Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201531524 nr. 215

31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

Nr. 215 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 oktober 2014

Hierbij zend ik u het concept van de Regeling kwaliteitsafspraken mbo en de conceptovereenkomst kwaliteitsafspraken mbo1. Deze toezending geschiedt naar aanleiding van mijn toezegging u de conceptregeling toe te zenden voor 1 oktober 2014. Met het oog op de gewenste inwerkingtreding van de Regeling kwaliteitsafspraken per 1 januari 2015 en de daaraan voorafgaande publicatie van de definitieve regeling in de Staatscourant, verzoek ik u binnen vier weken te reageren.

Algemeen

Het doel van de kwaliteitsafspraken is de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren door instellingen te stimuleren in hun onderwijs te investeren en hen te prikkelen elke leerling naar een passend diploma te begeleiden. De kwaliteitsafspraken mbo starten met een eerste periode van vier jaar, waarin ik extra investeer in de kwaliteit van het onderwijs, meetbare resultaten beloon op het gebied van voortijdig schoolverlaten, studiesucces en kwaliteit van (de begeleiding van) de beroepspraktijkvorming (bpv) en resultaten van mbo-instellingen inzichtelijk maak. Met elke mbo-instelling afzonderlijk sluit ik een overeenkomst waarin de wederzijdse inzet voor het realiseren van de verbetering van de onderwijskwaliteit bij de instelling wordt bekrachtigd.

Voor het gehele pakket van de kwaliteitsafspraken is 400 miljoen euro beschikbaar. In de regeling Kwaliteitsafspraken mbo 2015 leg ik de juridische basis voor de kwaliteitsafspraken en de verdeling van het investeringsbudget. Het investeringsbudget bedraagt 190 miljoen euro in 2017. De regeling Kwaliteitsafspraken mbo zal begin 2015 worden aangevuld met de artikelen voor de resultaatafhankelijke bekostiging van studiesucces in 2016. Onder studiesucces versta ik de mate waarin een mbo-instelling erin slaagt studenten – gegeven hun vooropleiding – naar een diploma toe te leiden op het niveau dat bij hun talenten past. Op deze manier worden instellingen gestimuleerd om onderwijs van zodanige kwaliteit te geven, dat de student het hoogst haalbare niveau kan bereiken. Bij het inrichten van de resultaatafhankelijke bekostiging houd ik rekening met mogelijke ongewenste effecten. Ik ben me hierbij bewust van de waarde van (1) het behoud en de versterking van de civiele waarde van het diploma en (2) de borging van de toegankelijkheid van het mbo.

Bij het opstellen van het kwaliteitsplan en bij de uitvoering van de kwaliteitsafspraken worden instellingen door mijn ministerie gefaciliteerd. Ik stel onder andere transparante informatie beschikbaar over de resultaten van mbo-instellingen voor voortijdig schoolverlaten en studiesucces. Daarnaast wijs ik een onafhankelijke instantie aan die de instellingen inhoudelijk zal adviseren.

Aanpak voortijdig schoolverlaten

In mijn brief over de hoofdlijnen van de Kwaliteitsafspraken mbo (Kamerstuk 31 524, nr. 189) heb ik aangegeven dat de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) in 2015 deel uit gaat maken van de kwaliteitsafspraken mbo. Ik heb besloten om het huidige vsv-instrumentarium met een jaar te verlengen, waardoor de vsv-aanpak vanaf schooljaar 2016–2017 ook in juridische zin onder de kwaliteitsafspraken mbo gebracht kan worden.

De huidige vsv-convenanten lopen tot en met schooljaar 2014–2015. In mijn jaarlijkse voortgangsbrief over vsv (Kamerstuk 26 695, nr. 94) heb ik aangegeven dat ik ook na afloop van het convenant door wil gaan met de succesvolle elementen van Aanval op Schooluitval: focus op een regionale aanpak met vo- en mbo-instellingen, gemeenten en andere ketenpartners, resultaatafhankelijke bekostiging en transparantie over resultaten van onderwijsinstellingen. Ik onderzoek hoe deze aanpak in bestaande wet- en regelgeving geborgd kan worden. Bovendien geeft een verlenging mij gelegenheid om eventuele effecten van beleidswijzigingen die op 1 augustus 2014 van kracht zijn geworden (passend onderwijs, invoering entreeopleiding, etc.) mee te nemen. In 2015 licht ik mijn plannen voor de borging van de vsv-aanpak nader toe.

Aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie

Dit najaar kom ik met een plan van aanpak voor jongeren in een kwetsbare positie. Deze groep heeft beduidend meer ondersteuning nodig en instellingen moeten meer moeite doen om deze jongeren naar een diploma te leiden. Of, wanneer dit ondanks alle inspanningen niet haalbaar blijkt, naar de arbeidsmarkt. Voor de groep jongeren in een kwetsbare positie moeten onderwijsinstellingen in samenwerking met gemeente, zorg en werkgevers passende steun en begeleiding bieden zowel tijdens het volgen van onderwijs, als wanneer zij de stap naar de arbeidsmarkt maken. De problematiek manifesteert zich in het bijzonder rond de laagste opleidingsniveaus in het mbo.

Eén van de succesfactoren in de aanpak van voortijdig schoolverlaten is de regionale samenwerking tussen onderwijs, jeugdzorg, gemeenten en OCW. Dit is ook van cruciaal belang wanneer het gaat om het bieden van optimale begeleiding, flexibiliteit en maatwerk aan jongeren in een kwetsbare positie.

Tegen deze achtergrond wil ik de regionale samenwerking die functioneert voor het bestrijden van schooluitval ook inzetten voor de begeleiding van jongeren in een kwetsbare positie. Dit betekent onder andere dat het accountmanagement van OCW (1) het overleg bevordert (en zo nodig initieert) tussen de instellingen, gemeenten én andere belanghebbenden waarmee zij samenwerken en (2) stimuleert dat partijen ambitieuze en haalbare afspraken maken voor de groep kwetsbare jongeren. In mijn schriftelijke reactie op de uitzending van Nieuwsuur «Duizenden jongeren geweigerd op ROC», die u volgende week ontvangt en in mijn plan van aanpak dat u later dit jaar ontvangt, ga ik hier nader op in.

Een afschrift van deze brief heb ik heden gezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken,

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.