31 528
Wijziging van het Burgerlijk Wetboek (opneming verhuiskostenvergoeding bij renovatie)

nr. 9
BRIEF VAN ACTAL (ADVIESCOLLEGE TOETSING ADMINISTRATIEVE LASTEN)

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2009

Donderdag 28 mei 2009 ontvingen wij uw adviesaanvraag Wijziging van het Burgerlijk Wetboek (opneming verhuiskosten bij renovatie), gedateerd op 12 mei 2009. U vraagt ons advies met betrekking tot de administratieve lasten voor het bedrijfsleven (i.c. verhuurders) als gevolg van bovengenoemd wetsvoorstel. Wij stellen het zeer op prijs dat ons om advies vraagt, wanneer discussie ontstaat over gevolgen voor administratieve lasten.

Wij zijn conform ons Instellingsbesluit gehouden ex ante te toetsen en te adviseren over de gevolgen van wet- en regelgeving voor de administratieve lasten voor burgers en bedrijven. Onder administratieve lasten worden informatieverplichtingen aan de overheid volgend uit wet- en regelgeving verstaan. Deze definitie is bepalend voor onze taak. Dit betekent dat kosten die gemaakt worden in het kader van de inhoudelijke naleving van wet- en regelgeving geen deel uitmaken van onze ex ante adviestaak.

Concreet betekent dit dat wij toetsen aan de hand van de volgende vier vragen:

1. Zijn de te verwachten administratieve lasten gekwantificeerd en is de berekening voldoende onderbouwd?

2. Is er voldoende aandacht besteed aan alternatieven, die mogelijk minder administratieve lasten opleveren?

3. Is er binnen het doel van het besluit gekozen voor het minst belastende alternatief?

4. Is er gekozen voor een uitvoering en toezicht met minimale administratieve lasten?

Daarnaast adviseren we ex post ook over overige aspecten van regeldruk voor bedrijven, burgers, medeoverheden en professionals.

Het door de Kamer aan ons voorgelegde dossier omvat een verplichting tot vergoeding van verhuiskosten door verhuurders aan huurders in geval van verhuizing als gevolg van renovatie. Naar ons is gebleken is in het wetsvoorstel geen sprake van informatieverplichtingen aan de overheid. Dit betekent dat evenmin sprake is van een verplichting tot het voeren van een administratie door de verhuurder, waarover in uw Kamer een vraag is gesteld (Tweede Kamer, 2008–2009, 31 528, nr. 6).

Wij concluderen daarom dat in dit voorstel geen sprake is van administratieve lasten zoals hierboven beschreven. Het voorstel bevat daardoor geen aanknopingspunten voor een Actaltoets en advies.

Collegevoorzitter

S. R. A. van Eijck

Naar boven