31 532 Voedingsbeleid

Nr. 109 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2013

Hierbij bied ik u het rapport «Voedselvoorziening in Nederland onder buitengewone crisisomstandigheden» aan.

Het hierin beschreven onderzoek is uitgevoerd in het kader van de actualisatie van het Beleidsdraaiboek Crisisbeheersing Nationale Voedselvoorziening. De voedselvoorziening in crisissituaties is een primaire beleidsverantwoordelijkheid van het Ministerie van Economische Zaken (EZ). In opdracht van EZ heeft het LEI-WUR een onderzoek uitgevoerd met de vraag of Nederland in staat is de eigen bevolking te voeden onder buitengewone crisisomstandigheden, waarbij het land uitsluitend is aangewezen op zelf geproduceerd voedsel. Een dergelijke situatie, ook wel (voedsel-)autarkie genoemd, kenmerkt zich door het stilvallen van de handel met het buitenland en is gekozen als een gedachte-experiment voor een buitengewone crisis. Het rapport is één van de bouwstenen voor de actualisatie van het beleidsdraaiboek.

Ik wil benadrukken dat het onderzoek een extreem uitgangspunt heeft. Een situatie van voedselautarkie als gevolg van een buitengewone crisis is, zoals het LEI-rapport zelf ook aangeeft, nauwelijks denkbaar in Nederland in het huidige tijdperk van globalisering en internationale samenwerking. Zo maakt Nederland deel uit van de Europese Unie met een Europees Landbouwbeleid gericht op de doelstellingen van de EU, waaronder zekerheid over de voedselvoorziening. Nederland is onderdeel van een verdragsrechtelijk geïnstitutionaliseerde Europese interne markt zonder grensbelemmeringen. Vrij verkeer van goederen, waaronder voedselproducten, maakt daarvan integraal onderdeel uit. Om die reden moet de voedselvoorziening in Europees verband worden bezien. Daarnaast bestaan er internationale afspraken over wederzijdse markttoegang in het kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Hierbij hebben Nederland en 158 andere landen bindende afspraken gemaakt over het wegnemen van invoerbelemmeringen, die ook gelden in crisissituaties. Hierdoor staat Nederland in blijvende verbinding met de Europese en de wereldmarkt. Zoals het LEI-rapport zelf aangeeft, is dit onderzoek niet bedoeld als een mogelijk toekomstscenario, maar als een verkenning van de uiterste grenzen van de voedselvoorziening en landbouwproductie in geval van buitengewone crisisomstandigheden.

Uit het onderzoek blijkt, dat Nederland de eigen bevolking van 17 miljoen mensen van voedsel kan voorzien als zich een buitengewone crisissituatie voordoet waarbij alle handel met het buitenland is weggevallen. Het is onder die omstandigheden mogelijk om een verantwoord voedselpakket met voldoende calorieën (volgens het Gezondheidsraadadvies) te produceren, ook bij een veel lager agrarisch productieniveau ten gevolge van verminderde input van energie, kunstmest, diergenees- en gewasbeschermingsmiddelen. Dit menu zal niet vergelijkbaar zijn met het huidige dieet, maar veel soberder en eenzijdiger van aard zijn.

Het onderzoek schets een zeer extreme situatie om daar bij het opstellen van het beleidsdraaiboek inzicht in te hebben. Een realistischer scenario voor het beleidsdraaiboek zal uitgaan van handelingsmogelijkheden binnen de Europese Unie, te weten de interne markt en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Binnen het huidige GLB bestaat de mogelijkheid voor de Commissie om maatregelen te nemen bij een (dreigende) verstoring van de (interne) markt. Ook in het nieuwe GLB zijn dergelijke mogelijkheden voorzien. Hierdoor kan er bij een verstoring van de markt effectiever gehandeld worden ten opzichte van een situatie waar Nederland alleen maatregelen moet nemen. Zo kan bijvoorbeeld de in het rapport uitgewerkte aanpassing van de landbouwproductie op Europees niveau efficiënter plaatsvinden, waardoor een breder aanbod van producten mogelijk is. In het beleidsdraaiboek zal hier rekening mee worden gehouden.

De staatssecretaris van Economische Zaken, S.A.M. Dijksma

Naar boven