nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2009
Tijdens het notaoverleg over de nota voeding en gezondheid van 23 maart
jongstleden (Kamerstuk 31 532, nr. 13) heb ik met betrekking tot een
aantal vragen van de Kamer toegezegd nog met een schriftelijke reactie te
komen of suggesties van de Kamer mee te nemen in mijn beleid. Ook zijn een
aantal moties die u tijdens dit overleg had ingediend aangenomen.
In deze brief informeer ik u per onderwerp over de voortgang van mijn
toezeggingen en reageer ik op twee moties.
Informatieverstrekking nieuwe HACCP-hygiënenorm (motie
Wiegman c.s. 31 532-12)
Ter invulling van de regelgeving op het gebied van HACCP heeft de zorgsector
een eigen Hygiënecode opgesteld. De brancheverenigingen in de Gezondheidszorg
(ActiZ, GGZ Nederland, NVZ en VGN) hebben in 2006 het Voedingscentrum opdracht
gegeven de Hygiënecodes te evalueren en te herzien, zodat deze voldoen
aan de actuele wetgeving en praktisch hanteerbaar zijn. Het Voedingscentrum
is codehouder van de Hygiënecode voor de voedingsverzorging in zorginstellingen
en Defensie (2008) en de Hygiënecode voor de voedingsverzorging in woonvormen
(2007). Deze evaluatie en actualisatie zijn ondertussen uitgevoerd. In de
nieuwe versie is helder dat voorverpakte maaltijden niet de norm zijn, waardoor
meer ruimte is in de wijze van aanbieden van de voeding in verzorgings- en
verpleeghuizen.
Deze code is verspreid onder de aangesloten zorginstellingen. Het Voedingscentrum
heeft recent via een nieuwsbrief (oplage 6500) het veld geïnformeerd
over de inhoud en beschikbaarheid van deze nieuwe hygiënecode voor zorginstellingen.
Ontwerpverordening voedingswaardeinformatie en harmonisatie
logo’s (motie Schermers/Wiegman 31 532-5)
Op dit moment wordt in Brussel onderhandeld over een nieuwe Verordening
voor consumenteninformatie. Deze onderhandelingen zijn voorlopig nog niet
afgerond. Naast de voedingswaardedeclaratie op het etiket, kan de consument
ook geïnformeerd worden via logo’s. De Europese regelgeving moet
hierin niet belemmerend zijn en de industrie hiertoe de mogelijkheid bieden.
Ik ben het met de Kamer eens dat gestreefd moet worden naar zo mogelijk één
gezondheidslogo of ten minste gemeenschappelijke criteria. Die ambitie heb
ik al voor de Nederlandse markt uitgesproken. Ik zal me hiervoor ook inzetten
in de betreffende overleggen met de industrie en in Brussel.
Het vaststellen van de voedingsprofielen in het kader van de Verordening
voedings- en gezondheidsclaims (1924/2006 EG) levert op zich ook harmonisatie
van criteria voor logo’s op.
Overzicht van maatregelen en samenhang tussen onderwerpen
uit de nota voeding en gezondheid, de nota overgewicht en de nota sociaal
economische gezondheidsverschillen (SEGV)
U ontvangt hierover voor de bespreking van de nota’s SEGV en overgewicht
een brief.
Onderzoek prijsbeleid
Bij de begrotingsbehandeling 2008 (TK 2007/2008, bijlage bij 22 894,
nr. 122) heb ik toegezegd onderzoek te laten doen naar de invloed van
prijs van levensmiddelen op gezond gedrag. De rapportage hierover is enigszins
vertraagd. U ontvangt voor de zomer het onderzoek en mijn reactie hierop.
Kabinetsvisie nanotechnologie
U vroeg naar de visie van het Kabinet op nanotechnologie. De Kabinetsvisie
Nanotechnologieën «Van Klein Naar Groots» (TK2006–2007,
29 338, nr. 54) is al in uw bezit. Het afgelopen jaar heeft u daarnaast
het Actieplan nanotechnologie ontvangen (TK 2007–2008, 29 338,
nr. 75).
Gezondheidsraadrapporten Mijn reactie op het in december
verschenen rapport «Gezonde voeding: logo’s onder de loep»
ontvangt u uiterlijk juni dit jaar
Over voedingsnormen voor micronutriënten zijn in 2008 vier adviezen
gepubliceerd (foliumzuur, jodium, vitamine D en vitamine A). Eind april verwacht
ik nog een integraal rapport over micronutriënten. Zoals ik recent in
een brief aan de Tweede Kamer (TK 2008–2009, 31 532, nr. 3)
heb aangegeven, kom ik in een integrale reactie terug op deze adviezen. In
mijn reactie zal ik ook ingaan op uw vragen over foliumzuur en over de voorlichting
aan specifieke doelgroepen.
Reclamecode levensmiddelen voor kinderen
Ik heb toegezegd u te informeren over de terugrapportage van de gesprekken
over de reclamecode. Hier kom ik in de beantwoording van de schriftelijke
vragen over de nota overgewicht op terug.
Resultaten onderzoek naar de redenen om te stoppen met
het geven van borstvoeding (nav motie-Wiegman 31 200 XVI-58)
Het onderzoek dat wordt uitgevoerd via ZonMw heeft enige vertraging opgelopen.
De resultaten van het onderzoek ontvang ik naar verwachting eind mei. Binnen
drie maanden na ontvangst van de rapportage stuur ik mijn reactie hierop aan
de kamer.
Vitamine D
Mevrouw Arib heeft tijdens het notaoverleg op 23 maart jongstleden
een vraag gesteld met betrekking tot voldoende inname van vitamine D door
groepen met een risico op een tekort.
Mijn beleid op het gebied van vitamine D is gebaseerd op de Richtlijnen
Goede Voeding en de voedingsnormen van de Gezondheidsraad (voor onder andere
vitamine D), en bestaat uit drie sporen:
– het gestructureerd zorgdragen voor levensmiddelen die een voldoende
vitamine D inname waarborgen.
– het mogelijk maken om levensmiddelen vrijwillig te verrijken dan
wel supplementen met de juiste dosis vitamine D op de markt te brengen via
de Warenwet.
– Informatieverspreiding via het Voedingscentrum over nut en noodzaak
van een goede inname van vitamine D.
Daarnaast is er voor de groepen met een risico op een tekort een specifieke
aanpak. De risicogroepen zijn kinderen tot 4 jaar, zwangere en lacterende
vrouwen, vrouwen die ouder zijn dan 50 jaar en mannen die ouder zijn dan 70
jaar, mensen die onvoldoende buiten komen en mensen die een donkere (negroïde)
huid hebben.
Het suppletieadvies voor 0–4 jarigen, waar vitamine D onderdeel
van is, maakt nadrukkelijk deel uit van de voedingsadvisering in de Jeugdgezondheidszorg,
zoals via consultatiebureaus.
Voor de doelgroep zwangeren heeft het Voedingscentrum in samenwerking
met o.a. het Erfocentrum voorlichtingsmateriaal ontwikkeld en uitgebracht
over het gebruik van vitamine D in de zwangerschap. Dit materiaal is speciaal
gericht op allochtone en laagopgeleide vrouwen en kan o.a. gebruikt worden
door verloskundigen.
Ouderen (zowel mannen als vrouwen) worden in de voorlichting van het Voedingscentrum
expliciet genoemd. Buiten het Convenant Smeerbare vetten om is het door de «Warenwetregeling
Vrijstelling toevoeging foliumzuur en vitamine D» mogelijk om margarines
en halvarines op de markt te brengen die specifiek gericht zijn op senioren.
Bovendien is de «Warenwetregeling Vrijstelling vitaminepreparaten»
aangepast na het vorige Gezondheidsraadrapport Voedingsnormen uit 2000, zodat
het mogelijk is vitaminepreparaten met een verhoogd gehalte aan vitamine D
op de markt te brengen die geschikt zijn voor personen van 60 jaar en ouder.
Voor kinderen tot en met 6 jaar, zwangeren en lacterenden was dit al mogelijk.
Op de verpakking van de preparaten mag ook worden aangeduid dat het product
geschikt is voor personen van 60 jaar en ouder.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink