Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201831532 nr. 197

31 532 Voedingsbeleid

Nr. 197 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2018

De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft mij verzocht om een reactie op het artikel «Minder vlees eten om klimaat te redden berust op misverstand». Kern van dit artikel is dat het te simpel is om te stellen dat minder vlees eten en meer planten eten een goede manier is om het klimaat te redden. De belangrijkste argumenten die daarvoor in het artikel worden genoemd zijn dat veel gronden die gebruikt worden voor vee of veevoer niet geschikt zijn voor het produceren van andere gewassen, dat rundvlees in Nederland vooral een bijproduct is van de zuivelindustrie en dat varkens al sterk circulair zijn omdat zij allerlei reststromen uit de levensmiddelenindustrie verwerken die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie.

Deze tegenwerpingen c.q. nuanceringen zijn juist, evenals de conclusie van het artikel dat we in Nederland een sector hebben die – per kilogram opbrengst – veel duurzamer is dan in veel andere landen. Dit neemt niet weg dat de productie van voedsel gepaard gaat met aanzienlijke emissies van broeikasgassen (ca. 13% van de totale Nederlandse koolstofvoetafdruk) is toe te schrijven aan voedselconsumptie en dat dierlijke producten daarvan een groot deel voor hun rekening nemen1. Een afname van de consumptie van voedsel van dierlijke oorsprong kan daarom zeker een bijdrage leveren aan het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
1

Compendium voor de Leefomgeving (PBL)