Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201331524 nr. 158

31 524 Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie

31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Nr. 158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2012

1. Aanleiding

Naar aanleiding van vragen uit de Regeling van Werkzaamheden door Kamerlid Omtzigt over derivaten informeer ik u over het gebruik van derivaten bij de onderwijssectoren MBO, HBO en WO.

2. Achtergrond bijgevoegd onderzoek

De Inspectie van het Onderwijs heeft uitgebreid en zorgvuldig onderzoek gedaan naar de derivatenpositie van onderwijsinstellingen in het MBO, HBO en WO 1).

Aanbevelingen uit het onderzoek van de inspectie zullen van toepassing zijn op alle onderwijssectoren, dus ook voor de onderwijssectoren PO en VO.

3. Beeld op hoofdlijnen

Derivaten kunnen een nuttig instrument zijn om renterisico’s af te dekken, zolang er geen open posities worden ingenomen.

Zoals ook in de antwoordbrief van Financiën op de Kamervragen van lid Omtzigt is vermeld zijn de risico’s van derivaten sterk afhankelijk van de manier waarop derivaten worden ingezet. Als derivaten enkel en alleen worden ingezet voor het exact afdekken van renterisico’s zijn de risico’s van derivaten substantieel minder groot dan wanneer de derivaten worden ingezet voor speculatieve doeleinden.

Uit het onderzoek blijkt dat onderwijsinstellingen derivaten gebruiken voor het afdekken van renterisico’s.

  • Ongeveer een derde van de onderwijsinstellingen in het MBO, HBO en WO maakt gebruik van derivaten.

  • Onderwijsinstellingen gebruiken derivaten voor het afdekken van het risico op een hogere rente op leningen met een lange looptijd, zoals voor huisvestingsprojecten.

  • Door de rentedalingen in de afgelopen jaren is de actuele waarde van een aantal derivaten negatief geworden.

  • Een negatieve actuele waarde hoeft geen invloed te hebben op de financiële exploitatie van de instelling, zolang de betreffende instelling zowel lening als derivaat aanhoudt. De eventuele negatieve waarde is de facto pas een financieel verlies als een derivaat tussentijds wordt afgekocht. Dit wordt actueel als bijvoorbeeld een instelling de lening wil oversluiten naar een andere financiële instelling.

  • Een derivaat kan een margin call hebben. Dat is een verplichting waarbij de instelling onder bepaalde omstandigheden extra onderpand (geld of gebouwen) ten behoeve van de bank moet aanhouden. Indien de instelling dat extra geld niet direct ter beschikking heeft, moet zij dat lenen. Een instelling zou hierdoor in de liquiditeitsproblemen kunnen komen.

  • Er zijn in totaal 6 instellingen die een derivaat met margin call hebben afgesloten (3 in MBO, 2 in HBO en 1 in WO).

  • Een derivaat kan een open positie hebben als er geen onderliggende lening tegenover een derivaat staat. Deze situatie kan ontstaan als er eerst een derivaat wordt afgesloten en dan later de onderliggende lening niet doorgaat (bijv. bij uitstel of afstel van bouwprojecten) of als de lening eerder afgelost wordt dan de looptijd van het derivaat.

  • Er zijn 3 universiteiten en 3 MBO-instellingen die een open positie hebben. De open posities zijn ontstaan door uitstel van een bouwproject of door afstel van een bouwproject. Deze open positie is niet conform de regels Beleggen en Belenen. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vindt de inspectie het niet opportuun om de derivaten direct af te wikkelen. Het is aan de betreffende instelling om de kosten op een verantwoorde wijze binnen hun financiële bedrijfsvoering op te nemen.

4. Toekomst

De verliezen op derivaten voor onderwijsinstellingen lijken aanzienlijk, maar zijn virtueel zolang de onderwijsinstelling het derivaat niet tussentijds afstoot, er geen margin calls worden ingeroepen en de instelling de looptijd van het derivaat uitzit.

Derivaten kunnen een nuttig instrument zijn om renterisico’s af te dekken, zolang er geen open posities worden ingenomen; dat gebeurt zelden.

Ik zal wel een aantal maatregelen nemen om mogelijke ongewenste effecten te voorkomen, in ieder geval het volgende:

  • Ik ben bezig met het aanpassen van de regeling Beleggen en Belenen. Als deze wordt aangepast zal dat leiden tot een duidelijkere regeling waarin de regels over derivaten expliciet zijn opgenomen. Hierbij worden open posities verboden. Deze nieuwe regeling sluit aan op het regeerakkoord waarin staat: «Voor organisaties die (mede) met publiek geld zijn gefinancierd, is het verboden te speculeren met complexe financiële producten zoals derivaten. Verzekeren tegen renterisico’s is wel toegestaan. Toezicht hierop vindt plaats bij de jaarlijkse accountantscontrole.»

  • Het aanpassen van de regeling Beleggen en Belenen kan vanwege het wetgevingstraject waarmee de regeling is verbonden, niet op korte termijn worden gerealiseerd. Daarnaast is voorlichting aan instellingen over derivaten en de potentiële risico’s minstens zo belangrijk. Om deze reden zal ik dan ook in overleg met de sectorraden voorlichtingsacties opstarten om de kennis van onderwijsinstellingen over complexe financiële producten te verbeteren.

  • Bezien zal worden hoe kan worden vastgelegd dat onderwijsinstellingen als niet-professionele belegger worden gekwalificeerd. Dit houdt in dat banken een extra zorgplicht hebben.

  • Het bezit van derivaten is een onderdeel van het financiële toezicht van de inspectie op de onderwijsinstellingen.

5. Motie Klaver

Tot slot ga ik in op de motie Klaver (Kamernummer 31 524, nr. 140).

In de motie Klaver wordt de regering verzocht een voorstel te doen om scholen te verbieden onderwijsgeld te gebruiken voor het kopen van complexe financiële producten zoals derivaten.

In het regeerakkoord is een verbod op het speculeren met complexe financiële producten zoals derivaten opgenomen. Dit verbod geldt niet alleen voor onderwijsinstellingen, maar voor alle organisaties die (mede) met publiek geld zijn gefinancierd. Het gebruik van derivaten voor het afdekken van renterisico’s is wel mogelijk, maar het oneigenlijk gebruik van derivaten om te speculeren is met de hiervoor aangekondigde maatregelen niet (meer) mogelijk. Daarmee wordt de motie Klaver naar mijn idee uitgevoerd.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer