijk ik hoe ik de activiteiten van de Taskforce verder kan ondersteunen. Ik zal u hierover voor het einde van het jaar nader berichten.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl