Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202031524 nr. 447

31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Nr. 447 MOTIE VAN HET LID BRUINS

Voorgesteld 11 december 2019

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat als gevolg van het centraal stellen van de kenniseconomie in de Lissabonafspraken van 2000, in Nederland wordt gestreefd naar het verhogen van het aantal hoger opgeleiden;

constaterende dat de helft van de studenten hoger onderwijs volgt en dat het aantal blijft groeien;

constaterende dat uit internationaal onderzoek blijkt dat er (behalve in de sector techniek) geen directe samenhang is tussen het aantal academici en economische groei;

constaterende dat uit onderzoek in diverse OECD-landen, waaronder Nederland, naar het effect «over-qualified but under-skilled» blijkt dat een tekort aan vaardigheden kan leiden tot een sterk negatief effect op het bnp;

van mening dat generieke (of zogenaamde «eenentwintigste-eeuwse») vaardigheden alleen betekenis en relevantie hebben in een specifieke vakcontext;

van mening dat een leven lang ontwikkelen niet per se betekent steeds maar hoger, maar vaak ook excelleren in je vak, specialiseren en up-to-date blijven;

spreekt uit dat Nederland niet langer moet streven naar het verder verhogen van het aantal academici en theoretisch hoger opgeleiden;

spreekt uit dat Nederland zich meer dan nu moet richten op het belang van beroepsonderwijs voor de kenniseconomie, en daarbij in het bijzonder op het belang van vaardigheden, vakmanschap, specialismen, praktijkervaring en vakkennis,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bruins